zonne-energie forever!
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:

1 augustus en recenter nieuws

Voor belangrijke "highlights" voor ons PV-systeem, zie pagina nieuws_PVJSS22.htm

Voor een selectie van interessant nieuws over andere duurzame energiebronnen en gerelateerde zaken:
zie duurzame energie nieuwspagina

Het zonnestroom/zonne-energie nieuws op Polder PV is slechts een zeer bescheiden greep uit de lawine aan informatie die inmiddels de dagelijkse realiteit is. De laatste jaren is eigen research steeds belangrijker geworden, en diepgaande analyses, waarvan u de resultaten op deze site zult terugvinden, vreten tijd. Derhalve is er geen tijd meer voor "kattebelletjes" over het enorme aanbod aan zonnestroom nieuws.

Voor een goed beeld van de actuele ontwikkelingen gelieve u te vervoegen bij het dicht op de sector zittende Solar Magazine onder de redactie van Edwin van Gastel. Of u raadpleegt Polder PV's goed bezochte Twitter account (meer dan 3 en een half duizend volgers), waarop zeer regelmatig kort wordt ingegaan op actueel nieuws, en kritische noten worden gekraakt.

Het nieuws is een selectieve, persoonlijke, vaak ongezouten en kritische beschouwing van
actuele ontwikkelingen in de zonne-energie branche

<<< recenter

actueel 147 146 145 144 143 142 141 140-131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights



 
^
TOP

13 augustus 2018: Voortgaande progressie gecertificeerde zonnestroom capaciteit bij CertiQ. Na het snel passeren van de eerste GWp aan gecertificeerde PV capaciteit in juni 2018, is de progressie bij TenneT dochter CertiQ in juli verder gegaan, op een iets lager, doch nog steeds hoog niveau. Met een netto toevoeging van 260 nieuwe gecertificeerde zonnestroom projecten, die netto een hoeveelheid van 62,2 MWp nieuwe capaciteit toevoegden, werd eind juli een geaccumuleerd, gecertificeerd volume van alweer 1.106,6 MWp bereikt. In dit artikel de grafische en numerieke weergave van de historische progressie, als vanouds elke maand voor u samengesteld door Polder PV.

In het op 3 augustus dit jaar over de maand juli gepubliceerde maandrapport van TenneT dochter CertiQ worden de volgende data gepresenteerd in historische context.

Wat de maandelijkse toevoegingen (of: tijdelijke afnames) van aantallen installaties betreft in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de rechter Y-as, zijn er in juli "netto" 260 nieuwe PV projecten bij gekomen (juni rapport 184, dus in juli dik 41% meer). Dit is net aan het hoogste maand volume dit jaar, 4 meer dan in de maart rapportage. Het blijft weliswaar fors minder dan het opvallende maand record van (netto) 445 nieuwe PV projecten in juli 2017, maar wat voortschrijdend gemiddelde per kalenderjaar betreft zit er beslist al langere tijd weer een stijgende lijn in, zoals rechts in de grafiek goed is te zien. In 2016 was dat bij de (deels verouderde) maand rapportages nog gemiddeld 105 nieuwe projecten per maand, in 2017 158, en het gemiddelde in de 7 maanden van 2018 ligt inmiddels op 193 stuks per maand (zie ook stippellijnen in de volgende grafiek). Overigens worden de aantallen later in jaarlijkse revisies bijgewerkt, voor 2017 lag deze in het voorlopige jaar rapport op 120 installaties gemiddeld nieuw per maand, dus een stuk lager dan uit de maand rapportages afgeleid kon worden. Zie de volgende grafiek voor de trends per jaar bij de aantallen installaties / projecten, op basis van de maand rapportages. NB, voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand.

De accumulatie is te zien aan de gele curve in bovenstaande grafiek (referentie: linker Y-as) die, na het "plateau" in 2013-2015, de laatste 3 jaar weer opvallend is gaan stijgen. De curve geeft eind juli 2018 een accumulatie van 15.784 gecertificeerde PV projecten in de database van CertiQ (gemarkeerd data punt rechts bovenaan). De 15.000 stuks werd, zoals al in een vorige analyse voorspeld, in april dit jaar overschreden.

Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. Voor het eerst zijn voor het huidige (juli 2018) rapport net als al langer voor de grafiek met capaciteiten (volgende exemplaar), de gemiddelde maandelijkse toevoegingen per jaar voor 2016 en 2017, en het gemiddelde voor jan.-juli 2018 in de vorm van horizontale stippellijnen toegevoegd. Dit zijn de cijfers zoals volgen uit de maand rapportages, die later kunnen worden bijgesteld. Maar in ieder geval is dan een 1-op-1 vergelijking tussen de jaren onderling mogelijk. De gemiddeldes lagen in de jaren 2009-2011 nog een stuk hoger, toen heel veel kleine residentiële installaties nog onder de oude regimes (SDE 2008-2010) werden opgeleverd. De trend van de laatste drie jaar kan uitsluitend worden toegerekend aan de progressie bij installaties bij bedrijven, instellingen, e.d. (vanwege de minimale ondergrens van 15 kWp, én de voorwaarde van het hebben van een grootverbruik aansluiting sedert SDE 2012). De fluctuaties tussen de maanden onderling kunnen fors zijn. Het gemiddelde installatie niveau is sedert 2011 behoorlijk terug gevallen, werd in de grafiek door de her-registratie operatie in 2013-2015 flink vertroebeld, maar trekt zeker het laatste jaar weer aan.

De eerste zeven maanden van 2018 laten weer een gezonde gemiddelde maandelijkse groei van de aantallen nieuwe registraties zien. Dat ligt tm. juli gemiddeld genomen op een niveau van 193 installaties per maand. In 2017 was dat - in de maand rapportages - gemiddeld 158 stuks/maand over het hele jaar bezien, in 2016 slechts 105 installaties per maand (zie gekleurde stippellijnen).

Dat er weer "aardige" groei volumes van de aantallen bij CertiQ geregistreerde projecten zijn te zien is voor een aanzienlijk deel te wijten aan de lopende realisaties van omvangrijke volumes onder de diverse SDE "+" regelingen beschikte PV projecten (voor overzicht beschikkingen en "officiële" realisaties, zie meest recente analyse van RVO cijfers van 8 juni jl.). De grootste groei zit hem echter niet in het "aantal" installaties, maar met name in de opgestelde productie capaciteit, wat daarmee wordt ingebracht. Dat stijgt ronduit spectaculair, zoals we hier onder zullen zien. Dat heeft alles te maken met het feit dat het om (gemiddeld en absoluut) véél grotere PV projecten gaat dan wat enkele jaren geleden "gebruikelijk" was voor Nederland. Hier bovenop zijn de nu daadwerkelijk fysiek gebouwde grondgebonden zonneparken gekomen. Die stuk voor stuk bij CertiQ worden aangemeld - en die met hun enorme capaciteit volumes in de databank worden opgenomen.


Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor sep. 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast. Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage !

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit nu echt om substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Het verloop van de kolommen in 2018 is sterk verschillend van de situatie bij de "aantallen" projecten! Voor 2018 (paarse kolommen) heb ik voor het vierde jaar op rij alweer een nieuw capaciteits-bouw record voorspeld voor de totale Nederlandse markt. Onder anderen tijdens de informele winter-sessie van SolarPlaza, en recent nog in artikelen in Energeia, en bij SolarPlaza / The Solar Future). Gevolgd door mijn recente extrapolatie van de nieuwste data over het eerste halve jaar van de grootste netbeheerder, Alliander (artikel 26 juli 2018). Het was derhalve niet vreemd dat ook in de sub"markt" van het CertiQ dossier, in januari dit jaar, alweer netto 38,6 MWp nieuwe capaciteit werd toegevoegd. Februari volgde direct met een nieuw record voor CertiQ, met 56,6 MWp. En, waarschijnlijk de reden dat het zo lang duurde voordat het maart rapport door CertiQ werd geopenbaard: er werd in die maand alweer een record van netto 70,9 MWp gecertificeerde PV capaciteit bijgeschreven, een kwart meer dan in februari, en bijna het dubbele volume van dat in de eerste maand van het jaar. Maar ook dat record was een kort leven beschoren. April 2018 ging daar, met maar liefst 79,6 MWp alweer fors overheen (met ruim 12%). Daarmee werd het record voor kalenderjaar 2017 (45,7 MWp nieuwbouw januari) al met 74% verpletterd.

In mei viel de toevoeging wat terug naar 51,3 MWp. Ook in juni is er weliswaar geen record toevoeging geweest, maar werd er toch een voor Nederlandse begrippen zeer substantiële, inmiddels de op een na grootste qua historische updates toevoeging gerealiseerd, 75,4 MWp. In vakantie maand juli 2018 werd weliwaar een lager, maar nog steeds hoog volume van 62,2 MWp aan netto nieuwe PV capaciteit toegevoegd aan de databank van CertiQ. Een factor 2,5 maal het netto nieuwe volume in juli 2017 (24,7 MWp). Wel 22% minder dan het record in april 2018 (79,6 MWp). Maar ook: de 4e maand wat nieuw (netto) volume betreft.

In de eerste zeven maanden van 2018 is nu door CertiQ in de maand rapportages maar liefst 434,6 MWp netto nieuwe gecertificeerde PV capaciteit gerapporteerd. Dat was in 2017, in dezelfde 1e 7 maanden, nog slechts 159,0 MWp, dus dat is al een factor 2,7 maal zo hoog! Genoemd volume voor de eerste 7 maanden in 2018 is zelfs al een factor 4,5 hoger dan de 95,8 MWp in die periode in het jaar 2016. De groei in het opgeleverde project vermogen gaat onvervaard door, dat mag duidelijk zijn. De groei cijfers in het eerste halve jaar werden voor de jaren 2010-2017 reeds in de rapportage voor juni 2018 grafisch weergegeven.

Het maandelijkse gemiddelde van januari - juli 2018, gestabiliseerd op 62,1 MWp/mnd (paarse stippellijn in de grafiek), komt hiermee ver (172%) uit boven het maandelijkse gemiddelde voor 2017, (bijna 22,8 MWp/mnd, groene stippellijn). Het gemiddelde over 2016 (rose stippellijn) lag nog veel lager, rond de 16 MWp/mnd, zo'n 30% minder dan in 2017. De reden dat de volumes in de eerste zeven maanden van 2018 weer zo hoog liggen, kan haast niet anders liggen aan het feit dat er, naast de "reguliere", nu al regelmatig gerapporteerde grote SDE rooftop projecten, waarschijnlijk "enkele" grondgebonden installaties doorgedrongen moeten zijn tot de CertiQ databank. Druppelsgewijs voeg ik ook meer opleveringen van dergelijke projecten toe aan mijn eigen projectenlijst. Enkele van dergelijke grote grondgebonden projecten zijn inmiddels in twee weken fietsvakantie deze zomer, in ZW, en NO Nederland, door Polder PV met een bezoekje vereerd. Zoals onderstaand exemplaar.

Klein stukje van pal zuid gericht zonnepark Woldjerspoor (oostelijk Groningen), gebouwd op een verzegelde afvalberg in een spectaculaire setting. Vanwege het relief met "gebogen" module tafels (4 rijen modules portrait, met 3 steunen per "tafel"). Het park zou het grootste zijn op een afvalberg in Nederland, heeft een opgestelde capaciteit van ruim 12 MWp verdeeld over zo'n 43.000 kristallijne 120-cels zonnepanelen, en heeft bovendien als zeer interessant pilot project ook nog een klein waterstof productie station op het nabijgelegen, uitgestrekte gemeentewerf terrein. Waarmee bijvoorbeeld in tijden van piek productie zonnestroom overschotten zijn te "bufferen" in het opslag medium H2, wat elders (op een ander tijdstip) nuttig ingezet kan worden, o.a. voor bussen met geschikte waterstof faciliteiten. Voor beknopte info en een fraaie video met luchtopnames, zie de project pagina van de bekende ontwikkelaar Groenleven uit Heerenveen. De nabijheid van een hoogspannings-traject is natuurlijk altijd een fijne bijkomstigheid, zeker in onderhavig geval. Want de constructie op een mogelijk in de tijd "bewegende", grote afvalberg (decompositie organisch afval) zal beslist niet goedkoop zijn. De kosten voor de aansluiting zullen echter "beperkt" zijn geweest in vergelijking met andere zonneparken met grote afstand tot een geschikt trafo-station. Zonnepark Woldjerspoor is al in het najaar van 2017 opgeleverd en is derhalve hoogstwaarschijnlijk al in de databank van CertiQ opgenomen. Het park werd 21 september 2017 officieel geopend door o.a. vaker op PV project openings-ceremoniëen gesignaleerde provinciaal gedeputeerde Nienke Homan en 2 wethouders.

Foto © 2018 Peter J. Segaar / Polder PV, genomen op 8 augustus 2018 tijdens week fietskamperen in noord-oost Nederland.

Gemiddelde capaciteit PV projecten in juli

Als we uitgaan van "relatief weinig uitstroom" uit de CertiQ bestanden, en de maandelijkse netto toevoeging van 260 nieuwe installaties, met genoemde 62,2 MWp netto nieuwe capaciteit combineren, zou hier uit resulteren dat een "netto nieuw toegevoegd project" in de juli 2018 update een gemiddeld systeem vermogen zou hebben van zo'n 239 kWp per stuk. Dat ligt beduidend lager dan in een vorige (record) update van april (460 kWp gemiddeld), wat waarschijnlijk te maken heeft met minder en/of minder grote bijschrijvingen in juli dan in april dit jaar. Aangezien het hier om een gemiddelde gaat, zitten er beslist weer (veel) grotere projecten bij, mogelijk een of meer grondgebonden zonneparken, en zeker ook de nodige grote rooftop projecten. Die per stuk al enkele megawattpieken groot kunnen zijn tegenwoordig. CertiQ geeft geen informatie over individuele projecten, dus die kunnen niet als zodanig "getraceerd" worden in de geopenbaarde cijfers. Zie ook foto hierboven en disclaimer: zeker weten dat Woldjerspoor al is ingeschreven bij CertiQ weten we niet, maar het is wel zéér waarschijnlijk. Zeker ook omdat in de huidig bekende RVO data het project als "gerealiseerd in 2017" staat opgegeven. Zo'n melding volgt pas nadat het project de procedures via CertiQ ambtelijk goedgekeurd heeft doorlopen.

Zowel de grotere als de kleinere grondgebonden zonneparken, als de talloze (middel-) grote rooftop installaties zijn de drijvende kracht achter de flink gestegen maandgemiddelde volumes bij CertiQ. Als ze tenminste daadwerkelijk als "administratief opgeleverd" in de betreffende maand worden opgenomen in het CertiQ register. Daar kan beslist een vertraging van een maand, of wellicht zelfs (veel) langer in zitten. Dit is voor het publiek echter "onzichtbare materie". We kennen immers in het geheel geen verplichte registratie zoals in Duitsland, waar zelfs de inbedrijfstellings-datum openbaar wordt gemeld (die is immers doorslaggevend voor het betreffende feed-in tarief wat die installaties gaan krijgen) ...


Na het bereiken van de halve GWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit in het rapport van mei 2017 ging de groei verder, en na de heftige "correctie" t.a.v. het september rapport, op een behoorlijk consistent, gemiddeld hoog niveau in de laatste maand rapportages. De eerste zeven maanden van 2018 gaven bovenop die recente trend weer een zeer flinke - record - "boost" te zien. De Y-as van deze grafiek werd, daartoe gebruikelijk, diverse malen aangepast. En, een primeur, zoals reeds enkele malen voorspeld dat 'ie er aan zat te komen: In het juni rapport werd eindelijk de eerste "Gieg" in de CertiQ annalen bereikt voor zonnestroom capaciteit.

In het huidig besproken juli maandrapport is bij CertiQ inmiddels al een omvang bereikt van bijna 1.107 MWp. Een factor van ruim 50 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al 8,5 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. De tussenpozen tussen het bereiken van een nieuwe "100 MWp" grens bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar in ieder geval steeds korter geworden (afstand tussen de vertikale blauwe stippellijnen in de grafiek, intersecties van de 100 MWp lijnen met de rode trendlijn).

En er zal nog heel veel op bovenstaande gaan volgen, gezien de grote hoeveelheid SDE beschikkingen die er op het vlak van zonnestroom al eerder zijn afgegeven door RVO. Verhevigd door de enorme toevoeging van de eerste SDE 2017 ronde (4.386 beschikte projecten met een nieuwe record omvang van 2.354 MWp, analyse Polder PV hier). De recent gepubliceerde extra hoeveelheid van de najaars-ronde in dat jaar (nog eens 3.945 toegekende projecten, totaal volume 1.911 MWp). En de nog niet volledig bekende volumes die uit de eerste ronde voor SDE 2018 beschikt zullen gaan worden (voor aanvragen zie hier, voorlopige tussenstand beschikkingen - met reeds 2.314 toegekende aanvragen voor PV projecten - in artikel van 11 juli jl.).

De rode trendlijn in de grafiek is de "best match" bepaald via Excel, met een 4e graads polynoom trendlijn.


Aandeel CertiQ t.o.v. "CBS totale PV capaciteit" sterk gegroeid sedert 2014

In de "hernieuwbare energie rapportage" voor heel Nederland stelde En-Tran-Ce voor juni (laatst beschikbare rapport voor publicatie van huidige artikel) een record percentage "hernieuwbaar" vast bij de totale energie productie (8,6%, waarbij alleen elektra uit hernieuwbare bronnen een aandeel van 15,4% haalde op de totale stroom consumptie). Daar vinden we ook de laatst bekende "potentiële" capaciteits-data voor PV. Hierbij is met terugwerkende kracht het destijds eerst afgeschatte cijfer van het CBS voor eind 2017 genomen (afgerond 2.750 MWp, pers. comm.*). En wordt er - mogelijk zelfs nog conservatief - van uitgegaan dat er gemiddeld dit jaar 100 MWp per maand bijgebouwd zou kunnen worden in 2018. Vorig jaar nog werd de maandelijkse groei van 40 naar 50 MWp opgehoogd, en dit - theoretische - volume is in 2018 dus alweer verdubbeld. Derhalve wordt door En-Tran-Ce nu voor begin juni verondersteld dat er 3.250 MWp zou staan opgesteld in ons land. Voor eind juni zou dat 3.350 MWp gaan worden, en voor eind juli 3.450 MWp. In het CertiQ rapport gepubliceerd 3 augustus stond voor eind juli 1.107 MWp geaccumuleerd. Derhalve zou er bij de TenneT dochter eind van die maand dus mogelijk al 32% van die veronderstelde nationale capaciteit daar bekend staan als "gecertificeerd vermogen". Als de nationale groei in 2017 nog hoger zou zijn geweest, zoals Solar Trendrapport suggereert, is het aandeel echter kleiner op het totaal.

* Inmiddels door CBS alweer opgewaardeerd naar 2.873 MWp (vierde CBS cijfer voor voorgaand jaar).

Als we december 2014 als ijkpunt van vóór de versnelling bij CertiQ gebruiken (118,6 MWp volgens gereviseerd jaar rapport 2014, wat 4,6% hoger ligt dan de 113,4 MWp in de eerder gepubliceerde, "voorlopige" december rapportage voor dat jaar), en het officiële (internationaal erkende) nieuwste CBS cijfer ernaast leggen (1.008 MWp, zie grafiek in mijn recentste artikel over CBS stats), komen we voor dát jaar op een verhouding van slechts bijna 12% uit! Ergo: eind juli 2018, ruim 3 en een half jaar later, is dat aandeel van CertiQ capaciteit bij zonnestroom met een factor 2,7 toegenomen, een ronduit opmerkelijke groei. Een trend die waarschijnlijk gaat doorzetten, als de groei snelheid in de projecten markt ("niet woningen") hoger blijft liggen dan die in de residentiële markt "woningen" (zie 3e grafiek in mijn recente artikel over nieuwe CBS markt segmentatie).


Systeemgemiddelde capaciteit
Met de aanhoudend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte nog steeds sterk groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, wederom met een "best fit" 4e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam afgelopen maanden verder sterk toe, van 46,6 kWp (eind december 2017) naar 70,1 kWp gemiddeld voor alle eind juli 2018 bij CertiQ bekende (grotendeels SDE-gesubsidieerde) projecten. Dit is een factor 12,1 maal het gemiddelde begin 2010. En is al een factor 4,7 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn). Een minimum wat mogelijk binnenkort "opgetrokken" gaat worden voor nieuwe aanvragen onder de najaars-ronde van SDE 2018 (zie bespreking kamerbrief Min. Eric Wiebes).

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de juli rapportage lag, zoals gebruikelijk, op een nog veel hoger niveau, 239 kWp. Dit hoge niveau wordt structureler, omdat er steeds meer zeer grote (druppelsgewijs ook grondgebonden) projecten worden opgeleverd.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). Die grote hoeveelheid kleine, puur residentiële beschikkingen wordt nog steeds in de meeste verwijzingen naar de CertiQ databank geheel verzwegen. Wat nogal merkwaardig is, om het voorzichtig uit te drukken.

De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben. Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.


"Niet SDE projecten" bij CertiQ
Zie hiervoor het commentaar bij het augustus rapport van 2017 in een vorig verslag. Het CBS heeft inmiddels haar eerste resultaten gepubliceerd uit het nieuwe onderzoek naar deze tot nog toe qua omvang "onbekende deelpopulatie" in de CertiQ registers. Ze zegt daarover in haar rapport (1e bespreking PPV) het volgende (vetdruk van Polder PV):

"Gezien het belang van registratie bij CertiQ voor het verkrijgen van SDE subsidie was de verwachting
dat CertiQ redelijk compleet zou zijn voor vermogen bij (middel)grote bedrijven. Vergelijking met EIA
data voor oudere jaren en PIR data voor recente jaren laat zien dat CertiQ zeker niet compleet is
voor middelgrote vermogens bij bedrijven. Via de EIA en PIR hebben we ontbrekende installaties
toegevoegd aan het bestand. De ervaring leert wel dat registratie via PIR soms traag is, wat leidt tot
onzekerheid in voorlopige cijfers".

Polder PV heeft al diverse malen gerapporteerd, dat een fors deel van de daadwerkelijk opgeleverde "kleinere", middelgrote, en zelfs de nodige grote PV projecten, géén SDE beschikking (blijken te) hebben in zijn omvangrijke projecten lijst. En derhalve ook niet noodzakelijkerwijs bij CertiQ hoeven te zijn aangemeld (lees in bovenstaande citaat "dat CertiQ zeker niet compleet is"). Tenzij de ontwikkelaar persé (nu nog niet zeer lucratieve) Garanties van Oorsprong voor de geproduceerde (dan wel zelf verbruikte) zonnestroom zou hebben willen laten verzilveren. Niets nieuws onder de zon, dus, en beslist niet byzonder. Ook is het al langer beslist mogelijk dat er zowel zonder SDE als EIA PV projecten worden opgeleverd. Hierbij is zeker de nieuwbouw sector mogelijk een blinde vlek bij het CBS, omdat vaak PV intrinsiek wordt opgenomen in de bouwsom, en er geen claim wordt gedaan op genoemde regelingen. Er wordt tegenwoordig veel nieuwbouw gepleegd, dus er kan het nodige aan volume aan de aandacht ontsnappen wat niet bij CertiQ zal worden ingeboekt. De vraag is ook, of bijvoorbeeld dergelijke nieuwbouw projecten daadwerkelijk ingeschreven zullen worden in het PIR register. Zeker niet als ze groter blijken te zijn dan 99,999 kWp (een hogere capaciteit kan niet via het ingave portal voor het PIR, www.energieleveren.nl worden aangeleverd...). Er staat geen sanctie op niet inschrijving, en het is een blijvend probleem dat we de omvang van de non-registratie van wel gerealiseerde PV capaciteit daar nog steeds niet kennen.


Gecertificeerde productie seizoens-gerelateerd

De accumulatie van de (gecertificeerde) PV capaciteit (magenta curve) is terug te vinden op de linker Y-as.

Het voorgaande zomer record volume van 69,5 GWh aan Garanties van Oorsprong door CertiQ aangemaakt voor zonnestroom (blauwe curve; referentie: rechter Y-as, in GWh per maand) in juli 2017 heeft het lang volgehouden. Maar werd in het mei 2018 rapport "verpletterd", met een nieuw historisch record van maar liefst 132,1 GWh aan gecertificeerde productie (gemarkeerd blauwe data punt met rode rand). Dat is alweer 54% (!) hoger dan het vorige record voor april (85,9 GWh). Maar mei was dan ook een relatief uitzonderlijke maand qua productie (zie ook eigen productie data). Het verondersteld nieuw bijgeplaatste volume in juni kon blijkbaar, volgens de meest recente - voorlopige - productie data van CertiQ, die hoge piek in mei niet bijbenen, gezien de kleine knik omlaag naar een nog steeds respectabele hoeveelheid van 124,9 GWh. Het kan echter ook zo zijn, dat er nog veel volume moet worden bijgeschreven, zowel voor juni, als voor eerdere maanden. Dus dat is afwachten totdat gereviseerde data beschikbaar komen. CertiQ publiceert echter tot nog toe helaas alleen revisies per jaar, niet per maand. In ieder geval is de voorspelling in een vorige analyse, dat juni weer een nieuw record zou kunnen laten zien, (nog) niet gematerialiseerd in de huidig bekende CertiQ cijfers.

De voorlopig nieuwe record - gecertificeerde - zonnestroom productie van 132,1 GWh in mei, is het equivalent van het gemiddelde maandelijkse stroom-verbruik van bijna 545.000 gemiddelde Nederlandse huishoudens (2.910 kWh/HH.jr anno 2016 volgens Open Data van CBS, dat is nog exclusief het op landelijk totaal bezien nog relatief lage eigen verbruik van zonnestroom).

De curve voor de GvO's loopt het eerste halve jaar van 2018 steil omhoog. Interessant wordt, wat de productie aan geboekte Garanties van Oorsprong in "mogelijke record maand" juli zal gaan tonen voor de populatie bij CertiQ geregistreerde PV projecten.

De steeds hogere niveaus van de aangegeven "winter-dips" (blauwe pijltjes) zijn het resultaat van de forse tussentijdse groei van de gecertificeerde PV capaciteit, en de meer-productie van die nieuwe installaties bovenop de output van de al bestaande projecten. Te verwachten valt dat, door de reeds door CertiQ gepubliceerde, als nog te verwachten, aanzienlijke komende capaciteits-toevoegingen in 2018, die "winter dip" in de komende koude periode (winter 2018-2019) alweer flink hoger zal komen te liggen. Let op dat de GvO productie grafiek een maand achter loopt bij die voor de toegevoegde capaciteiten. En ook, dat zeker de recenter gepubliceerde volumes achteraf altijd nog - meestal relatief bescheiden - aangepast kunnen gaan worden. De vorm van de curve kan dan ook nog enigszins gaan wijzigen (in ieder geval: een gladder verloop krijgen). Idealiter, zou die curve ongeveer de vorm moeten krijgen van de prachtige grafiek die Martien Visser van En-Tran-Ce maakte voor de berekende nationale zonnestroom productie (in GWh per dag), op basis van de databank, die ook gebruikt wordt voor de inmiddels aardig bekende energieopwek.nl website. De site waarop in de voorzomer het ene na het ander dagelijkse - berekende - momentane output, en dag productie record werd vermeld.

Uiteraard is het gecertificeerde volume tot nog toe slechts een onderdeel van de totale, onbekende Nederlandse zonnestroom productie. Die inmiddels mogelijk (maximaal) het 3 tot 4-voudige van de productie bekend bij CertiQ zou kunnen omvatten, dus het equivalent van het (elektra) verbruik van zo'n 1,6 tot ruim 2 miljoen Nederlandse huishoudens. Echter, de capaciteit toename van de CertiQ bijschrijvingen groeit al lang, en snel, zoals we dit maandrapport voor de zoveelste maal hebben kunnen vaststellen. Het is te voorzien dat een steeds groter aandeel van de totale fysieke zonnestroom productie in ons land afkomstig zal zijn van die rap groeiende, bij CertiQ bekend wordende populatie van - soms zéér grote - SDE gesubsidieerde PV projecten.


Gecertificeerde PV capaciteit en gecertificeerde zonnestroom productie per jaar volgens (gereviseerde) jaar overzichten CertiQ

In een vorige maand overzicht heb ik ook de eerste resultaten voor het hele kalenderjaar 2017 weergegeven, n.a.v. het eerste verschenen jaar rapport van CertiQ. Die data gaan nog bijgesteld worden. Al zijn die begin augustus 2018 nog steeds niet gepubliceerd. Voor een korte beschouwing van de eerste jaarcijfers, met bijbehorende, tale-telling grafiek, zie de bespreking in het artikel van 15 januari jl.


Landelijke zonnestroom en andere duurzame productie - berekend
Voor het destijds - mogelijk conservatief berekende (!) - nationale zonnestroom dagproductie record op de Energieopwek.nl site van 1 juni 2017 verwijs ik naar de korte bijdrage in de bespreking van een vorig maandrapport. Voor overige "records" in dat portal, zie de analyse van de september 2017 rapportage. De hoogst behaalde, berekende "momentane" (piek) vermogens bij zonnestroom, die in de meeste gevallen zeer kort zullen zijn aangehouden waren per maand dit, en afgelopen jaar als volgt (tabel). In mei - juli volgde het ene record snel op het andere in dat portal. Sommige data kunnen in recentere versies zijn aangepast op basis van nieuwe inzichten en berekenings-methodieken. Check van de laatst bekende historische waardes gedaan op 13 augustus 2018 (alleen wijzigingen voor 2018, vanwege capaciteit aanpassing). Het tot nog toe door Energieopwek.nl geregistreerde, berekende momentane output record midden op de dag is inmiddels gevallen op 2 juli: 2.394 megawatt, zie de Tweet van Polder PV.

Max. output zonnestroom (MW)
Jan.
Feb.
Mrt.
Apr.
Mei
Jun.
Jul.
Aug.
Sep.
Okt.
Nov.
Dec.
2017
608
(22e)
687
(24e)
1.182
(27e)
1.448
(30e)
1.596
(26e)
1.632
(1e)
1.573
(9e)
1.455
(7e)
1.238
(3e)
909
(15e)
647
(6e)
417
(17e)
2018
587
(30e)
1.168
(25e)
1.564
(20e)
1.878
(21e)
2.155
(21e)
2.373
(30e)
2.394*
(2e)
2.248*
(6e)

* Hoogste (bekende) resultaat tot nog toe: 2 juli 2018. * Voorlopig hoogste resultaat voor augustus 2018, vóór publicatie van dit artikel. Januari 2018 was erg somber, zonder extreem zonnige dagen. Vandaar dat het resultaat onder dat van januari 2017 bleef steken, ondanks de tussentijdse groei van de capaciteit. Februari was een prachtige, zonnige, en koude maand. De 25e werd een spectaculair record voor die maand gevestigd, met een tijdelijke maximum output van 1.168 MW aan PV vermogen in Nederland. België piekte, met nog een veel groter basis bestand aan PV capaciteit, zelfs op 2,17 GW op die dag. Sowieso waren er meer mooie zonnige dagen in februari. April kende met name in de derde week prachtig zonnig weer, culminerend in het momentane output record voor die maand, berekend voor de 21e. In mei was het zeer zonnig, met o.a. een prachtige eerste week. De record output werd echter berekend op de 21e, een maximum van - kort durend - 2.155 MW. Juni liet meerdere nieuwe records zien, maar wachtte tot de laatste dag om het puntje op de i te zetten (met 2.373 MW). Dat werd echter verder aangescherpt op de 2e juli, die zeer waarschijnlijk het nieuwe jaar record voor 2018 zal gaan optekenen: 2.394 MW berekende momentane output midden op de dag. De hete en gort-droge juli maand was in zoverre ook "exceptioneel", dat er midden op de dag al op 20 van de 31 dagen een output van meer dan 2 GW aan zonnestroom output werd berekend via het energieopwek.nl portal. Soms zelfs meerdere uren lang.

Voor een uitgebreider intermezzo "stroom productie records" van het energieopwek.nl portal, zie de bespreking bij januari 2018. Het vorige record voor het totaal aan berekende output voor windstroom, zonnestroom, en elektra opwek uit biogas was gevestigd op 2 mei dit jaar. Door een combinatie van met name harde wind en stralend zonnig weer, werd voor die dag kort (berekend) een gezamenlijke output van 5.522 megawatt genoteerd door Energieopwek.nl (Tweet Polder PV). Maar dat is nota bene op de langste dag van 2018, 21 juni, alweer verbroken. Wederom door een combi van stralend weer met veel wind, werd toen een momentane output gehaald van maar liefst 5.990 MW (bijna 6 Gigawatt) door deze drie modaliteiten. Alleen 1 juli kwam daar nog enigszins - onder vergelijkbare omstandigheden - in de buurt, met max. 5.863 MW. Daarna zijn nog geen exceptionele hoge co-producties van wind én PV (én biogas) gelijktijdig opgetreden die zelfs in de buurt van de 5 GW output komen.

Dagelijkse energie productie records voor juli 2018 op het Energieopwek.nl portal **:

  • 1 juli. De berekende zonnestroom opwek (uitsluitend elektra) was het equivalent aan het energie (stroom + warmte + transport !) verbruik van "een stad met 247.270 inwoners"
  • 9 juli was het minimum voor alleen zonnestroom opwek in die maand: equivalent aan "een stad met 116.972 inwoners"
  • Factor verschil 1e / 9e juli zonnestroom opwek: 2,1 maal.
  • 1 juli. Idem, maar dan voor de drie modaliteiten wind + zon + biogas: maximale energie opwek gelijk aan het equivalente energie verbruik van "een stad met 885.175 inwoners".
  • 23 juli. Idem, minimale dagelijkse energie opwek in juli, equivalent aan energie verbruik van "een stad met 328.578 inwoners".
  • Factor verschil 3 opwek modaliteiten 1e / 23e juli: 2,7 maal.

** De borgingscommissie van het Energieakkoord (SER) presenteerde op 31 juli haar meest recente bevindingen van de energieopwek.nl cijfers. Voor zonnestroom als volgt: "De maand juli was een topmaand voor de opwekking van zonnestroom. Er werd bijna 75 procent meer opgewekt dan dezelfde maand vorig jaar. De helft van deze groei kwam door het zonnige weer. De andere helft kwam door extra zonnepanelen". In haar bericht gaf ze ook, o.a., het volgende interessante plaatje met de via de website berekende zonnestroom producties per maand sedert januari 2017. Met - tot nog toe - "top"maanden juli, mei, resp. juni 2018 boven de rest uitstekend (in die volgorde):


^^^
Grafiek uit evaluatie van resultaten energieopwek.nl site door borgingscommissie SER (31 juli 2018):
berekende nationale zonnestroom productie per maand sedert jan. 2017, in petajoule (PJ).
1 PJ = (ongeveer) 278 GWh = 278 miljoen kWh. De door SER genoemde 1,9 PJ voor juli 2018 staat
derhalve gelijk aan plm. 528 GWh (berekende) productie uit de (afgeschatte capaciteit van de)
Nederlandse zonnestroom installaties. Dat is - voor juli - al 59% meer dan de gemiddeld maandelijkse
stroom productie van kernsplijter Borssele (max. plm. 4 TWh/jr, is ongeveer 333 GWh/mnd gemiddeld).

De berekeningen van het Groningse onderzoeks-instituut En-Tran-Ce zijn gebaseerd op o.a. aannames over de opgestelde capaciteit in ons land, zeker wat het opgestelde PV vermogen betreft. Bij windstroom en biogas zijn de cijfers makkelijker en zeer actueel te verkrijgen, het gaat daarbij om relatief geringe aantallen. Zonnestroom capaciteit is een compleet ander verhaal: er zijn enkele honderdduizenden installaties. Zie daarvoor een eerdere analyse, de daar op volgende synthese op basis van nieuwe Klimaatmonitor data voor het jaar 2016, en de meest recent bekende nieuwe cijfers van het CBS (eind 2017 569 duizend installaties, waarvan 516 duizend op woningen). De groei blijft ook op dat vlak fenomenaal. Het is jarenlang nauwelijks mogelijk geweest om daar een accuraat beeld van te krijgen, gezien de langdurig brakke cijfers over zonnestroom. Met het oog op de recente berichtgeving van CBS, inclusief de eerste resultaten van hun nieuwe cijfer methodiek, besproken door Polder PV op 30 mei 2018, lijkt er nu eindelijk ook in dat opzicht een doorbraak te zijn gekomen.

De laatst bekende berekeningen van En-Tran-Ce lieten voor de maanden mei resp. juni 2018 zonnestroom producties zien van ongeveer 0,48 resp. 0,42 TWh, voor heel Nederland (1 TWh = 1.000 GWh = 1 miljard kWh). De 0,48 TWh voor mei zou volgens hun eigen (historische) berekeningen maar liefst 71% hoger hebben gelegen dan het niveau in mei 2017 (0,28 TWh). Het was dan ook een zeer goede maand wat aantal zonuren betreft volgens het KNMI (landelijk 36% meer "zonuren" dan het langjarig gemiddelde). De berekende opbrengst in juni 2018 ligt 40% hoger dan de 0,30 TWh bepaald voor juni 2017. Die voor juli (SER: 1,9 PJ / plm. 0,53 TWh) ligt maar liefst 77% hoger dan de 0,30 TWh berekend voor juli 2017 (waarschijnlijk afrondings-verschil met de door SER genoemde 75%).

De werkelijke producties zullen in 2017 (en wellicht ook in 2018) mogelijk wat hoger hebben gelegen. Recente - lichte - ophoging van de voorlopige cijfers voor het markt volume door CBS, en hun suggestie dat er mogelijk nog meer bij gaat komen in hun definitieve afschattingen, zou er toe kunnen leiden dat er mogelijk in 2017 meer capaciteit stond dan waar En-Tran-Ce nog van uit gaat. Genoemde 0,48 TWh voor mei is nog steeds een factor 3,6 maal de 132,1 GWh aan GvO's die (tot nog toe bekend / gepubliceerd) door CertiQ zijn afgegeven voor de bij hen bekende gecertificeerde PV installaties in deze voorjaars-maand. Voor juni (0,30 TWh nationaal berekende zonnestroom productie) was het - voorlopige - volume GvO's gepubliceerd door CertiQ (juli rapport) 124,9 GWh: een factor 2,4, dus al beduidend minder. De relatieve volumes bekend bij CertiQ nemen in ieder geval gemiddeld genomen verder toe t.o.v. de oudere rapportages. Wat logisch is, want de met SDE subsidies gebouwde grote projecten van tegenwoordig, produceren relatief bezien zeer grote volumes gecertificeerde zonnestroom, en die nemen een steeds groter deel in van de totale nationale productie.

Voor de uitgebreide maand rapportages van En-Tran-Ce, zie de website.

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV), Energieopwek.nl (landelijk berekend voor Energieakkoord), en "Renewable Energy in The Netherlands" maand rapportages (En-Tran-Ce / Energy Transition Centre, Groningen)

Top voor zonne-energie, dip voor wind, totaal hoger (31 juli 2018, website borgings-commissie Energie Akkoord / SER, cijfers voor de maand juli 2018)

Tweet Martien Visser, Hanzehogeschool / En-Tran-Cel, Groningen (3 aug. 2018) "De NL #zonnepanelen produceerden in juli 5,7% van de Nederlandse elektriciteitsvraag. Het maximum was 8,4%, op zondag 1 juli". Met bijbehorende, onge-evenaarde productie grafiek (berekend) per dag, direct uit de omvangrijke database van En-Tran-Ce.


 
^
TOP

3-12 augustus 2018: Polder PV korte fietsvakantie (o.a. bezoek zonneparken NO Nederland).


2 augustus 2018: Record juli maand in de Bilt - opbrengst zonnestroom Polder PV hoog, geen record. Zie ook nagekomen "disclaimers" onderaan het bericht !

De zomer van 2018 zal Nederland nog lang heugen, als er tenminste niet weer zo'n hitte periode volgt in het nieuwe jaar. Verschroeide aarde, leeg staande poldersloten, tropische temperaturen, Nederland de heetste plek in de Europese Unie (26-27 juli), badend in het zweet de nachten doorbrengend, klagende landbouwers, "nationale hitteprotocollen", crisis (waterbeheer) beraad bij Rijkswaterstaat, en wat al dies meer zei. "Het was me het maandje wel", die juli 2018, na al een prachtige mei maand voor de kiezen te hebben gehad, gevolgd door een "redelijk normale" juni (met "normale hoeveelheid zonneschijn" volgens het KNMI). Ons nationale weer instituut kwalificeerde juli 2018 in hun maandbericht als een "Recorddroge juli met buitengewoon veel zon".


^^^
Weinig plekken in Nederland die er aan zijn ontkomen, die bloedhete juli 2018.
"Scorched earth" zag je overal in Nederland. Ook in onze gemeenschappelijke tuin ...

Het hitte record van 38,6 graden (Warnsveld 1944) werd net niet gebroken, maar Arcen (noordelijk Limburg) kwam tijdens de 13 dagen durende nationale hittegolf dicht in de buurt (2 dagen 38,1-38,2 graden C). Wat het aantal zonuren betreft, hees het KNMI de vlag echter alsnog, met de volgende bewoordingen:

"Juli was ook een uitzonderlijk zonnige maand met in De Bilt een totaal aantal zonuren van maar liefst 341 uur, tegen 206 uur normaal. Hiermee verslaat deze julimaand niet alleen het record van zonnigste julimaand, maar is het ook de zonnigste maand ooit. Het record van mei 1989 is gesneuveld."

Wat heeft die maar liefst 66 procent (!) hoger "aantal zonuren" dan gemiddeld (NB, ijkperiode vlg. KNMI: "Normaal = het langjarig gemiddelde over het tijdvak 1981-2010") in de Bilt voor gevolg gehad voor de zonnestroom productie van het antieke, grotendeels al 18 jaar oude PV systeem van Polder PV in het zonrijke westen van het land? Een installatie, die al fors "gedegradeerd" zou moeten zijn, als we de veronderstellingen daarover zouden moeten geloven? Dat blijkt erg mee te vallen. Een productie record werd het - uiteraard - niet voor die extreem hete, voor ons "gevoelige" systeem nadelig uitwerkende maand. Maar hoog in de boom van onze fysiek bemeten productie historie is de output van onze stokoude zonnepanelen beslist terug te vinden.

Bijgewerkte maandelijkse zonnestroom productie grafiek voor ons uit 10 Shell Solar zonnepanelen bestaande PV deel-systeem (aanvankelijk vanaf maart 2000 4x 93 Wp, per oktober 2001, met toevoeging van 6x 108 Wp de 1,02 kWp kern-installatie vormend).

De maandelijkse productie kent altijd een wisselend verloop van jaar tot jaar, met uiteraard in de zomermaanden gemiddeld genomen de hoogste producties, in de wintermaanden veel lagere waarden. De maandgemiddeldes over de compleet gemeten periode zijn weergegeven in de zwarte curve. Sommige jaren, zoals ook 2018, kennen een zéér grillig verloop van de actuele maand producties, die sterk kunnen afwijken van dat langjarige gemiddelde. Ik heb daarover al een paar keer wat gezegd in vorige updates (laatste alhier, waar ook de hittestress problemen van onze installatie worden aangestipt). En met de zonrijke juli van 2018 is die curve voor dit jaar alleen nog maar "gekker" geworden. Na een iets subgemiddelde juni output na een zeer hoge opbrengst in mei, nu weer een forse piek omhoog. In ieder geval - dat was natuurlijk zeker te verwachten - een maand productie record voor het huidige jaar, met een heftige 145,4 kWh voor dit 1,02 kWp systeem (specifieke maandopbrengst: 142,6 kWh/kWp). Maar we zien ook al, dat dit net werd overvleugeld door een andere, voor onze installatie, nóg spectaculairder uitpakkende juli maand. En wel, die van het record jaar 2006 (149,1 kWh, 2,5% hoger, voor een leuke animatie van dat voor Polder PV historische maandrecord, "Moeder aller productierecords", zie hier). Daar zitten uiteraard wel al 12 jaren tussen. Wat betekent dat de prestatie van het huidige, al flink "gedegradeerde" systeem* in geen geval 1 op 1 vergeleken "kan" worden met de installatie zoals die toen op het dak lag. Zelfs al zouden we rekening houden met gemiddeld genomen meer licht in de trendlijn van de instraling van de KNMI weerstations (analyse Polder PV van begin dit jaar).

Polder PV merkte ook in juli weer tijdelijk drop-outs op van sommige van de oude OK4E-100 omvormers, die flink "lijden" onder de hoge omgevings-temperaturen, in combinatie met hoge DC input van de zijde van de vier verdiepingen hoger staande zonnepanelen. Die drop-outs zullen beslist een negatieve invloed hebben gehad op de totale output over de hele maand.

In deze tweede grafiek 2018 met alleen de recentste jaren 2015, 2016 en 2017 ter vergelijking. De curves voor die jaren wijken niet byzonder opvallend af van de langjarig gemiddelde trend (zwarte curve, dit is al inclusief de maandproducties voor 2018, inclusief juli). 2018 echter, kent hele vreemde output afwijkingen t.o.v. de gemiddelde trend, vanwege het grillige weer. Februari en mei waren exceptioneel zonnige maanden, maart en april vielen echter zwaar tegen voor Polder PV. Juli 2018, tot slot, springt er ver bovenuit. En is in dit korte tijdsbestek van vier jaar bezien de allerbeste maand. Met vlag en een mooie wimpel. Een maandproductie (145 kWh) die bijna 18 procent hoger ligt dan het langjarige gemiddelde (123 kWh) in de boeken. Dat mag worden gevierd, met zo'n oude installatie!

Productie deelsystemen

In juli werden door onze deel installaties de volgende hoeveelheden zonnestroom geproduceerd. Tussen haakjes de specifieke opbrengst, terug gerekend naar kWh/kWp ("genormeerde opbrengst").

  • 4x 93 Wp iets W. van Z. 54,132 kWh (145,5 kWh/kWp)
  • 6x 108 Wp iets W. van Z. (2 voorste, 4 achterste rij) 91,270 kWh (140,8 kWh/kWp)
  • 2x 108 Wp pal Z. 31.404 kWh (145,4 kWh/kWp)
  • 2x "50" Wp" (geflasht: 98,3 Wp) Kyocera iets W. van Z. 14,976 kWh (152,3 kWh/kWp)
  • alle 14 zonnepanelen totaal (1,34 kWp) 191,782 kWh (143,1 kWh/kWp)

Zonder meer hoge opbrengsten. Al blijven ze achter bij de resultaten die Anton Boonstra zoals te doen gebruikelijk elke maand voor "zijn" verzameling van data uit het Tweakers.net portal samenstelt. En die hij op 1 augustus weer heeft geopenbaard. Landelijk kwam de - gemiddeld van véél recenter datum stammende - populatie van 811 verschillende (grotendeels residentiële) PV installaties op maar liefst 156,7 kWh/kWp specifieke opbrengst in die maand. Met een spreiding tussen 149 (zuidelijk Limburg) en 167 kWh/kWp (zuidelijk Zuid-Holland). De omgeving van Polder PV, (noordelijk) Zuid Holland (postcode gebied 2000-2999) zat fractioneel gemiddeld iets onder het landelijke gemiddelde (156 kWh/kWp). Derhalve bleef zelfs onze als vanouds "best presterende" OK4 / zonnepaneel combinatie (2 in serie geschakelde Kyocera "50 Wp" panelen) daar nog een - bescheiden - 2,4% onder steken, en het systeem als geheel (14 panelen, 1,34 kWp) zelfs 8,3%. Maar Polder PV blijft content met het resultaat. Alleen onder "minder stressvolle" condities, zoals in record maand februari dit jaar, kan zelfs een oude installatie als de onze, in exceptionele omstandigheden, bovenmatig blijven presteren.

Siderea, al jaren eenzaam op hoogte qua nauwkeurigheid van opbrengst prognoses in ons land, waar u ook uw eigen opbrengsten kunt laten verifiëren op plausibiliteit (en evt. problemen), kwalificeerde juli 2018 zelfs als "een recordmaand met 30% hogere opbrengsten dan normaal". Zo'n maand komt niet vaak voor, maar wie weet: wat niet is, kan nog komen.

Cumulatieve productie eerste 7 maanden

Ook als we naar de totale productie van januari tot en met juli kijken, en we vergelijken die met de productie in dezelfde periode in voorgaande jaren, kunnen we alleen maar tevreden terugblikken. Zoals uit onderstaande bijgewerkte grafiek blijkt.

Tot en met juli produceerde ons kernsysteem (10 panelen, deels al 18 jaar oud) 654 kWh in 2018. Dat is al 3,8% meer dan het langjarige gemiddelde, weergegeven in de oranje kolom en de groene stippellijn (630 kWh). In de vorige update (eerste half jaar 2018) lag de totale opbrengst nog maar krap boven dat langjarige gemiddelde. Met het juli resultaat er bij geteld, komt 2018 tot nog toe, met de eerste zeven maanden van het jaar, op de derde plaats in de productie historie van Polder PV. Record jaar 2003, met een spectaculaire cumulatie van 723 kWh, 14,8% hoger dan gemiddeld, en 2006, met 655 kWh, gingen 2018 nog voor. Maar alle andere jaren was de productie in die eerste 7 maanden dus (veel) lager.

In deze al jaren lang bijgewerkte grafiek met de "elektriciteits-huishouding" van Polder PV (vergroening door eigen zonnestroom opwek en rest inkoop van steeds groenere bronnen) helemaal rechts het netto effect in juli 2018. Hieruit blijkt een flink negatieve stroombalans in juli, met een netto maand overschot van 105 kWh t.o.v. het begin van de maand (enkeltarief Ferrarismeter netkoppeling). T.o.v. begin januari hebben we zelfs al een overschot opgebouwd van 273 kWh t.o.v. onze totale stroom consumptie. Dat gaat in ieder geval in augustus, en misschien nog in september (sterk afhankelijk van het weer), nog verder oplopen, voordat we weer netto "aan de dalende lijn de winter in" zullen beginnen.

Hier spreekt een tevreden, langjarig zonnestroom producent

* Disclaimers / toelichting "degradatie" (nagekomen, via Twitter en per e-mail).

(1) Twitter discussie

Van de heer Fintelman mag ik absoluut niet stellen dat onze PV panelen "zouden zijn gedegradeerd" in - deels - 18 jaar tijd. Ook al wijst alles daar op, mede gezien de literatuur daar over (recent exemplaar degradatie modules in India, 2017, oudere meta studie van het bekende Amerikaanse NREL, 2008). Alle module producenten hebben uiteraard niet voor niets allerlei "vermogens degradatie garanties" in hun papier waren opgenomen, omdat ze weten dat de output van alle panelen in de loop van de tijd achteruit zal gaan. Zelfs bij "hoog-kwalitatieve" zonnepanelen, al is die degradatie daarbij waarschijnlijk milder, en zullen ze langer meegaan, met nog steeds een hoge output t.o.v. hun onder STC condities geflashte "beginwaarde".

Volg een van de Twitter draadjes naar aanleiding van mijn originele post (onschuldige link naar het huidige artikel). Met als tekst daar gepresenteerd: "Zeer hoge, maar net geen record #zonnestroom productie in juli 2018 bij Polder PV. Reden: veroudering na 18 jaar keihard werken voor het baasje ... ". Veroudering, die op het PV systeem als geheel slaat, en de daarmee te verwachten "verminderde prestaties" van die installatie, gereconstrueerd uit de maandelijkse opbrengsten, gemeten aan AC zijde, 25 meter verwijderd van de zonnepanelen zelf, op het dak. Zelfs al is juli 2018 een record maand qua zonneschijnduur voor de Bilt (sedert begin metingen). En weten we dat voor de relevante zoninstraling (Joule per cm²) in Leiden helaas niet met absolute zekerheid, omdat het ongeveer op 3,5 km. afstand liggende oude weerstation Valkenburg (record maand instraling voor juli in 2006, in totaal bezien sedert begin metingen in 1987 echter mei 1989, zie berichtgeving) per mei 2016 is opgeheven. En het ongeveer even ver, doch een stuk meer naar het zuiden liggende nieuwe meetstation Voorschoten pas 22 juli 2014 in bedrijf ging. Wat dus helaas géén meet data heeft voor de voorgaande jaren.

De kritiek van Fintelman zorgde voor een "geanimeerde" discussie op Twitter. De door mij bedoelde "lager dan provinciale gemiddelde maand opbrengst op forum Tweakers" van onze installatie is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van "verouderde" zonnepanelen (common knowledge die ik kennelijk niet op onze specifieke panelen van toepassing mag verklaren), én kabel / contact degradatie (meerdere verbindingen op dak en in huis, lange DC bedrading), én, vooral, regelmatig gesignaleerd, de nodige hittestress gerelateerde problemen bij de omvormers in huis. Af en toe werd de "discussie" gelardeerd met kennelijk niet van toepassing te verklaren grafieken en module testen door Polder PV. Conclusio van de verhitte discussie na maandenlange droogte in het land: Polder PV mag kennelijk beslist NIET stellen dat hij "degradatie gemeten zou hebben" (wat hij niet in die bewoordingen beweert), noch, daar, al dan niet indirect, uitlatingen over doen. Uiteindelijk was de conclusie zelfs, dat Polder PV dus kennelijk #fakenews zou verspreiden. Ik verexcuseer me bij dezen derhalve, zoals gevraagd, bij onze Shell Solar paneeltjes voor de voor hen "harde woorden" (?). Die niet alleen hen betreffen, maar het hele PV systeem. Ik heb het immers in generieke termen over systeem output gehad. Eigenlijk heb ik geen idee waarom die excuses nodig zouden zijn. Misschien kunnen die panelen het me ooit gaan "vertellen".

Verder mag er in Nederland dagelijks ongegeneerd, en on-bekritiseerd, door tallozen (professionals included) lulkoek of, laten we het neutraler houden, onzin, over zonnestroom worden verspreid. Waar Polder PV zeer regelmatig op wijst, vaak ondersteund door hard bewijs materiaal. Maar Polder PV's woorden moeten vanaf nu kennelijk elke dag op gouden schaaltjes worden gewogen. In een onschuldig medium als Twitter mogen kennelijk alleen - ook door leken of amateurs - "wetenschappelijk onderbouwde" (??) claims worden gemaakt. En anders zou je op dat medium moeten zwijgen (?). Zo lijkt de intentie.

Nader "onderzoekje" (disclaimer: this is not science ...)

De "discussie" wordt bemoeilijkt door de huidig bekende instralingsdata voor Voorschoten en De Bilt. Verkrijgbaar via deze KNMI pagina. Er ontbreekt namelijk een dag instralingsdata voor Voorschoten in juli 2018, de 20e. Ik heb met omwegen geprobeerd te berekenen wat het totaal zou kunnen zijn. In juli 2017 was de instraling in Voorschoten 113,5% t.o.v. die in De Bilt (vrij logisch, het is een kust station, De Bilt ligt in het gemiddeld genomen instralings-armere binnenland). In juli 2018 exclusief 20 juli lag dat verschil een stuk lager, 102,8%. Als we dat voor 30 van de 31 dagen juli 2018 geldende gemiddelde op de 20e van toepassing verklaren, en we reconstrueren aldus het mogelijke maand totaal voor de hele maand (totdat De Bilt mogelijk alsnog met data voor de 20e juli komt), komen we op een ratio instraling van 102,6% Voorschoten t.o.v. De Bilt in juli 2018. Bijna 3% meer instraling, dus. Het uiteindelijke resultaat zal, bij invulling van die ene missende dag in de records, beslist niet veel daarvan afwijken. In ieder geval: duidelijk positief blijven t.o.v. De Bilt.

Onze record juli productie hadden we, zoals al in het hoofd artikel gemeld, in juli 2006. Toen had, wederom gehaald uit de historische KNMI data, het nabijgelegen weerstation Valkenburg 107,7% meer instraling dan De Bilt, fors hoger, dus. De instraling in De Bilt was in juli 2018 t.o.v. die in juli 2006 111,7%, dus ook op het vlak van fysieke instraling lijkt dat een record maand te zijn geweest (net als bij het record gemelde aantal zonneuren door het KNMI). Als (kust station) Valkenburg in juli 2006 fors meer instraling had dan De Bilt, en De Bilt in juli 2018 fors meer instraling dan in 2006, kunnen we er voorlopig veilig van uitgaan (dit is uiteraard geen "wetenschappelijk bewijs"), dat in het nabij gelegen kust station Voorschoten in juli 2018 er ook beslist een fors hogere instraling moet zijn geweest dan in Valkenburg in 2006. In de overlap periode van de metingen bij het KNMI (exact: 16 juli 2014 tm. 2 mei 2016), had Valkenburg gemiddeld genomen 5,4% meer instraling dan De Bilt. Voorschoten iets minder, 3,8% (Valkenburg had in de overlap periode 1,6% meer instraling dan gemeten in Voorschoten). Beide kuststations hadden in ieder geval duidelijk meer instraling dan "inland" station De Bilt, wat gezien de duidelijke west-oost instralingsgradiënt in ons land logisch is.

Ondanks dit alles hebben we momenteel qua output van ons zonnestroom systeem (dicht bij Voorschoten én bij Valkenburg gelegen) iets minder opwek vastgesteld in juli 2018, dan in juli 2006. Met beslist fors meer instraling. Uit dit alles concludeer ik nog steeds: de prestaties van ons systeem zijn achteruit gegaan, want met meer zonlicht, hadden we zonder "degradatie" (veroudering / etc.) van het systeem (niet alleen van de zonnepanelen), beslist een hogere productie moeten meten dan in juli 2006.

Natuurlijk, dit alles is géén wetenschappelijk verantwoorde, peer-reviewed publicatie. Maar ik ga er van uit dat er niet van mij verwacht kan worden dat ik als langjarig "self-made zonnestroom amateur" zonder specifieke opleiding in die richting "wetenschappelijk onderbouwde" uitspraken zal (kunnen dan wel mogen) doen. Zeker niet op een social medium als Twitter. M.a.w., het stempel "fake news" wat de heer Fintelman Polder PV wil opdringen, is geheel en al voor zijn rekening. U mag zelf oordelen of die typering raak was, of slechts een niet ter zake doende oprisping in komkommertijd.


(2) Reactie Siderea op stellingname(s)

Per e-mail kreeg ik tijdens een week afwezigheid (5 aug. 2018) nog een andere reactie op het "fenomeen degradatie", en stellingnames alhier (en op Twitter) gebezigd. Ik mocht deze na ruggespraak hier onder weergeven van Rob de Bree van de op de Polder PV website al meermalen aangehaalde monitoring website Siderea.nl. Waar de maand producties van de oudste vier Polder PV panelen al jaren worden gecross-checkt met de prognoses van Siderea's unieke (en door Univ. Utrecht als zeer betrouwbaar bevonden) instralings-model:

"Kanttekeningen bij PPV disclaimer/toelichting degradatie van 2 aug 2018.

Volgens PPV heeft het 4x93 Wp systeem in juli 2006 53,372 kWh geproduceerd (op dat moment een record).
In juli 2018 werd, volgens PPV, met hetzelfde systeem 54,132 kWh geproduceerd (een nieuw record dus).

Volgens de Siderea PV Simulator lag de verwachte opbrengst over juli 2018 4% hoger dan over juli 2006.
Jouw metingen geven 1,4% meeropbrengst. Een verschil dus van 2,6% over een periode van 12 jaar.

Rekening houdend met onzekerheden in berekening Siderea, meetfouten, uitval omvormers, afstand tot meetstations, enz. kun je op basis van deze gegevens niet met 100% zekerheid concluderen dat er sprake is van degradatie".


Aldus Rob de Bree van Siderea.nl. Ik zal voortaan "iets voorzichtiger" over het fenomeen "degradatie" (van zonnepanelen) communiceren, met verwijzing naar onderhavige info-box. Al heb ik nooit beweerd dat ik "degradatie gemeten" zou hebben (PPV).

Zie ook:

Landelijke opbrengst berekening PV juli 2018 (Siderea.nl: bij goede, niet reeds "fors gedegradeerde, zwaar verouderde" PV installaties zoals die van Polder PV, specifieke opbrengsten in die maand mogelijk van 157-163 kWh/kWp bij optimale plaatsing / oriëntatie, en nog steeds een byzonder hoge mogelijke opbrengst van 154-160 kWh/kWp voor "gemiddelde oriëntatie" van de betreffende installaties)

Maandopbrengsten per postcodegebied (maandelijkse overzichten van specifieke opbrengsten, samengesteld door Anton Boonstra op Tweakers forum)

Eerste half jaar 2018 zeer gunstig voor bezitters zonnepanelen (nieuwsbericht Essent, 11 juli 2018)

Bericht Energeia (paywall, 1 aug. 2018; Eneco heeft in België ook zeer hoge zoninstraling gemeten, 20-30% meer dan normaal)

Goede zomer voor zonnepanelen, maar staar je niet blind op cijfers KNMI. Het ene zonne-uur is het andere niet. (Univ. Utrecht, 2 aug. 2018). Wilfried van Sark van Universiteit Utrecht doet nog eens uit de doeken waarom het begrip "zonneschijnduur" niet mag worden verward met "ingestraalde hoeveelheid energie". Een fenomeen wat door Polder PV begin dit jaar al (voor de tweede maal) grafisch werd belicht in zijn analyse van de nationale instralings-data van hetzelfde instituut.


1 augustus 2018: CBS zonnestroom data gereviseerd (2) - marktsegmentatie. In het reeds uitgebreid besproken recente CBS rapport over de eerste resultaten van het compleet nieuwe onderzoek naar (betere) cijfers voor de zonnestroom evolutie in Nederland ditmaal een belangrijk deelaspect. De segmentatie van de door CBS gevonden opgestelde volumes over verschillende sectoren. In de huidige bijdrage wordt ingegaan op (a) correctie marktsegmentatie 2016; (b) ontwikkelingen aantallen, capaciteit, en systeemgemiddeld vermogen bij bedrijfsleven en huishoudens; (c) detail ontwikkelingen in de evolutie van capaciteiten bij verschillende bedrijfs-sectoren. De analyse wordt besloten met een disclaimer.

Hierbij in eerste instantie de oude en de nieuwe resultaten, voor het kalenderjaar 2016.


^^^
KLIK
op plaatje voor vergroting in nieuw venster

In de linker grafiek ziet u de oude stand van zaken, zoals door Polder PV gereconstrueerd uit de door CBS gegeven markt segmentaties per jaar, sedert 2011. Uitgebreid besproken in de analyse van 4 januari 2018, zie aldaar voor inhoudelijk commentaar.

In de rechter grafiek de nieuwe segmentatie die het CBS heeft gereconstrueerd voor 2016 op basis van de compleet nieuwe systematiek van hun cijfer analyses. De schaal is identiek gehouden aan die voor de linker grafiek, zodat de rechter kolom met de "oude cijfers" een op een is te vergelijken met deze nieuwe data. Er vallen hier een paar zaken op.

Ten eerste: er zijn in deze opzet 2 nieuwe "marktsegmenten" toegevoegd door het CBS, die nog niet waren te zien in de oude cijfers. Te weten "Waterbedrijven en afvalbeheer", SBI* code E (in grafiek legenda afgekort tot "Waterbedrijven / AVB", die 9 MWp opgesteld PV vermogen zouden bevatten. En "Delfstoffenwinning" (SBI code: B), die echter het volume "0 MWp" kreeg toebedeeld in 2016. Ik heb deze twee nieuwe categorieën toegevoegd in het rechter diagram. Benamingen van de overige categorieën zijn soms ook iets gewijzigd, ook al zijn deze in de rechter grafiek overgenomen van het linker exemplaar. Bijvoorbeeld, "Energiebedrijven" is in de CBS studie geworden "Energievoorziening", "Diensten" werd "Dienstensector (en onbekend)", en "Huishoudens" is "Woningen" geworden.

* SBI = Standaard Bedrijfsindeling (2008), zie link

Ten tweede: de totale capaciteit is, zoals al besproken in het vorige artikel, flink toegenomen. Van 2.049 naar 2.135 MWp (toename: 4,2%). Dat is beslist fors, maar het CBS doet dat min of meer (voor het geheel aan nieuwe cijfers) af met "De nieuwe methode geeft andere cijfers, al komt het beeld op hoofdlijnen wel overeen", in haar rapportage.

Ten derde: de volumes van de deelmarkt segmenten zijn voor 2016 ook gewijzigd. En wel als volgt, van onder naar boven in de kolommen (meest significante aandeel > minst belangrijke contribuant):

  • Huishoudens 1.340 > 1.261 MWp (-5,9%). Aandelen op totaal volumes 65,4% > 59,1%
  • Diensten 285 > 384 MWp (+34,7%). Aandelen op totaal volumes 13,9% > 18,0%
  • Landbouw (, bosbouw & visserij) 256 > 307 MWp (+19,9%). Aandelen op totaal volumes 12,5% > 14,4%
  • Energiebedrijven (sensu lato !) 99 > 88 MWp (-11,1%). Aandelen op totaal volumes 4,8% > 4,1%
  • Industrie 41 > 58 MWp (+41,5%). Aandelen op totaal volumes 2,0% > 2,7%
  • Bouw (-nijverheid) 28 > 27 MWp (-3,6%). Aandelen op totaal volumes 1,4% > 1,3%
  • Water- en afvalbedrijven 0 > 9 MWp (NIEUW). Aandelen op totaal volumes 0% > 0,4%
  • Delfstoffenwinning 0 > 0 MWp (NIEUW). Aandelen op totaal volumes blijvend 0%.

Opvallend in bovenstaande is dat het aandeel huishoudens met de nieuwe rekenmethodiek van het CBS al is afgenomen in 2016, tot minder dan 60% van het totaal geaccumuleerde volume. Dit zal beslist nog veel minder gaan worden, gezien de enorme ontwikkelingen in de (SDE subsidie gestuurde) projecten markt, die al in 2017 "full-swing" is gegaan (zie verdere segmentatie hier onder).

Ook de verschuiving in de diensten sector is opmerkelijk te noemen, bijna 35% volume extra. Of dit alleen ligt aan het feit dat er in de nieuwe opzet "en onbekend" bij staat, en dus waarschijnlijk ook bedrijven en instellingen betreft die niet aan een van de andere sectoren konden worden toegewezen, is niet duidelijk. Maar deels wel waarschijnlijk. De verschuiving bij landbouw is ook significant, bijna 20% extra volume werd aan deze sector "toegewezen" door CBS in de nieuwe opzet. Daarmee heeft het haar positie in 2016 verder versterkt als derde belangrijkste deelsegment in de Nederlandse markt.

Energiebedrijven verloren, verrassend, ondanks de nieuwe "ruime" omschrijving van deze sector door het CBS (als "Energievoorziening") de nodige ruimte. Er ging ruim 11% aan volume "verloren" aan andere typen bedrijven. Dit kan deels liggen aan het feit dat er ook in 2016 al de nodige lease activiteit van specifieke bedrijven was, waarbij "vreemde daken" gehuurd worden bij andere bedrijven, en bijvoorbeeld er een deal wordt gemaakt voor goedkope groene stroom "van eigen dak". Het CBS stelt dat uit vergelijkingen met de CertiQ database blijkt dat "soms" andere bedrijven ("veelal een energiebedrijf") eigenaar zijn van de PV installatie(s), dan het bedrijf waar de generator zich daadwerkelijk op bevindt. CBS stelt daarbij: "Het definitieverschil leidt voor energiebedrijven tot een verschil in aandeel van 2 procentpunt. Dit is dermate klein dat we dit verschil vooralsnog negeren en alleen uitgaan van de hoofdactiviteit op de betreffende locatie".

Ook mag nog de forse toevoeging van maar liefst bijna 42% in de sector Industrie worden genoemd. Maar het aandeel van die vooralsnog kleine sector was in 2016 nog maar 2,7% (nieuwe cijfers). Dus zelfs een forse relatieve volume wijziging maakt op het geheel weinig impact.

Kennelijk heeft CBS in haar nieuwe analyse het noemen van de twee nieuw toegevoegde sectoren (water / afval bedrijven resp. delfstoffenwinning) relevant gevonden voor het "vergelijkings-jaar" 2016. Alleen eerstgenoemde heeft een bescheiden deel van 9 MWp toebedeeld gekregen in deze nieuwe opzet, de tweede nog niets. Althans, dat is niet helemaal waar, want een (naar beneden) afgerond cijfer. Zie de verdere segmentatie in de evolutie grafiek hier onder.

Tot slot mag, met de keuze van CBS om op de nieuwe cijfer systematiek over te stappen, en met het voorbehoud dat er beslist nog de nodige onnauwkeurigheden in detail kwesties zullen zitten (uitgebreid besproken door CBS in hun rapport), het rechter deel van genoemde grafiek als "de nieuwe status quo" voor de marktsegmentatie voor het jaar 2016 dienen. Zie ook de verdere uitsplitsing in de volgende grafiek. Inclusief voorlopige cijfers voor kalenderjaar 2017.


Uitsplitsing naar sector bij huishoudens en bedrijven op landelijk niveau - historische evolutie

(1) Bedrijven versus huishoudens

Ten eerste is door CBS een splitsing opgegeven in de evoluties van de berekende nieuwe zonnestroom capaciteiten tussen bedrijven en woningen (huishoudens). Ik heb de resultaten, door het CBS in tabelvorm gepresenteerd, in een drietal grafieken voor u weergegeven, want die geven een zeer belangrijk, en interessant beeld weer van de evolutie in die twee grote marktsegmenten weer. De derde grafiek geeft een voor mij zeer belangrijke extra indicator weer, berekend uit de CBS data: de ontwikkeling van de gemiddelde systeemgrootte in de loop der tijd.

In de eerste grafiek de aantallen PV installaties in de nieuwste cijfers van het CBS. Zoals te doen gebruikelijk worden die in absolute zin gedomineerd door residentiële installaties, PV daken bij particuliere huishoudens (woningen). Van het totale aantal, eind 2017 in de voorlopige cijfers van CBS 569.000 PV installaties, nemen de huishoudens met 516.000 systemen met de vinger in de neus "the lead". Met een aandeel van 91% op het totaal. Toch heeft ook het bedrijfsleven niet stilgezeten: eind 2017 zouden er al zo'n 53.000 projecten ("installaties") daar zijn gerealiseerd. Nota bene: het gaat daarbij ook om erg veel kleine projecten. Maar het aantal grote installaties neemt rap toe. Zoals de tweede grafiek laat zien, met de totale capaciteit van de installaties.

Overigens is het aandeel van bedrijven bij de aantallen zelfs wat gedaald. In 2012 lag dat volume op 11,3% van het totaal, in 2017 is het nog maar 9,3%. Verder is ook te zien, dat er zelfs, ondanks reuring over de aankomende wijzigingen in de salderingsregeling voor kleinverbruik aansluitingen, een lichte toename is geweest in de trend in 2017 (voorlopige cijfers). Mogelijk heeft dat deels ook te maken met zeer fors toegenomen activiteit met plaatsingen van duizenden PV installaties in de huursector.

De 516.000 residentiële systemen waar het CBS nu mee komt, ligt iets lager dan mijn eerste afschatting van 534.000 stuks in de grafiek in het hierboven gelinkte artikel over het afscheid van salderen, van 18 juni jl. (zie kader "Intermezzo"). Aan de andere kant was mijn, o.a. op basis van (onvolledige) Klimaatmonitor data gereconstrueerde, tongue-in-cheek schatting, dus slechts ruim 3% hoger dan het huidige CBS cijfer voor dat jaar. Bovendien ligt het nieuwe "officiële" volume nog steeds dik 12% boven de oorspronkelijke inschatting van 460.000 "salderende huishoudens" van destijds nog Ministerie van Economische Zaken voor dat jaar.

Zoals te doen gebruikelijk liggen de kaarten heel anders, als we de evolutie van de geaccumuleerde capaciteit (in MWp) bekijken, zoals in deze tweede deel-grafiek. Hierin is veel meer "balans" tussen de residentiële markt, en het bedrijfsleven te zien. Uiteraard het gevolg van de veel grotere installaties bij bedrijven, én een forse versnelling in de implementatie ervan (zie ook systeemgemiddelde, derde grafiek). Het bedrijfsleven begint zelfs weer langzaam aan in te lopen op de evolutie bij de woning sector, na de tijdelijke "boom-jaren" 2012-2013 in de residentiële sector (Lenteakkoord subsidie effect).

Residentieel groeide van 182 MWp (2012) naar, voorlopig, 1.652 MWp, in 2017. Wat een "Compound annual growth rate" (CAGR) oplevert van gemiddeld 55% per jaar. Het aandeel in de totale capaciteit volumes nam gemiddeld genomen af van ruim 63% (2012) tot bijna 58% (2017), met een kort maximum van 66-67% in 2013-2014 (een gevolg van de "Lenteakkoord aanschaf subsidies" voor particulieren).

PV capaciteit op/bij bedrijven groeide in dezelfde periode van 105 MWp (2012) naar, voorlopig, 1.221 MWp (2017). Hiervan is de CAGR hoger dan bij de residentiële markt ontwikkeling: ruim 63% gemiddeld per jaar! Het relatieve aandeel van de capaciteit nam toe van bijna 37% (2012) naar bijna 43% in 2017. En dit, terwijl het relatieve aandeel bij de aantallen installaties juist is afgenomen (vorige grafiek bespreking). Een zoveelste teken aan de wand, door mij al meermalen in besprekingen van CertiQ rapporten gesignaleerd, dat het met de aantallen projecten bij het bedrijfsleven wel "losloopt". Maar dat die per stuk wel steeds groter worden, en een steeds hogere impact op het totaal gaan krijgen bij de evolutie van de belangrijke parameter capaciteit (opgesteld vermogen).

Nog steeds is residentieel het grootste hoofd-marktsegment. De verhouding residentieel / bedrijfsleven ligt in 2017 op een factor 1,4 staat tot 1. Maar die verhouding zal beslist gaan wijzigen, in het "nadeel" van de residentiële sector.

Wat het totaal betreft (zwarte curve): Deze nam toe van 287 MWp in 2012, naar 2.873 MWp in 2017 (voorlopig cijfer). Een CAGR opleverend van gemiddeld bijna 59% per jaar. Een spectaculair hoog groei percentage, over een periode van 6 jaar gemeten. En het eind is nog lang niet in zicht, "politieke ingrepen in Den Haag" daargelaten.

De laatste grafiek in deze sub-paragraaf laat een voor mij zeer wezenlijke markt factor zien: de evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit in kWp, voor beide marktsegmenten, en voor het totaal. Ik laat al jaren een vergelijkbare ontwikkeling zien bij de evolutie van de bij CertiQ geregistreerde (vrijwel uitsluitend SDE gesubsidieerde) PV projecten. Waaruit kristalhelder de voortdurende schaalvergroting in de projecten markt zichtbaar wordt (zie laatste exemplaar in de juni 2018 rapport bespreking).

De residentiële sector heeft een licht gemiddelde systeemgrootte verhoging laten zien in 2013, maar daarna is er nauwelijk meer "beweging" in gekomen. Deze evolueerde van 2,56 kWp in 2012 naar 3,09 kWp in 2014. En steeg slechts marginaal naar 3,2 kWp in 2017 (25% hoger dan in 2012). Dat heeft alles te maken met de beperkte dakruimte van een gemiddeld genomen "vrij klein" rijtjeshuis in ons land. De vele dakkapellen, ventilatiekokers, en de nog resterende miljoenen (?) schaduwen werpende oude schoorstenen, maken dat er in 2017 slechts een maximum van zo'n 12 panelen van gemiddeld 270 Wp op zo'n "gemiddeld dak" konden worden geplaatst. En de capaciteit van het systeem kan dan alleen nog maar vergroot worden door betere, efficiëntere panelen te kopen. Anno 2018 zijn 280 Wp modules en hoger al gangbaar, er zijn al vaak prijswaardige panelen met vermogens boven de 300 Wp per stuk te koop. Ergo: de groei van het gemiddelde residentiële systeem vermogen zal vooral door die voortgaande module efficiëntie verbetering worden gestuurd. Of je moet "kunstgrepen" gaan toepassen, zoals extra panelen op het vaak beschaduwde schuurdak erbij e.d. Maar dat is niet zeer zinvol, omdat je met 3,2 kWp, en een in veel gevallen volstrekt haalbare 900 kWh/kWp.jaar specifieke opbrengst al op een (nu nog) saldeerbare jaar productie van 2.880 kWh komt. Dat ligt al dicht bij het gemiddelde stroomverbruik (exclusief eigen verbruik van zonnestroom in heel Nederland) van 2.910 kWh per huishouden per jaar, in 2016 (PPV analyse hier).

Uiteraard hangt het sterk af van én het woningtype (zie grafiek in artikel hierboven gelinkt), én, in hoge mate, van het verbruiks-gedrag van het betreffende huishouden, hoe opwek en verbruik zich tot elkaar verhouden. Maar gezien de al behaalde gemiddelde jaarverbruiks-cijfers, is het onwaarschijnlijk dat in het systeemgemiddelde vermogen in de residentiële sector structureel iets gaat veranderen de komende jaren. Verwachting dus, voor residentieel: min of meer flat-line vanaf 2018, of: marginaal stijgend.

Compleet anders is de situatie bij bedrijven. Zoals veelvuldig door Polder PV gesignaleerd, gaat de schaalvergroting daar al jaren in de versnelling. In de grafiek zichtbaar gemaakt als een toename van de systeemgemiddelde capaciteit, van 11,7 kWp in 2012, tot 12,9 kWp in 2014. Daarna "ging het gas er op", vooral vanwege de toen sterk groeiende implementatie van duizenden SDE "+" gesubsidieerde PV projecten. In drie jaar tijd is de systeemgemiddelde capaciteit van alle PV projecten op bedrijven toegenomen naar maar liefst 23 kWp. Bijna het dubbele volume van dat in 2012 (97% hoger). Hier zal voorlopig geen eind aan komen, er staat gigantisch veel PV volume in de pijplijn voor bedrijven met een grootverbruik aansluiting (SDE tabel in artikel van 12 juli jl.), en een aanzienlijk deel daarvan zal gegarandeerd worden gerealiseerd. De verwachting is dus dat die sterk gestegen evolutie lijn flink zal doorzetten. En dat het verschil in gemiddelde systeem capaciteit tussen bedrijven en huishoudens (2017: factor 7,2 maal) fors zal toenemen.

De curve voor alle systemen bij elkaar (zwart) ligt vlak boven die voor de huishoudens. Wat logisch is, de honderdduizenden installaties in die deel-sector zetten een belangrijk stempel op het systeemgemiddelde van de complete populatie. Maar er is al een duidelijke vergroting van het "gat" tussen de twee curves waar te nemen in de loop van de tijd. Een duidelijk extra signaal, dat de evolutie bij het bedrijfsleven begint door te werken in het systeemgemiddelde van alle installaties. Die lag in 2012 nog op 3,6 kWp per installatie. In 2017 is dit al gegroeid naar 5 kWp, 39% hoger (bij residentieel was het 25%, bij bedrijven 97%, zie boven).


(2) Segmentatie PV volumes in de bedrijfs-sector

Het CBS heeft in haar zeer uitgebreide rapportage ook van de in de eerste sub-paragraaf weergegeven data een fijnere verdeling gemaakt voor alleen de bedrijfs-sector. En daarbij evolutie cijfers laten zien voor in totaal maar liefst 21 hoofd categorieën uit de door hen al langer gevoerde SBI index indeling (hoofdletters van het alfabet, A-U, en X voor niet in andere categorieën "plaatsbare" bedrijfs-installaties), en toegevoegd een categorie "onbekend". Deze SBI indeling heeft Polder PV zelf al voor het eerst toegepast op zijn eigen grote PV projecten overzicht met status datum 28 februari dit jaar (analyse), en zal die verder gebruiken bij nieuwe updates van dat overzicht. Deze nieuwe cijfers zijn door het CBS verstrekt voor de kalenderjaren 2012 tot en met 2017, waarbij laatstgenoemd jaar nog wel de nodige wijzigingen mag verwachten. Samengevat in onderstaande tabel met uitleg van de gebruikte lettercodes (SBI indeling, zie overheidscijfers.nl website), en de daar op volgende detail grafiek geconstrueerd door Polder PV.

Zoals ook al eerder door Polder PV opgemerkt m.b.t. zijn eigen overzicht (landbouw: 27% van totaal volume opgenomen projecten claimend), is categorie A, Landbouw (über-)dominant in de nieuwe cijfers van het CBS voor het bedrijfsleven. Deze categorie begon al hoog, in 2012, op 40% van het totale volume, en heeft een hoog aandeel behouden. Al is het vanwege de opkomst van andere deelsectoren wat terug gevallen naar 31% in 2017 (voorlopig cijfer). De absolute volumes zijn ongekend voor deze bedrijfs-sector, volgens de cijfer methode van het CBS: de landbouw sector groeide qua zonnestroom capaciteit van 42 MWp in 2012, tot zelfs al 376 MWp in 2017. Geen enkele andere deel-sector kan daar aan tippen, maar de kenners wisten dit al jaren. Bovenstaande evolutie vertaalt zich in een gemiddeld groeipercentage (CAGR) van 55% per jaar, bij een reeds hoog start volume. Een hoog percentage. Polder PV's jarenlang opgebouwde projecten sheet is "vergeven" van de grote PV projecten op boerderijen, en dat zal voorlopig, wat geaccumuleerde capaciteit betreft, door geen enkele andere sector worden ge-evenaard. Behalve, waarschijnlijk, 1 zeer geduchte concurrent, de grondgebonden zonneparken.

We zien namelijk aan de sector Energiebedrijven, in nieuwe terminologie van het CBS "Energievoorziening", SBI code D, al dat daar een unieke, door geen enkele andere sector ge-evenaarde (noch binnen afzienbare tijd te evenaren) versnelling heeft plaatsgevonden, sedert 2016. Dit correspondeert zeer goed met het verloop van daadwerkelijke realisaties van grondgebonden zonneparken, zoals eerder al getoond door Polder PV (eerste grafiek in sectie zonneparken van het meest recente projecten overzicht). Energiebedrijven en alle gelieerde ondernemingen, als leasende bedrijven die rooftop PV projecten op vreemde daken exploiteren, leveren uiteraard steeds vaker - en steeds grotere - dak projecten op. Maar tegen een paar zeer grote zonneparken is geen kruid gewassen: het volume in deze deel-sector is in zeer korte tijd ge-explodeerd, en overvleugelt de reeds verworven, en nog verder uitgebouwde capaciteit bij de rooftops in hoge mate. Zie ook grafiek schaalvergroting in mijn meest recente projecten overzicht. CBS maakt echter geen onderscheid tussen rooftop en zonneparken in de energie sector, en gooit alles bij elkaar.

Dit alles leidt in de betreffende curve tot een groei van 7 (2012) naar 147 MWp in 2017 (voorlopig cijfer), met de al gesignaleerde versnelling in 2016-2017 als drijvende kracht. Deze sector heeft, samen met sector R (Cultuur, sport en recreatie), het hoogste groeipercentage bij de CAGR berekening voor de periode 2012-2017: gemiddeld 86% per jaar!

Het kan overigens best zijn dat het cijfer voor 2017 nog flink moet worden opgewaardeerd. Polder PV heeft in zijn huidige projecten sheet 137 MWp aan alleen al grondgebonden zonneparken staan als opgeleverd tot en met 2017. Daar moeten alle rooftop projecten die door CBS toegewezen worden aan "Energievoorziening" nog bij. Ik verwacht daarom dat er mogelijk reeds in 2017 opgeleverde zonnepark capaciteit nog niet in de huidige CBS cijfers zit.

Als de trend zo doorzet, en het tempo van daadwerkelijke bouw van grote zonneparken (5 - 50 MWp en nog veel hoger) blijft aanhouden, wat gezien de reeds grote portfolio met SDE ("+") beschikkingen, én de continue berichtgeving over progressie en opleveringen vanzelfsprekend is, zal de sector "Energievoorziening" zelfs binnen niet al te lange tijd een machtsgreep kunnen doen naar de positie van grootste impact makende deelsector in ons land. Daarbij langjarig kampioen PV op landbouwbedrijven (rooftops) naar de tweede plaats verwijzend, zeker als het tempo van de uitbouw daar zou gaan verslappen. Gezien de enorme schaalvergroting die al lang gaande is, is mijn verwachting dat dit beslist gaat gebeuren. Het is overal ter wereld geschied. Nederland zal daarop geen uitzondering zijn. Wat u daar ook van zou vinden.

Door de enorme versnelling van de voorgaande sector, is de voorheen nog 2e deelsector (2016), Handel (SBI code G) al met de nog voorlopig cijfers in 2017 net aan ingehaald. Het is de derde sector geworden. Beslist met respectabele volumes, gegroeid van 9 MWp (2012) naar 142 MWp (2017). Een CAGR van gemiddeld 73% per jaar, zonder meer een bloemetje waard.

Verder is nog noemenswaard de sector Industrie (SBI: C), die van 5 naar 82 MWp groeide in dezelfde periode (CAGR: 78%/jaar). Deze wordt gevolgd door een forse categorie "Onbekend" waar CBS nog geen toewijzing voor heeft kunnen maken (en die buiten de SBI codes valt). Wat in 2017 een fors volume van bijna 60 MWp vertegenwoordigt. 5% van het totale volume tot nog toe opgetekend door CBS.

Onderaan volgt een grote groep deelsectoren die dicht bij elkaar liggen wat geaccumuleerde volumes betreft. Er zijn er een paar bij die de laatste jaren een versnelling laten zien, zoals "Openbaar bestuur en overheidsdiensten" (SBI: O), die vooral door forse activiteit bij talloze gemeentes wordt gestuwd (PV op gemeente gebouwen, vaak met SDE, maar ook al meermalen, al zijn ze vaak bescheiden van omvang, in combinatie met een postcoderoos project). Verder een versnelling in de categorie "Vervoer en opslag" (SBI: H), waar bijvoorbeeld populair wordende (grote) daken op distributiecentra, koel loodsen e.d. onder vallen. En de categorie "Verhuur en handel van onroerend goed" (SBI: L), waar, neem ik aan, de vele projecten op huurcorporatie appartementen complexen en de talloze eengezins-woningen-met-zonnepanelen projecten onder vallen. En talloze andere private initiatieven om - meestal platte - daken van nieuw vastgoed mee te vergroenen.

Er zijn 2 categorieën zonder capaciteit. Het eerder ter sprake komende "Delfstoffenwinning" (SBI: B) blijkt in 2017 een bescheiden volume van 2 MWp te hebben verworven. Maar categorieën "Huishoudens als werkgever" (SBI: T) en "Extraterritoriale organisaties" (SBI: U) hebben nog niets. Uiteraard valt eerstgenoemde eigenlijk (?) onder "huishoudens algemeen", wat nu nog de grootste deelmarkt in ons land is, zie daarvoor de eerste grafieken in deze paragraaf!

In deze "100 procents-grafiek" van de verdeling van de capaciteiten bij bedrijven in 2017 volgens de SBI indeling van onder naar boven in afnemende volgorde de meest belangrijke contribuanten. De drie grootste sectoren, landbouw (A), energievoorziening (D) en handel (G), zijn tezamen goed voor ruim 665 MWp van het totaal (1.221 MWp). Dat is maar liefst (afgerond) 55% van het totaal. In de andere sectoren vinden we veel kleinere volumes terug (zie ook bespreking bij de vorige grafiek).


Disclaimer

Indeling in categorieën volgens de SBI codering blijkt volgens paragraaf 3.5 in het CBS rapport een nogal complexe operatie. Er zijn door koppeling van allerlei data bestanden wel de nodige correcties doorgevoerd, maar niet alle correcties zullen dekkend zijn, en alsnog fouten of mis-interpretaties opleveren. Er zijn immers de nodige complexe eigenaars- en gebruikers- verhoudingen ontstaan in relatie tot PV installaties. CBS stipt diverse probleem velden aan, en de oplossingsrichting die zij hebben gezocht om zo veel mogelijk goed te kunnen toekennen. Alleen al indeling in "bedrijven" versus "woningen" is een ingewikkeld proces, omdat die twee categorieën elkaar niet hard uitsluiten. Denk bijvoorbeeld aan thuis werkende ZZP-ers, maar ook aan fundamentele verschillen tussen zonnepanelen voor centrale voorzieningen op flats (indien woningstichting bekend > "woningen", maar indien grootverbruik aansluiting en woningstichting in info ontbreekt > "bedrijven"), zonnepanelen die (bijvoorbeeld via Stroomverdeler) aan de aparte appartementen worden "toebedeeld", en de grote hoeveelheden grondgebonden huurwoningen met schuin dak die tegenwoordig van zonnepanelen worden voorzien (deze laatsten worden als "woningen" toegewezen, ondanks "eigendom van woningcorporatie", zelfs al is in veel gevallen het aangebrachte PV systeem eigendom hetzij ook van de corporatie, of van een derde, ontzorgende partij). Er blijft ook nog een onbevredigende "rest" post over, waarover het CBS het volgende zegt ("KB" is hier "kleinverbruik aansluiting"):

"Wanneer geen enkele informatie uit KB bedrijven of KB woningen is gekoppeld en de gebruiksfunctie van het verblijfsobject is woning wordt de installatie bij woningen ingedeeld, bij andere gebruiksfuncties bij bedrijven. Wanneer helemaal geen informatie beschikbaar is worden installaties vanuit PIR en BTW als woning ingedeeld en installaties vanuit CertiQ bij bedrijven."

Extra complicaties treden op als installaties op wooncomplexen door derden worden geïnstalleerd en beheerd, en de stroom (grotendeels) in het betreffende complex wordt verbruikt (dan wel "verkocht"). Er zijn al verschillende vormen van eigendom en gebruik van de PV installaties gangbaar in ons land. Dit leidt ook tot de nodige complicaties bij de toewijzingen. Ook zijn er onjuiste indelingen van sommige deel-categorieën (bij typering O en J gaan regelmatig toewijzingen fout). CBS gaat daar op eigen wijze mee om, zo blijkt uit de duiding in de betreffende paragraaf. Een van de oplossingsrichtingen is te zoeken naar indeling van de gesignaleerde PV capaciteit naar de SBI code van de gebruiker van de opgewekte stroom (lees: hoofdgebruiker, in veel gevallen zal namelijk beslist nog een - fors - deel het net op gaan). Dit zou beter aansluiten bij de energie statistieken die CBS al langer voert. Maar of het een bevredigende oplossing is, blijft de vraag.

Polder PV deelt zijn projecten in op basis van de bedrijfs-functie van de lokatie waar het project is uitgevoerd (die is in de meeste gevallen bij Polder PV bekend). Wat er dan vervolgens met de opgewekte elektriciteit, en/of met de daar aan te koppelen garanties van oorsprong (GvO's) gebeurt is een heel ander verhaal. Daar op "indelen" lijkt me nogal tricky. Ook gezien de constante wijzigingen op de elektriciteitsmarkt, waarbij weer hele andere "verhoudingen" kunnen gaan ontstaan, in relatief korte tijd. Denk bijvoorbeeld aan massale opkopers van aan zonnestroom opwek gerelateerde GvO's - die een steeds hogere waarde zullen krijgen, zeker buiten de middag-spits. Aan power purchase agreements van zonneparken. Die per stuk ook soms weer zeer complexe eigendoms-verhoudingen hebben, en binnen no-time - zelfs in delen - kunnen worden doorverkocht aan andere partijen. Aan postcoderoos segmenten die tegenwoordig als onderdeel van dergelijke zonneparken worden opgetuigd (maar van de Belastingdienst daar fysiek gescheiden van dienen te blijven). Of aan toekomstige projecten met bijvoorbeeld gedeelde buurt-accu's, waar "collectief opgewekte zonnestroom" in kan worden opgeslagen - en op enig moment weer verbruikt. Zonnestroom afkomstig van zowel particulieren, als van bedrijven. En wat je allemaal nog meer niet kunt verzinnen op dit gebied.

Ondanks al deze probleem punten, is bovenstaande indeling van het CBS het beste wat er tot nog toe is, waar ongetwijfeld op detail niveau nog de nodige vraagtekens over open blijven staan. Daar zal zeker nader aandacht aan besteed gaan worden. Perfect krijgen ze het waarschijnlijk toch nooit. Wat te maken heeft met de onwaarschijnlijk talloze mogelijkheden om zonnestroom in te zetten, in en buiten de gebouwde omgeving. Dat maakt "indelen" van capaciteit per "sector" gewoon erg lastig. Gaarne deze complicaties in het achterhoofd houden bij het kennis nemen van de nu gepresenteerde segmentatie van zonnestroom capaciteit per SBI code.

Deel 1 van analyses nieuwe CBS statistieken zonnestroom (Polder PV, 31 juli 2018)

Zonnestroom (extern: onderzoek CBS naar nieuwe cijfers PV statistieken Nederland, 22 juni 2018)

 
 
 
© 2018 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP