zonne-energie forever!
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:

1 januari 2018 en recenter nieuws

Voor belangrijke "highlights" voor ons PV-systeem, zie pagina nieuws_PVJSS22.htm

Voor een selectie van interessant nieuws over andere duurzame energiebronnen en gerelateerde zaken:
zie duurzame energie nieuwspagina

Het zonnestroom/zonne-energie nieuws op Polder PV is slechts een zeer bescheiden greep uit de lawine aan informatie die inmiddels de dagelijkse realiteit is. De laatste jaren is eigen research steeds belangrijker geworden, en diepgaande analyses, waarvan u de resultaten op deze site zult terugvinden, vreten tijd. Derhalve is er geen tijd meer voor "kattebelletjes" over het enorme aanbod aan zonnestroom nieuws. Voor een goed beeld van de actuele ontwikkelingen gelieve u te vervoegen bij het dicht op de sector zittende Solar Magazine onder de redactie van Edwin van Gastel.

Het nieuws is een selectieve, persoonlijke, vaak ongezouten en kritische beschouwing van
actuele ontwikkelingen in de zonne-energie branche

"Met het overnemen cq. becommentariëren van persberichten uit de energiesector moet je heel erg uitkijken. Voor je het weet kom je aan niets anders meer toe, en ben je feitelijk onbetaald in dienst van het bedrijfsleven getreden zonder dat je het in de gaten hebt. En ben je een speelbal geworden van de gevestigde orde."

Polder PV webmaster brainwave tijdens bezinnings-rondje, 26 mei 2011

"Without energy nothing works, nothing is possible ...
The time of energy wars has begun."

Hermann Scheer 14 oktober 2010 [obituary], in MIT lezing California


<<< recenter

actueel 142 141 140-131 130-121 120-111 110-101
100-91
90-81 80-71 70-61 60-51 50-41>>> highlights


 
^
TOP

11 januari 2018: CertiQ december 2017 rapportage 2. Import / export groencertificaten, warmte dossier. Hoge import stroom GvO's - 7,1 TWh. In het tweede deel van de analyse van het december rapport van CertiQ van vorig jaar (deel 1 hier) de import/export cijfers van garanties van oorsprong, en kort het warmte dossier. De unieke dynamische grafiek die de variërende contributie van GvO's voor elektra per land, voor import Nederland in toont, is ook bijgewerkt.

Import / export GvO's

Hier onder vindt u weer de import- en export staatjes voor garanties van oorsprong (GvO's) van CertiQ, met de door mij berekende aandelen per optie (percentages in geel, bovenaan), en per land (idem in blauw/rood, rechts), t.o.v. de totalen aan geïmporteerde resp. ge-exporteerde GvO's. Er is voor een zéér substantieel volume aan GvO's ingevoerd, in december 2017, ruim 7 TWh.


^^^
Tabel zoals verschenen op 3 januari 2018 op de CertiQ website. Percentages berekend door Polder PV.

De landen die als "grootste GvO exporteur naar Nederland" kunnen worden bestempeld wijzigen meestal met de maand. In december was het ditmaal de "relatieve nieuwkomer" Spanje wat net aan even kampioen mocht zijn, met 17,9% totaal aandeel. In maart 2017 was het land ook al de grootste verstrekker van groene papierwaren aan Nederland. Het land verscheen, als relatieve "laatkomer" voor zo'n grote natie, pas in september 2016 voor het eerst in de CertiQ staatjes. Het overgrote merendeel van de Spaanse certificaten kwamen uit windenergie, slechts 1,1% kwam uit de hydropower centrales daar. De bijna 1.247 GWh aan wind certificaten uit het mediterrane land was zelfs, opvallend, het aller grootste volume bij de Nederland in geïmporteerde wind GvO's. Alleen het welbekende Denemarken (1.045 GWh), en op afstand Italië (820 GWh) konden nog een beetje volgen. Door de gezamenlijke contributie van wind GvO's uit maar liefst 9 landen, cumuleerde het totaal aandeel van die modaliteit in ruim 3,8 TWh, 54,4% van het totaal aan ons land geïmporteerde certificaten in de laatste maand van 2017. Daar staat tegenover dat hydropower 39,5% aandeel claimde, biomassa 3,1%, en zonnestroom GvO's 2,7% bijdroegen. Het grootste deel van de zonnestroom GvO's stamde uit Italië, en een zeer klein deel uit - wellicht voor u verrassend, maar er staan de nodige grote PV projecten daar - Tsjechië. Byzonder ditmaal is dat ook geothermie GvO's wat "mochten" bijdragen, 0,3% van het totaal. Die komen uit de thermische centrales op IJsland - wat geen fysieke elektrische verbinding heeft met het Europese subcontinent.

Drie landen volgden Spanje op de voet met de relatieve aandelen op het totaal: "Oudgediende" Noorwegen (16,6%), Italië (15,2%), resp. Denemarken (14,9%). De rest van de landen aandelen lag op (Zweden) tot onder de 10%. Groene stroom super mogendheid Duitsland leverde in december uitsluitend een zeer bescheiden volume aan GvO's uit biomassa installaties aan Nederland, 167 GWh. Dat is slechts 2,4% van de totale import, Nederland in. Voor een verklaring van die lage volumes, zie de november rapportage.

Het hoge totaal aan Nederland in geïmporteerde zon-GvO's, 188,3 GWh zou, bij 2.910 kWh/HH.jr (plm. 243 kWh/HH.mnd), theoretisch bezien, in december ongeveer het stroomverbruik van 776.500 normaliter 100% "grijze stroommix" afnemende huishoudens kunnen hebben "vergroend". Dit komt nog eens bovenop de ongeveer 0,03 TWh (= 30 GWh) die in Nederland met eigen PV installaties zou zijn opgewekt in die maand, volgens de berekeningen van En-Tran-Ce (dec. 2017 rapport alhier, pagina 12).


Totale import GvO's

Absoluut bezien is de import van GvO's t.o.v. de voorgaande maand spectaculair toegenomen, van 2,3 TWh in november tot bijna 7,1 TWh in december 2017. Een groei van 209% ! December is "traditioneel" de maand met de hoogste import, kennelijk omdat er dan nog even snel aan wat "verkochte groene stroom compensaties" gesleuteld moet worden om de boekhouders - en de controlerende autoriteiten gerust te stellen. Hiermee werd de 5,4 TWh in december 2016 in ieder geval ver overvleugeld. Maar zijn ook de import volumes van GvO's in de 2 voorgaande jaren deels met vlag en wimpel gebroken. In december 2015 was het nog 6,9 TWh, in december 2014 6,0 TWh. We moeten helemaal terug gaan naar december 2013 om een nóg hogere import (meer dan 8 TWh) te vinden (zie grafiek in gereviseerd jaar rapport over dat jaar bij CertiQ).

In historisch perspectief bezien waren de - soms fors fluctuerende - import volumes per maand als volgt (okt. 2016 - dec. 2017):

Okt
Nov
Dec
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Import per mnd (TWh)
4,2
1,4
5,4
4,2
4,3
4,4
2,7
2,2
1,9
2,8
<1,8
2,0
2,8
2,3
7,1

Bovengenoemde 7,1 TWh aan import van groene papierwaren in 1 maand tijd is het equivalent van ongeveer 6% (!) van de fysieke jaarlijkse stroom consumptie in ons land (laatst bekend: 119,6 TWh in 2016). Om een andere vergelijking te gebruiken: die 7,1 TWh aan groene papier import is het equivalent aan een factor 1,8 maal de normale totale jaarproductie van kernsplijter Borssele. Die echter langdurig in onderhoud was (april - juli 2017, zie slides 56-59 in dit rapport van En-Tran-Ce), vorig jaar, en dus veel minder zal hebben geproduceerd. Dat dit volume (weer) zo hoog is, heeft ongetwijfeld te maken met het rap "vergroenen" van bestaande (fysiek grijze) stroom contracten. Niet alleen bij burgers (die ontwikkeling is al jaren gaande). Maar vooral, bij het bedrijfsleven. En daar gaat het niet om maar een paar duizend kWh per jaar, maar al gauw om tienduizenden tot vele malen meer kilowatturen. Dan gaat het hard bij de "druk" op de beschikbare GvO's. En dus "moet" er massaal extra "groen" worden geïmporteerd...

Verschuivingen in het "12 maanden taartdiagram" t.o.v. het exemplaar voor november. Italië, wat al langer de eerste plaats ten koste van Noorwegen heeft ingenomen, verloor weer wat van haar voorsprong. In dec. 2016 21,7% > 19,3% in november > 16,9% in december 2017.

Het aandeel van Noorwegen, in de juli 2017 rapportage voor het eerst niet meer het hoogste aandeel, is weer licht gegroeid t.o.v. november: dec. 25,5% 2016 > 14,2% in november > 15,0% in december 2017. Denemarken verstevigde haar voorsprong op haar Scandinavische collega: dec. 2016 16,3% > 14,8% in november > 15,2% in december 2017.

Frankrijk, waarvan de positie sedert januari 2016 enige tijd stabiliseerde rond een zeer lage 8,6%, groeide gemiddeld genomen met wisselende toenames en afnames naar 12,1% in november, maar viel weer terug naar 11,4% in december 2017. Waardoor haar lange positie op de derde plaats fundamenteel in het gedrang is gekomen, en deels al is voorbij gestreefd, gezien de ontwikkelingen bij Spanje en Zweden. Zweden, wederom abusievelijk niet in de legenda weergegeven door CertiQ (onderaan toegevoegd door Polder PV), ging aanvankelijk van 7,5% (januari 2016) naar 10,2% in november, en wist Frankrijk reeds bij te halen met een gelijke 11,4%, eind 2017. Relatieve nieuwkomer Spanje, aanvankelijk van een half procent, via 1,1% (januari 2016), evolueerde sterk verder omhoog. Heeft, zoals eerder door Polder PV voorspeld, met haar in juli bereikte 8,1% Finland ingehaald, en is inmiddels op de vierde plaats beland na Noorwegen, van 10,2% in november fors verder groeiend naar 12,9% in het december 2017 rapport. België (4,2% in dec. 2017, een terugval van 5,2% in november) zit met de rest van de andere landen onder de 5%. Relatieve nieuwkomer Tsjechië, links bovenaan zichtbaar geworden als zeer smal segment, bleef steken met 0,3% op de teller. Ook bemerkenswürdig: de toename van 1,0 (nov. 2017) naar 1,4% aandeel door Europees groene stroom productie kampioen Duitsland, waarmee het het hoogste aandeel in haar historie behaalde (tot nog toe). Alsmede het sterk terug gevallen aandeel van Oostenrijk: van 3,1% in november tot nog maar 0,6% in de december 2017 rapportage. Dat was niet eerder zo laag (laagste sedert juni 2016: 2,8% in maart 2017). Ook Slovenië bereikte met 0,3% aandeel een dieptepunt. Kroatië heeft tot nog toe nog geen GvO's geleverd aan Nederland.


Verschuiving GvO import naar land van herkomst

Het continue verschuiven in de verdeling van de GvO's over de landen had Polder PV in de januari bijdrage van 2017 voor het eerst grafisch al verder uitgediept. Zie aldaar voor de (statische) grafieken en toelichting. Polder PV gaat nog een stapje verder met de extensie van de dynamische grafiek die voor het eerst bij de analyses vanaf de februari rapportages voor 2017 werd opgemaakt.

Om deze verschuivingen wat beter zichtbaar te maken, heeft Polder PV van de afgelopen 19 maandelijkse rapportages, waarbij Nederland als "zelf-importerend land" uit de basis cijfers is gegooid door CertiQ (sedert het juni 2016 rapport), een animatie gemaakt. Tsjechië, nieuw ingetreden bij CertiQ, is voor het eerst in de update van juli 2017 toegevoegd. Het filmpje is als een oneindige "loop" getoond, met een pauze aan het eind van de reeks. De rangschikking is met België telkens bovenaan beginnend (blauw), en kloksgewijs de landen volgorde alfabetisch afwerkend, via Italië onderaan (donkergrijs), uiteindelijk eindigend met Zweden (geel):


Voor een uitgebreide toelichting op de jaarcijfers van CertiQ, import, export, en "consumptie" van groene stroom certificaten in eigen land ("afboekingen"), zie de details in een vorige bespreking. Goed is in de animatie te zien dat Noorwegen haar langjarige leiders-positie in juli kwijt raakte aan Italië en nog verder in aandeel heeft moeten inboeten. En dat ook Zweden haar aanvankelijk prominente plaats zag afzwakken in de loop van de tijd, maar recent weer aangroeide. Verder is goed de snelle groei van Denemarken en, later, van Spanje te zien als belangrijke nieuwe contribuanten aan de GvO import, Nederland in. Denemarken heeft inmiddels haar Scandinavische collega Noorwegen ingehaald. Frankrijk blijft ook een belangrijke contribuant, maar fluctueert qua absoluut aandeel.

In de afgelopen 12 maanden inclusief december 2017 werd volgens CertiQ voor een volume van maar liefst 38.248 GWh, aan GvO's Nederland in geïmporteerd, weer fors hoger dan in november. Over de afgelopen 15 maanden heb ik de wijzigingen in die import van een jaar op een rijtje gezet (omvang import Garanties van Oorsprong in TWh):

Okt
Nov
Dec
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Import 12 mnd. (TWh)
39,2
37,6
36,4
35,6
38,8
40,6
40,3
39,6
38,2
35,6
36,8
37,2
35,8
36,7
38,2
Wijziging
-1,5%
-4,1%
-3,2%
-2,2%
+9,0%
+4,6%
-0,7%
-1,7%
-3,5%
-6,8%
+3,4%
+1,1%
-3,8%
+2,5%
+4,1%

Het niveau tm. december is een forse 4,1% procent hoger dan in de 12 maanden tm. het november rapport, en ligt weer op het niveau van juni. In de periode van 12 maanden tm. november 2017 werd er, met nog voorlopige cijfers voorhanden, slechts voor ruim 15,5 TWh fysiek aan eigen opwek (op eigen bodem, inclusief de Noordzee) van stroom uit hernieuwbare bronnen gerealiseerd. Een equivalent van slechts 42% van het volume aan import GvO's tm. november (36,7 TWh) werd in eigen land opgewekt. Zelfs al moet er nog het nodige volume aan fysieke opwek bijgeschreven worden in toekomstige updates, het gat tussen eigen groene productie, en de import van GvO's voor het vergroenen van onze voornamelijk gas/steenkolen gevoedde stroommix, blijft onverminderd groot.


Export

Het "detail" plaatje voor de export van GvO's in december. Veel simpeler dan dat voor de import.

In december werd weer een groot volume aan GvO's Nederland uit ge-exporteerd, 676 GWh, veruit het hoogste volume in 2016-2017 (zie pdf CertiQ, eerste jaar rapport 2017). We moeten naar 2014 terug gaan om (nog veel) hogere niveaus terug te zien (zie grafiek in pdf CertiQ, gereviseerd jaar rapport 2015). Toen handelde Nederland nog levendig met elders opgekochte, en voor een beperkte (?) winst weer doorverkochte GvO's richting België (en Noorwegen). Het laagste niveau in 2017 was, op "exceptioneel" maart (4,2 GWh) na, april (77 GWh).

Tijdens het regelmatig stuivertje wisselen tussen de lange tijd enige overgebleven "export kandidaten" was het in december alweer Noorwegen wat de meeste groene papierwaren "retour" mocht ontvangen, 551,8 GWh, 82% van het totaal. België kocht een groot deel van de rest van het totale volume van 676 GWh aan certificaten (12,5%), maar ook nu weer deed "grootproducent" in groene stroom zaken Duitsland een greep uit het Hollandse export mandje, 5,9% van het totaal (40 GWh).

Ook in december kwam het grootste deel van de export GvO's weer van biomassa, bijna 66% van het totaal. Wind-certificaten claimden bijna 34%. En er werden zelfs enkele "kostbare" zonnestroom GvO's ons fossiele land uit ge-exporteerd, 5 GWh, goed voor 0,7% van de totale export. De ratio export / import van GvO's is in december, ondanks het zéér grote import volume, weer fors afgenomen t.o.v. november, tot 9,6% (676 / 7.055 GWh). Hoe dat het afgelopen jaar is verlopen toon ik in het volgende tabelletje (percentages berekend met aangegeven waarden, hoeveelheden weergegeven in Terawattuur; 1 TWh = 1.000 GWh):

Okt
Nov
Dec
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Export per mnd. (TWh)
0,18
0,13
0,22
0,27
0,19
0,004
0,08
0,11
0,12
0,11
0,28
0,24
0,19
0,29
0,68
Import per mnd (TWh)
4,2
1,4
5,4
4,2
4,3
4,4
2,7
2,2
1,9
2,8
<1,8
2,0
2,8
2,3
7,1
Exp / Imp verhouding
4,3%
9,3%
4,1%
6,4%
4,4%
4,4%
3,0%
5,0%
6,3%
3,9%
16,0%
12,0%
6,8%
12,6%
9,6%

Onderaan in de tabel / figuur het taartdiagram voor de laatste 12 maanden, waarbij, ondanks dat een deel van de certificaten weer richting België en Duitsland ging, het aandeel van Noorwegen weer verder is toegenomen. Het nam in de reeks vanaf november 2016 toe van 48% naar ruim 79% in november 2017, en in december ging het zelfs over de 81% heen. Het aandeel van België daalde van 54% (oktober 2016) naar ruim 13% in november 2017, tot zelfs ruim 11% in december. Zweden kwam in een keer op de derde plaats vanwege de contributie in augustus 2017, maar daalde verder naar 4,9% van totaal. Duitsland sluit de rij met landen die "iets" ontvingen, de afgelopen 12 maanden, met, gezien de nieuwe afname in december 2017, een verdere stijging naar 2,7% van het totaal.

Over de laatste 12 maanden gemeten is het aandeel van alle andere landen nihil gebleven. In die periode van een jaar blijft het export volume, 2.554 GWh tm. december (wel weer behoorlijk gestegen t.o.v. de 2.098 GWh tm. november 2017), nog steeds een zeer bescheiden deel t.o.v. de totale import van GvO's in dezelfde periode (38.348 GWh, eerste taartdiagram in dit artikel): 6,7%. Dat was in november nog 4,8%, in oktober 5,4%, in september 5,2%, in augustus 4,8%, in juli 4,3%, in juni 4,1%, in mei 4,0%, in april 3,7%, en in januari was het 4,2%. Dus zelfs al is die ratio gemiddeld genomen wel wat verder gestegen, en blijft ze dat ook doen: Nederland blijft, uniek in Europa, nog steeds massaal netto importeur van "papieren groenheid".


Warmte incl. thermische zonne-energie - novum

In het separaat verschenen "warmte equivalent" maandrapport blijkt het aantal projecten biomassa verwerkende installaties te zijn toegenomen, van 259 naar 263 stuks. Netto bezien ging dat aantal van 4 nieuwe biomassa projecten gepaard met een toename van ruim 181 MWth aan duurzame warmte producerende capaciteit (van 1.599 MWth naar ruim 1.780 MWth). Een forse toename, met een gemiddelde capaciteit van ruim 45 MWth per nieuw (biomassa) project.

In totaal hebben de - ongewijzigd - 14 geregistreerde geothermie installaties een geaccumuleerde capaciteit van ruim 215 MWth. Met een gemiddelde systeem capaciteit van ruim 15 MWth per stuk.

Nieuw: thermische zonne-energie bezet nieuwe plek bij CertiQ
Nieuw in de statistiek info van CertiQ is, dat voor het eerst in de historie ook apart een categorie "Zon" in het warmte dossier is opgenomen in de december rapportage. Er zijn nu 10 gecertificeerde thermische ZE (zonne-energie) projecten geregistreerd, die een totaal vermogen hebben van 3,37 MWth. Zie nieuwe plaatje van CertiQ, hier onder. Daarmee komt bij de opgestelde capaciteiten eind 2017 de verdeling uit op 89,2% voor biomassa, 10,8% voor geothermie, en nog een bescheiden 0,2% voor thermische zonne-energie projecten (NB: alleen de gecertificeerde, er staat in Nederland natuurlijk veel meer zonnecollector capaciteit: zie de bijgewerkte statistiek van het CBS voor de kleine installaties tot 6 m², en de totale impact op de energie productie, in vergelijking met de evolutie bij PV (zonnestroom).

Er stond al langer een plaatje met aantallen installaties klaar voor thermische zonne-energie (zie ook evolutie plaatje augustus rapport). Dat heeft nu een update gekregen bij CertiQ:


Bron: CertiQ maandrapport dec. 2017

Het aantal ZT installaties is eind december 2017 op 10 gekomen (oranje-gele kolommen, linker Y-as), opgestelde capaciteit (rode lijn, rechter Y-as): bijna 3,4 MWth. Gemiddeld genomen bijna 340 kWth per installatie. Nog niet zo heel erg groot, maar dat gaat beslist stijgen als met SDE subsidies beschikte projecten verder uitgerold gaan worden. De 21 installaties beschikt in de voorjaars-ronde van SDE 2017 hadden een gezamelijk vermogen van 12 MWth, en dus gemiddeld genomen al een capaciteit van 571 kWth per stuk.

Productie "warmte uit HE bronnen"
De tot nog toe geregistreerde hoeveelheid (gecertificeerde) duurzame warmte, waarvoor ook door CertiQ "warmte GvO's" worden verstrekt, kwam over de laatste 12 maanden tm. november op een warmte equivalent van 3.202 GWh, 6% meer dan de 3.022 GWh in het november rapport, maar nog steeds iets minder dan de 3.240 GWh in de oktober rapportage. Gezien dit nog "jonge" dossier, kan er nog een hoop daadwerkelijk geproduceerde energie bij gaan komen, omdat de rapportage verplichtingen vooral op het gebied van warmte complex zijn, en veel tijd kosten. Onder de door CertiQ getoonde progressie grafiek in het maand rapport staat dan ook een expliciete disclaimer, "De grafiek ... laat gedurende het lopende kalenderjaar ... altijd slechts het totaal van productiecijfers zien dat door CertiQ is ontvangen en vastgesteld". Genoemde hoeveelheid duurzaam geproduceerde warmte is in ieder geval energetisch bezien het equivalent van bijna 21% van de bijna 15,5 TWh (el.) die in de laatste 12 maanden tot en met november 2017 bij elektriciteit "duurzaam" werd geregistreerd volgens het al vele jaren lang lopende vergelijkbare dossier bij CertiQ.

(Voorgaande) analyses van maand rapportages CertiQ, door Polder PV:

2017:
Jaaroverzicht 2017 (eerste, voorlopige jaar rapport - intro resp. grafische uitwerking)
December 2 import/export GvO's, warmte - huidige artikel)
December 1 (focus op evolutie zonnestroom)
November 2 (import/export GvO's, warmte)
November 1 (focus op evolutie zonnestroom, bijna 650 MWp geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in databank)
Oktober 2 (import/export GvO's, warmte)
Oktober 1 (focus op evolutie zonnestroom)
September 3 (... majeure neerwaartse correctie van cijfers zonnestroom in eerste rapport vanwege fouten netbeheerder en onoplettendheid CertiQ !)
September 2 (import/export GvO's, warmte)
September 1 (focus op evolutie zonnestroom, spectaculaire, voorheen ongekende record toevoeging gecertificeerde PV capaciteit ... zie verder deel 3 !)
Augustus 2 (import/export GvO's, warmte)
Augustus 1 (focus op evolutie zonnestroom, wederom nieuw maandelijks productie record / GvO evolutie zonnestroom)
Juli 2 (import/export GvO's, warmte)
Juli 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw maand record aantal netto toegevoegde PV installaties)
Juni 2 (import/export GvO's, warmte)
Juni 1 (focus op evolutie zonnestroom, nieuw maand productie record / GvO's zonnestroom)
Mei 2 ( import/export GvO's, warmte)
Mei 1 (focus op evolutie zonnestroom; doorbreking 500 MWp accumulatie, nieuw maand productie record)
April 2 (import/export GvO's, warmte / thermische zonne-energie)
April 1 (focus op evolutie zonnestroom; maandrecord uitgegeven aantal GvO's zonnestroom)
Maart 2 (import/export GvO's en warmte)
Maart 1 (focus op evolutie zonnestroom)
Februari 2 (import/export GvO's en warmte; primeur - dynamische weergave import GvO's)
Februari 1 (focus op evolutie zonnestroom)
Januari 2 (import/export GvO's en warmte)
Januari 1 (focus op evolutie zonnestroom; record toename capaciteit/mnd)

2016:
December
November
Oktober
Augustus-September
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari

Eerdere jaren: 2015 zie links onderaan november rapportage 2017; zie verder voor oudere artikelen overzichten via index (vrijwel altijd aan begin van de maand bespreking nieuwe CertiQ maandrapport)

Statistische overzichten CertiQ (extern)


 
^
TOP

6 januari 2018: CertiQ jaaroverzichten - samenvatting en voorlopige stand van zaken 2017. Aan het begin van het jaar publiceert CertiQ de eerste cijfermatige overzichten van het afgelopen jaar. Deze geven een eerste beeld van de stand van zaken van gecertificeerde elektriciteit (en sedert veel kortere tijd ook warmte) productie. Dit is echter een eerste schatting, waarbij de resultaten voor de maand december nog deels ontbreken. Later worden die hiaten opgevuld. Een majeure revisie van de eerste - voorlopige - cijfers wordt meestal een half jaar later gepubliceerd. En zelfs nog later kunnen - meestal kleinere - wijzigingen worden doorgevoerd in de jaarcijfers. Zelfs van eerdere jaren.

Polder PV heeft alle gereviseerde jaar rapporten en de laatst bekende cijfers bij elkaar gezocht, en daar aan de eerste, nog zeer voorlopige cijfers voor 2017 bij gevoegd. En van het resultaat overzichten gemaakt van de evolutie van de accumulatie en de jaargroei van de aantallen, en van de capaciteit van de gecertificeerde PV projecten in de CertiQ databank. Daarbij geeft de webmaster van Polder PV ook de segmentaties over de project groottes, zoals destijds op zijn verzoek door CertiQ opgenomen in de jaar rapportages.


^^^
Klik op plaatje voor uitvergroting

Hier boven weergegeven de door Polder PV gereconstrueerde grafiek met de jaargroei van de nieuwe (netto) aantallen gecertificeerde PV installaties, per grootte klasse. Uitleg en meer grafieken worden verder gegeven in het nieuwe jaaroverzicht van de gecertificeerde zonnestroom data van CertiQ, tot en met de eerste cijfers voor 2017:

Evolutie gecertificeerde PV systemen en capaciteit in jaar rapportages CertiQ (tm. 2017)

 


 
^
TOP

5 januari 2018: Laatste maand rapport CertiQ 2017 - gemiddelde groei, eind 2017 672 MWp gecertificeerde PV capaciteit geaccumuleerd. In het laatste maand rapport van 2017, dat voor december, officieel geopenbaard op 3 januari in het nieuwe jaar, gaf bij CertiQ voor gecertificeerde zonnestroom capaciteit een gemiddelde groei te zien van bijna 23 MWp. Daarmee kwam het totale PV vermogen in het CertiQ register op 672 MWp. Er werden netto 119 nieuwe gecertificeerde PV projecten toegevoegd in de laatste maand van het jaar. Het gaat om nog voorlopige cijfers die later kunnen worden bijgesteld, net als in eerdere maand rapportages van de TenneT dochter. Vergeleken met de gereviseerde cijfers voor het jaar 2016, zou er met deze eerste publicatie in het jaar 2017 een record netto nieuw (minimaal) volume van 246 MWp gecertificeerde PV capaciteit zijn bijgekomen, een stijging van 22% t.o.v. de groei in 2016. Wat aantallen betreft was de toename een stuk minder groot, 1.441 netto gecertificeerde PV projecten toegevoegd in 2017, wat 2,6% meer was dan de netto toevoeging in 2016. In dit artikel de grafische analyse van het laatste maandrapport, met als zwaartepunt de wijzigingen bij gecertificeerde zonnestroom genererende installaties.

Wat de maandelijkse toevoegingen (of: tijdelijke afnames) van aantallen installaties betreft, rode curve, met als referentie de rechter Y-as, zijn er in november "netto" 119 nieuwe PV projecten bij gekomen. Ongeveer een gemiddeld niveau t.o.v. de trend in de laatste vijf maanden. Nog steeds fors minder dan het opvallende maand record van (netto) 445 nieuwe PV projecten in juli 2017. Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten.

De accumulatie is te zien aan de gele curve (referentie: linker Y-as) die, na het "plateau" in 2013-2015, de laatste 2 jaar opvallend is gaan stijgen. De nieuwe cijfers in de laatste maand rapportages geven weer een wat minder sterke toename te zien. De curve geeft eind december, met de voorlopig laatste cijfers voor 2017, een accumulatie van 14.430 gecertificeerde PV projecten in de database van CertiQ (gemarkeerd data punt rechts bovenaan).

De volgende grafiek toont de resultaten bij de aantallen in de vorm van per kalenderjaar gegroepeerde maanden, om de verschillen tussen de jaren goed te kunnen weergeven:

Uit bovenstaande grafiek, die het jaar 2017 voorlopig afrondt, blijkt duidelijk, dat er per jaar grote verschillen zijn opgetreden tussen de maandelijkse rapportages onderling, en dat soms zelfs negatieve groei mogelijk is geweest (met name in de periode van "verplichte her-inschrijvingen bij CertiQ", 2013-2015). Voor een overzichtje van de effecten van jaar tot jaar, zie de bespreking van het sep. 2017 rapport. In oktober 2017 nam het aantal netto bijschrijvingen (98) weer toe t.o.v. het lage niveau in september (71), in november werd dat aantal nog groter (164), maar in de laatste maand, december, werden netto "slechts" 119 nieuwe projecten toegevoegd aan het jaar totaal. Gemiddeld genomen is het niveau daarmee in het kalenderjaar 2017 voorlopig op 158 nieuwe installaties per maand gekomen. Althans, volgens de maand rapportages.

Als we echter het gereviseerde jaar rapport van CertiQ voor 2016 nemen (hierin zijn de oude cijfers voor dat jaar bijgesteld), en het voorlopige eind cijfer voor 2017, komt de jaar toename in 2017 voorlopig op 1.441 stuks uit. Wat slechts 2,6% hoger ligt dan het niveau in het voorgaande jaar, 2016 (groei op basis van definitieve jaar rapporten: 1.404 netto). Daarmee zou het voorlopige maand gemiddelde in 2017 op slechts netto 120 nieuwe installaties per maand komen te liggen. Over een half jaar wordt een revisie van de jaarcijfers voor het jaar 2017 verwacht, die deze getallen nog flink kunnen gaan bijstellen.

De laatste jaren zijn de nieuwe aantallen per maand gemiddeld genomen wel veel lager dan de toevoegingen in de jaren dat er nog veel residentiële installaties doordrongen tot de burelen van CertiQ, met name in 2009-2011. Die kleine residentiële projectjes hadden allemaal subsidie beschikkingen uit de regelingen SDE 2008 tm. SDE 2010 ("categorie klein"). Met de introductie van het SDE "+" regime in 2011 is de "ondercap" verhoogd naar 15 kWp, en is er later ook nog een verplichte grootverbruik aansluiting in de regeling opgenomen. Waardoor zelfs particulieren met forse dak-ruimte geen schijn van kans meer maakten om nog (op individuele basis) een SDE aanvraag te kunnen doen.

Dat er desondanks weer "aardige" groei volumes van de aantallen bij CertiQ geregistreerde projecten zijn te zien is voor een aanzienlijk deel te wijten aan de lopende realisaties van omvangrijke volumes onder de diverse SDE "+" regelingen beschikte PV projecten (voor overzicht beschikkingen en "officiële" realisaties, zie meest recente analyse van RVO cijfers). De grootste groei zit hem echter niet in het "aantal" installaties, maar met name in het opgestelde vermogen wat daarmee wordt ingebracht. Dat stijgt spectaculair, zoals we hier onder zullen zien, en heeft alles te maken met het feit dat het om (gemiddeld en absoluut) véél grotere PV projecten gaat dan wat enkele jaren geleden "gebruikelijk" was voor Nederland.


In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit om substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. In december werd netto 22,7 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd, waarmee het op de 6e plaats is gekomen in de reeks voor 2017. Daarmee ligt het vrijwel op het maandelijkse gemiddelde voor 2017, (inclusief december bijna 22,8 MWp/mnd, groene stippellijn). De afstand tot het equivalent over het gehele kalenderjaar 2016 (rose stippellijn, plm. 16 MWp/mnd) is daardoor vrijwel gestabiliseerd met de december toevoeging. Het gemiddelde ligt in 2017 bijna 43% hoger dan het niveau van dat in voorgaand jaar.

Bovenstaande is het beeld op basis van de cijfers uit de maand rapportages. Die kunnen echter achteraf worden bijgesteld, en dat is tot nog toe ook daadwerkelijk altijd geschied. Als we weer het gereviseerde jaar rapport van CertiQ voor 2016 nemen (hierin zijn de oude cijfers voor dat jaar bijgesteld, EOY geaccumuleerd gecertificeerd PV volume 426,0 MWp), en het voorlopige eind cijfer voor 2017 (672,0 MWp), komt de jaar toename in 2017 voorlopig op 246,0 MWp uit. Wat, i.t.t. de "matige" groei bij de aantallen installaties, maar liefst 22% hoger ligt dan het niveau in het voorgaande jaar, 2016 (groei op basis van definitieve jaar rapporten: ruim 192 MWp netto). Daarmee zou het voorlopige maand gemiddelde in 2017 op slechts netto 20,5 MWp per maand komen te liggen. Bijna tien procent onder het niveau zoals volgt uit de separate maand rapportages over dat jaar (grafiek). Voor een definitief oordeel moeten we wachten op de over een half jaar door CertiQ te publiceren revisie van de jaarcijfers voor het jaar 2017. De verwachting is, dat die cijfers fors zullen worden bijgesteld.

Wederom is hier de impact van de implementatie van de SDE regelingen, die steeds grotere beschikte projecten genereren, goed terug te zien. Wel is het zo, dat een groot zonnepark van ruim 14 MWp mogelijk niet, gezien de omvang van het maandvolume, in het cijfer voor december 2017 terecht is gekomen, maar beslist wel in die maand is opgeleverd volgens mijn informatie. Als dat klopt, zou ik verwachten dat dat volume in de komende januari rapportage verwerkt zou moeten worden. Aangezien CertiQ geen data vrij geeft over individuele projecten, blijft dat helaas giswerk. Het is echter wel zeer relevant voor correcte statistieken - het betreffende zonnepark heb ik dan ook zelf "officieel" voor 2017 ingeboekt (netkoppeling is eind vorig jaar geschied).

Gemiddelde capaciteit PV projecten in december

Als we uitgaan van "relatief weinig uitstroom" uit de CertiQ bestanden, en de maandelijkse netto toevoeging van 119 nieuwe installaties, met genoemde 22,7 MWp netto nieuwe capaciteit combineren, zou hier uit resulteren dat een "netto nieuw toegevoegd project" in de december update een gemiddeld systeem vermogen zou hebben van 191 kWp per stuk, slechts marginaal lager dan de 194 kWp in het november rapport. Dat is het equivalent van een "groot" rooftop project, van ongeveer 707 moderne kristallijne 270 Wp panelen per installatie. Aangezien het hier om een gemiddelde gaat, zitten er natuurlijk ook (veel) grotere projecten bij. Er worden al vaker forse rooftop projecten van vele honderden kWp tot soms zelfs 1 of zelfs "enkele" MWp-en aan het net gekoppeld. Zoals het recent opgeleverde grootste Nederlandse "single-roof" PV project met 15.318 multi-kristallijne zonnepanelen (ruim 4 MWp), op het enorme platte dak van Rhenus Contract Logistics op industrieterrein Ekkersrijt in Son en Breugel (NB), door KiesZon.

Voor het overige worden er stapsgewijs grote grondgebonden zonneparken opgeleverd, zoals het reeds eerder genoemde exemplaar, die het maandgemiddelde flink omhoog kunnen stuwen. Als ze tenminste als "administratief opgeleverd" in de betreffende maand worden opgenomen in het CertiQ register. Daar kan beslist een vertraging van een maand, of wellicht zelfs langer in zitten.


Na het bereiken van de halve GWp aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit in het rapport van mei 2017 ging de groei verder, en na de heftige "correctie" t.a.v. het september rapport, op een behoorlijk consistent, gemiddeld hoog niveau in de laatste maand rapportages.

De enorme versnelling in het CertiQ dossier, sedert de nazomer van 2015 (juni: 129,5 MWp), is kristalhelder in deze al jaren door Polder PV geactualiseerde grafiek. De gecertificeerde PV capaciteit heeft bij CertiQ inmiddels een omvang bereikt van 672,0 MWp. Een factor 30,5 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En er zal nog heel veel op gaan volgen, gezien de enorme SDE subsidie portfolio's die er op het vlak van zonnestroom al eerder zijn beschikt door RVO. Verhevigd door de enorme toevoeging van de eerste SDE 2017 ronde (4.386 beschikte projecten met een nieuwe record omvang van 2.354 MWp, analyse Polder PV hier). En ongetwijfeld verder versterkt door een nog onbekend volume aan te beschikken projecten binnen de 26 oktober jl. gesloten najaars-ronde voor SDE 2017. Waarvoor wederom een zeer hoog bedrag van 6 miljard Euro was klaargezet, maar waarvan waarschijnlijk ook zeer veel uitval van de 5.456 aangevraagde PV projecten in fase 3 valt te verwachten gezien de enorme overtekening van het budget, ongeveer halverwege fase 2. De tussenpozen tussen het bereiken van een nieuwe "100 MWp" grens bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar in ieder geval steeds korter geworden (afstand tussen de vertikale blauwe stippellijnen in de grafiek). En lijkt te zijn gestabiliseerd rond het niveau van begin 2017.

De rode lijn in de grafiek is de "best match" voor een trendlijn. Ik heb deze gewijzigd van een vierde- naar een vijfdegraads polynoom sinds het oktober rapport, omdat deze een betere match met de gerapporteerde maand resultaten gaf te zien.

CertiQ data - vergelijking met vorig jaar

In de bijbehorende besprekingen ben ik al ingegaan op de aangepaste vergelijkingen van de maand data met de gegevens van de herziene rapportages voor het jaar 2016. De verwachting is, dat er beslist nog enkele forse bijstellingen kunnen gaan plaatsvinden. Niet zo opvallend hoog voor de aantallen projecten in 2017, maar beslist wel fors voor de nieuwe capaciteiten in MWp. Mogelijk moet er nog het e.e.a. aan volume verwerkt worden door CertiQ, wat gezien de extreme dynamiek in de markt helemaal niet vreemd is.

Enkele extra factoren kunnen hierbij nog een groei percentage verhogende rol gaan spelen: (1) Zoals reeds meermalen gezegd, zijn diverse grote zonnestroom parken (met SDE "+" subsidie beschikkingen) in aanbouw, waarvan een deel mogelijk nog in december 2017 opgeleverd zou kunnen zijn, maar wat nog niet bekend is gemaakt. Dat tikt aan bij de toegevoegde MWp-en bij CertiQ. (2) Gezien de "last chance" om nog legitiem oude SDE 2014 beschikkingen te verzilveren, is de verwachting dat beschikking houders nog zullen hebben geprobeerd om hun projecten nog voor de jaarwisseling afgerond (netgekoppeld) te krijgen. Ik heb eind vorig jaar regelmatig opleveringen van projecten met SDE 2014 beschikking gezien, en ik kan er beslist de nodige nog hebben gemist. (3) Meestal worden de data die in de jaar rapportages van CertiQ voorkomen later behoorlijk omhoog bijgesteld. Zo bleek het totaal geaccumuleerde gecertificeerde volume bij PV in 2016 7% hoger te zijn geworden in de revisie dan in het eerste jaaroverzicht voor 2016 werd weergegeven (399 MWp werd 426 MWp). Mijn verwachting is dus, dat de jaargroei in 2017 beslist nog wel hoger kunnen gaan uitpakken dan hierboven geschetst. Daarvoor moeten we echter wachten op de revisie van de cijfers over 2017, die we pas medio 2018 van CertiQ zouden kunnen gaan vernemen. Wettelijke verplichtingen om hard onderbouwde statische (detail-) rapportages over zonnestroom capaciteit te publiceren zijn afwezig in ons land. Verder zijn de administratieve procedures bij de diverse instanties tijdrovend, en ook historische bijstellingen laten helaas zeer lang op zich wachten. Dit alles maakt voorspellen van "de PV markt" in Nederland zo vreselijk moeilijk. Zelfs al gaat het over de realisaties in het laatste jaar.


Aandeel CertiQ t.o.v. "CBS totale PV capaciteit" sterk gegroeid sedert 2014

Omdat er nog geen nieuw rapport is verschenen bij En-Tran-Ce sedert de vorige bespreking (overzicht rapportages, november 2017, p. 11: 2.540 MWp), moeten we hier nog uitgaan van de status voor die maand. Het Groningse onderzoeks-instituut rekent, met nieuwe inzichten, sedert de juni rapportage dit jaar, met een gemiddelde toevoeging van 50 MWp per maand (daarvóór werd 40 MWp/mnd groei gehanteerd van de nationale markt). Met het voor november gerapporteerde volume bij CertiQ (669 MWp accumulatie), zou er bij de TenneT dochter eind van die maand dus al bijna 26% van die veronderstelde nationale capaciteit daar bekend staan als "gecertificeerd vermogen".

Als we december 2014 als ijkpunt van vóór de versnelling bij CertiQ gebruiken (118,6 MWp volgens gereviseerd jaar rapport 2014, wat 4,6% hoger ligt dan de 113,4 MWp in de eerder gepubliceerde, "voorlopige" december rapportage voor dat jaar), en het CBS cijfer ernaast leggen (1.048 MWp, zie grafiek in mijn recentste artikel over CBS stats), komen we voor dát jaar op een verhouding van slechts ruim 11% uit! Ergo: eind november 2017, bijna 3 jaar later, is dat aandeel van CertiQ capaciteit bij zonnestroom met ruim een factor 2,3 toegenomen, een ronduit opmerkelijke groei. Een trend die waarschijnlijk gaat doorzetten, als de residentiële markt "relatief matig" groeit / blijft groeien (zie 2e grafiek in artikel over markt segmentatie). En de (grote) projecten markt daarentegen versneld groter zal gaan worden. Uiteraard meestal met forse SDE "plus" beschikkingen op zak, die in grote hoeveelheden zijn toegekend de afgelopen twee jaar.


Systeemgemiddelde capaciteit
Met de blijvend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, wederom met een "best fit" 5e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam afgelopen maand verder toe, van 45,4 kWp (eind november) naar 46,6 kWp gemiddeld voor alle eind december bij CertiQ bekende (grotendeels SDE-gesubsidieerde) projecten. Dit is een factor 8 maal het gemiddelde begin 2010. En is al een factor 3,1 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn).

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de december rapportage lag op een véél hoger niveau, 191 kWp. Dat is wat lager dan het niveau in oktober (302 kWp gemiddeld), maar blijft substantieel. Dit hoge niveau wordt structureler, omdat er steeds meer zeer grote (druppelsgewijs ook grondgebonden) projecten worden opgeleverd.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben. Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ.


"Niet SDE projecten" bij CertiQ
Zie hiervoor het commentaar bij het augustus rapport in een vorige verslag.


Gecertificeerde productie weer seizoens-gerelateerd omlaag, maar nog steeds "hoog"

De accumulatie van de (gecertificeerde) PV capaciteit (magenta curve) is terug te vinden op de linker Y-as. Daarbij horen de rode 100 MWp interval lijnen.

Na het record volume van maar liefst 69,5 GWh aan Garanties van Oorsprong door CertiQ aangemaakt voor zonnestroom in juli (apart gemarkeerd data punt met rode rand), is met het verstrijken van de zomer in augustus tot en met november weer een - logische - terugval te zien. In deze maanden wordt normaliter al minder zonnestroom geproduceerd dan in de voorgaande zomerse maanden (zie recent ververste procentuele overzicht van het kern-systeem bij Polder PV). Met de tot nog toe vastgestelde uitgifte van 17,7 GWh aan productie GvO's in november 2017, lag dat niveau alweer bijna 41% lager dan het volume in oktober (29,8 GWh). Het waarschijnlijk later nog aan te passen volume voor november 2017 is daarentegen reeds ruim 65% meer dan dat gerapporteerd voor november 2016 (10,7 GWh). Deze resultaten vindt u terug in de blauwe curve (referentie: rechter Y-as).

De "winterdip" van 2016-2017 ligt alweer een stuk hoger dan die van 2015-2016, vanwege forse tussentijdse groei van de gecertificeerde PV capaciteit, en de meer-productie van die nieuwe installaties bovenop de output van de al bestaande projecten. Te verwachten valt dat, door de aanzienlijke tussentijdse capaciteits-toevoegingen bij CertiQ in 2017, die "dip" in de huidige winter alweer flink hoger zal komen te liggen (verwacht minimum net als in voorgaande jaren december, te publiceren in komend maand rapport). Let op dat de GvO productie grafiek een maand achter loopt bij die voor de toegevoegde capaciteiten. En ook, dat zeker de recenter gepubliceerde volumes achteraf altijd nog - meestal relatief bescheiden - aangepast kunnen gaan worden. De vorm van de curve kan dan ook nog enigszins gaan wijzigen (in ieder geval: een gladder verloop krijgen).

De eerder genoemde record productie in de maand juli (tot nog toe "geteld"), 69,5 GWh in een maand tijd, is het equivalent van het gemiddelde maandelijkse stroom-verbruik van ruim 286.500 gemiddelde Nederlandse huishoudens (2.910 kWh/HH.jr anno 2016 volgens StatLine van CBS, dat is nog exclusief het op landelijk totaal bezien nog relatief verwaarloosbare eigen verbruik van zonnestroom).

Uiteraard is het gecertificeerde volume tot nog toe slechts een blijvend klein onderdeel van de totale, onbekende Nederlandse zonnestroom productie. Die inmiddels mogelijk (maximaal) het 4-voudige van de productie bekend bij CertiQ zou kunnen omvatten, dus het equivalent van het (elektra) verbruik van zo'n 1,1 miljoen Nederlandse huishoudens. Echter, de capaciteit toename van de CertiQ bijschrijvingen groeit snel, zoals we dit maandrapport voor de zoveelste maal hebben kunnen vaststellen. Het is te voorzien dat een steeds groter aandeel van de totale fysieke zonnestroom productie in ons land afkomstig zal zijn van die rap groeiende, bij CertiQ bekend wordende populatie van - soms zéér grote - SDE gesubsidieerde PV projecten.


Gecertificeerde PV capaciteit en gecertificeerde zonnestroom productie per jaar volgens (gereviseerde) jaar overzichten CertiQ

Omdat er weer een jaar, zei het voorlopig, is afgesloten, wordt het weer de hoogste tijd om de resultaten van de talloze rapportages van CertiQ op een rijtje te zetten. Ik heb daartoe alle laatst bekende, af en toe bijgestelde data van de TenneT dochter uit de (gereviseerde) jaar rapportages bij elkaar gezet. En wel voor de jaarlijks toegevoegde capaciteiten voor zonnestroom, alsmede de daarmee gepaard gaande, door CertiQ uitgegeven Garanties van Oorsprong (GvO's), die de fysiek bemeten productie van de geaccumuleerde capaciteit per kalenderjaar weergeven. Tot en met 2016 lijken de data nu "min of meer gesetteld" te zijn. Al zijn toekomstige revisies beslist nooit uit te sluiten. Voor 2017 kunnen we alleen de aller-eerste beschikbare data weergeven. Hierbij dient beseft te worden, dat de GvO registratie altijd een maand achterloopt, dus het resultaat voor 2017 is sowieso nog maar voor de accumulatie tot en met november. Daar zal dus beslist nog het nodige aan volume bij gaan komen, zoals dat tot nog toe voor alle eerdere jaargangen is geschied. Evenals latere correcties, die we ook regelmatig in revisie rapporten zien langskomen (meestal: opwaartse bijstellingen betreffend).

In het kleine grafiekje (blauwe kolommen) de nieuwe capaciteit aan gecertificeerde PV installaties per kalenderjaar, zoals geregistreerd door CertiQ, volgens de laatste stand van zaken (gereviseerde jaar rapportages). Met een duidelijke, zeer forse toename van de volumes vanaf 2015, voorlopig culminerend in 246 MWp nieuwe capaciteit in 2017. Een volume, wat later nog beslist bijgesteld zal gaan worden, vandaar kolom rand gestreept weergegeven. Het gemiddelde over alle getoonde jaren is 45 MWp nieuw volume per jaar geweest (gearceerde kolom achteraan). NB: de eerste SDE regeling startte in 2008, de veel significantere volumes brengende "SDE+" regelingen begonnen met de SDE2011 in 2011. Er zit altijd forse vertraging tussen het beschikkings-jaar, en de feitelijke implementaties (en dus: uiteindelijke registratie bij CertiQ). Mede daarom bestaat een substantieel volume van de kalenderjaren 2015 tm. 2017 uit (deels) ingevulde beschikkingen uit het "voormalige recordjaar" 2014. Toen oorspronkelijk een volume van 883 MWp werd toegekend, met een hoge basisprijs.

De hoofd grafiek geeft de per kalenderjaar uitgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong weer (in gele kolommen), in GWh per jaar, wat gelijk staat aan de fysieke productie van de bij CertiQ geregistreerde totaal volumes. Ook hiervoor geldt, dat de resultaten tot en met 2016 redelijk zijn geconsolideerd (laatst bekende volumes uit gereviseerde jaar rapporten). De productie voor 2017, nu al bijna het dubbele volume voor 2016 (550 versus 322 GWh), is slechts bekend tm. november dat jaar. En zal dus nog flink worden aangepast in komende jaar rapportages (vandaar ook kolom rand gestreept). Het langjarige gemiddelde (2007-2017, gearceerde kolom achteraan) is al gestegen naar 112 GWh/jaar. Duidelijk is dat 2017 daar het veelvoudige van heeft opgeleverd, zelfs al met de voorlopige resultaten. Met klem wordt hier gewezen op het feit dat het om echt fysiek bemeten producties gaat (met geijkte bruto productie meters). Wat een compleet ander verhaal is dan de continue afschattingen van het CBS met behulp van altijd aanvechtbare "gemiddelde parameters", voor het totale volume aan PV capaciteit in ons land. Zie daarvoor de laatste afschatting in het artikel van 21 december 2017, en bekijk ook de recentere afschattingen van het Energieopwek portal van En-Tran-Ce hier onder.


Landelijke zonnestroom en andere duurzame productie - berekend
Voor het destijds - conservatief berekende (!) - nationale zonnestroom dagproductie record op de Energieopwek.nl site van 1 juni verwijs ik naar de korte bijdrage in de bespreking van een vorig maandrapport. Voor overige "records" in dat portal, zie de analyse van het september rapport. De hoogst behaalde, berekende "momentane" (piek) vermogens bij zonnestroom, die zeer kort zullen zijn aangehouden waren per maand dit jaar als volgt (sommige data zijn in recentere versies aangepast op basis van nieuwe inzichten en berekenings-methodieken):

Max. output zonnestroom (MW)
Jan.
Feb.
Mrt.
Apr.
Mei
Jun.
Jul.
Aug.
Sep.
Okt.
Nov.
Dec.
2017
607
(22e)
685
(24e)
1.175
(27e)
1.437
(30e)
1.587
(26e)
1.617
(1e)
1.555
(9e)
1.437
(7e)
1.220
(3e)
895
(15e)
636
(6e)
409
(17e)
2018
279*
(1e)

* Voorlopig hoogste resultaat in januari 2018 vóór publicatie van dit artikel

Op de vermeende, breed in de Nederlandse media rond-getoeterde (en van een uitspraak van een Eneco medewerker na-gekwaakte) "record dag" 21 juni 2017, was het volgens de laatste cijfers van En-Tran-Ce slechts 1.515 MW (6,3% minder, en bovendien ook nog minder dan de twee in bovenstaand overzichtje weergegeven record dagen in mei en juli).

Intermezzo - stroom productie records En-Tran-Ce portal Energieopwek.nl

Het vorige "totaal output record windstroom + zonnestroom + elektra opgewekt via biogas", van 3 augustus 2017 (ongewijzigd max. 5.189 megawatt vermogen, na 4 uur 's middags, toen het zeer hard waaide bij zeer zonnig weer), is sindsdien nog niet verbeterd. Wel kwam 11 september aardig in de buurt (max. 4.974 MW). Op 5 oktober lag dat maximum bij harde wind iets lager (4.862 MW). Op 23 november werd, na een al winderige start op de voorgaande dag, een momentane output bereikt van 4.308 MW in de vroege middag. De zon staat in de wintermaanden te laag om bovenop het windaanbod bij harde wind nog veel verschil te kunnen maken. Op die dag droeg PV slechts maximaal 214 MW bij aan de gezamenlijke "duurzame" output (3 berekende opties). Ook de feestdagen in de winter van 2017 waren memorabel. Tijdens Tweede Kerstdag (26 dec. 2017) veroorzaakte een al vanaf de 25e woedende flinke storm midden op de dag in combinatie met (stabiel) biogas en een beetje "winterse" zonnestroom prik extra een piekje van 4.211 MW. 30 december piekte op 4.228 MW, de laatste dag van het jaar haalde nog een kort maximum van 4.186 MW. De eerste dag van het nieuwe jaar werd zelfs in de vroege nachtelijke uren met alléén wind en biogas 4.154 MW afgetikt (!), gevolgd door een iets hoger piekje met de bijkomende zonnestroom opbrengst midden op de dag (4.171 MW). Tijdens de eerste storm van het nieuwe jaar, Eleanor, op 3 januari, moest vanwege de voorspelde zware windstoten veel windturbine capaciteit uit voorzorg worden afgeregeld, waardoor geen nieuwe max. gehaald kon worden. Pas nadat alles weer veilig kon "roteren", werd in de namiddag toch nog 4.150 MW op de teller gezet na het maximum van de depressie.

Hogere waarden dan hierboven genoemd kunnen we verwachten bij de eerstvolgende flinke storm zonder al te extreme (afregeling veroorzakende) windstoten, gezien de hoge impact van windenergie op de totale output in het portal. Al zijn de hoogste waarden tot nog toe in combinatie met relatief hoge berekende opbrengsten zonnestroom gerealiseerd, "ongeveer midden op de dag". Aangezien we nu in een periode van structureel weinig zon zitten (winter), zal het extreem hard continu moeten waaien om vergelijkbare potentiële pieken terug te zien. Zeer waarschijnlijk moeten we voor een volgend "vermogens-record" een eerstvolgende voorjaars-storm afwachten, als de inmiddels flink toegenomen zonnestroom capaciteit voor een voldoende hoge extra ondersteunende piek zorg kan dragen halverwege de dag.

Energie productie equivalenten
Op de website van Energieopwek.nl vindt u naast de getoonde vermogens-pieken ook de energie productie die per dag wordt terug gerekend naar "een hypothetische stad met x aantal inwoners". Zie uitleg van Martien Visser van Hanzehogeschool (drijvende kracht achter data / integratie via En-Tran-Ce) op de NVDE website (bericht 9 nov. 2016) hoe die berekening in zijn werk gaat (en info venster, rechts onderaan op site knop gebruiken). Tot nog toe heeft bij alleen de modaliteit zonnestroom, qua energie opbrengst berekend over een hele dag, in 2017 14 juni het record, met een equivalente energie opwek voor de verzorging van "een stad met 161.436 inwoners". Dat record zal pas weer in 2018 verbroken worden, aangezien we midden in de sombere winter verkeren. Ter vergelijking met voornoemd juni record: de meest productieve dag in november 2017 was de 6e, toen door de PV installaties berekend een energie productie equivalent van de consumptie van "een stad met 37.475 inwoners" werd bereikt. In december 2017 was het nog maar 19.584 bewoners-equivalenten, op de 17e. Dat is een factor 8,2 maal zo weinig dan het record op 14 juni 2017.

Voor alle drie de (momenteel bekende) modaliteiten wind + zon + biogas bij elkaar zijn de record dagen natuurlijk vooral in stormachtige periodes te vinden. 3 dagen in oktober sprongen ver boven de "middelmaat" uit, met equivalente energie producties voor de energie huishouding van steden met 885 duizend tot bijna 900 duizend inwoners. Maar de records tot nog toe door Energieopwek.nl vastgelegd vinden we in een stormachtige periode in de tweede week van september, goed voor het energieverbruik voor 918 duizend (13 sep.), tot zelfs ruim een miljoen huishouden equivalenten, op 11 september. In november was het de constant zeer wind-rijke 22e met de hoogste dagelijkse energie productie uit genoemde drie bronnen, goed voor de voorziening van "een stad met ruim 958.000 inwoners" (exclusief niet elektrisch vervoer en andere niet genoemde energie modaliteiten). In december 2017 was het de 25e, Eerste Kerstdag, met bijna 942.000 bewoners-equivalenten (be's). Het nieuwe jaar trapte goed af: 3 januari werd al een dagelijks productie maximum berekend van ruim 982.000 be's.

In de Energieopwek.nl grafiek zijn dat soort "record" dagen te herkennen door een zeer brede, hoge (blauw gekleurde) band gedurende een groot deel van de dag bij de opwek van wind-energie, die dan de hoogste impact heeft in dit soort staatjes.

De berekeningen van het Groningse onderzoeks-instituut En-Tran-Ce zijn gebaseerd op o.a. aannames over de opgestelde capaciteit in ons land, zeker wat het opgestelde PV vermogen betreft. Bij windstroom en biogas zijn de cijfers makkelijker en zeer actueel te verkrijgen, het gaat daarbij om relatief geringe aantallen. Zonnestroom capaciteit is een compleet ander verhaal: er zijn enkele honderdduizenden installaties (zie ook analyse), en de groei blijft ook op dat vlak fenomenaal. Daarnaast blijven de statistiek rapportages over PV bar slecht, al doet Polder PV continu pogingen om er beter zicht op te krijgen wat de zeer belangrijk wordende projecten markt betreft. M.i. zijn de aannames voor zonnestroom capaciteit, ook al zijn ze opwaarts bijgesteld, mogelijk nog steeds enigszins conservatief, omdat het met name bij de SDE projecten hard gaat de afgelopen twee jaar. Zie ook commentaar in een voorgaande maandrapportage.

De berekeningen van En-Tran-Ce lieten voor de maand juni 2017 een zonnestroom productie van ongeveer 0,3 TWh zien, voor heel Nederland (juli was marginaal minder, mei nog iets lager). Dat zou volgens hun eigen berekeningen 35% hoger liggen dan het niveau in juli 2016. De werkelijke productie zal waarschijnlijk wat hoger hebben gelegen (er staat mogelijk meer capaciteit dan En-Tran-Ce suggereert). Maar genoemde 0,3 TWh is dus al een factor 4,3 maal de 69,5 GWh aan GvO's die (tot nog toe bekend / gepubliceerd) door CertiQ zijn afgegeven voor de bij hen bekende gecertificeerde PV installaties in de nieuwe "record" maand juli 2017.

Voor de maanden oktober en november heeft En-Tran-Ce inmiddels een (nationaal) zonnestroom productie volume van 0,10 TWh resp. 0,07 TWh afgeschat. Voor oktober zou dat 24% hoger zou zijn dan in dezelfde maand in 2016. Voor november zou het 25% zijn geweest (voor En-Tran-Ce rapportages zie de website).

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV), Energieopwek.nl (landelijk berekend voor Energieakkoord), en "Renewable Energy in The Netherlands" maand rapportages (En-Tran-Ce / Energy Transition Centre, Groningen)


 
^
TOP

4 januari 2017: CBS updates 3. Marktsegmentatie zonnestroom sector 2011 - 2016. Naast talloze andere bijgewerkte energie data, publiceert het CBS sedert enkele jaren ook een zogenaamde "maatwerk tabel" over zonnestroom. Ook ditmaal werd dat onopvallende tabelletje gepubliceerd "in de luwte" van het overige energie geweld, en was het aanvankelijk zelfs niet te openen. Nadat ik het CBS daar op had gewezen, werd met wat moeite alsnog een correcte, geactualiseerde versie geproduceerd. Deze tabel is tot nog toe de énige "officiële" poging om te proberen iets van segmentatie te laten zien in de geaccumuleerde capaciteit aan PV systemen in ons land. In het huidige artikel doe ik voor u weer de laatste stand van zaken uit de doeken, met uiteraard een tijdreeks om de laatst bekende cijfers (over 2016) in perspectief te plaatsen. Ook al lijkt de residentiële markt, ondanks nog steeds een forse groei, in relatieve zin wat afgekoeld t.o.v. eerdere jaren, er stond volgens de berekeningen van het CBS eind 2016 maar liefst 1,34 GWp opgesteld, op daken van burgers. De diensten sector is flink aangetrokken in 2016, en passeerde landbouw wederom met nieuw toegevoegde capaciteit.

Voor de eerdere artikelen over de nieuwe CBS cijfers, zie "definitieve eindstand 2016", resp. "vergelijking impact thermische zonne-energie en PV".

In deze samenvatting presenteer ik twee grafieken en twee van de vier tabellen die ik van een update heb voorzien of nieuw geïntroduceerd. Voor een uitgebreide analyse van de nieuwe - en afgeleide - data, zie de aparte webpagina hier onder gelinkt.

Grafiek

Voor de zes jaren dat CBS nu de cijfers heeft gepubliceerd in haar jaarlijkse maatwerktabellen zijn hier de 6 door het statistiek instituut onderscheiden marktsegmenten gestapeld weergegeven, met de totale eindejaars-accumulaties vetgedrukt in cijfers bovenaan de kolommen. Het grootste marktsegment voor het jaar 2016 staat onderaan, de kleinste bovenaan, de diensten sector is nu (weer) wat groter dan het landbouw segment, volgens de laatste inzichten van het CBS. De residentiële sector mag, zo blijkt wel weer, blijvend als "de dragende zuil" van onze zonnestroom markt worden gezien, met een geaccumuleerde capaciteit van 1.340 MWp eind 2016, nog steeds 65% van het totale volume van (zeer recent bijgesteld) 2.049 MWp.

De bovenste drie segmenten hebben bij elkaar een nog relatief gering aandeel van ruim 8% (168 MWp) op het geheel van 2.049 MWp, eind 2016. Dat is wel iets meer dan de bijna 6% in het voorgaande jaar, dus er zit wel iets meer groei bij die drie kleinste sectoren. De sector "energiebedrijven" is in 2016 zelfs fors gegroeid (zeer ruime verdubbeling, zie tabellen). Nadat in de periode 2012-2013 er een (kennelijke) stagnatie was in die sector. Het segment "industrie" groeide redelijk, van 27 MWp in 2015 naar 41 MWp, een groei van 52%. Wat natuurlijk logisch is, want als daar al iets wordt geplaatst, gaat het vaak al om forse installaties.

De bouwsector blijft tot en met 2016 nog steeds een beetje achter de feiten aan hobbelen, en had volgens deze CBS segmentatie toen nog maar 28 MWp staan. Slechts 1,3% van het totaal en marginaal beter dan in het voorgaande jaar. Het is te voorzien dat dit aandeel wel gaat groeien (al in 2017), omdat de bouwsector heftige tijden beleeft, en er al heel vaak hele huizenblokken van (enkele tot dakhelft vullende) zonnepanelen worden voorzien. Soms met NOM concepten, waarbij via aparte dochters van bouwbedrijven contracten worden aangegaan met de bewoners. Ook hier weer de vraag: hoe worden dergelijke projecten ingedeeld bij het CBS? Als "residentieel", of (deels) via NOM concepten (met energieprestatievergoeding contract - EPV) onder "bouwsector", of, wellicht, indien een huurcorporatie de EPV regelt, de "dienstensector" ?

Zeer opvallend is, dat, zoals trouwens eerder al door mij tijdens enkele The Solar Future conferenties voorspeld, de dienstensector ook in 2016 weer flink is gegroeid. Dit is inclusief de op dit vlak zeer actieve gemeentes, die massaal SDE beschikkingen hebben aangevraagd, en toegekend gekregen de afgelopen jaren. Veel daarvan is inmiddels al geïmplementeerd, en er komt nog veel meer aan. In 2013 had deze sector tijdelijk een achterstand op de agrarische sector opgelopen. Die achterstand werd in 2014 alweer bijna goed gemaakt, toen deze twee sectoren ongeveer even grote aandelen van bijna 12,5% op het totaal bereikten (grofweg 130 MWp per segment). In 2015 nam landbouw toch weer het stokje even over (198 versus 179 MWp). Maar in 2016 wist de dienstensector weer een voorsprong op haar "concurrerende" agrarische tegenstrever te nemen, met 285 versus (landbouw) 256 MWp. 2% meer van het aandeel op het totaal (14 versus 12%).

Zoals te doen gebruikelijk, blijft boven alles de residentiële sector uittorenen, met een forse groei, van 732 MWp geaccumuleerd eind 2014 (70% van totale accumulatie), via 1.051 MWp eind 2015 (ruim 69% van totaal), tot 1.340 MWp eind 2016 (65% van totaal). Met wederom een respectabele jaargroei van zo'n 289 MWp in het jaar 2016, volgens deze grove CBS inschatting. Die toename was voor de residentiële markt in 2016 dus nog steeds 54% van de totale groei van 534 MWp in dat jaar. Een zeer substantieel, zelfs - nog steeds - het belangrijkste deel van de totale Nederlandse PV markt, werd in 2016 toegevoegd bij particulieren. En het grootste gedeelte, 65% van het totaal stond einde van dat jaar op het dak van de burgers. Knoop die s.v.p. voor de zoveelste maal in uw oren, ook als u aan de inmiddels veelbesproken "politiek gemotiveerde ingreep" in het fenomeen salderen van zonnestroom denkt, die vervroegd al in of vanaf 2020 zou moeten gaan plaatsvinden volgens Rutte III. U kunt over dat "hete" onderwerp alles lezen, in de talloze artikelen in mijn enorme literatuur lijst op de speciale link pagina "het nieuwe salderen".

De "rest" van de markt, 245 MWp van de jaargroei, resp. 709 MWp van het geaccumuleerde volume, bestond in / eind 2016 dus uit niet-residentiële installaties. Waarvan het overgrote merendeel (ruim 76%), grofweg evenredig verdeeld, bij de dienstverlenende sectoren en bij de landbouw stond opgesteld.

In bovenstaande grafiek (samenvatting van inmiddels zes maatwerktabellen gepubliceerd door CBS), zijn historische cijfers in de deelsegmenten niet gecorrigeerd (CBS heeft die namelijk niet opnieuw berekend). De verhoudingen in de drie jaren 2011-2013 zijn derhalve bepaald t.o.v. de in zwarte cijfers weergegeven totalen bovenaan de kolommen. Later zijn die totalen licht gereviseerd door CBS, die nieuwe totaal-cijfers heb ik weergegeven in rood, om de - relatief bescheiden - verschillen in ieder geval te duiden. Die nieuwe "historische" cijfers zullen echter relatief weinig impact hebben gemaakt op de verhoudingen tussen de verschillende marktsegmenten. Hoe dat precies heeft uitgepakt zou de beschikbaarheid van exacte cijfers van die markten vergen, en die cijfers zijn er gewoon niet. We moeten het dus doen met bovenstaande getallen, geleverd door het CBS, en de door Polder PV daarvan afgeleide berekeningen.


Groei residentiële sector per jaar
Uit het "accumulatie staatje" hierboven volgen jaarlijkse toenames van de verschillende markt segmenten, zoals CBS die uitsplitst.
In de volgende tabel zijn de jaargroei cijfers berekend in MWp, in percentage aandeel t.o.v. de totale jaargroei (zonder latere historische correcties, violet), en de groei in procent van het einde-jaars volume van het voorgaande jaar (rood). Aan de rechterkant zijn de berekende jaar groei cijfers a.g.v. de later doorgevoerde historische correcties van het CBS toegevoegd (geen extra correcties bekend na 2014).


KLIK op plaatje voor uitvergroting

Resumerend voor het belangrijkste marktsegment, de residentiële populatie, hier onder de berekende, originele jaar groeicijfers:

  • 2012 +169 MWp (77% van totale jaargroei)
  • 2013 +261 MWp (70% van totale jaargroei)
  • 2014 +216 MWp (70% van totale jaargroei)
  • 2015 +319 MWp (68% van totale jaargroei)
  • 2016 +289 MWp (54% van totale jaargroei)

Ik heb alle gereconstrueerde jaargroei cijfers ook in een grafiek gevisualiseerd, zoals het volgende plaatje laat zien:

In de grafiek zijn per markt segment ook speculatieve trendlijnen uitgezet, afhankelijk van verwachte ontwikkelingen bij de deel segmenten. De ontwikkelingen voor 2017 zijn echter vrij onzeker wat de residentiële markt betreft. Bestaand uit een combinatie van eerste mogelijke "markt twijfels" m.b.t. discussies rond salderen bij huishoudens, versus positieve effecten vanuit zowel de huursector als in de nieuwbouw voor dat jaar, waar flinke projecten zijn gestart of al langer lopen. Wat beslist een hogere groei zal hebben gehad in 2017 zijn de groei van de dienstensector, energiebedrijven, en industrie, gezien de grote SDE portfolio's. Dus daar kan beslist het nodige extra's aan groei uit de hoed zijn getoverd.

In bovenstaande tabel de procentuele afwijkingen van de jaargroei data t.o.v. de volume groei in het voorgaande jaar, waaruit blijkt dat er heftige "stemmingswisselingen" per markt segment zijn geweest (soms zelfs om het jaar van negatieve naar positieve groei en omgekeerd). Ook hier uit blijkt een grote dynamiek, die van veel factoren afhankelijk is, en die elk jaar weer fors afwijkende trends kan genereren. Helemaal rechts de "historische correcties" a.g.v. de latere, relatief kleine aanpassingen van de eindejaars-cijfers.

Voor nadere berekeningen, detail tabellen, en overwegingen, verwijs ik voor het vervolg van dit artikel gaarne naar de nieuwe web pagina "markt segmentatie zonnestroom CBS":

Markt segmentaties zonnestroom tm. 2016 volgens cijfers CBS

 

Besprekingen oudere CBS maatwerktabellen PV sector door Polder PV:

2011-2015 (24 december 2016)
2011-2014 (17 december 2015)
2011-2013 (8 januari 2015)
2011-2012 (18 november 2013)
2011 (23 december 2012)

CBS: Zonnestroom naar sector, 2016 (maatwerktabel, 2 januari 2017, NB: aanvankelijke problemen met downloaden van de file lijken inmiddels te zijn opgelost)


 
^
TOP

3 januari 2017: Aandelen maandproducties in jaaropbrengst: Vergelijking langjarige gemiddeldes met het laatste volledig bemeten jaar - 2017. Net als vorig jaar is deze zeer belangrijke grafiek ook weer van een update voorzien. Daarin worden de relatieve aandelen van de zonnestroom producties van elke maand op de totale jaarproductie van elk jaar bepaald in procent. Vervolgens worden over alle compleet bemeten jaren die percentages per maand gemiddeld. Hieruit volgt een grafiek die een representatief beeld laat zien van de sterk seizoensmatig bepaalde productie van zonnestroom voor het onderhavige systeem. In dit geval, de 17 jaar oude 1,02 kWp grote "kern" installatie van Polder PV, op het platte dak van de vierde verdieping van ons appartementen complex in westelijk Leiden (ZH). Met de toevoeging van de 6 toen nieuwe 108 Wp modules aan de 4 reeds eerder geïnstalleerde (93 Wp) modules, en de netkoppeling op 12 oktober 2001 werd de "officiële productie" van die uit tien panelen bekende kern installatie gestart.

In onderstaande grafiek de relatieve aandelen van elke maand voor het afgesloten jaar 2017 (paars), afgezet tegen de langjarige gemiddelde percentages in de hele reeks volledig bemeten jaren, 2002-2009 en 2011 tm. 2017 (geel). Voor de originele maandelijkse productie data voor dit deel-systeem in kilowatturen, zie het vorige artikel, en de tabel op de highlights pagina van Polder PV.

2017 (paars)
De eerste jaarhelft van 2017 had nog wel enkele positieve relatieve productie aandelen per maand t.o.v. de langjarige gemiddelde waardes (geel), de tweede jaarhelft echter was grotendeels treurnis wat die verdeling betreft. Een trend die omgekeerd lijkt van de waarnemingen voor 2016 (zie grafiek van vorig jaar). Na een opvallend hoge productie in de startmaand januari (0,8% van het jaar aandeel hoger dan "normaal", 2,6% van totale jaar opbrengst), was februari juist zeer slecht, zelfs 0,1% lager dan januari. En maar liefst 1,2% (!) lager dan "normaal" (4,5%). Maart was weer een opvallend productieve maand, met een hele procent meer aandeel t.o.v. dat lang-jarige gemiddelde (9,0%). Ook de daar op volgende maanden in het eerste ruim halve jaar lagen de aandelen in 2017 wat hoger dan gemiddeld. 0,6% hoger in april, 0,3% in mei en juli, en 0,4% in juni. Augustus kon nog net bijbenen bij het langjarige gemiddelde (11,9%). Maar vanaf september was het "bal". 0,9% minder "jaar aandeel" voor zowel september als oktober t.o.v. gemiddeld (8,5 i.p.v. 9,4%, resp. 5,4 i.p.v. 6,3%). Wel nog even bijna ex aequo (in het voordeel van 2017) voor november (0,1% meer dan gemiddeld). December liet zoals al gemeld een triest dieptepunt zien in absolute zin. En scoorde met 1,1% van de jaarproductie 0,6% minder dan gemiddeld (1,7%).

Als we naar de verdeling van de jaarhelft aandelen kijken, komen we voor 2016 op 51,5 / 48,5 % voor jaarhelften I en II. In 2017 is die verdeling flink in het "voordeel" van de eerste jaarhelft verschoven: 56,4% was het aandeel van de eerste 6 maanden in de totale jaarproductie, de tweede jaarhelft bracht maar 43,6% in. Een nogal significant verschil met de verdeling in het voorgaande jaar.

Bij vergelijkingen van eigen productie resultaten met deze specifiek voor Polder PV systeem gemaakte grafiek dient altijd een waarschuwing in acht te worden genomen. Sterke afwijkingen van de hellingshoek, oriëntatie t.o.v. het zuiden, en microklimaat aberraties (hoge stofbelasting, of bijv. juist extra instraling indien systeem vlak bij een groot wateroppervlak staat), kunnen nogal wat impact hebben op de procentuele verdeling tussen de maanden bij andere PV installaties. Globaal zal het beeld wel vergelijkbaar zijn, maar op detail niveau kunnen beslist afwijkingen worden vastgesteld voor de eigen installatie.

Voor de steeds populairder wordende "oost-west" installaties (met name op platte daken, maar zelfs ook al "ingeburgerd" bij vrije-veld projecten) verwijs ik gaarne naar een prachtige, klassieke zomer (dag-)curve van zo'n systeem, die zo in een studieboek voor installateurs kan worden opgenomen (tweet Polder PV van 22 januari 2016). Uiteraard gaat het in dergelijke, in ons land al bijna usance geworden installatie configuraties, om een nogal afwijkende verdeling van de productie per dag (per oriëntatie), en zal dit ook de nodige impact kunnen hebben op de productie verdeling over het jaar. Al helemaal, als dergelijke systemen niet "pal oost-west" staan, maar bijvoorbeeld, zoals ik al heel vaak heb gezien, bijvoorbeeld OZO/WNW of WZW/ONO.

U vindt een iets uitgebreidere toelichting van de ververste maand aandelen grafiek op de specifieke pagina op Polder PV:

Maandelijks aandeel van zonnestroom productie in de jaaropbrengst

Bron:
Maandelijkse uitlezingen van alle 13 OK4E-100 micro-inverters bij Polder PV, en daarvan afgeleide percentages


2 januari 2018: Zonnestroom productie PV installatie Polder PV in 2017 - zeer matig, maar niet het laagst. We zagen de afgelopen maanden al aan de tegenvallende cumulatieve opbrengsten dat de jaarproductie van zonnestroom van ons oude PV systeem beslist geen giller zou gaan worden in 2017. Dat is met de laatste data voor december dan ook uitgekomen. De productie is fors achtergebleven bij die van voorgaande jaren, al is het gelukkig nog niet "het slechtste jaar" geweest.

Dit laat ik zien aan de hand van enkele tabellen en grafieken.

Eerst de productie in december. Dat was een sombere maand volgens het KNMI, gemiddeld genomen over het hele land met ongeveer 32 "zonne-uren", terwijl het langjarig gemiddelde 49 uur is. Aan de kust was het weliswaar "minder somber", maar met 10 zonne-uren minder dan normaal was het ook hier een zeer duistere bedoening. En dat zien we terug in onze eigen zonnestroom productie data, zoals weergegeven in de eerste tabel:

In totaal hebben al onze (14 oude) zonnepanelen maar 13,8 kWh opgewekt in december 2017. Dat is de laagste opbrengst tot nog toe voor die toch al sombere maand. In de laatste kolom staat de berekende specifieke opbrengst in kWh/kWp voor december weergegeven. De kleurcodes geven de verschillende deelgroepen in ons kleine systeem weer. 6x 108 SSE (violette band) is een cumulatie van de twee daarboven weergegeven subgroepjes (rood en oranje). De gifgroene band onderaan betreft ons langst aanwezige, uit 10 panelen bestaande deelsysteem (4x 93 SSE lichtblauw + 6x 108 SSE violet). De vier in de achterste rij staande oudste 108 Wp modules doen het zoals gebruikelijk "het slechtst" (8 kWh/kWp), deels vanwege partiële beschaduwing in de wintermaanden als het zonnig is (laag staande zon > schaduwen van voorste rij), en omdat er waarschijnlijk wat minder goed werkende micro inverters en/of hogere systeem verliezen zijn in deze subgroep. De best performers blijven onze laatste aanwinsten, de twee "50 Wp" Kyocera modules (geflashte waarde totaal 98,3 Wp), die in serie op een OK4 omvormer zijn geschakeld, en 13 kWh/kWp te zien gaven in de laatste maand van vorig jaar (lichtgroene band bovenaan).

Als we de zwaar tegenvallende opbrengst voor het lang-jarige 1,02 kWp deelsysteem in de gebruikelijke maand productie grafiek invullen, zien we het barre resultaat voor die maand, rechts onderaan. Het was, met een magere productie van, exact, 10,096 kWh, in de jaar reeks 2001 (magenta) - 2017 (donkergroen) voor het getoonde 1,02 kWp systeem zelfs de slechtste (december) maand. Daarmee werd de vorige kandidaat, december 2006 (10,325 kWh) zelfs met 2,2% "onderboden".

In bovenstaande grafiek is alleen van de laatste drie jaar, 2015, 2016 resp. 2017, de zonnestroom opbrengst per maand getoond, en het langjarige gemiddelde (dikke zwarte lijn), om de opvallende verschillen beter te zien (wederom van de 1,02 kWp deel-installatie). 2015 had een vrij regelmatige productie curve die vooral in de belangrijke voorjaar / voorzomer periode opvallend goede, bovengemiddelde opbrengsten liet zien. 2016 had fors tegenvallende resultaten in april, en vooral, de volledig verzopen juni maand. Maar leefde vanaf juli weer langdurig op, met continu bovengemiddelde maand producties, waarbij vooral de prachtige, "zomerse" september maand opviel (toen fietsten we in Noord Nederland onder een zinderende "herfst" zon, en met bijna "subtropische" temperaturen). 2017 begon met een "spectaculair zonnige" januari, viel toen echter meteen zwaar tegen in februari, en kon nog even een bovengemiddeld resultaat in maart laten zien. Maar daarna was het "grijs gemiddeld" tot "bar slecht" in augustus tot en met oktober. Even "gemiddeld" in november. Tot het reeds aangegeven "absolute dieptepunt" in december van dat jaar, helemaal rechtsonder te zien, en dik 33 procent onder het langjarige gemiddelde voor die maand liggend (15 kWh).

Overigens is dat laagte record beslist geen uitzondering, bij Polder PV. Siderea.nl heeft inmiddels hun prognose voor december 2017 weergegeven in een kaartje (gebaseerd op een zeer nauwkeurig instralings-model). Wat vergelijkbare trieste productie verwachtingen heeft afgegeven voor 5 lokaties in Nederland. De best uitgerichte installaties zouden niet boven de 11-12 kWh/kWp zijn uitgekomen die maand. De "gemiddeld georiënteerde" installaties op slechts 10 tot 11 kWh/kWp. Dan zitten enkele deel systemen van onze oude installatie met de specifieke opbrengsten dus nog zelfs boven die verwachtingen (zie eerste tabel). Ergo: de landelijke tristesse was ongeveer even groot, "gedeelde smart is halve smart".

Jaarproductie 2017

Uiteraard is inmiddels ook de totale jaarproductie van alle deel-systemen bij Polder PV bekend. U vindt ze hier onder in het overzichtje:

In totaal hebben onze antieke, 14 zonnepanelen, ondanks de fors tegenvallende tweede jaarhelft, toch weer 1.178 kWh geproduceerd (bovenste regel in de tabel). NB: dit is exclusief het "mobiele reserve paneel", waarvan de totale productie niet wordt gemeten aangezien het om incidentele opwek gaat. Genormeerd over de totale systeem capaciteit komt dit neer op weliswaar een "teleurstellend lage" specifieke opbrengst van 883 kWh/kWp.jr. Maar het is nog steeds, ondanks de hoge ouderdom van een groot deel van onze installatie, iets meer dan de "standaard nieuwe rekenfactor" waar de Universiteit van Utrecht in maart 2014 mee kwam, 875 kWh/kWp.jaar (Webarchive link). Ook hier is weer te zien dat de achterste vier, in de winter partieel beschaduwde 108 Wp panelen (oranje band) het "het slechtst" doen van alle opgestelde modules. Dat de vier oudste, in de voorste rij staande panelen (4x 93 SSE) het beslist goed blijven doen (885 kWh/kWp.jaar in 2017). Dat ons 17 tot bijna 18 jaar oude jarige "kern" systeem, de 1,02 kWp installatie met 10 panelen, iets onder de nieuwe reken factor van UU zit, met 873 kWh/kWp in 2017. En dat de laatste toevoeging, de 2 kleine Kyocera modules, in serie geschakeld op 1 OK4 omvormer, een zeer hoge specifieke opbrengst blijft vertonen. In 2017 959 kWh/kWp.jaar (bijna 10% hoger dan het eerder genoemde "nieuwe kengetal" van UU voor Nederland). Nota bene: ook aangesloten op een voor moderne maatstaven zeer inefficiënte OK4 micro inverter, die beslist geen hoger (commercieel) omzettingsrendement zal hebben dan 92%.

Als we weer van ons 1,02 kWp kern-systeem uitgaan, en de totale zonnestroom productie van alle voorgaande jaren naast elkaar zetten, zoals in bovenstaande grafiek, zien we wat u natuurlijk al aan voelde komen: 2017 is voor onze installatie een zeer matig jaar geweest. Met 890 kWh productie was het in de reeks het op 2 na slechtste "normale" jaar, als we 2010 niet meerekenen (toen was in oktober het complete systeem wegens een dakrenovatie van het net gekoppeld, en was dat dus niet een "representatief jaar" te noemen). Met alle representatieve jaren bij elkaar gerekend (2002 tm. 2017 minus dak renovatie jaar 2010), was het langjarige gemiddelde 928 kWh (oranje kolom achteraan & horizontale zwarte lijn; flink opgekrikt door de absurd hoge productie in zonnestroom record jaar 2003). Waardoor 2017 dus 4% onder de gemiddelde productie is komen te liggen. Alleen 2012 en 2013 presteerden nog iets slechter, met 885-886 kWh (ruim 4,5% minder dan gemiddeld). 2003 scoorde tot nog toe maar liefst 15,3% bóvengemiddeld !

In de grafiek ook 2 andere lijnen. De bruine geeft de voor een 1,02 kWp berekende "verwachting" die het CBS jarenlang heeft gehanteerd voor Nederlandse zonnestroom systemen, een absurd lage 700 kWh/kWp.jaar. Terug gerekend naar een 1,02 kWp installatie komt dat neer op een (destijds) verwachte absolute productie van slechts 714 kWh/jaar. U ziet dat al onze jaar producties daar extreem ver boven liggen, dus mijn protesten dat die verwachting ver bezijden een acceptabele waarheid lagen blijken al die tijd goed gefundeerd. De blauwe lijn is de "aangepaste verwachting" op basis van het hierboven gelinkte artikel van Copernicus Instituut van de Universiteit van Utrecht. Wat sedert 2011 uitgaat van een haalbare specifieke opbrengst van 875 kWh/kWp.jaar in Nederland, wat voor een 1,02 kWp installatie neerkomt op een jaarproductie van gemiddeld 893 kWh. U ziet echter, dat onze installatie over een langjarig gemiddelde nog steeds beter presteert. En wel 4% beter. Uiteraard is het genoemde getal een nationaal gemiddelde, en ligt het systeem van Polder PV relatief dicht bij de zonrijke kust. Maar aan de andere kant, is het systeem van Polder PV antiek, bevat het inefficiënte, compleet achterhaalde micro inverters, zijn er lange kabel lengtes met diverse extra systeemverliezen genererende "knooppunten", en heeft het oude zonnepanelen met lage omzettings-efficiëntie. Derhalve mag verwacht worden dat een "gemiddelde moderne PV installatie" in Nederland veel beter zal presteren dan ons systeem. Daarom ben ik van mening dat ook het "nieuwe kengetal" van UU nog steeds te conservatief is.

In Duitsland wordt voor rooftop installaties door het instituut r2b in het trend-scenario gerekend met een haalbare gemiddelde specifieke opbrengst van 893-909 kWh/kWp.jaar (2016-2022), en voor geoptimaliseerde vrije-veld installaties zelfs met specifieke opbrengsten van 943-958 kWh/kWp.jaar. Het betreffende, uitvoerig gedocumenteerde rapport is een van de basis documenten voor het berekenen van de - politiek gevoelige - EEG Umlage die bij de oosterburen als heftige opslag wordt geheven over elke kilowattuur die wordt verbruikt (in 2018: 6,792 Eurocent/kWh ex btw).

Productie Polder PV in perspectief

Is onze lage jaar opbrengst in 2017 "byzonder", of representatief voor een grotere populatie? Daarvoor heb ik drie mogelijke bronnen geraadpleegd.

Ten eerste het systeem van collega Wouterlood aan de andere kant van Leiden, die ook al sedert 2001 maand productie bijhoudt, o.a. van zijn oude Shell Solar setje van 6 panelen. Die installatie produceert altijd al veel minder dan het systeem van Polder PV, wat vrij uitzicht heeft (geen bomen e.d.), en dichter bij de zonrijke kust ligt. Floris z'n deel-systeem kwam voor 2017 op 427,8 kWh, waarbij hij er van uitgaat dat het 95 Wp panelen betreft (6 panelen: 0,57 kWp). Derhalve: een zeer matige opbrengst van 751 kWh/kWp in dat jaar. In zijn beschouwende artikel over de langjarige productie stelt Floris dat 2017 bij zijn "matig presterende" systeem 1% onder het langjarige gemiddelde lag (2001-2016: 429 kWh). Dat is een stuk minder laag dan bij het verschil bij Polder PV (die overigens 2017 bij het langjarige gemiddelde rekent). Misschien een teken dat het systeem bij PPV harder achteruit gaat dan bij de heer Wouterlood? Daarvoor zullen we langer moeten monitoren, we gaan immers de "senioren fase" van ons beider installaties in.

Ten tweede Sonnenertrag, cq. haar Nederlandstalige equivalent Zonnestroomopbrengst.eu.

In bovenstaande plaatje drie curves van specifieke jaaropbrengsten (in kWh/kWp.jaar) voor ons kernsysteem (Polder PV 1,02 kWp: "flachlander"). De eigen productie in oranje, het gemiddelde van de installaties voor de provincie Zuid-Holland (steenrood), resp. het gemiddelde voor alle installaties in Nederland in dat portal, waarvoor "bereinigte data" voorhanden zijn (alle systemen met onvolledige jaarproducties uit de data set gegooid, blauw). Hier aan zien we dat de specifieke jaar opbrengst voor 2017 bij onze installatie "netjes" tussen de resultaten voor heel Nederland (iets lager) en Zuid-Holland (iets hoger) in ligt. In absolute zin zijn de cijfers voor 2017: 864 (Nederland), 873 (Polder PV / "flachlander"), resp. 892 kWh/kWp.jaar in 2017 voor de installaties in provincie Zuid-Holland. Er zijn in onze provincie dus beslist installaties die gemiddeld beter presteerden dan de oude installatie van Polder PV in Leiden. Dat is natuurlijk helemaal niet vreemd. Onze installatie stond in het jaar 2001 als 1 van de 2 in de hele provincie vermeld op dat portal. In 2017 waren het er al 74, de meesten daarvan van (zeer) recente leeftijd. Dat zijn meestal nieuwe, nauwelijks "gedegradeerde" installaties, en ze bevatten natuurlijk veel efficiëntere panelen én omvormers dan de oude installatie van Polder PV. Het gemiddelde in heel Nederland wordt enigszins "gedrukt" doordat veel installaties in oost Nederland zijn te vinden, waar gemiddeld genomen minder zoninstraling is. En dus ook minder productie per opgestelde kWp dan in west Nederland cq. Zuid-Holland is te verwachten.

NB: de "dip" in de curve van Polder PV in 2010 is het gevolg van de afkoppeling van het systeem in oktober dat jaar (dak renovatie). Lage productie resultaten voor Nederland en Zuid Holland rond 2008 liggen waarschijnlijk aan het toen nog bescheiden aantal installaties in de database (66 stuks), en een mogelijk hoog aandeel van oude "knutsel" resp. DHZ systeempjes met allerlei problemen / lage efficiënties. Dat is vanaf 2011 zo'n beetje "recht getrokken", toen de grote commerciële "boom" met gemiddeld goede installaties (toen nog met name residentiële markt) begon. Ook duidelijk uit deze selectie is, dat de gemiddelde specifieke opbrengst zeker de laatste jaren hoger ligt dan 875 kWh/kWp.jaar. Gemiddeld over de laatste vier jaar lag het landelijk op 893 kWh/kWp.jaar. Hierbij ook nog de kanttekening, dat commerciële installaties, die door de bank genomen op zo hoog mogelijke efficiëntie zijn uitgelegd, zelden zijn te vinden in portals als Sonnenertrag. Daar wordt dus gemiddeld genomen een "sub-optimale" deel-populatie van het totaal aan systemen getoond. In totaal staan er weliswaar inmiddels 660 systemen in het portal, maar aangezien we in mei 2017 mogelijk al zo'n 540.000 adressen met PV installaties hadden in ons land, is dat natuurlijk nog maar een kleine fractie van het totaal, ongeveer 0,1% ...

Als voorlopig laatste vergelijkings-maatstaf mocht ik van Anton Boonstra weer zijn geweldige samenvatting van de prestatie van zo'n 600 particuliere PV installaties van participanten van het "GoT Tweakers" forum gebruiken. Hij heeft meteen al aan het begin van het jaar dit fraaie plaatje met gemiddelde specifieke opbrengsten (kWh/kWp.jaar) per postcode gebied op Twitter gepubliceerd, wat ik hier mocht overnemen. Met grote dank!

Grafiek: copyright © Anton Boonstra

Boonstra heeft de verzameling met productie installaties van de participerende Tweakers individuen per postcode gebied gegroepeerd, wat een mooi houvast geeft voor anderen in de betreffende gebieden om te kijken of hun (specifieke) zonnestroom productie enigszins in de buurt komt, of dat de eigen productie er erg - in negatieve zin - van afwijkt (wat een indicatie zou kunnen zijn "dat er iets mis zou kunnen zijn" met de installatie).

Goed is te zien dat voor ons gebied, met postcode 2000 - 2999, een relatief hoge specifieke productie is berekend, 929 kWh/kWp in 2017. Dat ligt 6,4% boven de hier boven weergegeven opbrengst voor het kernsysteem van Polder PV (874 kWh/kWp), een behoorlijk verschil. Om te kijken of er "binnen" genoemd postcode gebied wellicht vreemde opgaves zitten, heb ik Boonstra's basis gegevens bekeken. Voor alleen Leiden vond ik daar slechts 3 installaties. Die zaten gemiddeld al wat lager, 924 kWh/kWp in 2017. Met een spreiding tussen 809 en 1.004 kWh/kWp binnen de gemeente grenzen (NB: systemen die voor alle maanden productie waarden hebben ingegeven). Dus in dat opzicht, valt de gemeten productie bij Polder PV beslist mee, mede gezien de ouderdom van onze installatie.

Wat ook weer duidelijk naar voren komt is de - via zonnestroom productie "vertaalde" - instralings-gradient van west naar oost in ons land: de laagste producties zien we in de oostelijke provincies resp. postcode gebieden terug. Met hier als dieptepunt noord-oost Nederland, slechts gemiddeld 846 kWh/kWp in 2017. Met een zeer opvallende uitzondering: midden-zuid Limburg. Die met haar gemiddelde van 952 kWh/kWp in 2017 de rest van Nederland naar de kroon lijkt te steken. Ik ben benieuwd of een vergelijkbaar resultaat uit de te verwachten nieuwe update van Solarcare data over 2017 tevoorschijn gaat komen (update 2016 alhier). Want dat zou dan toch wel een opvallend fenomeen zijn.

Bron:
Maandelijkse uitlezingen van alle 13 OK4E-100 micro-inverters bij Polder PV en geciteerde bronnen


 
^
TOP

2 januari 2018: Nieuwjaars-groet Polder PV. De webmaster is niet zo'n traditioneel type met "vaste nationale gewoontes". Maar kan het toch niet laten af en toe met een vette knipoog een "alternatieve versie" van dergelijke gebruiken te laten zien. U heeft de laatste jaren wellicht wat "ongebruikelijke" einde cq. begin-van-het-jaar uitingen gezien op de Polder PV website. En in recentere jaren ook op het veelvuldig door de webmaster gebruikte moderne medium Twitter.

Voor ons is, of eigenlijk "was" 31 december jaren geleden een vervelend iets omdat er destijds veel vandalisme mee gepaard ging in onze wijk. Op een gegeven moment zo erg, dat we, ruim tien geleden, letterlijk het land uitvluchtten, en onze tent in het Reichswald hadden opgezet.

Die "vlucht" is bij ons een traditie geworden. Sedertdien hebben we elk jaar de jaarwisseling onder de open lucht door gebracht. Soms op paalkampeer terreintjes (probleem is daar dat je je drinkwater mee moet nemen, de pomp is dan afgesloten), soms op "wilde" plekken, en de laatste jaren wat vaker op de prachtige NTKC terreintjes.

Afgelopen jaarwisseling was door trieste familie gebeurtenissen het spontane idee opgekomen om "in de buurt" van de familie te blijven, en hebben we in een verder zeiknat, blubberig landschap een "relatief droog" groen bobbeltje gevonden. Waar we nat-geregend ons oude tentje hebben opgezet, en de jaarwisseling - deels als een os slapend - hebben doorgebracht. Dat, ondanks de krankzinnige hoeveelheden vuurwerk die onafgebroken heel oudjaarsavond, tot diep in nieuwjaars-ochtend continu werden afgestoken. Op grote afstand, maar horen en zien konden we het zeer goed. Afgelopen jaarwisseling werd er voor maar liefst 68 miljoen Euro de lucht in geblazen. Waar je heel wat schone zonnestroom voor kunt salderen (nu het nog kan en mag van Rutte III).

^^^
Van grote afstand en uitvergroot. Camera op statief, lens langere tijd open. Flinke wind, dus deels bewogen. Ging aan een stuk door, op oudejaars avond ...

Bijgaand hier onder onze "alternatieve" nieuwjaars-groet in de buurt van een grote stad. Na een nacht "verlicht" door siervuurwerk spektakel aan de horizon was het met de oude botten "even strekken geblazen" in de ochtend van het nieuwe jaar. Maak er een spetterend jaar van. Als mijn PV projectenlijst pending mij niet bedriegt, gaat het (wederom) een krankzinnig productief solar jaar worden voor Nederland. Mooi dat we dat gaan meemaken, na jarenlang in de achterhoede van het Europese continent te hebben gespeeld. Veel plezier en professionaliteit toegewenst bij het verwezenlijken en implementeren van uw vele, en vaak spectaculaire bouw plannen!


 
^
TOP

2 januari 2018: Verbruiks-cijfers Polder PV in 2017 - vierde jaar op rij "stroom neggie". De tijd gaat snel. 2017 is achter de rug, en het is weer tijd om de balans op te maken van enkele energie verbruiks-cijfer data van het huishouden van Polder PV. Wat bestaat uit 2 personen, en woonachtig is in een huurappartementje op de begane grond, 73 m², met elektra, stadswarmte, kookgas, en drinkwater aansluitingen. En al bijna 18 jaar eigen zonnepanelen op het dak van de verhuurder, op de 4e verdieping. De eerste 4 panelen werden 6.139 dagen geleden (13 maart 2000) op ons huisnet aangesloten, en, ook al zijn het inmiddels wat prestatie betreft te kwalificeren als prehistorische beestjes, ze doen het "naar omstandigheden" nog steeds prima.

Elektra

In bovenstaande grafiek de totale netto resterende stroom consumptie per kalenderjaar (getal bovenzijde niet geel gekleurde kolommen), de totale zonnestroom productie per jaar (geel, stapsgewijs groter wordend door systeem uitbreidingen tm. april 2010, zwarte cijfers bovenzijde kolommen), en eventueel in elk kalenderjaar optredende kleine "overschotten" (eerste "beetje" in 2012). Die ik onder de X-as heb weergegeven, met bijbehorende omvang in gele cijfers met een "-" er voor. En die dus netto netinvoeding op kalenderjaar-basis inhouden. Die overschotten worden in ons complex, net zoals in de meeste andere "stedelijke gevallen" gewoon direct geconsumeerd door de buren. Via de eigen stroommeters, waar over gewoon energiebelasting, SDE heffing, en btw wordt betaald. En waarvoor de buren dus "gratis" i.p.v. vieze grijze mix, wat zonnestroom elektronen hebben mogen consumeren...

In 2017 hebben we zelf zoals gebruikelijk relatief weinig elektra verbruikt. Zelfs minder dan in het voorgaande jaar, wat deels ook te maken had met het feit dat ik, naast de al jaren aanwezige zonnepanelen op het dak, frequent op zonnige dagen een netgekoppeld "mobiel" reserve zonnepaneel (93 Wp Shell Solar oldie) buiten op het terras zet, waardoor het "bruto" eigenverbruik nog verder wordt gedrukt. Derhalve zaten we in totaal weer onder de 1.000 kWh verbruik in 2017, preciezer, 970 kWh. Dat was in 2016 nog 1.096 kWh. 208 kWh van onze totale zonnestroom opwek is netto bezien, op jaarbasis in 2017, het net op gegaan ("na saldering"). Dat was alweer behoorlijk wat meer dan in 2016. Toen was het nog 133 kWh. We zijn dus al vier jaar op rij een zogenaamde "neggie", een huishouden wat op jaarbasis bezien meer stroom zelf opwekt dan dat ze netto verbruikt. Midden op de dag hebben we vaak, behalve in de somberste wintermaanden, overschot, wat automatisch naar de buren vloeit. Uiteraard gebruiken we 's avonds net als iedereen stroom van het net. Wat dominant via gas- en kolencentrales wordt opgewekt in ons land, al komt er steeds meer windstroom en (sterk decentraal opgewekte) zonnestroom op het distributienet. Voor overzichten, zie de maandelijkse rapportages van En-tran-ce van Hanzehogeschool in Groningen.

Intermezzo - Zonnestroom in perspectief

Wat dat laatste betreft, meldde Nu.nl dat uit voorlopige cijfers van En-Tran-Ce zou zijn gebleken dat er in 2017 40% meer zonnestroom zou zijn opgewekt dan in 2016. NB: die flinke toename aan productie wordt berekend met kengetallen en aannames over mogelijk opgestelde capaciteit aan het eind van elke maand. Het verschil met 2016 is grotendeels te verklaren door de enorme groei aan SDE gesubsidieerde, grote PV projecten, waar ik regelmatig over rapporteer. Ondanks die forse stijging zal de meeste zonnestroom, zeker in stedelijke omgevingen, momentaan worden verbruikt, vaak binnen dezelfde straat waar het wordt opgewekt. Alleen bij zeer grote, met name aan de periferie van elektrische infrastructuur gelegen projecten, zal het overschot (verder) het net op vloeien en mogelijk, bij zwak uitgelegde netten, lokaal problemen kúnnen veroorzaken. Maar als er goede samenwerking is met de netbeheerder, kunnen veel problemen al direct worden opgelost of zelfs van tevoren worden afgevangen.

Nu.nl rapporteerde dat er in 2017 - door En-Tran-Ce berekend - zo'n 2,1 TWh aan zonnestroom zou zijn geproduceerd*, wat al ruim de helft is van de maximale jaar productie van kerncentrale Borssele (4 TWh). Die trouwens, naast de (geplande) reguliere wisseling van splijtstof in april, gevolgd door langdurige onderhoudswerkzaamheden gedurende mei, juni en de eerste helft van juli, lang off-line was. En ook even ongepland een paar dagen werd stilgelegd na een kortsluiting in oktober afgelopen jaar. Ongelukje. Kan gebeuren. Zelfs met kerncentrales.

De totale jaar productie voor Borssele zal in 2017 dan ook beslist fors lager zijn komen te liggen dan in "normale" jaren waarin uitsluitend een korte splijtstof wissel zal zijn geschied. Als we de tm. november 2017 afgeschatte maand producties uit de En-Tran-Ce rapporten optellen, en we voegen daar nog eens max. 0,37 TWh voor december aan toe, kom ik op mogelijk niet meer dan 3,3 TWh voor de jaar productie van Borssele in 2017 (plm. 83% van "regulier"). Als genoemde prognoses voor zonnestroom (indirect afkomstig van kernfusie van de Zon), en voor via kernsplijting geproduceerde elektriciteit correct blijken te zijn, zou in dat jaar dus al 64% van het jaar productie equivalent van kerncentrale Borssele uit miljoenen zonnepanelen in ons land decentraal zijn geproduceerd. En dat is best een "vermelding" waard.

* Primaire bron is een artikel gepubliceerd door de Sociaal Economische Raad op 28 december 2017: "Meer duurzame stroom opgewekt in 2017". De SER is een van de samenwerkende partijen die de website Energieopwek.nl mogelijk maakt, samen met En-Tran-Ce, Gasunie, TenneT, Netbeheer Nederland, Universiteit Groningen, Dycon, en I Am communicatie.

Kookgas

Het tweede exemplaar van onze jaarlijkse energie verbruik cijfers laat ons volledig bemeten schriele verbruik aan kookgas zien. Met in oranje een lineaire trendlijn. De meting geschiedt via een officiële, gecertificeerde G1,6 gas meter (netmeter Liander). Bijna alle "normale" huizen hebben minimaal G4 tot G6 meters! De grafiek laat een mooie dalende lijn zien, grotendeels veroorzaakt doordat werd overgestapt op een elektrische waterkoker i.p.v. de klassieke fluitketel. Verder minder ingewikkeld, korter koken, en vaker uit huis geweest. We verbruikten in 2017 slechts 15,5 m³ kookgas, een fractie lager dan de 15,8 m³ in het voorgaande jaar. Daarmee begint de "pijngrens" in zicht te komen van wat we nog minder kunnen gaan gebruiken. Desondanks is die hoeveelheid nog steeds een fractie van wat een Nederlands "gas huishouden" (warmte, tapwater en kookgas) verbruikt, want dat was in 2016 volgens het CBS - vanwege een relatief koud jaar licht gestegen t.o.v. 2016 - 1.300 m³. Desondanks blijven we de "volle mep" aan aansluit- en meterkosten betalen voor het equivalent van een "standaard gaswoning", aan de netbeheerder. Die we vervolgens weer "gecompenseerd krijgen" van onze stadswarmte leverancier, omdat er een "Niet Meer Dan Anders" principe (warmte vs. gas) gehanteerd zou worden...

Warmte (incl. tapwater, excl. kookgas)

De beruchte stadswarmte voorziening blijft, zoals gebruikelijk, een pain in the ass in het zuinige huishouden van Polder PV. Dat heeft niet zozeer met het getoonde kalenderjaar verbruik te maken, integendeel. Maar wel met de blijvend migraine veroorzakende #vastrechtwoeker die er mee gepaard gaat. ACM heeft alweer aangekondigd, dat de warmte monopolisten - in theorie - in 2018 nog meer vastrecht mogen gaan vragen. U hoeft weinig fantasie te hebben hoe PPV daar over denkt, zelfs als de betreffende warmte leverancier - in ons geval dochter Nuon van het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall - de hand over het hart strijkt en het vastrecht op de (voor zuinige huishoudens veel te hoge) "nul lijn" houdt. Dat horen we helaas pas ergens eind januari dit jaar.

Ondertussen is het enige wat huurders als ondergetekende "kunnen" doen aan het inperken van die door de Nederlandse Staat gefaciliteerde inhaligheid bij de warmte leveranciers, de radiatorkraan zo weinig mogelijk open, en het tapwater verbruik reduceren. Echter, we zitten al sedert we hier wonen - bewust - op zeer lage verbruiks-cijfers. En het resterende verbruik wordt in extreme mate bepaald door de "koude" in een bepaald jaar. Zo zal in een "warm" jaar het aantal GJ zeer beperkt kunnen blijven (2002, 2014, slechts rond 6 GJ/jaar), maar als er zelfs maar korte hevige koude periodes in zo'n jaar vallen, schiet ook bij Polder PV het verbruik omhoog (met name in 2010, toen we op het dubbele verbruik kwamen, ruim 12 GJ).

We worden echter ook een jaartje ouder, in januari en april 2017 vroor het behoorlijk, november en december hielden ook niet over met langdurig sombere, niet al te warme dagen. En dat in combinatie met het feit dat ik continu thuis werk, maakt dat we in 2017 weer wat meer warmte zijn gaan gebruiken. Ditmaal 9,49 GJ, wat bijna 14 en een half procent boven ons langjarige gemiddelde (8,29 GJ/jaar, blauwe stippellijn in grafiek) ligt. Desondanks ligt ons (gemiddelde) verbruik blijvend extreem veel lager dan het regelmatig door de sector én ACM rondgetoeterde zogenaamde "gemiddelde" jaarverbruik van 35 GJ/jaar (minder dan een vijfde van dat veronderstelde gemiddelde). De meeste huurders zullen sowieso - soms zoals ons huishouden extreem - veel minder verbruiken dan genoemde hypothetische 35 GJ/jaar, en zullen net als Polder PV lijden onder de absurde vastrecht tarieven, die elke zin tot besparing in de kiem smoren. Het ziet er tot nog toe helaas niet naar uit dat de politiek deze trieste situatie wil aanpakken, die blijven zich achter de cijfer tovenarij van de zogenaamd "onafhankelijke" marktwaakhond ACM verschuilen. En tonen aan een zeer substantieel deel van de warmteklanten, de al jaren met forse huurverhogingen gepakte huurders, dovemansoren, waar het de absurde discrepantie tussen verbruiks- en vastrecht-gerelateerde kosten betreft.

(Drink-)waterverbruik

Polder PV houdt ook al jaren nauwkeurig het drinkwater verbruik bij, en het volume wat hij bespaart aan uit de regentonnen "geviste" hoeveelheid water voor de toiletspoeling (simpel emmertjes water dragen alhier). Zoals u eerder al heeft kunnen lezen, is Polder PV in 2016 helaas getroffen door een geniepige, forse drinkwater lekkage in een van de kruipruimtes. Die al die jaren onbereikbaar was. En die pas nadat de oude vloer was opengebroken, toegankelijk werden. Met direct de bevestiging van de al eerder geuitte vrees, dat er iets goed mis moest zijn met de water "infrastructuur" ergens in het appartement. Zie artikel van 6 november 2016.

Het hier boven afgebeelde plaatje mag dan ook geen verrassing meer zijn, maar hij blijft natuurlijk wel schokkend voor een zuinig huishoudens als Polder PV. Ik heb destijds de Y-as heftig moeten aanpassen, om het verspilde drinkwater in 2016 afgebeeld te krijgen. Tot en met 2015 was het gemiddelde verbruik (alleen drinkwater) 24,4 m³/jaar, inclusief 2016 was dat opeens met 5,7% toegenomen naar 25,8 m³/jaar. Nog steeds is dat extreem veel lager dan de ruim 43 m³ per persoon wat in een NL huishouden zou worden verbruikt volgens de claim van drinkwater belangen vereniging VEWIN (sector cijfer overzicht 2015). Maar onbevredigend blijft het natuurlijk, zelfs al hadden we geen enkele controle over dat vervelende lek in een ondergrondse drinkwater leiding.

In 2017 is het verbruik weer genormaliseerd, en zitten we met een totaal verbruik van 22,4 m³ drinkwater en 5,3 m³ regenwater voor incidentele toiletspoeling weer op het bekende zeer lage niveau wat we al jaren kenden.

Computer verbruik

Afgelopen zomer hebben we als voorzorgsmaatregel "voor eventueel optredende problemen" een nieuwe harde schijf voor de NUC micro computers besteld en deze ingebouwd. Geen enkel probleem bij de computer bij mijn partner. Maar bij mijn eigen exemplaar ging het mis: de computer weigerde na inbouw op te starten. De leverancier van de computer heeft de zaak bekeken en concludeerde dat de NUC om onbegrijpelijke redenen kennelijk de geest had gegeven. Gelukkig kregen we onder garantie van de fabrikant een nieuw exemplaar. En ik kon - na enige tijd op het exemplaar van m'n partner te hebben moeten werken - verder op die nieuwe. Kennelijk heeft Polder PV geen geluk met computers, je krijgt er grijze haren van (inmiddels al flink "wit" aan het worden).

Desondanks kunnen we uit de stroom verbruiks-grafiek concluderen dat de nieuwe NUC en z'n vervanger (groen) een structureel veel lager verbruik hebben dan de eerder gebruikte "mini-computer" (blauw), die al een fors minder verbruik had dan de oude antieke "tower" (rood). Het jaarverbruik in 2017 kwam op 186 kWh, wat nog geen 36% was van het jaarverbruik van de oude "tower" in 2011. "Dips" omlaag zijn periodes dat we langdurig van huis waren (computers etc. uit). Wel gebruik ik de nieuwe computers zeer intensief, dagelijks, en langdurig. Het totale jaarverbruik van de meest recente NUC, in combinatie met een spaarlamp voor de avond uurtjes, is een substantieel deel van ons lage jaarverbruik, 186 van (netto) bijna 970 kWh. We hebben weinig zware apparatuur, de enige apparaten die verder echt invloed hebben - naast de energiezuinige koelkast - zijn de waterkoker, het koffiezet apparaat, en de wasmachine, die we 2, max. 3x in de week gebruiken. De meeste andere apparatuur wordt weinig gebruikt, en hebben nauwelijks impact op het totale stroom verbruik.

Bron:
Maandelijkse meterstand opnames alle energie en water modaliteiten Polder PV

 
 
 
© 2018 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP