Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
CertiQ februari 2020 - wederom nieuw bijbouw record, 204 MWp nieuw


 
^
TOP

23 maart 2020: CBS - zonnestroom naar record productie van 5,2 TWh, vierde stroom productie bron NL in 2019 (voorlopige cijfers). Ook al zitten we momenteel in een "dubbele" crisistijd, klimaat en corona, de nationale instituten draaien zo goed als mogelijk door en blijven belangrijke data produceren. Het CBS kwam op 17 maart jl. met nieuwe cijfers over onder anderen de productie van elektriciteit. Er is een nieuw productie record geboekt van 121 terawattuur (1 TWh = 1 miljard kWh), 5,7% hoger dan in 2018. Productie met steenkool viel fors omlaag (met ruim 34%), die m.b.v. (grotendeels hoog-calorisch, niet Groningen) gas flink omhoog (ruim 23%). Duurzame productie installaties ("hernieuwbaar") genereerden in totaal voor het eerst meer dan de hoeveelheid uit steenkool, de productie nam met 3,5 TWh toe tot 22,4 miljard kWh in 2019. Een stijging van 18,5% t.o.v. het jaarvolume in 2018. En alweer 0,6 TWh meer dan in de eerste publicatie over energie uit hernieuwbare bronnen door het CBS werd afgeschat, eerder deze maand.

Dit artikel gaat vooral over de impact van zonnestroom, waarvan de productie, zoals niemand mag verbazen, het hardst steeg van allemaal. Met maar liefst 40,5% t.o.v. de output in 2018, tot een volume van bijna 5,2 TWh. Belangrijke voetnoot: alle CBS cijfers voor 2019 zijn nog voorlopig, en kunnen nog wijzigen.

(1) Zonnestroom productie en aandeel t.o.v. binnenlands verbruik

In de laatste CBS update, waarbij door Polder PV met name de nadruk op de uitbouw van de opgestelde PV capaciteit in Nederland werd gelegd (artikel 4 maart 2020), werd een eerst afschatting door CBS gedaan, van ruwweg 5,2 TWh ("5.200 GWh") aan zonnestroom productie in 2019. Dat is nu iets verfijnd, van 3.693 GWh productie in 2018, naar 5.189 GWh in 2019 (getallen boven kolommen in bovenstaande grafiek, referentie: rechter Y-as). Een stijging van 1.496 GWh t.o.v. 2018 (40,5%). Dit is nauwelijks meer dan de nu door CBS berekende toename tussen 2017 (2.204 GWh) en 2018 (ergo: 1.489 GWh). 2018 was weliswaar een record zonnig jaar (zie timeline instralings-overzicht Polder PV), en houdt CBS in haar recente berekeningen naar eigen zeggen ook rekening met de globale instraling. Maar de capaciteits-toename van PV installaties in 2019 heeft alweer een record niveau bereikt. Dus het is zeer waarschijnlijk, dat CBS later - opwaartse - bijstellingen zal moeten gaan doorvoeren. Ook voor de hier getoonde nog zeer voorlopige, waarschijnlijk nog veel te lage jaar productie voor 2019, de kolom voor dat jaar is dan ook in een lichtere tint weergegeven door Polder PV. Let daarbij s.v.p. ook op, dat zelfs de resultaten voor 2016 tm. 2018 kennelijk nog steeds niet "definitief" zijn: in het CBS jargon heten ze in de toelichting "nader voorlopig" te zijn vastgesteld (2 sterren achter het jaartal). Deze zouden in april "definitief" moeten worden, tenzij wijzigingen worden doorgevoerd. Ook bijstellingen voor 2019 kunnen in april of mei al volgen, volgens het CBS. "Definitieve" cijfers over 2019 vernemen we vermoedelijk pas, traditie-getrouw, pas eind 2020. Die eindejaars-bijstellingen zijn meestal behoorlijk, en kunnen, gezien het al grote marktvolume de laatste jaren, een behoorlijke impact hebben. Op zowel de opgestelde capaciteit, als op de daar uit door CBS berekende theoretische productie.

In de grafiek ook het percentage wat uit een derde tabel is gehaald (CBS "Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen"), waarvan de laatste status update van 4 maart 2020 is. Dit is weergegeven met de rode data punten, met als referentie de linker Y-as. En het geeft, vanwege Europees statistiek beleid, het aandeel geproduceerde zonnestroom weer t.o.v. de totale binnenlandse elektriciteit consumptie in het betreffende jaar. Het aandeel van de (door CBS berekende) zonnestroom productie t.o.v. de binnenlandse elektra consumptie is, met deze nog zeer voorlopige cijfers, gestegen van 3,02% (2018) naar 4,27% (2019). De verwachting is, dat met name het cijfer voor 2019 nog wel aangepast zal gaan worden.

Deze cijfer-reeks verschilt enigszins van die voor het aandeel van de PV productie t.o.v. de totale productie van elektriciteit (zoals weergegeven in de CBS tabel "Elektriciteit en warmte; productie en inzet naar energiedrager"). Dit is zeker voor Nederland relevant, wat forse in- en uitvoer van elektra kent.

CBS gaat in het recente artikel van 17 maart ook iets dieper in op die import / export stromen. En stelde daarbij vast, dat, bij bijna gelijk totaal verbruik van elektra in NL (2018 113,7 TWh, 2019 113,1 TWh, 4,6% minder), de invoer van elektra uit Duitsland fors is gedaald (van 21 TWh in 2018 naar 12 TWh in 2019), maar dat over het hele kalenderjaar bezien, de uitvoer is verzesvoudigd richting de oosterburen. Voor België was de situatie enigszins spiegelbeeldig: 2,8 TWh méér invoer uit België, 3,8 TWh mínder uitvoer naar de zuiderburen.

(2) Productie mix elektriciteit in Nederland 2015-2019

In deze grafiek worden alle bronnen van de in Nederland geproduceerde elektriciteit getoond (dus exclusief daar nog bij op te tellen fysieke import- resp. af te trekken export volumes). Zeer opvallend is de heftige "shift" van veel CO2 uitstotende steenkolen stook (grijze lijn, in 2019 19,2 TWh, ruim 34% minder dan in 2018) naar "veel minder" uitstoot genererende gas gestookte centrales (die niet op Gronings aardgas stoken, maar op deels zelf geproduceerd, en geïmporteerd hoog-calorisch gas). Die bruin-rode lijn knikt, na een tijdelijke plateau fase in 2017-2018, fors omhoog, van 56,6 TWh (2018) naar 69,8 TWh (2019). Een toename van ruim 23%. Windstroom productie neemt gestaag toe, maar groeide slechts met 8,5%, naar 11,5 TWh in 2019. Het meest opvallend is de forse stijging van zonnestroom, wat met genoemde 40,5% op 5,2 TWh (voorlopige schatting) kwam, en daarmee nu, na windstroom, reeds de op een na grootste contribuant is geworden aan het aandeel van de als "hernieuwbaar" bestempelde opties (wind, zonnestroom, biomassa, waterkracht, afgekort in legenda als "HE"). En reeds de vierde opwekkings-modaliteit voor elektra in Nederland. Dat mag gerust als een opmerkelijke prestatie worden gezien, vanwege het feit dat al die capaciteit opgebouwd is - en nog steeds wordt - uit manueel hanteerbare, kleine modules van ongeveer 1 bij 1m70 tot 2 meter. Die zonder emissies, stank, geluid, of aantoonbare "hinder" in onze welvaarts-maatschappij stilletjes, zonder klagen, hun werk doen, gedurende hun lange levensduur. Elke dag weer, tussen zons-opgang en zons-ondergang. Of u thuis bent of niet.

Vlak na zonnestroom komt het - veelvuldig met vraagtekens omgeven - grote verzamel dossier "biomassa". Wat weliswaar ook behoorlijk sterk, met 25% groeide, tot een voorlopig vastgestelde productie van 4,9 TWh in 2019. Maar wat beslist niet zo'n "steile" groeicurve heeft als zonnestroom, waarvan verwacht mag worden dat die behoorlijk sterk zal gaan uitlopen op de biomassa lijn in deze grafiek, komende jaren.

Ook mag als "byzonder" worden vastgesteld, dat zonnestroom nu definitief ook kernsplijt-stroom (Borssele, Zld*) ver achter zich heeft gelaten. Borssele produceerde, na 2 tegenvallende jaren (2017, 2018), weer op een redelijk hoog niveau, maar kwam desondanks niet verder dan 3,7 TWh in 2019. Dat is al 29% minder dan (berekende) zonnestroom productie. Aangezien de vooruitzichten voor nieuwe kerncentrales, om het voorzichtig uit te drukken "ronduit fragenswürdig" zijn in Nederland, zal dat gat met elk jaar fors groter gaan worden.

Tot slot hebben we nog enkele "rest" categorieën die op het gebied van elektriciteit productie relatief klein zijn - en klein zullen blijven. In 2019 achtereenvolgens "overige brandstoffen" (niet "hernieuwbaar"), 1,5 TWh, stroomopwek middels (diverse) "olieproducten" (1,3 TWh), "overige bronnen" (niet "hernieuwbaar"), 497 GWh, en de enige overgebleven "hernieuwbare" optie, waterkracht, wat een zeer kleine contribuant is, met 74 GWh in dat jaar (dat is nog maar 1,4% van het volume aan zonnestroom).

Niet in de grafiek opgenomen is de hoeveelheid elektra die voor bedrijfsprocessen van sommige generatoren (zoals kolen- en gascentrales) intern direct wordt verbruikt. Dit "eigenverbruik" was, in totaal, in 2019, 3.477 GWh. Dat is 2,9% van de uiteindelijke bruto productie van alle stroomopwek opties in ons land, 121 TWh (stijging eigenverbruik t.o.v. 2018 was 1,6%).

* Op de Wikipedia pagina over de kerncentrale in Zeeland, staan productie cijfers vermeld, ontleend aan de jaarverslagen van uitbater EPZ, die, alleen voor 2017 en 2018, wat lager liggen dan de cijfers die het CBS opvoert. Onduidelijk is, waar dat aan ligt, mogelijk zijn dat nagekomen correcties van de productie in die jaren die (alleen) naar CBS zijn verstuurd. In ieder geval is de maximale productie in 2009 (4.019 GWh) later nooit meer gehaald.

(3) Evolutie bruto stroom productie Nederland

Tot slot, nog een laatste grafiekje met de ontwikkeling van de bruto stroom productie in Nederland, tussen de jaren 2000 en 2019.

De bruto productie, waarin dus eigenverbruik van centrales ligt besloten, wat niet voor "extern stroomverbruik" beschikbaar is, maar wel nodig voor de bedrijfsvoering van dergelijke centrales, is hier weergegeven in GWh per jaar. In 2000 was de bruto productie nog 89.426 GWh. Na een piek in 2010 (118.150 GWh), en een "post-banken crisis dip" in 2012-2014, steeg de productie weer, dipte marginaal in 2018, en bereikte een nieuw record niveau in 2019, met 121 terawattuur (TWh) in de boeken. Daarvan zou 22,4 TWh (18,5%) afkomstig zijn geweest uit hernieuwbare bronnen, wat meer is dan de opwek uit de overgebleven steenkolen centrales (netto 17,4 TWh, 14,4% van totaal).

Gezien de enorme hoeveelheid SDE beschikkingen voor vele duizenden duurzame stroom producerende projecten, zal in de komende jaren, de totale productie van elektriciteit nog wel flink kunnen groeien. Het verloop zal vervolgens sterk beïnvloed kunnen worden door eventuele vroegtijdige sluiting van de overgebleven steenkolen centrales. Maar dat zal nog wel even een hete aardappel blijven in Den Haag ...

Nagekomen 1 (toegevoegd op 23 maart 2020)

Klimaatakkoord produceerde al op 30 december vorig jaar hun inschattingen voor de impact van duurzame energie voor 2019 (sensu lato: inclusief hier niet besproken modaliteiten warmte en transport). Zonnepanelen "produceerden ruim 4 procent van alle elektriciteit in Nederland", werd toen reeds vermeld (is nu volgens CBS dus voorlopig 4,27% geworden, maar kan nog worden bijgesteld). Het brein achter de energieopwek.nl website, waaraan Klimaatakkoord haar rapportages ontleent, Martien Visser, deelde mij mee, dat uit hun berekeningen toen zou volgen dat er 18,88 PJ (petajoule) aan zonnestroom geproduceerd zou kunnen zijn in 2019. Met plm. 278 GWh equivalent aan 1 PJ, kom je dan uit op ... ruim 5,2 TWh aan zonnestroom. Ze zaten toen dus al vrijwel op 1 lijn met wat CBS nu (pas) heeft gepubliceerd. Interessant zal zijn, hoeveel het CBS hier op nog zal gaan bijstellen (verwachte "definitieve" cijfers voor 2019: pas eind 2020).

Nagekomen 2 (toegevoegd op 28 maart 2020)

TenneT publiceerde haar "Annual Market Update 2019 - Electricity market insights" rapport op 26 maart 2020. Hierin een overzicht van de trends en mijlpalen betreffende de elektriciteit productie (2017-2019) en de (Europese) handel in stroom. TenneT neem hierbij de - nog voorlopige - 2,4 GWp toename van opgestelde PV capaciteit in 2019 over van het CBS. Maar wat de stroom productie betreft schat de hoogspannings-netbeheerder iets optimistischer in: 5,3 TWh. Dit zou volgens TenneT een toename zijn van 31,5% van de productie van zonnestroom, t.o.v. de hoeveelheid in 2018. Elektriciteitsprijzen in Centraal West Europse zijn sterk, met 22%, gedaald, vooral door sluiting van kolencentrales (concurrentiepositie t.o.v. gascentrales sterk verslechterd, o.a. door forse stijgin CO2 emissie rechten). De marktprijzen van NL, België, Duitsland en Frankrijk zijn daarbij bovendien behoorlijk naar elkaar toegekropen. Introductie (27 maart 2020), resp. full report (pdf, 62 pagina's).

Bronnen

Intern:

Eerste - voorlopige - cijfers CBS voor energie uit hernieuwbare bronnen 2019, inclusief zonnestroom - jaargroei 2.402 MWp (4 maart 2020 - eerste voorlopige capaciteit cijfers zonnestroom, en productie uit hernieuwbare bronnen)

CBS zonnestroom data gereviseerd (2) - uitgebreide grafieken sectie ververst (29 december 2019 - introductie tot uitgebreide analyse CBS data zonnestroom tm. 2018)

Zonnestroom markt omvang 2018 wederom verder opwaarts bijgesteld door CBS - van 1.511 naar 1.611 MWp jaargroei - deel 1 (19 december 2019 - "definitieve" cijfers CBS voor zonnestroom tm. 2018)

Extern:

Elektriciteitsproductie naar recordhoogte (17 maart 2020, website CBS, over 1e cijfers productie elektriciteit 2019, segmentaties, inclusief "hernieuwbaar")

Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik (Open Data tabel CBS, met alle data over stroom productie per modaliteit, import- en export e.d. - selectie, update 17 maart 2020)

Elektriciteit en warmte; productie en inzet naar energiedrager (Open Data tabel CBS, selectie productie zonnestroom per jaar, aandeel op totale productie elektra, update 17 maart 2020)

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (Open Data tabel CBS, selectie zonnestroom, incl. aandeel productie t.o.v. binnenlands elektra verbruik, update: 4 maart 2020)

Duurzame energie groeit 13 procent in 2019 (Klimaatmonitor, 30 december 2019, eerste afschatting status duurzame energie voor dat jaar)


8 maart 2020: Analyse van volledige instralings-data KNMI voor Nederland, tot en met kalenderjaar 2019. Zoals in de eerste maanden van 2019, was het begin dit jaar te druk met diverse ander veeleisende statistieken, om snel aandacht te kunnen besteden aan de instralingsdata van het KNMI. Dat is altijd weer een omvangrijke klus, en daar heb ik afgelopen maand tussen alle bedrijven door stukje bij beetje aan gewerkt. Polder PV heeft inmiddels de uitgebreide analyse van deze voor zonnestroom opwekkers belangrijke data afgerond. En de resultaten wederom op een aparte webpagina gepresenteerd. Hierbij wordt in diverse typen grafieken de evolutie van het aantal zonne-uren en de instraling door de tijd heen grafisch weergegeven. En wordt het, wat instraling betreft, hoog (doch geen records) scorende jaar 2019, op verschillende manieren uitgelicht.

Wederom zijn in de huidige versie enkele interessante grafieken van de hand van Anton Boonstra in de analyse opgenomen.


^^^
Een van de belangrijkste grafieken opgenomen in het nieuwe instralings-artikel van Polder PV,
de 25-jaar voortschrijdend gemiddelde instraling bij 5 langjarig metende weerstations.
Gemiddelden in de historische referentie periode (1981-2010) weergegeven met horizontale stippellijnen.
Voor verdere uitleg, zie onderstaande verwijs-link naar de uitgebreide analyse.

Na het instralings-record jaar 2018 was 2019 "zeer warm, zeer zonnig en landelijk gemiddeld vrij droog", volgens het KNMI. Het wat zelfs het zesde zeer warme jaar op rij, met ook nog de "beruchte" hittegolf van 24 tm. 26 juli, waarbij op 25 juli record temperatuur waarden in de historie werden bereikt. Maximaal 40,7 graden Celsius in het Noord-Brabantse Gilze-Rijen, in totaal gingen 9 stations over de 40 graden C heen tijdens die hittegolf.

De fysiek gemeten instraling kwam gemiddeld over de 32 vol-jaars metende weerstations uit op 1.109 kWh/m² instraling in het horizontale vlak ("globale instraling"). Dat is hoog, maar wel 4,7% lager dan in record jaar 2018. Wat een 2,6% hogere instraling dan het lang ongebroken voormalige record jaar 2003 liet zien. Het aantal "zonne-uren" gaf zelfs een fors hoger verschil te zien, in 2019 7% minder dan in 2018 (1.944 t.o.v. 2.090 zonuren). Wat wederom aangeeft, dat "zonne-uren" en instraling niet zomaar 1 op 1 met elkaar vergeleken mogen worden.

Ook zijn er uiteraard blijvende verschillen tussen de meetstations, wat gezien de algemeen heersende west-oost instralingsgradiënt in ons land, en micro klimaat verschillen, ook niet vreemd is. De hoogste instraling vonden we ditmaal weer in zuid-west Nederland (waarden ver over de 1.100 kWh/m²). Vlissingen was zoals vaker weer recordhouder, met 1.170 kWh/m². In de 2 zuidelijke provincies incl. Limburg, en rond het IJsselmeer, lagen de instralings-waarden ook relatief hoog. Oostelijk Nederland kwam er een stuk bekaaider vanaf, onder de 1.100 kWh/m² blijvend. Waarbij "gas-probleem-provincie" Groningen het helaas met de laagste instraling moest stellen, vorig jaar (1.053 kWh/m²).

In de historische reeksen, zijn bij alle 5 langst data generererende stations zowel op de kortere termijn (10 jaar voortschrijdend gemiddelde), als bij de langere termijn (25 jaar voortschrijdend gemiddelde) de trends blijvend positief: er is gemiddeld genomen steeds meer instraling op het horizontale vlak in Nederland, een trend die al langer zichtbaar is. Zie o.a. de grafiek hier boven, met de voortschrijdende gemiddeldes over een periode van 25 jaar, voor de 5 stations met de langste meet-reeksen.

Dat is uiteraard goed nieuws voor de inmiddels al mogelijk rond de miljoen eigenaren van zonnestroom genererende installaties, want zelfs al zou er "degradatie" zijn van hun PV-systemen, deze wordt deels of wellicht zelfs wel helemaal gecompenseerd omdat er steeds meer zonlicht op hun installaties valt. Op voorhand is echter nog steeds niet te zeggen of de toenemende hoeveelheid instraling een blijvend fenomeen zal zijn, aangezien ontwikkelingen beïnvloed (zullen) worden door atmosferische condities, die zeer complex zijn.

Voor uitgebreide analyse met grafische presentaties, zie:

Nationale instralingsdata KNMI
tot en met kalenderjaar 2019


Bron data: KNMI


6 maart 2020: CertiQ - 2e maandrapport 2020, hoge groei 204 MWp, hoogste toename februari in historie*. De rust lijkt weergekeerd bij de TenneT dochter CertiQ. Goed op tijd verscheen op 5 maart het maandrapport over februari 2020. Een groei van 204 MWp aan nieuwe gecertificeerde zonnestroom capaciteit blijkt, wederom, een historisch record voor die maand. Ook met het aantal installaties bijgeschreven in het register werd een nieuw hoogtepunt bereikt in de annalen, met netto 429 nieuwe projecten. Bij de TenneT dochter stond, met het verschijnen van de februari rapportage, reeds ruim 3.486 MWp aan (gecertificeerd) PV vermogen in de boeken genoteerd. Verdeeld over 21.860 gecertificeerde installaties.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met 2 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017 resp. juni 2019), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

In de detail analyse hier op volgend wordt korter ingegaan op de wijzigingen en aanvullingen, deels grafisch verbeeld. Voor uitgebreide toelichting ter referentie, gebruik s.v.p. daarvoor het eerder gepubliceerde artikel met analyse van het augustus 2019 rapport van de TenneT dochter.

Inleiding

Met de publicatie van de op 5 maart 2020 verschenen februari rapportage is het ritme en de rust weer terug gekeerd bij CertiQ, na enkele maanden zeer laat verschenen maandelijkse rapporten te hebben gezien. Hier onder zoals gebruikelijk een grafische analyse van de resultaten voor zonnestroom.

1. Ontwikkeling van aantallen gecertificeerde zonnestroom installaties

Nieuwe aantallen installaties in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de linker Y-as. In februari kwamen er netto 429 nieuwe PV projecten bij. Een absoluut record voor die maand, het vorige is van 2019 en 2017, toen er 245 nieuwe projecten werden toegevoegd. Zelfs rekening houdend met de extra schrikkeldag in feb. 2020, blijft het by far een record. Het is ook beduidend hoger dan het gemiddelde van 350 projecten nieuw per maand in heel 2019.

De accumulatie is te zien aan de blauwe kolommen curve in bovenstaande grafiek. In de september 2019 rapportage is de piketpaal van twintigduizend gecertificeerde zonnestroom projecten gepasseerd. Het totaal is eind februari 2020 gekomen op, voorlopig, 21.860 exemplaren (gemarkeerd datapunt rechtsboven). Dit is weliswaar nog steeds een zeer gering aandeel op het totaal aantal PV systemen in Nederland, wat mogelijk eind vorig jaar al aardig richting de 1 miljoen stuks is gegaan (dominant residentieel). Maar bij de capaciteit zal de projecten markt waarschijnlijk al in 2019 de residentiële sector stevig hebben ingehaald, gezien de trend tm. 2018 (analyse CBS data, derde grafiek in paragraaf "Nationale trends").

Voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand. Bovendien geldt ook, dat alle "eerste cijfers" voor 2019, gepubliceerd afgelopen jaar, later nog zullen worden bijgesteld, zoals ook voor voorgaande jaren is geschied (wijzigingen voor 2018 zijn in de revisie van het CertiQ rapport over dat jaar besproken, zie ook de daar gelinkte detail analyse). Voor de eerste jaar resultaten van 2019, zie het voorlopige rapport, waarvan we later waarschijnlijk nog een forse revisie kunnen gaan verwachten.

Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. De nieuwe volumes gerealiseerde projecten per maand zijn vanwege de enorme stapel aan SDE beschikkingen die wordt uitgevoerd in 2019 toegenomen t.o.v. 2018, al was er vanaf juli (443 nieuw, "record" voor 2019) een tijdelijk dalende trend te zien, tot 337 projecten in oktober. In januari-februari 2020 zien we weer een rappe toename, met een record volume voor beide maanden. Het gemiddelde van de 12 maand rapportages in 2019 is voorlopig gekomen op netto 350 nieuwe installaties per maand (horizontale gele stippellijn). Dat is een factor 1,7 maal het kalenderjaar gemiddelde in 2018 (210 stuks/mnd), 2,2 maal dat van 2017 (158 stuks/mnd), resp. 3,3 maal dat van 2016 (105 stuks/mnd). Het hoogste tot nog toe gesignaleerde maand record viel in juli 2017 (netto 445 nieuwe installaties). Met de eerste 2 maandrapportages voor 2020 is het jaargemiddelde van 2019 inmiddels overboden, het ligt nu op gemiddeld 360 nieuwe installaties per maand (blauwe stippellijn).

Ook deze volumes (evenals die voor de capaciteiten) zullen achteraf nog worden bijgesteld door wijzigingen in de primaire database van CertiQ. De revisie voor 2017 gaf, bijvoorbeeld, gemiddeld 143 nieuwe installaties per maand (1.717 nieuwe installaties in 2017). 9,5% lager dan uit de oorspronkelijke maand rapportages afgeleid kon worden. In de recent verschenen revisie voor 2018 zijn de meest recente EOY cijfers in de revisie tabel 14.706 (EOY 2017) resp. 17.399 (EOY 2018), waaruit een jaargroei resulteert van 2.693 nieuwe PV projecten (afgerond gemiddeld 224 per maand). Vergelijken we die met de cijfers volgend uit de veel eerder gepubliceerde oorspronkelijke maand rapportages (14.430 resp. 16.946), was die groei aanvankelijk 2.516 exemplaren (gemiddeld 210 per maand). Met de gecorrigeerde EOY cijfers bij CertiQ zijn er dus netto 177 nieuwe projecten bijgekomen in 2018, 7% méér (ditto bij het daar van afgeleide maandgemiddelde).

Het nieuwe jaarvolume voor 2017 kwam volgens de maandrapporten uit op 1.898 installaties. In 2018 was dat 2.516 stuks. 2019 zit inmiddels op 4.195 exemplaren netto, 67% meer volume dan in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Op het vlak van aantallen is er dus ook een zeer duidelijke groei. Wederom hierbij het voorbehoud, dat totale volumes per jaar achteraf kunnen - en zullen - worden bijgesteld door CertiQ.

2. Capaciteit evolutie van gecertificeerde zonnestroom installaties

Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor september 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast.
Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage ! Ook voor juli 2019 is het aanvankelijk op 1 augustus 2019
verschenen maandrapport na interventie door Polder PV fors neerwaarts gecorrigeerd in een later gereviseerde versie.

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit al langere tijd om opvallende, substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Met name in 2018 , 2019 en in 2020. Na de heftige revisie van het nieuwe netto volume voor juli 2019 volgde een nieuw, met nog wel wat vraagtekens omgeven historisch record van 270,9 MWp in augustus, wat het vorige record in februari dit jaar (165,0 MWp) naar de annalen verwees. Dat record werd 3 maanden later alweer verbroken in november dat jaar, waarin een maand groei van maar liefst 409,9 MWp werd geregistreerd. Met de ook hoge toevoeging in december dat jaar, kwam het gemiddelde in de maand rapportages twee maal zo hoog uit dan dat in 2018 (paarse stippellijn), op 142 MWp (gele stippellijn). Het gemiddelde in 2018 lag sowieso al véél hoger dan dat in 2017 (23 MWp/mnd, groene stippellijn).

Februari 2020 liet, na januari, ook al een nieuw record volume zien, 204 MWp, 24% boven het volume in die maand in 2019 (165 MWp). Het nieuwe gemiddelde niveau in 2020 ligt, met nog maar 2 maand rapportages, iets onder dat van het hele kalenderjaar 2019 (ruim 130 MWp, blauwe stippellijn), maar dat kan nog flink wijzigen de komende maanden. Daarin zal een combinatie van 3 factoren bepalend zijn: (a) de impact van de gevolgen van de Corona virus epedimie, die een zeer belangrijk deel van de zwaar op China leunende aanbod markt voor enige tijd heeft stil gelegd, wat onherroepelijk gevolgen zal hebben voor de op volle toeren bouwende Nederlandse afzet-markt. (b) Eventuele gevolgen van de ook al langer voortdurende netcapaciteit problemen in ons land, voor met name de grote grondgebonden projecten, en grote rooftops in zogenaamde "congestie gebieden". Tot slot, (c), het succes percentage bij het afwikkelen van de enorme portfolio aan SDE beschikkingen, die binnen relatief korte tijd moet worden gerealiseerd, om te voorkomen dat de toekenningen komen te vervallen. Status 6 januari 2020: 9,2 GWp nog te realiseren, dit is nog exclusief het nog niet bekende volume voor SDE 2019 II. We zijn zeer benieuwd welke factor in deze zeer dynamische periode een doorslaggevende rol zal gaan krijgen bij de progressie van de uitbouw van de grote volumes aan PV capaciteit in ons land. Voorspellingen hier over doen zijn op voorhand gedoemd te stranden in glazebollen getuur, niemand kan inschatten tot wat voor resultaat zo'n complexe markt situatie uiteindelijk zal gaan leiden.

3. Gemiddelde capaciteit & absolute volumes PV projecten (tot en met) februari 2020

Als we uitgaan van de CertiQ cijfers zoals nu gepubliceerd, en "relatief weinig uitstroom" van verwijderde projecten in de data bestanden, en de maandelijkse netto toevoegingen in de februari rapportage combineren met de toegevoegde capaciteit, krijgen we de volgende cijfers. 429 nieuwe installaties, 204 MWp netto nieuwe capaciteit >> 476 kWp gemiddeld per stuk in die maand. Dat is weer een stuk hoger dan de gemiddeldes in de voorgaande twee maandrapporten, wat enkele grotere projecten doet vermoeden. Maar het is nog lang niet zo hoog dan het record van gemiddeld 1.073 kWp in record maand november 2019, toen er kennelijk meerdere grote zonneparken werden toegevoegd aan de databank bij CertiQ.

In absolute zin werden er in de eerste twee maanden van 2020 netto 719 nieuwe installaties toegevoegd met 260,8 MWp, en dus een gemiddelde systeem capaciteit van 363 kWp. Daar zit februari dus, ook met de systeemgemiddelde capaciteit, een flink eind boven.

Voor evoluerend systeemgemiddelde bij de totale accumulatie in het CertiQ dossier, zie paragraaf 8.

4. Kwartaal cijfers CertiQ maandrapportages - 2019 afgerond, tm. februari 2020


Groeicijfers per kwartaal. De volumes voor alle vier de kwartalen in 2019 geven nieuwe records t.o.v. de vergelijkbare periodes in 2018. Achtereenvolgens QI 314 MWp (89% meer volume dan in QI 2018), QII 295 MWp (43% meer dan in QII 2018), resp. QIII, aanvankelijk een nieuw record kwartaal volume, 440 MWp. Wat 115% hoger ligt dan in QIII 2018 (205 MWp). Het laatste kwartaal van 2019 sloeg wederom alle records, met 653 MWp nieuw toegevoegde capaciteit. Een spectaculaire factor 2,4 maal de 274 MWp in QIV van 2018. En ook nog eens anderhalf maal zoveel volume dan in het voorgaande record kwartaal, QIII 2019.

De eerste twee maanden van 2020 kwamen op 261 MWp. Er is nog maar een verschil van 53 MWp t.o.v. het volledige 1e kwartaal van 2019 (314 MWp). Het moet vreemd lopen, als dat kwartaal record niet alweer in 2020 gebroken zal gaan worden, want dan zou de groei in maart zeer laag moeten worden. Ondanks de hierboven al gesignaleerde (grote) problemen, lijkt dat, laten we conservatief zijn, "niet waarschijnlijk".

5. Half-jaar cijfers CertiQ cf. maandrapportages - 2019 afgerond, tm. februari 2020


Let s.v.p. ook in deze grafiek op de disclaimer betreffende mogelijke, nog niet "ontdekte" onvolkomendheden van de CertiQ data. De Y-as geeft de nieuw gerapporteerde capaciteiten in MWp, volgens de maandrapportages in de getoonde half-jaren. Op de X-as per kolom de resultaten van de 6 maand rapportages uit de half-jaren (HI = jan. tm. juni; HII = juli tm. december) sinds 2010, tot en met het eerste, nog lang niet afgeronde half-jaar voor 2020. Na de record capaciteit van 1.094 MWp in het tweede half jaar van 2019 is het nog afwachten of het eerste halfjaar van 2020 daar in de buurt gaat komen. In ieder geval is nu al met slechts 2 maandrapportages (en nog 4 te gaan), 43% van het totaal volume van het eerste half jaar in 2019 (608 MWp) bereikt.

6. Kalenderjaar cijfers CertiQ maandrapportages & jaar revisies - tm. februari 2020

Deze nieuwe grafiek heb ik in het vorige maandrapport toegevoegd om het verschil te laten zien tussen de nieuwe kalenderjaar volumes volgend uit de oorspronkelijke maand rapportages (lichtblauwe kolommen), en de volumes die volgen uit de later gereviseerde jaar rapportages (donkerblauwe kolommen). Laatstgenoemde bijgestelde "definitieve" jaargroei cijfers vindt u ook in de inset van de belangrijke verzamelgrafiek in het eerste jaaroverzicht van 2019, die ik begin dit jaar heb opgesteld. De eerste resultaten voor 2019 zijn gearceerd weergegeven, omdat de verwachting is, dat in de komende revisie (mogelijk pas halverwege 2020 of later), het EOY cijfer voor zowel dat, als voor het voorgaande jaar nog zal worden bijgesteld. En, voor 2019, mogelijk ook nog in een later rapport van CertiQ kan wijzigen. Dit naar aanleiding van vergelijkbare bijstellingen van de CertiQ cijfers in voorgaande jaren. De jaar volumes zijn de laatste jaren allemaal opwaarts bijgesteld, in 2018 ging het om maar liefst 7,5% meer jaargroei (915 i.p.v. 851 MWp), dan volgde uit de oorspronkelijke maand rapportages.

De cumulatie van de eerste 2 maandrapporten voor 2020 is rechts uiteraard weer gearceerd weergegeven, daar moet nog heel veel volume bij worden geschreven. Getoonde 261 MWp is wel al bijna even hoog als het hele jaarvolume volgend uit de maandrapportages in het jaar 2017 (273 MWp).

7. Accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit


De trendlijn in de grafiek is in deze update (februari 2020) gelijk gehouden aan die voor de voorgaande versie (rood: 5e graads polynoom, "best fit"). Ik heb, gezien de blijvende tempo versnellingen, in een eerdere update al de oude "piketpalen" voor volumes van telkens 400 MWp vervangen voor nieuwe exemplaren voor elke bereikte 500 MWp ("een halve GWp"). Deze zijn met de vertikale blauwe stippellijnen aangegeven.

In 2018 vond er een duidelijke versnelling van de gerapporteerde capaciteiten plaats, culminerend in een record toevoeging in december. In 2019 ging het rap verder met de toevoegingen, van ruim 51 MWp in januari, tot nieuw maand records van, achtereenvolgens, 165 MWp in februari, bijna 271 MWp in augustus, en, tot slot, de spectaculaire, goed zichtbare bijna 410 MWp nieuwe capaciteit in november.

Eind december 2019 bereikte de zonnestroom databank van CertiQ een geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van ruim 3.225 MWp. Dat is eind februari 2020 alweer 3.486,1 MWp geworden, we gaan dus alweer richting de 3 en een halve GWp. Het bereiken van de eerste "gecertificeerde" GWp kostte sinds eind 2009, toen er nog slechts 22 MWp PV capaciteit bij CertiQ bekend was (gecertificeerd), 8 een een half jaar. De tweede GWp heeft minder dan een jaar gekost. De derde GWp is al binnen een periode van 6 maanden toegevoegd (tussen mei en november 2019). Het is een van de belangrijkste redenen, waarom de netbeheerders op talloze plekken in ons land in de problemen zijn gekomen met de beschikbare netcapaciteit: ze zijn compleet overvallen door het enorme tempo van de nieuwbouw van met name de grote PV projecten.

Het bereikte volume van bijna 3,5 GWp in het februari rapport is reeds een factor 158 en een half maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al 27 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. De tussenpozen tussen het bereiken van de nieuwe "500 MWp" piketpalen bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar steeds korter geworden. Voor een nieuwe prognose voor medio 2020, gebaseerd op dit diagram, zie de grafiek in paragraaf 9.

8. Evolutie systeemgemiddelde capaciteit bij accumulaties CertiQ dossier


Met de aanhoudend forse groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, blijft ook de gemiddelde projectgrootte nog steeds sterk groeien in de cijfers van CertiQ. Zoals weergegeven in bovenstaande grafiek, met een "best fit" 4e graads polynoom als trendlijn (rood). Het systeemgemiddelde nam in 2018 al sterk toe, van 46,6 kWp (eind december 2017) naar 89,9 kWp gemiddeld eind 2018. In 2019 groeide het verder, van 91,5 naar zelfs 152,6 kWp, eind december. Eind februari 2020 werd alweer een gemiddelde bereikt van 159,5 kWp. Dit is inmiddels ruim een factor 27,5 maal het gemiddelde begin 2010. En is al een factor 10,6 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, blauwe stippellijn).

In het maand rapport van maart 2019 is de gemiddelde systeemgrootte bij de accumulatie aan gecertificeerde PV installaties bij CertiQ voor het eerst boven de 100 kWp gekomen. In het december rapport van 2019 is de 150 kWp piketpaal reeds gepasseerd.

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoegingen in de februari 2020 rapportage lag op een - fors - hoger niveau, 476 kWp (paragraaf 3). Het gemiddeld hoge niveau wordt structureler, omdat er steeds meer zeer grote (druppelsgewijs ook grondgebonden) projecten worden opgeleverd.

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten bij elkaar een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben (zie grafiek met de actuele [overgebleven] aantallen per grootte categorie in de eerste update voor 2019). Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.

9. Totaal CertiQ volume - extrapolatie tm. medio 2020 inclusief versie "revisie jaar cijfers"

Lange tijd werd er in 2019 - voor wie dat aan durfde - over mogelijk 2 GWp nieuwbouw voor heel Nederland gesproken, inclusief de gecertificeerde volumes (bijna uitsluitend SDE projecten), en de grote volumes aan residentiële en niet, of anderszins gesubsidieerde projecten. Dat is inmiddels "gelogenstraft" door de eerste berekeningen van de statistici van het CBS, die al op een volume van 2.402 MWp zijn gekomen. Met daarbij de verwachting van Polder PV, dat dat later dit jaar nog behoorlijk kan worden aangepast (waarschijnlijk: omhoog). Ergo: aanpassingen aan de marktcijfers kunnen aanzienlijk zijn.

Wat zal het dit jaar, 2020 gaan worden ? Daar over doen nog zeer grove speculaties van "mogelijk 3 GWp" de ronde. Ook rijst de vraag wat het volume zal gaan worden binnen de steeds belangrijker wordende "deel-markt", de gecertificeerde installaties ge-administreerd door CertiQ. Hier onder doe ik daarvoor wederom een nieuwe extrapolatie tot en met medio 2020. Dit, n.a.v. de blijvend hoge groei bij de accumulatie van de capaciteit van het afgelopen half jaar. Ook in deze versie tm. de februari 2020 rapportage wederom een afschatting op basis van een extrapolatie van de gereviseerde EOY jaar cijfers van CertiQ. Daarbij gelieve wel het eerder geschetste voorbehoud van onzekere factoren (impact Corona virus epidemie, netcapaciteit problemen) in het achterhoofd te houden, het gaat hier om een doortrekking van historische evolutie cijfers. Die dus, als worse case scenario's werkelijkheid gaan worden, ook weer kunnen gaan tegenvallen.


Deze extrapolatie grafiek is vernieuwd. Het resultaat voor februari 2020 is toegevoegd, een lineaire trendlijn tussen eind 2018 (1.523 MWp) en februari 2020 (3.486 MWp) is doorgetrokken naar status medio 2020, uitgaande van de versnelde groei sedert begin 2019. Daarnaast is een "best-fit" curve door de bekende maand resultaten berekend met Excel, en gezien de mogelijk aankomende problemen voor de Nederlandse markt wat behoudender gemaakt dan in de voorgaande update (van 5e naar 4e graads polynoom, rode lijn). In een eerdere versie heb ik ook de gereviseerde EOY jaarcijfers opgenomen in de vorm van een curve met groene diamantjes, waar doorheen een best fit curve (tevens 4e graads polynoom) en prognose "de toekomst in" is getrokken (bijbehorende groene stippellijn).

De lineaire extrapolatie komt nu medio 2020 uit op zo'n 4.050 MWp (in voorgaande versie nog 3.920 MWp). De best fit trendlijn door de maand resultaten komt op zo'n 4.150 MWp (met 5e graads polynoom in vorige versie veel hoger uitkomend, op 4.400 MWp). Als we van deze twee extrapolaties weer, conservatief, het gemiddelde nemen, komen we op ongeveer 4.100 MWp als voorlopige "educated guess" voor het geaccumuleerde CertiQ volume, medio 2020. Weer wat lager dan de 4.160 MWp in de vorige afschatting.

Gaan we, iets riskanter gezien de veel langere prognose periode vanaf het laatst bepaalde, bekende datapunt (EOY 2018 - 1.644 MWp) van de trendlijn door de EOY cijfers voor de door CertiQ gereviseerde cijfers (groene punten, wederom best-fit 4e graads polynoom curve), zouden we op basis van die prognose een stuk hoger uitkomen, op zo'n 4.400 MWp (groen cijfer rechts, ook veel lager dan met 5e graads polynoom in de voorgaande afschatting - 4.820 MWp).

Vanwege de twee verschillende methodieken, lijkt "minimaal 4,1 GWp" aan gecertificeerde zonnestroom capaciteit, medio 2020 bij CertiQ, momenteel "een reëel scenario". Als er tenminste geen problemen komen bij de uitbouw. Vooral de aanwezige net capaciteit en beschikbaar (kundig) personeel bij de netbeheerders zouden in deze zeer krachtige evolutie beslist beperkende factoren kunnen gaan worden. De gevolgen van de om zich heen grijpende Corona virus epidemie, die een zeer serieuze, zei het tijdelijke impact op de levering van grote hoeveelheden zonnepanelen richting Europa is gaan zetten, zullen als een belangrijke extra remmende factor ingecalculeerd moeten gaan worden. Hierbij is "conservatief rekenen" dus, gezien de markt situatie, noodzaak geworden.

10. Gecertificeerde zonnestroom productie tm. februari 2020

De "gemeten" producties van gecertificeerde zonnestroom worden door CertiQ ook in hun maand rapportages weergegeven. Dit zijn, wederom, altijd minimum inschattingen, omdat er vaak nog de nodige productie cijfers "na worden geleverd". Na het nieuwe historisch record volume in juni 2019, vielen de productie cijfers, met de recente winterperiode, stapsgewijs weer terug, in het ritme van de seizoenen.

In bovenstaande grafiek in magenta de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in de CertiQ databank, cumulerend in, voorlopig, 3.486 MWp in het februari 2020 rapport (geel omrand punt rechtsboven, referentie: linker Y-as). Het tweede record was eerder in juni 2019 gevestigd, zie het rood omrande datapunt in de blauwe curve, rechts bovenaan (referentie: rechter Y-as, in GWh garanties van oorsprong toegekend per maand). Dat gaf al een volume aan van 278,1 GWh (met ook nog forse opwaartse bijstellingen te verwachten). Voor deze maand is nu dus al 68% meer gemeten productie bekend, dan in de "voormalige topmaand" juli 2018 (165,2 GWh). Het ligt in de lijn der verwachting, dat de volumes aan GvO's uit te geven voor minimaal de maanden mei tm. juli 2020 daar alweer in zeer substantiële mate overheen zullen gaan. Aangezien er tegen die tijd een forse hoeveelheid nieuwe capaciteit bij is gekomen, waarvan de extra productie meegenomen gaat worden...

Ook de gecertificeerde productie in augustus 2019 lag, net als het volume in juli, niet ver onder het nieuwe record in juni. Echter, zoals verwacht kon worden, was het daarna grotendeels gedaan met de pret in 2019. De eerste cijfers voor oktober en november gaven nog maar 106 GWh (oktober) resp. 63 GWh aan nieuwe GvO's aan (november), zoals te doen gebruikelijk, een flinke terugval t.o.v. de zomer maanden. Inmiddels lijken we, met de 43,4 GWh in januari 2020, weer op "het winter dieptepunt" te zijn beland (punt rechts onderaan), waarna we weer rap in de versnelling zullen gaan, steil omhoog. Het tot nog toe gerapporteerde volume voor januari 2020 is alweer 60% (!) hoger dan de 27,1 GWh gemeld voor januari 2019. Veroorzaakt door, met name, de enorme nieuwbouw aan capaciteit in 2019 ff, die grote hoeveelheden nieuwe zonnestroom productie heeft toegevoegd aan het volume van de toen reeds bestaande netgekoppelde installaties.

Rechts onderaan in de grafiek zijn de vier meest recente, herkenbare "winter-dips" zichtbaar (blauwe pijlen). Deze worden steeds "hoger", vanwege de continu toenemende capaciteiten, en de daarmee gepaard gaande - relatief geringe winterse - producties in die maanden, die bovenop de producties van de al langer bestaande installaties worden gestapeld. De logische verwachting is, dat, in het komende maand rapport, februari 2020 weer op een veel hoger niveau zal eindigen, dan januari dit jaar. Zelfs als was het een relatief sombere maand, volgens het KNMI.

Zie ook de gereviseerde kalenderjaar cijfers van CertiQ tot en met het jaar 2018 (rapportage op 23 okt. 2019, compleet overzicht zie hier)

Data: CertiQ maandrapportages (maandelijkse analyse updates door Polder PV)

 

 
 
 
© 2020 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP