Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws P.V. pagina actueel

meest recente bericht boven

Specials:
CertiQ juli 2020 - vier records op een rij voor zonnestroom, incl. > halve TWh GvO's in juni
Officiële RVO update SDE dossier tm. 3 juli 2020 - 3.663 MWp beschikkingen gerealiseerd
Hoeveel zonnestroom capaciteit staat er in Nederland, medio 2020 ?
Zonnestroom statistiek update Stedin tm. eerste half jaar 2020

15 juli 2020 en recenter


 
^
TOP

6 augustus 2020: Gecertificeerde zonnestroom cijfers CertiQ, juli 2020 - records voor capaciteit per maand in 2020 (208 MWp), aantallen nieuwe installaties (historisch max., 589 stuks), gemiddelde systeem omvang (161 kWp), en garanties van oorsprong (idem, juni: 509 GWh).

Ook het juli rapport van TenneT dochter CertiQ verscheen ruim op tijd, op 6 augustus, met de wijzigingen in de capaciteits-data tm. juli, en garanties van oorsprong tm. juni dit jaar. De groei van de capaciteit is het hoogst van de 7 maand rapportages in 2020, 207,6 MWp, verdeeld over wederom een flink verder verbeterd nieuw maand record van 589 netto nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten. De gemiddelde maandelijkse capaciteits-toename in de eerste zeven maanden van 2020 ligt hiermee bijna 23% onder de gemiddelde maandgroei in dezelfde periode in 2019. Wat iets lager ligt dan de situatie tm. juni. Wederom is er ook een nieuwe record hoeveelheid garanties van oorsprong uitgegeven voor in Nederland opgewekte - gecertificeerde - zonnestroom, bijna 509 GWh in de maand juni (laatst bekende rapportage maand).

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Het overzicht met de cijfers over juli (en voor de GvO's tm. juni) 2020 verscheen bij CertiQ op 6 augustus 2020.

In de detail analyse hier op volgend wordt ingegaan op de wijzigingen en aanvullingen, deels grafisch verbeeld. Voor uitgebreide toelichting ter referentie, gebruik s.v.p. daarvoor het eerder gepubliceerde artikel met analyse van het augustus 2019 rapport van de TenneT dochter.

1. Ontwikkeling van aantallen gecertificeerde zonnestroom installaties

Nieuwe aantallen installaties in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de linker Y-as. In juli 2020 werd wederom, nadat recent in juni het vorige, lang aangehouden record (juli 2017, 445 stuks), was verbroken met 465 stuks, het hoogst aantal netto bijschrijvingen bij CertiQ gerapporteerd, 589 exemplaren. 124 projecten (27%) meer dan in juni dit jaar. Deze record toevoeging is een logisch uitvloeisel van de door krappe tijdvensters gedwongen feitelijke oplevering van veel SDE beschikkingen. En die ondanks de corona pandemie worden gebouwd.

De accumulatie is te zien aan de blauwe kolommen curve in bovenstaande grafiek. In de september 2019 rapportage is de piketpaal van twintigduizend gecertificeerde zonnestroom projecten gepasseerd. Het totaal is eind juli 2020 gekomen op, voorlopig, 24.151 exemplaren (gemarkeerd datapunt rechtsboven, eind juni was dit nog 23.562). Daarmee zou binnen 2-3 maanden tijd, bij het huidige tempo, de piketpaal van 25 duizend PV projecten in het register van CertiQ tot de mogelijkheden gaan behoren. Dit is weliswaar nog steeds een zeer gering aandeel op het totaal aantal PV systemen in Nederland, wat mogelijk deze zomer al rond zo'n 1 miljoen stuks zou kunnen zijn geworden (dominant residentieel). Maar bij de capaciteit heeft de projecten markt al in 2019 de residentiële sector stevig ingehaald, gezien de meest recente CBS data, in diverse artikelen besproken door Polder PV, met name de eerste grafiek in het 1e artikel van 19 juni 2020.

Voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand. Bovendien geldt ook, dat alle huidige "eerste cijfers" voor 2020, en ook die voor 2019, later nog zullen worden bijgesteld, zoals ook voor voorgaande jaren is geschied (wijzigingen voor 2018 zijn in de revisie van het CertiQ rapport over dat jaar besproken, zie ook de daar gelinkte detail analyse). Voor de eerste jaar resultaten van 2019, zie het voorlopige rapport, waarvan we later waarschijnlijk nog een forse revisie kunnen gaan verwachten.


Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. De nieuwe volumes gerealiseerde projecten per maand zijn vanwege de enorme stapel aan SDE beschikkingen die wordt uitgevoerd in 2020 t.o.v. 2019 al weer sterk toegenomen. In 2019 (gele kolommen, met max., in juli, 443 nieuwe projecten) was er op dit punt al duidelijk een versnelling zichtbaar.

Na een relatief rustige start in januari 2020, zijn de groei volumes in de daar op volgende vier maanden bovengemiddeld hoog geweest, aanvankelijk culminerend in een hoge melding van 433 nieuwe projecten in april, gevolgd door 399 stuks in mei. In juni werd een record gevestigd van 465 nieuwe installaties, maar dat is in juli direct alweer gesneuveld, met 124 installaties meer (27%), leidend tot het nieuwste record van 589 nieuwe projecten in 1 maand tijd. Hierdoor is het nieuw vastgestelde maandgemiddelde voor 2020 verder toegenomen naar een niveau van 430 nieuwe installaties per maand (horizontale blauwe stippellijn). Het hoogste niveau tot nog toe, 23% hoger dan het kalenderjaar gemiddelde in 2019 (horizontale gele stippellijn). Tot 2018 was er een verwarrende periode van 4 jaar waarbij ook tijdelijk negatieve groei optrad, vanwege een combinatie van langdurende her-registratie verplichtingen, en mogelijk "natuurlijke uitval" bij CertiQ.

Het maand gemiddelde in de eerste 7 maanden van 2020 is al het dubbele van het kalenderjaar gemiddelde in 2018 (210 stuks/mnd), 2,7 maal dat van 2017 (158 stuks/mnd), resp. 4,1 maal dat van 2016 (105 stuks/mnd). Die kalenderjaar gemiddeldes zijn met de eigen "jaar kleur" ook in gestippelde horizontale lijnen weergegeven.

Ook deze volumes (evenals die voor de capaciteiten) zullen achteraf nog worden bijgesteld door wijzigingen in de primaire database van CertiQ. De revisie voor 2017 gaf, bijvoorbeeld, gemiddeld 143 nieuwe installaties per maand (1.717 nieuwe installaties in 2017). 9,5% lager dan uit de oorspronkelijke maand rapportages afgeleid kon worden. In de revisie voor 2018 zijn de meest recente EOY cijfers in de revisie tabel 14.706 (EOY 2017) resp. 17.399 (EOY 2018), waaruit een jaargroei resulteert van 2.693 nieuwe PV projecten (afgerond gemiddeld 224 per maand). Vergelijken we die met de cijfers volgend uit de veel eerder gepubliceerde oorspronkelijke maand rapportages (14.430 resp. 16.946), was die groei aanvankelijk 2.516 exemplaren (gemiddeld 210 per maand). Met de gecorrigeerde EOY cijfers bij CertiQ zijn er dus netto 177 nieuwe projecten bijgekomen in 2018, 7% méér (ditto bij het daar van afgeleide maandgemiddelde).

Het nieuwe jaarvolume voor 2017 kwam volgens de maandrapporten uit op 1.898 installaties. In 2018 was dat 2.516 stuks. 2019 zit inmiddels op 4.195 exemplaren netto, 67% meer volume dan in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Als de groei in de rest van 2020 op een vergelijkbaar niveau ligt als in de eerste zeven maanden, zou het totaal dit jaar al richting de 5.100 - 5.200 nieuwe projecten kunnen gaan. Op het vlak van aantallen is er dus ook een zeer duidelijke groei. Wederom hierbij het voorbehoud, dat totale volumes per jaar achteraf kunnen - en zullen - worden bijgesteld door CertiQ.

2. Capaciteit evolutie van gecertificeerde zonnestroom installaties


Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor september 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast.
Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage ! Ook voor juli 2019 is het aanvankelijk op 1 augustus 2019
verschenen maandrapport na interventie door Polder PV fors neerwaarts gecorrigeerd in een later gereviseerde versie.
Als klap op de vuurpijl resulteerde uit het april 2020 rapport een bizarre negatieve maandgroei van -108,5 MWp,
a.g.v. een "drie-nullen correctie" van een eerder (?) foutief ingegeven installatie door een netbeheerder.

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit al langer om opvallende, substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Met name in 2018 en 2019, en voor 2020 met name vanaf mei. Na de heftige revisie van het nieuwe netto volume voor juli 2019 volgde een nieuw, met nog wel wat vraagtekens omgeven historisch record van 270,9 MWp in augustus, wat het vorige record in februari van dat jaar (165,0 MWp) naar de annalen verwees. In november van 2019 werd wederom een verpletterend nieuwe record toevoeging van maar liefst 409,9 MWp geregistreerd. Ook december pakte hoog uit, met 156,2 MWp.

2020 Begon met name in februari voortvarend, met het hoogste historische maandvolume in het eerste kwartaal, 204 MWp. Daarna kwam er zeer fors de klad in. Met een zwaar tegenvallende groei van 43,4 MWp in maart 2020, wat zelfs onder de toename lag in maart 2018 (70,9 MWp), en minder dan de helft van het volume in maart 2019 (97,6 MWp), is daarmee voor het eerst het kwartaalgemiddelde voor QI nu een stuk ónder dat van het voorgaande jaar komen te liggen: 101,4 MWp in 2020, t.o.v. 104,6 MWp in 2019. De bizarre negatieve maand "groei" in april kwam daar overheen (verkeerd doorgegeven project door een netbeheerder, met verregaande consequenties). Daar kon de redelijk groei van 120,1 MWp in mei, en de opvolgende nog hogere toename van 149,4 MWp in juni nog wel wat aan "corrigeren", maar duidelijk is, dat in het eerste half jaar de toename op een fors lager niveau is komen te liggen dan in 2019 (zie grafiek verderop).

Wel is verheugend, dat er een nieuw maand groei record met de capaciteit is gevestigd. Weliswaar krap meer dan het voorgaande in februari (204 MWp), maar de 207,6 MWp nieuwe capaciteit in juli dit jaar smaakt uiteraard naar meer. Wel is het nog steeds substantieel lager dan de hoge volumes voor augustus en november in 2019.

Het maandgemiddelde is in 2020, ondanks dit nieuwe maand record, nog steeds veel lager dan het kalenderjaar gemiddelde in 2019, te zien aan de blauwe t.o.v. gele stippellijn, bijna 96 MWp t.o.v. 142 MWp. In het februari rapport lag dat er nog marginaal onder. Het gemiddeld in 2020 ligt inmiddels beduidend hoger dan het maandgemiddelde in het hele kalenderjaar 2018 (paarse stippellijn). De verwachting is, dat dit de komende maanden beslist verder kan gaan bijtrekken, maar er moeten nog steeds "wonderen" gebeuren, wil het totaal volume in 2019 zelfs maar ge-evenaard gaan worden. De vraag is of die "wonderen" wel zullen gaan komen. Voor de mogelijke oorzaken van de fors afgenomen toenames van de capaciteit bij CertiQ, zie ook de aparte alinea daar aan gewijd in de bespreking van de cijfers over maart dit jaar (paragraaf 2). Bemoedigend is echter wel, dat de maandelijkse groei cijfers in mei tm. juli in 2020 reeds (fors) boven de toenames in die maanden in 2019 liggen (vergelijk de blauwe kolommen met de gele).

3. Gemiddelde capaciteit & absolute volumes PV projecten (tot en met) juli 2020

Voor bespreking tot en met 2019 verwijs ik naar een vorige rapportage met november en december 2019. Als we uitgaan van de CertiQ cijfers zoals nu gepubliceerd, en "relatief weinig uitstroom" van verwijderde projecten in de data bestanden, en de maandelijkse netto toevoegingen in juli 2020 combineren met de toegevoegde capaciteit, resulteert dit in een gemiddeld systeem vermogen van 352,5 kWp per stuk in deze zevende maand van het nieuwe jaar. Dit is wederom, en wel 10% meer dan de ruim 321 kWp voor de nieuwe toevoegingen in het juni rapport.

Voor evoluerend systeemgemiddelde bij de totale accumulatie in het CertiQ dossier, zie paragraaf 8.

4. Kwartaal cijfers CertiQ maandrapportages - eerste maand QIII toegevoegd


Groeicijfers per kwartaal. De volumes voor alle vier de kwartalen in 2019 gaven allen nieuwe records t.o.v. de vergelijkbare periodes in 2018 te zien. Achtereenvolgens QI 314 MWp (89% meer volume dan in QI 2018), QII 295 MWp (43% meer dan in QII 2018), resp. QIII, aanvankelijk een nieuw record kwartaal volume, 440 MWp. Wat 115% hoger ligt dan in QIII 2018 (205 MWp). Het laatste kwartaal van 2019 sloeg wederom alle records, met 653 MWp nieuw toegevoegde capaciteit. Een spectaculaire factor 2,4 maal de 274 MWp in QIV van 2018. En ook nog eens anderhalf maal zoveel volume dan in het voorgaande record kwartaal, QIII 2019.

Het eerste kwartaal van 2020 laat meteen alweer een forse trendbreuk zien. Voor het eerst sedert het derde kwartaal van 2019 is er geen toename, maar meer dan een halvering t.o.v. het voorlaatste (weliswaar: record) kwartaal, QIV 2019, te zien. QI 2020 liet een groei in de maandrapporten zien van slechts 304 MWp. Dit is zelfs iets (ruim 3%) minder dan in QI 2019, toen 314 MWp nieuw verscheen in de eerste drie maand rapportages.

QII laat, zelfs met het prima resultaat voor de laatst toegevoegde maand juni, nog steeds een zeer laag volume zien van slechts 161 MWp, wat natuurlijk ligt aan het feit dat april een bizarre negatieve capaciteit "toename" gaf te zien van -108,5 MWp. De merkwaardige negatieve groei in april is zelfs op nog hogere niveaus terug te zien, zie paragrafen 5 en 6. Derhalve, heb ik ook ik deze grafieken een nieuwe disclaimer opgenomen (wit veld met rode rand), om op die bizarre, officiële april ingave te wijzen. QII haalde mede vanwege de curieuze negatieve groei in april slechts 55% is van de groei in QII 2019 (295 MWp). Ook QII in 2018 kwam op een hoger niveau uit, 206 MWp.

Achteraan is het eerste resultaat, juli, voor het derde kwartaal van 2020 opgenomen (208 MWp), en derhalve gearceerd weergegeven. Bemoedigend is, dat deze eerste maand al 47% van het volume, behaald in het hele derde kwartaal van 2019 (440 MWp), heeft geclaimd. Als augustus en september ook hoge scores halen, kan het derde kwartaal in 2020 dus beslist een prima prestatie neerzetten (ondanks de corona pandemie). Maar dat moeten we nog afwachten.

5. Half-jaar cijfers CertiQ maandrapportages - tm. juli 2020


Groeicijfers per half-jaar. De Y-as geeft de nieuw gerapporteerde capaciteiten in MWp, volgens de maandrapportages in de getoonde half-jaren. Op de X-as per kolom de resultaten van de 6 maand rapportages uit de half-jaren (HI = jan. tm. juni; HII = juli tm. december) sinds 2010, tot en met het tweede afgeronde half-jaar voor 2019. Met een voorlopig nieuwe, spectaculaire record capaciteit van 1.094 MWp. Die het voorgaande half jaar record, HI in 2019 608 MWp) alweer aan diggelen sloeg, met een factor 1,8 maal zo veel toegevoegde capaciteit in dat tweede half-jaar.

Helemaal rechts is het nu afgeronde resultaat voor HI 2020 getoond, met het totaal volume van de eerste 6 maand rapporten van dit jaar. Goed moet hierbij beseft worden, dat de hoge "negatieve groei" in het april rapport ook zit besloten in de getoonde 465 MWp groei voor 2020 HI. Daardoor komt die groei op slechts ruim 76% van het hoge volume in 2019 HI (608 MWp). Wel is de toename in 2020 HI inmiddels 25% hoger geworden dan de gerapporteerde aanwas in 2018 HI. Zelfs als er later eventueel voor april 2020 gecorrigeerd zou gaan worden, is de vraag is of het tot nog toe "record eerste half jaar" van 2019 ge-evenaard zal gaan worden, met de blijvende actuele problemen.

Achteraan het eerste resultaat voor het tweede half jaar van 2020, gearceerd weergegeven omdat alleen juli nog bekend is. Puur theoretisch zou het record resultaat in het tweede half jaar van 2019 gehaald kunnen worden, als augustus tot en met december van dit jaar even hoge resultaten zouden laten zien als juli. Maar daar gaan we voorlopig niet van uit. Het blijft moeilijk in te schatten wat de rest van het jaar zal gaan brengen (voor een prognose, zie paragraaf 9).

6. Kalenderjaar cijfers CertiQ maandrapportages & jaar-revisies - tm. juli 2020


Deze laatst toegevoegde nieuwe grafiek heb ik in een eerdere analyse opgenomen om het verschil te laten zien tussen de nieuwe kalenderjaar volumes volgend uit de oorspronkelijke maand rapportages (lichtblauwe kolommen), en de volumes die volgen uit de later gereviseerde jaar rapportages (donkerblauwe kolommen). Laatstgenoemde bijgestelde "definitieve" jaargroei cijfers vindt u ook in de inset van de belangrijke verzamelgrafiek in het eerste jaaroverzicht van 2019, die ik begin dit jaar heb opgesteld. De eerste resultaten voor 2019 zijn gearceerd weergegeven, omdat de verwachting is, dat in de komende revisie (mogelijk pas in de nazomer van 2020 of zelfs later), het EOY cijfer voor zowel dat, als voor het voorgaande jaar nog zal worden bijgesteld. En, voor 2019, mogelijk ook nog in een later rapport van CertiQ kan wijzigen. Dit naar aanleiding van vergelijkbare bijstellingen van de CertiQ cijfers in voorgaande jaren. De jaar volumes zijn de laatste jaren allemaal opwaarts bijgesteld, in 2018 ging het om maar liefst 7,5% meer jaargroei (915 i.p.v. 851 MWp), dan volgde uit de oorspronkelijke maand rapportages.

De cumulatie van de eerste 7 maandrapportages voor 2020 (inclusief "negatieve groei"-maand april) is rechts uiteraard weer gearceerd weergegeven, daar moet nog heel veel volume, voor de laatste 5 maanden, bij worden geschreven. Getoonde 673 MWp is weliswaar teleurstellend laag, maar wel al 79 procent van het hele jaarvolume volgend uit de maandrapportages in het jaar 2018 (851 MWp). Als we van een veel te pessimistisch scenario "evenveel groei in de resterende maanden als in jan. tm. juli" zouden uitgaan, zou je nu op 1.154 MWp groei komen in 2020. Wat al 36% hoger dan de jaargroei volgens de maandrapportages in 2018 zou zijn. Maar nog steeds slechts 68% van de zeer hoge groei volgens de maandrapportages in 2019 (1.702 MWp). Dat was nog 55% in de voorgaande update tm. juni, dus alweer een stuk hoger. De verwachting is, dat de resterende maanden van 2020 een flinke volume groei zullen laten zien. Hoe groot, dat moeten we nog afwachten.

7. Accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit


De trendlijn in de grafiek is sedert de mei update, als gevolg van de tegenvallende cijfers in 2020, aangepast t.o.v. het exemplaar in de voorgaande versies. De polynoom "best fit" curve is vervangen door een voortschrijdend gemiddelde trendlijn, waarbij het gemiddelde resultaat van de laatste drie maanden wordt weergegeven. Mede vanwege de bizarre "negatieve maandgroei in april 2020", vlakte deze curve tijdelijk sterk af, rechts bovenaan in de grafiek. De groei is echter gecontinueerd door de relatief hoge volumes genererende maanden mei tm. juli, vandaar dat de rode lijn weer een duidelijk positieve stijging laat zien. Vertikale blauwe stippellijnen geven het snijpunt van de bereikte 500 MWp piketpalen ("een halve GWp") met deze curve weer. De zevende piketpaal werd de afgelopen maanden bereikt. Mogelijk komt, bij goede groei, de achtste (4 GWp) in augustus in zicht.

In 2018 vond er een duidelijke versnelling van de gerapporteerde capaciteiten plaats, culminerend in een record toevoeging in december. In 2019 ging het rap verder met de toevoegingen, van ruim 51 MWp in januari, tot nieuwe maand records van, achtereenvolgens, 165 MWp in februari, bijna 271 MWp in augustus, en, tot slot, de spectaculaire, goed zichtbare bijna 410 MWp nieuwe capaciteit in november. Januari en februari 2020 voegden ook weer voor die maanden record hoeveelheden toe, 57 resp. 204 MWp. Daarna kwam, o.a. door de gevolgen van de Corona crisis, én de merkwaardige negatieve groei in april 2020, de klad er tijdelijk in. Om in mei tot en met juli wederom een "inhaalrace" te beginnen waarvan we benieuwd zijn of die wordt gecontinueerd. Dit hangt wederom van onzekere factoren af. Zelfs al zou er later dit jaar een verdere versnelling van de uitbouw van SDE projecten kunnen plaatsvinden, het is maar zeer de vraag of die de enorme "klap" in het eerste half jaar zal kunnen opvangen.

Eind juli 2020 bereikte de zonnestroom databank van CertiQ in ieder geval een geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van 3.898,1 MWp. Het bereiken van de eerste "gecertificeerde" GWp kostte sinds eind 2009, toen er nog slechts 22 MWp PV capaciteit bij CertiQ bekend was (gecertificeerd), 8 een een half jaar. De tweede GWp heeft minder dan een jaar gekost. De derde GWp is al binnen een periode van 6 maanden toegevoegd (tussen mei en november 2019). Het is een van de belangrijkste redenen, waarom de netbeheerders op talloze plekken in ons land in de problemen zijn gekomen met de beschikbare netcapaciteit: ze zijn compleet overvallen door het enorme tempo van de nieuwbouw van met name de grote PV projecten. En, wat de grote zonneparken betreft: vaak in dunbevolkte gebieden met een historisch verklaarbare "krappe netcapaciteit".

Het bereikte volume van bijna 3,9 GWp in het juli rapport is een factor 177 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al 30 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. De tussenpozen tussen het bereiken van de nieuwe "500 MWp" piketpalen bij de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteiten zijn de afgelopen drie jaar steeds korter geworden, al is die trend in het eerste half jaar van 2020 weer gebroken. Voor een nieuwe prognose voor eind 2020, gebaseerd op dit diagram, zie de grafiek in paragraaf 9.

CertiQ vs. RVO
Als we het huidige accumulatie cijfer vergelijken met de meest recente status van het SDE dossier bij RVO, kort geleden in detail uit de doeken gedaan door Polder PV, zien we het volgende beeld. Status eind juli 2020 vlg. CertiQ: 3.898 MWp (alle voor het verkrijgen van Garanties van Oorsprong gecertificeerde capaciteit, inclusief een onbekend, waarschijnlijk gering volume "niet SDE gesubsidieerde" PV projecten*). RVO status 3 juli 2020 3.663 MWp. Dat laatste is de accumulatie van uitsluitend onder SDE regimes vallende projecten, en omvat grotendeels alleen de toegekende beschikte volumes. Fysieke realisaties (die wel bij CertiQ worden gemeld) kunnen sterk afwijken van de door RVO gehanteerde capaciteiten. Polder PV heeft daar vele honderden voorbeelden van in zijn overzichten staan ! RVO past daarnaast de laatste 2 jaar ook regelmatig het volume van de beschikte capaciteit van een toenemend aantal projecten aan in haar overzichten. Dat is altijd in neerwaartse richting. Polder PV kent daarnaast talloze projecten die (soms fors) groter zijn uitgevoerd dan dat er door RVO is beschikt bij de SDE toekenning.

Dat daargelaten: CertiQ heeft eind juli alweer 235 MWp (6,4%) meer PV volume fysiek gerealiseerd en gecertificeerd staan, dan RVO in haar altijd flink op de actualiteit achter lopende cijfers voor uitsluitend de beschikte hoeveelheden "met ja vinkje" heeft geaccumuleerd, 28 dagen eerder. Dit soort verschillen zal niet verdwijnen, het niveau van het gesignaleerde verschil verandert per status update van een van de beide instanties.

* NB: Hardnekkige claims, dat de CertiQ databanken alleen maar projecten "met SDE+ subsidie" (beschikkingen) zouden bevatten kloppen absoluut niet. Een groot volume bij de aantallen betreft kleine projecten met oude SDE beschikkingen, zoals hier ook voor de zoveelste maal gemeld. Maar daarnaast zijn er ook projecten zónder SDE of SDE "+" subsidie, die via diverse groencertificaten platforms instromen. Het aantal of het volume daarvan (in MWp) is echter niet publiekelijk bekend, omdat dat onderscheid in de CertiQ data niet wordt gemaakt.

8. Evolutie systeemgemiddelde capaciteit bij accumulaties CertiQ dossier - derde record


Met de aanhoudend sterke groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, bleef jaren lang ook de gemiddelde projectgrootte fors groeien in de cijfers van CertiQ. Maar daar is eerder dit jaar duidelijk de klad in gekomen, sedert de historische piek in februari 2020 (159,5 kWp). In maart kregen we te maken met een "unicum", de gemiddelde systeemcapaciteit van het totale geaccumuleerde volume nam af. Door continue instroom van behoorlijk veel nieuwe projecten, maar beperkte hoeveelheden nieuwe capaciteit, én de "april anomalie" (negatieve capaciteits-groei), is het systeemgemiddelde voor het eerst in zeer lange tijd korte tijd achteruit gegaan. Vanaf mei is er weer een toename te zien, en belandde dit eind juni op 156,6 kWp per project. Eind juli hebben we wederom een nieuw record te pakken, ondanks ook een record bij het aantal nieuw geregistreerde projecten. De gemiddelde systeem capaciteit van alle bij CertiQ aangemelde gecertificeerde installaties is verder gestegen naar 161,4 kWp per project.

Het bereikte niveau eind juli is een hoge factor 27,8 maal het gemiddelde begin 2010. En een factor 10,8 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, horizontale blauwe stippellijn). Ook in deze grafiek is, vanwege de trendbreuk begin 2020, afgestapt van een polynoom trendlijn, en is deze vervangen door een voortschrijdend gemiddelde lijn, met gemiddelde waarden van de laatste drie maanden (rode curve). Na een korte neerwaartse buiging tm. juni, is deze weer omhoog gebogen a.g.v. van de forse toevoeging aan capaciteit in juli.

In het maand rapport van maart 2019 is de gemiddelde systeemgrootte bij de accumulatie aan gecertificeerde PV installaties bij CertiQ voor het eerst boven de 100 kWp gekomen. In het december rapport van 2019 is de 150 kWp piketpaal gepasseerd.

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoeging in de juli 2020 rapportage lag een stuk hoger, bijna 353 kWp (paragraaf 3), wat weer vergelijkbaar is met de situatie over een lange periode hier aan voorafgaand, en "brekend met de tijdelijke trendbreuk in maart".

Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten normaliter een stuk lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben (zie grafiek met de actuele [overgebleven] aantallen per grootte categorie in het eerste jaar overzicht van 2019). Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.

9. Totaal CertiQ volume - extrapolatie tm. eind 2020 inclusief versie "revisie jaar cijfers"

De verwachting, dat Nederland in 2019 weer een record jaar tegemoet zou gaan zien, is met de voorlopige cijfers voor de projecten markt - in casu CertiQ data - volledig uitgekomen. Een belangrijke vervolg vraag blijft luiden: hoe "groot" wordt het CertiQ volume in Corona pandemie jaar 2020 ?

Lange tijd werd er in 2019 - voor wie dat aandurfde - over mogelijk 2 GWp nieuwbouw voor heel Nederland gesproken, inclusief de gecertificeerde volumes (bijna uitsluitend SDE projecten), en de grote volumes aan residentiële en niet, of anderszins gesubsidieerde projecten. De groei is substantieel hoger geworden dan "slechts" 2 GWp", al moeten we tot eind dit jaar wachten voordat het CBS daar definitief duidelijkheid over kan verschaffen. Een laatste inschatting van het CBS ligt weer lager dan tijdens de eerste publicatie: 2.402 MWp is nu nog maar 2.265 MWp groei geworden. Dit kan later beslist nog steeds worden aangepast. Voor 2020 deden aanvankelijk nog zeer grove speculaties van "mogelijk 3 GWp" de ronde. Dat was echter vóórdat een akkefietje als "de gevolgen van een Coronavirus pandemie" de ronde deed... En dat zien we nu alweer duidelijk terug in de eerste cijfers voor dit jaar.

Hier onder ga ik daar wat alleen het CertiQ volume betreft (!) andermaal op in, met een nieuwe extrapolatie, voor eind 2020. Dit, n.a.v. de groei bij de accumulatie van de capaciteit, inclusief de wijzigingen in de laatste maandrapporten. Ook in deze versie tm. de juli 2020 rapportage wederom een afschatting op basis van een extrapolatie van de gereviseerde EOY jaar cijfers van CertiQ.


Eerder maakte ik een dergelijke extrapolatie grafiek voor het eindejaars-volume van 2018 op basis van het november rapport dat jaar, waarbij ik destijds uitkwam op - zeer conservatief geschat - zo'n 1.470 MWp eind van het jaar. Het werd in het voorlopige (eerste) jaar rapport van CertiQ zelfs 1.523 MWp (weergegeven in de grafiek op basis van de maand rapportages, gele kolommen), dus ik was toen inderdaad "conservatief". In een recente versie heb ik ook de gereviseerde EOY jaarcijfers opgenomen in de vorm van een curve met groene diamantjes, waar doorheen een best fit curve (4e graads polynoom trendlijn) en prognose "de toekomst in" is getrokken (bijbehorende groene stippellijn). EOY 2018 is zelfs alweer opgewaardeerd naar 1.644 MWp door CertiQ, wat alweer 12% meer volume is dan ik aan de hand van de extrapolatie op basis van het november rapport voor dat jaar had afgeschat.

Dit, om aan te geven dat de wijzigingen van die cijfers behoorlijk kunnen oplopen. En dat daar altijd rekening mee gehouden dient te worden. Daar staat tegenover, dat er ook tegenslagen kunnen komen. Gezien de laatste maand rapportages, is daar inmiddels in 2020 duidelijk sprake van, in de vorm van de impact van de Corona pandemie, én een curieuze negatieve maandgroei in het april rapport. Weliswaar is de groei daarna doorgegaan, maar de "klap" in het eerste halfjaar zal zeker impact gaan hebben op het jaar resultaat.

In een nieuwe, "conservatieve" lineaire extrapolatie (zwarte lijn), ben ik niet meer uitgegaan van medio 2015 als startpunt, omdat de groei daarna zeer sterk is toegenomen. Voor een vergelijkbare extrapolatie heb ik eind 2018 als begin referentie genomen (eerste vertikale blauwe stippellijn), en via het laatste maand resultaat (juli 2020) lineair ge-extrapoleerd naar eind 2020 (2e vertikale blauwe stippellijn). Dit geeft een veel "logischer" conservatief scenario, dan op basis van de niet meer realistische extrapolatie over een veel langere periode, toen de "oude" groeicijfers op een véél lager niveau lagen. Met deze extrapolatie komen we inmiddels op een mogelijke accumulatie, eind 2020, van zo'n 4.470 MWp uit, weergegeven rechts van de rechter Y-as (hoger dan in de juni update, toen kwam ik op 4.360 MWp). Daarbij natuurlijk de aanname, dat er niet nog meer nare verrassingen uit de goochelhoed worden getoverd, dit jaar.

Ten tweede. Gaan we uit van de best fit trendlijn door de maand resultaten, nog conservatiever dan voorheen, 3e graads polynoom (rode curve), en bepalen we daarvan het snijpunt met genoemde blauwe stippellijn, komen we op een fors hoger niveau, 4.590 MWp (even hoog als in vorige update). Als we van deze twee extrapolaties weer, conservatief, het gemiddelde nemen, komen we op ongeveer 4.530 MWp als voorlopige "educated guess" voor het geaccumuleerde CertiQ volume, eind 2020 (55 MWp meer dan in de vorige update). Waarbij nog steeds het uitgangspunt is, dat in de laatste 5 maanden een forse inhaalslag "kan" worden gemaakt om het verlies in de eerste jaarhelft (deels) te kunnen compenseren. Ook, omdat er duizenden SDE beschikkingen een relatief korte realisatie periode hebben, en er weliswaar een jaar verlenging is toegezegd, a.g.v. een aangenomen motie van vd Lee / Sienot. Maar dat ene jaar nog steeds als (te) krap kan worden gezien door de ontwikkelaars, en men haast wil maken om zoveel mogelijk projecten toch nog "op tijd" gerealiseerd te krijgen.

Zouden we bovengenoemde ruim 4,5 GWp EOY 2020 voor haalbaar houden, zou dit t.o.v. het nog voorlopige EOY cijfer voor 2019 (3,2 GWp) een jaargroei kunnen opleveren van ruim 1,3 GWp aan uitsluitend gecertificeerde PV capaciteit in 2020.

Gaan we, een stuk riskanter, gezien de veel langere prognose periode vanaf het laatst bepaalde, bekende "harde" datapunt (EOY 2018 - 1.644 MWp) van de trendlijn door de EOY cijfers voor de door CertiQ gereviseerde cijfers (groene punten, ditmaal een best-fit 4e graads polynoom curve), zouden we op basis van die prognose nog veel hoger uitkomen, rond de 5.150 MWp (groen cijfer rechts). Vanwege de grote onzekerheden rond de langer durende impact van de Corona virus pandemie, houden we voorlopig het conservatievere scenario (4.530 MWp EOY 2020) aan. Waarbij de realiteit uiteraard altijd nieuwe verrassingen, zowel in opwaartse, als in neerwaartse zin, zal kunnen tonen.

10. Gecertificeerde zonnestroom productie tm. juni 2020 - wederom een nieuw record

De "gemeten" producties van gecertificeerde zonnestroom worden door CertiQ ook in hun maand rapportages weergegeven, en wel over de daar aan voorafgaande maand. Dit zijn, wederom, altijd minimum inschattingen, omdat er vaak nog de nodige productie cijfers "na worden geleverd". De grootste volumes zijn wel al bekend, in de rapportage maand, volgend op de verslag-maand. Na het laatste historisch record volume in juni 2019, vielen de productie cijfers stapsgewijs weer terug, in het ritme van de seizoenen. Met de inmiddels toegevoegde (eerste) resultaten tot en met juni 2020 hebben we inmiddels wederom, na het record volume in mei, een nieuw productie record te pakken. Wat, gezien de combinatie van zeer zonnig weer in juni (volgens het KNMI), én de capaciteits-toevoegingen in de maanden januari tm. mei, weer geen verrassing is.

In bovenstaande grafiek in magenta de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in de CertiQ databank, cumulerend in, voorlopig, 3.898,1 MWp in het juli 2020 rapport (geel omrand punt rechtsboven, 3 maanden na de bizarre, met signaal venstertje weergegeven "dip" in april, referentie: linker Y-as). Het tweede record is een nieuw exemplaar, volgend op dat voor mei dit jaar (452,2 GWh). Nooit eerder werden zoveel garanties van oorsprong (GvO's) in een maand toegekend voor gecertificeerde zonnestroom dan ooit tevoren in Nederland, 508,7 GWh in juni 2020. Niet eerder in de Nederlandse historie werd meer dan een halve Terawattuur aan gecertificeerde zonnestroom geregistreerd in een maand tijd. Zie het rood omrande datapunt in de blauwe curve, rechts bovenaan (referentie: rechter Y-as, in GWh garanties van oorsprong toegekend per maand). Juni 2020 heeft daarmee dus al 83% meer GvO's toegekend gekregen dan in juni 2019 (record maand in dat jaar, met 278,1 GWh) ! Zoals reeds opgemerkt, kan dat volume in latere bijstellingen nog gaan toenemen, omdat er altijd vertraging zit in de verstrekking van GvO's, met name voor de kleinere installaties. Het is waarschijnlijk, dat de volumes aan GvO's uit te geven voor juli 2020 daar alweer flink overheen zullen gaan, aangezien de "normale hoeveelheid zonneschijn" werd geturfd door het KNMI in die maand, maar er natuurlijk wel extra gecertificeerde capaciteit bijgekomen is in juni (en ook in juli zelf).

Rechts onderaan in de grafiek zijn de vier meest recente, herkenbare "winter-dips" zichtbaar (blauwe pijlen). Deze worden steeds "hoger", vanwege de continu toenemende capaciteiten, en de daarmee gepaard gaande - relatief geringe winterse - producties in die maanden, die bovenop de producties van de al langer bestaande installaties worden gestapeld. De logische verwachting is, dat december 2020 en januari 2021 weer op een veel hoger niveau zullen eindigen, dan de eerder gerapporteerde resultaten voor die wintermaanden in 2019 / 2020.

11. Andere cijfers zonnestroom certificaten CertiQ

CertiQ geeft ook al jaren per maandrapport een cumulatie van alleen de gecertificeerde, van Garanties van Oorsprong (GvO's) voorziene producties van de laatste 12 maanden op. Ook daar volgt - natuurlijk - een record, van 2.969 GWh zonnestroom in een jaar tijd (bijna 3 terawattuur, driekwart van de maximale jaarlijkse output van kernsplijter Borssele). Ten opzichte van die cumulatie in het voorgaande maandrapport is ook een record positief verschil van bijna 300 GWh vastgesteld.

CertiQ publiceert ook import- en export cijfers van GvO's voor zonnestroom. Die waren in juli dit jaar 61,4 resp. 45,2 GWh voor zonnestroom certificaten. Voor de accumulaties van de laatste 12 maanden waren de hoeveelheden 580,4 GWh (import) resp. 335,5 GWh (export). De langjarige maandgemiddeldes in de periode januari 2016 tm juli 2020 waren als volgt: 77,4 GWh (import) resp. 10,4 GWh/mnd (export, in juli 2020 fors hoger dan gemiddeld).

De maand met de hoogste import van zonnestroom GvO's was, vanaf de eerste rapportages in 2014, juli 2016 (310,0 GWh), de hoogste export vond plaats in december 2019 (79,8 GWh). De voortschrijdende 12-maand accumulaties vonden hun hoogtepunten in oktober 2018 (import 1.830,7 GWh), resp. maart 2020 (export 372,7 GWh).

Bron:

Statistische overzichten CertiQ (per maand)


1 augustus 2020: Opbrengst juli 2020 - historisch laag, door inverter drop-outs. Heel erg lang heeft de oude PV installatie van Polder PV grotendeels probleemloos gewerkt. Er waren 2 "major events" in de twintig jaar lange historie sedert de eerste vier panelen in maart 2000 aan het net gingen. Ten eerste, de problemen met de micro-inverters toen ze op het dak van de vierde verdieping alhier nog aan de buitenlucht ge-exponeerd onder de panelen hingen, en daar na een paar jaar kennelijk niet tegen "bestand" waren, de ene na de ander begaf het in die pioniertijd. Zie het eerste incident van 17 mei 2002, en de eerste complete uitval van een micro-inverter op 19 juni van dat jaar, waarna er "nogal" wat vergelijkbare incidenten volgden, leidend tot merkbaar productie verlies. Na heel veel gedoe, is toen uiteindelijk ons hele systeem omgebouwd, en zijn de micro-inverters naar binnen in huis geplaatst, waar ze lang gewoon hun werk deden. Wel is het zo, dat gezien de, relatief bezien, geringe omzettings-efficiëntie van deze op zich verbazingwekkende oude apparaatjes, ze in de zomer aan hittestress lijden, en de opbrengsten in de warmste maanden minder zijn dan ze "zouden kunnen zijn" met veel modernere, zeer efficiënte hardware. Daar valt desondanks mee te leven, met onze antieke, in de loop van de jaren uitgebreide set van 14 zonnepanelen wekken we nu al een paar jaar meer "groene" stroom op dan we verbruiken in ons blijvend energiezuinig huishouden. Ondanks dergelijke onhebbelijkheden van de oude hardware.

Het tweede "grote" incident was van korte duur, in oktober 2010 moest het dak worden gerenoveerd, en daarvoor moest de complete installatie zeker een maand lang afgeschakeld worden, en in fasen verplaatst, zodat de werkzaamheden doorgang konden vinden. Daar heb ik wat tale-telling plaatjes van gemaakt (van afbraak tm. grafische illustratie productie effecten), maar het totale productie verlies in die periode is, omdat het al ver in het najaar was, relatief gering geweest. Een grafische vergelijking van de jaar producties tm. 2012 ziet u hier, de minder opbrengst in 2010 was niet extreem groot vanwege de maand niet gerealiseerde productie.

Zo ging het de nodige jaren daarna boven verwachting best goed, en mochten we recent, in mei 2020 zelfs, vooral vanwege de extreme weersomstandigheden (langdurig extreem helder weer met strak-blauwe luchten, en niet te warm), een nieuw fysiek productie record bijschrijven. De daar op volgende "subgemiddelde" opbrengst in juni was niet problematisch, en viel binnen de klassieke fluctuerende productie range die we al jaren zien bij onze installatie.

Juli werd echter een ander verhaal. Nooit eerder hebben we zo'n lage productie gedraaid met de kern-installatie in die maand. En de oorzaak is te herleiden tot flink "wip-kippende" individuele inverters in de groep van 4 panelen die achteraan op het dak staat. De reden van dat "afwijkende gedrag" is nog niet duidelijk. De gevolgen zijn echter fors. Zoals ik hier illustreer.

In deze grafiek staan alle maandproducties van het 1,02 kWp kernsysteem, behalve voor de periode van maart 2000 tm. oktober 2001, toen er nog slechts 4 panelen aanwezig waren (blauwe en magenta curves onderaan). De zwarte lijn is de gemiddelde maandopbrengst over de gehele representatieve periode voor de 1,02 kWp installatie. Het resultaat voor oktober 2010 is daarbij niet meegenomen (dakrenovatie, systeem afgekoppeld, niet representatief voor "een productie maand"). Productie records zijn zichtbaar voor de maanden juli 2018 en juli 2006. Dit langjarige oude record werd, verbazingwekkend, met het bijna twintig jaar oude kern-systeem afgelopen mei 2020 verbroken, en staat nu - vermoedelijk voor dit systeem voor altijd - op 150,8 kWh in die "waanzinnige" maand, die ook talloze nieuwe huishoudens met zonnepanelen een hoogst aangename verrassing heeft bezorgd.

Het leven is echter gevuld met "pieken en dalen", en ook Polder PV ontkwam er niet aan. Juni 2020 was al iets subgemiddeld, wat normaal is, en niet zorgwekkend. Juli 2020 echter, gaf het slechtste resultaat ooit te zien voor die zomermaand, slechts 104 kWh voor de 10 langst aanwezige zonnepanelen. Dat is maar liefst 15% lager dan het langjarige maandgemiddelde tm. juli 2020: 122 kWh.

Dit, terwijl het KNMI aangeeft dat juli 2020 gekarakteriseerd wordt als "Koel, vrij droog en de normale hoeveelheid zonneschijn". KNMI heeft het over 215 zonuren t.o.v. "normaal" (meet periode 1981-2010) 211 zonuren. Met als vanouds een scheve verdeling tussen Noord-Oost NL (170 zonuren), en ca. 245 zonuren aan de Zeeuwse kust. Het is dus beslist geen extreem slecht weer geweest wat de instraling betreft. Er was dus iets anders aan de hand.

In deze grafiek, lijkend op het eerste exemplaar, staan alleen de laatste 4 jaar geplot, waarbij het verschil tussen juli 2020, het langjarige gemiddelde (zwarte curve), en, vooral, de zeer zonnige juli maand in 2018 sterk in het oog loopt. Ook is er, vanwege het productie record in mei 2020, een zeer sterke terugval te zien in de opbrengsten. In een maand waarbij er gemiddeld op hoge opbrengsten gerekend mag worden.


In deze eerste tabel heb ik per deel-systeem van onze 1,02 kWp kern-installatie uitgezet wat de producties zijn geweest in de periodes 2017 tot en met juli 2020 (2020*; 3e kolom, in Wattuur, Wh), en in de eerste 7 maanden van het jaar 2020 (6e kolom). In de kolom naast die gemeten producties heb ik deze terug gerekend naar specifieke opbrengsten in kWh/kWp over de getoonde periodes, waarmee de verschillende deelsysteem groottes worden ge-elimineerd, en de producties goed met elkaar zijn te vergelijken. Helemaal onderaan die "genormeerde" opbrengst in kWh/kWp, staat het gemiddelde van die specifieke opbrengst van de 5 deelgroepen vermeld. 3.424 kWh/kWp in 2017 tm. 2020*, resp. 654 kWh/kWp in de eerste 7 maanden van 2020. Wat bij deze normeringen elke keer weer opvalt is, dat de Kyocera paneeltjes het best presteren, en de deelgroep die achteraan staat, met 4 modules à 108 Wp het slechtst.

In de derde kolom per bekeken periode staat de relatieve afwijking van de specifieke opbrengst per deelgroep t.o.v. het gemiddelde van alle deelgroepen vermeld. In de periode 2017-2020* is de positieve afwijking voor de Kyocera 7,6% t.o.v. het groeps-gemiddelde, de achterste 4 108 Wp panelen wijken in negatieve zin 7,4% af van hetzelfde gemiddelde. Voor alleen de periode jan. - juli 2020 is de positieve afwijking voor de Kyocera modules wat bescheidener, 6,7%. Voor de achterste 4 108 Wp panelen is de negatieve afwijking al sterker geworden, bijna tien procent. Een teken dat daar iets aan de hand zou kunnen zijn.

In deze 2e tabel zoomen we in op de maandproducties in de maanden mei, juni en juli 2020. Bij de normeringen zien we de negatieve afwijking van het productie resultaat in de achterste set 108 Wp panelen (oranje kader) flink oplopen, van minus 4,6% t.o.v. het groepsgemiddelde in mei (lichtgeel vakje), via -8,1% in juni (donkerder geel), tot al een flinke afwijking van 22% negatief in juli (felgeel, achteraan). Duidelijk een indicatie dat de toch al matige prestatie in deze groep in de laatste jaren, in een vrij korte periode flink verder is verslechterd.

Let in deze tabel ook op het spectaculaire productie record in de zeer zonnige maand mei 2020, waarbij maar liefst bijna 199 kWh werd geoogst. Voor een bespreking van dat record, zie het aparte artikel over die byzondere maand.

Ook mag hier beslist niet onvermeld blijven, dat onze vier oudste PV 93 Wp panelen, het in alle drie de maanden het prima zijn blijven doen: in mei 5% bovengemiddeld t.o.v. het groepsgemiddelde, in juni 6%, en in juli 2020 zelfs even goed als de altijd best presterende Kyocera modules, 9,8% boven gemiddeld. Deze vier panelen zijn inmiddels reeds 20 jaar en 4 maanden vol in bedrijf bij Polder PV !

In deze laatste tabel zoomen we dan ook in op deze toch wel wat "zorgjes" opwekkende deelgroep in ons verder nog steeds prima werkende installatie, de 4 achterste panelen van 108 Wp, die de laatste jaren sowieso al "relatief matig" presteerden. Hierbij zijn alle zeven maandproducties van de vier individuele micro-inverters die aan die panelen zijn gekoppeld voor 2020 naast elkaar gezet. Omdat het dezelfde panelen betreft, zijn de gemiddelde waarden van de vier micro-inverters direct van de gemeten producties bepaald, en in de laatste kolom weergegeven. Uiteraard lopen die waarden richting de zomermaanden op, het standaard beeld volgend van elk PV systeem: weinig productie in de winter, veel in de zomer.

In de vijfde kolom zien we meteen de slechtst werkende inverter / module combinatie, in gele tot oranje tinten weergegeven. De productie resultaten van die micro-inverter (16504) blijven tm. mei steken op 4 tot bijna 6% onder het gemiddelde van alle vier de inverters - op vrijwel identieke panelen. In juni zien we een duidelijke verslechtering, met al 17% ondermaatse prestatie t.o.v. het gemiddelde. In juli is het echt "bal". Met maar 3,4 kWh zit dit exemplaar maar liefst op 63% onder het gemiddelde van alle vier de zusjes. Daarmee "sleept" deze micro-inverter het totaal resultaat voor de hele groep fors omlaag (eerste 2 tabellen).

Ook de eerdere resultaten voor omvormers 83099, in januari tm. maart, zijn fors negatief, tussen de 7 en 10%. Maar dat zijn door de bank genomen niet de "meest productieve maanden", in juni leek de omvormer weer zo'n beetje op het gemiddelde te zitten.

Het probleem lijkt hier dus echt in micro-inverter 16504 te zitten, of, en dat is niet te hopen, een potentieel probleem boven op het dak. Ik ga, als ik er tijd voor kan vinden, in eerste instantie genoemde micro-inverter maar eens vervangen door een reserve exemplaar, en kijken hoe het verloop van de productie dan zal zijn. Als die weer in de pas loopt, was er iets aan de hand met het apparaat. Blijven de opbrengsten van het gekoppelde zonnepaneel slecht, zullen we het, helaas, letterlijk en figuurlijk, "hogerop" moeten zoeken ...

Wat ik wel duidelijk heb gezien bij de monitoring, is dat de gewraakte micro-inverter regelmatig "wipkipt" met de output. Vaak is hij uit, maar ook lijkt hij weer regelmatig aan te gaan, en daadwerkelijk zonneprik te genereren. Mogelijk is er intern iets mis met het apparaat. Hij is in september 2013 in ons systeem opgenomen, ook als vervangend exemplaar voor een uitgevallen oude micro-inverter, en lijkt dus een beperkte levensduur van 7 jaar te hebben gehad. Dat is beslist niet "typisch" voor omvormer systemen. De micro-inverters van NKF waren weliswaar hun tijd ver vooruit, toen ze eind vorige eeuw (!) op de kleine markt verschenen. Maar ze hebben het niet gered, waarschijnlijk deels door productie fouten. Bovendien zijn ze al heel lang van het toneel verdwenen.


Totale productie nog "goed op orde"

Ik maak me voorlopig nog niet druk over de totale opbrengsten van ons systeem. Die laat ik hier onder zien.

Deze laatste grafiek laat de totale jaarproducties voor het 1,02 kWp kernsysteem zien, inclusief de niet representatieve jaren 2000-2001, toen er nog maar (deels) 4 panelen in dienst waren, te zien aan de twee gestippelde kolommen vooraan. Het langjarige gemiddelde voor de zonnestroom productie in de periode januari tot en met juli in de representatieve jaren 2002 tot en met 2020, weergegeven in de laatste, oranje kolom, is 630 kWh (618 kWh/kWp). Ook al is het resultaat voor juli flink tegengevallen vanwege de problemen met minstens een structureel ondermaats presterende micro-inverter (en zou dat in werkelijkheid dus nog hoger geweest kunnen zijn), 2020 ligt met 648 kWh inmiddels nog steeds op een relatief goede positie, op de vijfde plaats, achter recordjaar 2003 (15% bovengemiddeld met 723 kWh), en de jaren 2006, 2018, en 2009.

Stroom over - nog steeds

Ook met de fysieke productie van de 4 later in ons systeem opgenomen zonnepanelen, en, niet te vergeten het frequent op het terras gezette "reserve exemplaar", is onze zonnestroom opbrengst in juli beslist niet "slecht" geweest, al had het beter kunnen zijn. Mij hoort u na al die jaren enthousiaste exploitatie van een oude installatie op een huurwoning complex nog steeds niet "klagen", met in juli 140 kWh bemeten zonnestroom productie (exclusief "terras paneel"). En een enkeltarief Ferraris netmeter die alweer 51 kWh in de retourstand is gegaan in juli (meer opgewekt dan verbruikt in die maand).


Boonstra's data

Anton Boonstra heeft uiteraard weer details en kaartjes van zijn volautomatische data trackers geopenbaard op Twitter. Zie de links onderaan.

(1) De gemiddelde instraling op het horizontale vlak was in juli 2020 t.o.v. dezelfde maand in 2019 tussen de 2,2% (Zeeland) en 14,6% (Gelderland) lager. Mijn provincie Zuid-Holland ontving in juli 4,8% minder instraling (160,5 kWh/m²) dan in juli 2019, het was dus beslist niet "extreem veel lager". Landelijk lag de globale instraling op 154,7 kWh/m².

(2) Bovenstaand beeld wordt weerspiegeld in de maandelijkse productie data van 1.068 "Tweakers" systemen gemonitord via het PV Output portal door Boonstra. De productie blijkt in juli 2020 8% lager te zijn dan in juli 2019. De gemiddelde landelijke specifieke productie van die systemen was 117,0 kWh/kWp, in Zuid-Holland lag dat, met 123 kWh/kWp, ruim 5% hoger. Voor Polder PV's kern-systeem geldt, dat alleen de 4 oudste (!) 93 Wp panelen, en de altijd goed presterende Kyocera's, met 119 kWh/kWp (2e tabel hierboven), daar het dichtst bij in de buurt komen. De slecht presterende achterste 4 108 Wp panelen zitten er, met 85 kWh/kWp, maar liefst ruim 27% onder.

(3) Boonstra gaf ook de totale instraling over de eerste zeven maanden weer in een van zijn fraaie kaartjes voor Nederland. Het landelijke gemiddelde was in die periode 819,1 kWh/m², met extremen in de globale instraling van slechts 770 kWh/m² in Drenthe, tot een royale 862,1 kWh/m² in the usual suspect, Zeeland. Dit geeft een ander, positief beeld te zien over deze lange periode, in alle provincies was de instraling tot en met juli hoger dan in hetzelfde tijdvak in 2019. Van slechts 1,6% in Drenthe, tot zelfs een opvallende 7,8% meer in, het wordt saai, Zeeland. In Zuid-Holland was de instraling in jan. tm. juli 5,8% hoger, en bereikte een niveau van 837,6 kWh/m², met nog 5 maanden te gaan voor het kalenderjaar.

(4) Tot slot, geeft Anton ook de specifieke maandproductie accumulaties voor januari tm. juli van het door hem bijgehouden PV Output portal. Deze variëren van een laagste niveau van 633 kWh/kWp in Groningen (ook Overijssel en Drenthe zaten laag, 635 resp. 637 kWh/kWp), tot een hoog niveau van - natuurlijk - Zeeland, met 734 kWh/kWp. Zuid-Holland kwam samen met Noord-Brabant pas op een gedeelde vierde plaats uit, op 678 kWh/kWp. Als we dat getal op het netvlies houden, is de in de eerste tabel in dit artikel weergegeven 644 kWh/kWp voor het kern-systeem van Polder PV slechts een beperkte 5% minder dan dat provinciale gemiddelde. Sterker nog, er zijn ook deelgroepen bij Polder PV die juist hogere specifieke opbrengsten hebben gehaald in die eerste 7 maanden van dit jaar: de reeds genoemde oudste panelen set, de vier >20 jaar oude 93 Wp modules (692) resp. de 2 in serie op een OK4E-100 gekoppelde Kyocera panelen (698 kWh/kWp). Boonstra stelt dat gemiddeld over heel Nederland in de eerste 7 maanden een specifieke productie gehaald is in de door hem bijgehouden forse dataset van 668,6 kWh/kWp. Wat 8% hóger zou liggen dan in dezelfde periode in 2019.


Data Klimaatakkoord (incl. "Energieakkoord" / bron Energieopwek.nl)

Klimaatakkoord meldt, dat in juli 26,3% van de in eigen land opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen zou zijn gekomen (waaronder de wederom op de publieke pijnbank liggende grote component biomassa). In juli 2019 was dat nog 19,4%. 10,4% van dat aandeel (officieel) "hernieuwbaar" bestond uit zonnestroom, het hoogste aandeel van alle HE opties, zelfs als je wind op land (6,3%) en off-shore wind (inclusief productie van de eerste inbedrijf genomen onderdelen van windpark Borssele, totaal 3,1%) bij elkaar optelt.

Alle bronnen bij elkaar opgeteld, inclusief die voor de hoofd modaliteiten warmte en vervoer, zou er 31% meer duurzame energie zijn geproduceerd dan in juli 2019. Klimaatakkoord verwoordt deze toename met de ongetwijfeld weer het nodige commentaar opleverende: "Van deze groei kon een stad als Utrecht deze maand op duurzame energie draaien". Wat de totale productie van duurzame energie betreft zou dat in juli "het maandverbruik van ongeveer 1,5 miljoen mensen" kunnen dekken. Dat is genoeg voor het opgetelde maandverbruik van de provincies Friesland en Groningen".

Klimaatakkoord geeft een hoogst interessante segmentatie grafiek van de Nederlandse Emissie Autoriteit (NEa), waarin de verdeling van grondstoffen voor de "hernieuwbare component" van verbruikte brandstoffen in 2019 zijn weergegeven (zie link onderaan). Die verbruikte brandstof zou volgens de NEa voor 83 procent uit oud frituurvet en andere afvalstromen komen. Er mag geen soja- of palmolie (meer) ingezet worden in biobrandstoffen.

Records Energieopwek.nl

De Energieopwek website liet op 13 juli voor zonnestroom in die maand het hoogste berekende momentane op het net gezette vermogen midden op de dag zien, 5,83 GW. Dat is iets lager dan het tot nog toe vastgestelde dag maximum van 5,87 GW op 24 juni dit jaar. De laatste - bloedhete - 31e juli kwam, ondanks de hitte nog enigszins in de buurt, met 5,79 GW midden op de warme dag. De verwachting is, gezien de lagere zonnestanden in combinatie met meestal optredende hogere omgevingstemperatuur, dat vermogens vanaf of boven de 6 Gigawatt dit jaar niet meer bereikt zullen gaan worden, maar dat dit pas ergens in april 2021 zal kunnen gaan gebeuren, bij zeer zonnig weer op koelere dagen. Vooral vanwege de enorme volumes aan nieuwe PV projecten die al langere tijd opgeleverd worden, en wier productie output bij de bestaande populatie (inschatting Polder PV ongeveer 7,9 GWp medio 2020) opgeteld zal gaan worden.

De hoogste berekende energie opbrengst uit zonnestroom op een dag viel ten deel aan 24 juni 2020. Het gemiddelde berekende vermogen was op die dag 2,2 GW per uur (NB: dat wordt dus inclusief "nachturen" afgebeeld, wanneer er fysiek geen productie van zonnestroom kan zijn). Op die record dag zou er dus 52,8 GWh aan zonnestroom kunnen zijn geproduceerd, volgens genoemd portal. Martien Visser, veel gelezen brein achter de Energieopwek.nl website, benoemde dat record aldus op Twitter: "We kunnen vaststellen dat het dagrecord zonPV in 2020 gaat uitkomen op 53 GWh (= 53 miljoen kWh). Een verbetering met 40% ten opzichte van vorig jaar. Op 24 juni was het aandeel zonPV in de NL elektriciteitsmix bijna 16%."


Bronnen

Intern:

Maandelijkse productie metingen Polder PV sedert maart 2000

Extern:

Koelste julimaand in bijna 10 jaar (KNMI, 31 juli 2020)

Juli 2020. Koel, vrij droog en de normale hoeveelheid zonneschijn (KNMI, 31 juli 2020, voorlopig overzicht)

Boonstra's data / grafieken voor instraling in juli 2020 t.o.v. juli 2019, maandelijkse zonnestroom producties PV Output / Tweakers ditto, instraling in periode jan. tm. juli 2020, en ditto voor de maandelijkse producties op genoemd portal. Klasse !

Grafiek Boonstra met instraling De Bilt in de afgelopen 14 jaar (Twitter, 2 aug. 2020, met opmerking "Vergeleken met de afgelopen 14 jaren was het zeker ondergemiddeld", en in grafiek voor De Bilt een vijfde plek vanaf onderaan voor die 14 jaren)

Duurzame energie voorziet weer een grote stad extra (Klimaatakkoord, 31 juli 2020, met grafieken)


21 juli 2020: Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 3 juli 2020) - 3.663 MWp gerealiseerd & "slachting" onder oudere beschikkingen gecontinueerd.

Op de website van RVO is de laatste status update voor de SDE regelingen verschenen, met peildatum 3 juli 2020. Deze volgt ruim een kwartaal na het exemplaar voor 6 april 2020, alhier door Polder PV besproken. Er is inmiddels in totaal 3.663 MWp aan beschikt PV volume gerealiseerd, verdeeld over ruim 20,9 duizend toegekende aanvragen, volgens deze "officiële" update. Dat is een toevoeging van ruim 344 MWp aan beschikt volume, verdeeld over 1.018 beschikkingen, sedert de vorige versie, en heel wat lager dan de vorige - record - toevoeging van 548 MWp. De massieve verliezen van talloze eerder beschikte projecten zijn gecontinueerd. In de huidige update zijn er ditmaal vooral flinke verliezen onder de najaars-ronde van 2018 (-159 MWp, 549 beschikkingen verloren gegaan), en, in minder heftige mate in de overige rondes tussen SDE 2016 II en 2019 I (19 tot 88 MWp beschikte capaciteit minder per regeling). T.o.v. de vorige update is er in totaal weer 353 MWp aan oorspronkelijk beschikte capaciteit verloren gegaan, verdeeld over 916 subsidie toekenningen (waaronder 10 onder de oude SDE regelingen). In totaal is er bij alle ooit toegekende SDE beschikkingen (SDE en SDE "+") een enorm volume van al bijna 2.654 MWp aan beschikte PV capaciteit, verdeeld over ruim 14,2 duizend oorspronkelijke beschikkingen verdwenen. Met deze update resteert, inclusief de toegevoegde SDE 2019 II regeling, een nog in te vullen, beschikt volume van 9.394 MWp, verdeeld over 10.461 PV project beschikkingen in dit omvangrijke dossier. Dit artikel behandelt de actuele status update volgens de recentste cijfers gepubliceerd door RVO.

Dit artikel behandelt in ieder geval de status update voor zonnestroom en, kort, thermische zonne-energie, gedateerd 3 juli 2020. Een analyse van recente uitgebreide updates vindt u onder 9 april 2020, 15 januari 2020, 30 december 2019, 19 augustus 2019, 16 mei 2019, 18 februari 2019, 13 december 2018, 12 juli 2018, 19 april 2018, 13 februari 2018, en voor 2017 onder 18 november, 4 september, 31 augustus, en 31 mei 2017.

In deze meest recente update is bij de opgeleverde capaciteit, als "officieel" SDE beschikt zonnestroom volume opgegeven door RVO een volume van 3.663,1 MWp (voor status datum 6 april 2020 was dat nog: 3.318,7 MWp), verdeeld over 20.942 project beschikkingen. In het overzicht van 6 april jl. lag dat laatste nog op een volume van 19.924 gerealiseerde toekenningen. De realisatie van de oude SDE 2014 regeling is bijna ongewijzigd t.o.v. de update van 6 april 2020: 72% van de oorspronkelijke aantallen beschikkingen (2.143 gerealiseerde projecten, en bijna 66% bij de beschikte capaciteit (581,5 MWp). En is daarbij wat relatieve invulling betreft nog steeds de tot nog toe succesvolste SDE "+" regeling gebleven voor de aantallen opgeleverde project beschikkingen (al sedert de update gepubliceerd 19 april 2018). Echter, de SDE 2017 I regeling heeft het stokje van SDE 2014 bij de door RVO bestempelde gerealiseerde, beschikte capaciteit al geruime tijd overgenomen, en zit inmiddels op een invulling van 932,5 MWp. Een factor 1,6 maal zo veel capaciteit (volgens beschikkingen), dan onder SDE 2014. De najaars-regeling van SDE 2017 is ook al verder uitgelopen op de realisatie van SDE 2014, met inmiddels 625 MWp. En ook SDE 2016-II komt al aardig in de buurt: daarvoor is al 562 MWp aan beschikkingen als gerealiseerd opgetekend door RVO, waarbij er 52 MWp over is om nog - in theorie - ingevuld te kunnen worden.

Er is, tm. de hier besproken RVO update, die alle resterende beschikkingen omvat inclusief de nu nieuw toegevoegde voor SDE 2019 II, in totaal al bijna 2.654 MWp aan beschikte SDE capaciteit, verdeeld over 14.232 beschikkingen, voor zonnestroom verloren gegaan (!) om diverse redenen. Daarnaast staan er nog 10.461 SDE subsidie beschikkingen voor zonnestroom projecten open (vanaf SDE 2014 tm. SDE 2019 II), met een gezamenlijke, beschikte capaciteit van 9.394 MWp. Voor SDE 2014 staat nog steeds slechts een volume van 81 kWp open (2 beschikkingen, er is in deze update maar 1 beschikking gerealiseerd), ook SDE 2015 en SDE 2016 I lopen op hun eind, met nog slechts 131 kWp, resp. 1.557 kWp aan beschikt volume om - mogelijk - in te vullen.

Gelieve voornoemde artikelen te raadplegen voor achtergronden van de getoonde data. In het huidige artikel presenteer ik zoveel mogelijk de harde, actuele, "officiële" cijfers, mijn commentaar, en interpretaties.


Update van de grafiek gepresenteerd voor de status van 6 april 2020, met de nieuwe cijfers voor 3 juli 2020 toegevoegd (laatste kolom achteraan). Ik heb voor het huidige overzicht wederom de fysieke optelling genomen van de beschikte volumes (!) van alle gerealiseerde projecten in de volledige, recent gepubliceerde spreadsheet van RVO. Bovenaan de kolommen zijn de volumes aan gerealiseerde PV beschikkingen uit de SDE 2017 voorjaar- tot en met de 2 SDE 2018 rondes flink door gegroeid t.o.v. alle eerdere regelingen bij elkaar. SDE 2016 I en SDE 2016 II zijn qua realisatie enigszins gestagneerd (119 resp. 562 MWp). SDE 2017 I heeft haar record realisatie in de beschikkingen verder uitgebouwd naar 932 MWp, en wordt op afstand gevolgd door de realisatie uit de najaars-ronde van dat jaar, 625 MWp. De voorjaars-ronde van SDE 2018 heeft inmiddels 378 MWp aan gerealiseerde beschikkingen staan, de najaars-ronde heeft het volume wederom bijna verdubbeld t.o.v. de vorige update, en komt momenteel op 267 MWp (beschikt). Hier bovenop zijn de eerste beschikkingen voor de twee SDE 2019 regelingen toegevoegd. De voorjaarsregeling is meer dan verdubbeld t.o.v. de vorige update, nu 55 MWp. En zelfs de recent pas bekend gemaakte, met massieve afwijzingen geconfronteerde SDE 2019 II, heeft al realisaties - volgens de beschikte volumes al 2,1 MWp.

Wederom zijn bij diverse (oudere) regelingen capaciteiten van een update voorzien, die ónder de volumes liggen opgegeven in de april versie van dit jaar. De wijzigingen zijn weliswaar gering, maar wel duidelijk bij vergelijking van de detail cijfers. De eerste twee SDE regelingen lieten iets lagere nieuwe standen zien m.b.t. de door RVO genoteerde beschikte volumes. De redenen kunnen divers zijn, van fatale schade, voortdurende aanpassingen van beschikte capaciteiten in de project lijst updates van RVO, tot mogelijk zelfs intrekking van de subsidie beschikking, etc. Opmerkelijk is, dat SDE 2013, die in de vorige update ook nog een licht negatieve groei vertoonde, nu opeens weer 108 kWp aan capaciteit bij de beschikkingen toegevoegd heeft gekregen.

SDE 2015 is blijven staan op 8 MWp. Er staan nog steeds maar 2 beschikkingen open met in totaal slechts 131 kWp beschikt volume. Zelfs bij realisatie blijft het totale volume marginaal t.o.v. de latere jaargangen. Voor SDE 2014 zijn er nu nog maar 2 openstaande beschikkingen, 1 minder dan in de april update (kleine projecten, totaal 81 kWp), en langdurig de meest succesvolle SDE "+" regeling qua uitvoering, momenteel bij de beschikkingen 581,5 MWp. SDE 2017 I heeft deze regeling qua gerealiseerd beschikt volume al ruimschoots ingehaald, maar daarvoor was dan ook een veel hoger budget beschikbaar.

Totale progressie
Sedert de voorlaatste update van april 2020 (3.319 MWp geaccumuleerd) is er wederom een hoog, doch geen record volume aan gerealiseerde beschikte capaciteit bijgekomen, bijna 344 MWp. Dat is een behoorlijke 37% mínder dan het volume in de voorgaande record update (6 april 2020, 548 MWp beschikt nieuw gerealiseerd t.o.v. de daar aan voorafgaande versie).

Achtereenvolgens waren de nieuwe volumes in de afgelopen tijd als volgt: in 2017 50 MWp (jan.-apr.), 49 MWp (apr.-juli), 72 MWp (juli-okt.), 69 MWp (okt. 2017-jan. 2018), 133 MWp (jan.-apr. 2018), 122 MWp in de korte periode apr. - juni 2018), 235 MWp (juni - okt. 2018), 244 MWp (okt. 2018 - jan. 2019), 447 MWp (voormalig record, jan. - mei 2019), 216 MWp (mei - aug. 2019), 432 MWp (aug. - nov. 2019), 308 MWp (nov. 2019 - jan. 2020), resp. een record volume van 548 MWp (jan. - apr. 2020).

Als we terug rekenen naar het aantal dagen tussen de peildata, lag dat tempo in de oktober 2018 update nog op gemiddeld 1.990 kWp/dag sedert de daar aan vooraf gaande versie (wat toen een record was). In de periode tussen 4 oktober 2018 en 7 januari 2019 was het al 2.569 kWp/dag. Van 7 jan. 2019 tm. 6 mei had dat gemiddelde zelfs een nieuw record niveau bereikt van 3.758 kWp gemiddeld per dag. Tot en met 5 augustus zakte dat tempo weer behoorlijk in, tot gemiddeld ongeveer 2.368 kWp per dag. Tussen 5 augustus en 1 november werd een nieuw relatief record gevestigd, van gemiddeld 4.911 kWp per dag. De periode tussen 1 november 2019 en 6 januari 2020 lag iets lager, 4.662 kWp per dag, maar de voorlaatste periode heeft wederom ook op dit vlak het oude record verbroken. Tussen 6 januari en 6 april dit jaar, kwam er gemiddeld genomen 6.021 kWp per dag bij, in uitsluitend het SDE dossier. Dit, althans, als "beschikt volume". De exacte realisatie van die beschikte volumes is onbekend, en kan behoorlijk afwijken (!).

Covid-19 effect ?
In de laatste 88 dagen sedert die relatieve record toevoeging per dag, is het tempo weer behoorlijk onderuit gegaan, naar nog maar 3.914 kWp per dag (tussen 6 april en 3 juli 2020). Dit lijkt een duidelijke indicatie, dat de projecten markt "last" heeft gehad van de mondiale Covid-19 pandemie, die zelfs werkzaamheden op daken en in het veld flink lijken te hebben beïnvloed: het tempo in de realisaties van de beschikte capaciteiten is nog maar 65% van het record niveau in de voorgaande periode.

Deze ruim 3,9 MWp gemiddeld per dag aan opgeleverde SDE projecten (volgens de beschikte volumes), moet u dus als minimaal project volume zien, bovenop andere realisaties bij projecten die andere incentives kennen (zoals EIA, subsidies voor sportinstellingen, VvE's, MIA / Vamil, etc.), of zelfs helemaal geen subsidies. Zoals vaak bij nieuwbouw projecten, waarin eventuele PV daken in de bouwsom worden meegenomen. Dit nog exclusief de ook nog steeds booming residentiële markt (zie met name de trend bij Stedin), inclusief de grote portfolio's die bij de huur corporaties worden uitgerold (volumes: qua toegevoegde MWp-en onbekend, maar groot).

Alles bij elkaar opgeteld is er inmiddels voor een beschikt volume van 3.663 MWp aan "officieel gerealiseerde" PV-projecten (met "ja vinkje" in de gepubliceerde lijst) bekend bij RVO, die een (of meer) SDE beschikking(en) hebben. Zoals te zien bovenaan de laatste kolom in bovenstaande grafiek. In werkelijkheid is er echter al meer aan het net gekoppeld, omdat er flinke administratieve vertragingen zijn in de verwerking van data bij RVO, Polder PV heeft daar talloze voorbeelden van in zijn eigen project overzichten. Wel is het zo, dat het Agentschap met de huidige update reeds aardig in de pas is komen te lopen met de actuele status bij CertiQ (zie verderop).

SDE 2017 I loopt verder uit met grootste totaal volume, SDE 2018 II meeste nieuwe aanwas
Een substantieel deel van al deze realisaties is tot en met eind 2019 afkomstig geweest van de succesvolle SDE 2014 regeling. In een vorige update, is dat succes door de resultaten uit de voorjaars-ronde van SDE 2017 echter al lang overvleugeld, die vooral sedert april 2019 grote volumes opleveringen bij de beschikkingen liet zien. En daar is, ondanks de ook gelijktijdig optredende grote verliezen bij de overgebleven beschikkingen, wederom veel volume bijgekomen in de huidige update. De inmiddels 932 MWp beschikt gerealiseerd onder die jaar ronde is inmiddels al ruim 60% meer t.o.v. het geaccumuleerde volume, bijna 582 MWp, bij SDE 2014. En zal, gezien de nog ruim duizend openstaande beschikkingen, nog veel groter gaan worden. De toename van de opgeleverde beschikkingen voor SDE 2017 I is in rode cijfers in de grafiek weergegeven bij de betreffende kolom segmenten.
Genoemd volume van 932 MWp ("gerealiseerd beschikt") voor SDE 2017 I was op de laatst bekende peildatum dus 25,4% van het totale "officieel gerealiseerde SDE volume" wat toen werd bereikt (3.663 MWp). Dat aandeel op het totaal is echter t.o.v. de april update licht gedaald, omdat ook andere SDE regelingen flinke nieuwe volumes inbrachten. In de vorige update bracht SDE 2018 I het grootste nieuwe volume in. In de huidige update is SDE 2018 II absoluut record houder, met bijna 120 MWp aan nieuwe realisaties (dat was 97 MWp nieuw in de update van april jl.). SDE 2017 I volgt met 84 MWp nieuw beschikt gerealiseerd vermogen, de voorjaars-ronde van SDE 2018 staat op de derde plaats met 62 MWp nieuw t.o.v. de april update.

Ook wat de verhouding van de opgeleverde beschikte capaciteit t.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume van SDE 2014 betreft, is het al sedert de november 2019 update niet meer de meest succesvolle regeling. Bij SDE 2014 is het momenteel 65,9%, maar de qua absolute volumes zwaar tegenvallende SDE 2015 gaat daar al behoorlijk ver overheen, met 71,9% t.o.v. de oorspronkelijk beschikte volumes. Het realisatie percentage voor de qua implementatie veel succesvollere SDE 2016 I ronde is weer iets toegenomen, en ligt nu nog wat verder voor op die van SDE 2014 (onder het SDE "+" regime), op 66,7%. De eerder gesuggereerde "theoretische max. van 70%" zal echter niet meer worden gehaald vanwege de al verwachte tussentijdse uitval van beschikkingen: er staat nog slechts 1,6 MWp open voor SDE 2016 I, verdeeld over slechts 15 beschikkingen. Dat resulteert in een maximaal haalbare 67,6% (als al die 15 beschikkingen worden gerealiseerd, en de capaciteiten door RVO niet worden gewijzigd).

Voor alle andere absolute en relatieve prestaties per SDE resp. SDE "+" regeling, zie de nieuwe tabel verderop.


RVO cijfers lopen meestal fors achter op realiteit bij CertiQ - maar nu even niet
RVO loopt, zoals frequent gemeld door Polder PV, meestal zeer fors "achter bij de realiteit", zelfs in veel recente updates. Er is altijd administratieve vertraging tussen de fysieke oplevering van een project en "het ja vinkje" in hun SDE dossier. Die vertraging kan fors oplopen, zoals eerdere vergelijkingen met de cijfers van CertiQ lieten zien. Daar is ditmaal, mogelijk vanwege een byzondere reden, echter tijdelijk (?) verandering in gekomen. Dit laat een vergelijking zien met de laatst bekend geworden cijfers van CertiQ, waar inmiddels, met name wat de capaciteiten betreft, bijna alleen nog maar SDE gesubsidieerde PV projecten zijn opgenomen. Alle oude projecten met MEP subsidies moeten inmiddels zijn verdwenen uit die databank, gezien de 2 grafieken "Gerealiseerde en verwachte hernieuwbare energieproductie", en "Gerealiseerde en verwachte uitgaven" die RVO heeft gepubliceerd. De laatste relevante stand bij CertiQ was in de door Polder PV besproken rapportage over de maand juni 2020, waarin een geaccumuleerd volume van bijna 3.691 MWp werd opgevoerd voor gecertificeerde PV capaciteit in ons land. Afgezien van later te verwachten opwaartse revisies van alle "recente" CertiQ cijfers, ligt dat dus slechts 0,8% boven de huidige, kersverse status update van RVO. Dat verschilt opvallend van de 5% capaciteit meer (reëel versus beschikt) in de vorige update.

Mogelijk ligt dit aan nog niet doorgevoerde correcties als gevolg van de bizarre "april 2020 anomalie" bij CertiQ, waarbij er, uniek, opeens een negatieve maandgroei van maar liefst 108,5 MWp werd vastgesteld (vanwege correctie van een beruchte "drie nullen fout" bij een klein PV project door een data aanleverende netbeheerder in die rapportage maand). En waarover de TenneT dochter heeft gezegd, dat de cijfers als gevolg van die enorme blunder nog zouden worden gecorrigeerd. Dit lijkt echter nog niet te zijn geschied in de meest recente CertiQ data, dus mogelijk moet er daar nog stevig worden na-gecorrigeerd. Hoe het ook zij: de accumulatie volumes van de beschikkingen cijfers van RVO, liggen momenteel niet ver af van de feitelijke (fysieke) opleveringen gepubliceerd voor de gecertificeerde installaties (grotendeels, maar niet exclusief SDE beschikte projecten betreffend).

(Nieuwe) afvallers
Terugkerend naar bovenstaande grafiek: bij de oudste regelingen, SDE 2008 tm. SDE 2013 zal er niets meer bijkomen, er staan geen beschikkingen meer "open" voor die regelingen. Wel zijn er in recente updates nog steeds, regelmatig, om niet gespecificeerde redenen beschikkingen, soms zelfs voor reeds (lang) gerealiseerde projecten afgevallen (brand, diefstal, hagel schade, installatie afgebroken, verhuizing / nieuwe eigenaar niet geïnteresseerd in subsidie perikelen, andere reden ?). Die verloren gegane volumes zijn hier onder weergegeven t.o.v. de update van 6 april 2020. Zie ook de bespreking van de uitgebreide update voor de totale volume accumulaties in de tabel verderop.

Let op dat het aantal verloren gegane beschikkingen en de capaciteiten niet hoeven te "corresponderen". Ik bemerk inmiddels al geruime tijd, dat RVO regelmatig forse (altijd: neerwaartse) bijstellingen van eerder beschikte capaciteiten doorvoert in haar SDE lijsten, die dus niet gepaard gaan met uitschrijving van beschikte projecten. NB: "projecten" derhalve beter te lezen als "beschikkingen", omdat er regelmatig meer dan 1 beschikking voor een en hetzelfde "PV project" wordt aangevraagd en afgegeven (meestal uit verschillende jaargangen, maar niet noodzakelijkerwijs). Polder PV heeft van dergelijke projecten met meer dan 1 SDE beschikking vele tientallen voorbeelden in zijn overzichten staan. Ook dat is in de sector kennelijk extreem slecht bekend, want je hoort er verder niemand over, en de implicaties worden verzwegen.

  • SDE 2008 en SDE 2009 bij elkaar 10 beschikkingen verloren gegaan, goed voor 31 kWp (gemiddeld residentieel niveau, zo'n 3,1 kWp per beschikking)
  • SDE 2016 II 10 beschikkingen minder, resp. 19,1 MWp
  • SDE 2017 I 231 beschikkingen minder, 87,6 MWp
  • SDE 2017 II 25 beschikkingen minder, 29,4 MWp
  • SDE 2018 I 36 beschikkingen minder, 36,7 MWp
  • SDE 2018 II 549 beschikkingen minder, 159,3 MWp (hoogste verlies per regeling in deze update !)
  • SDE 2019 I 55 beschikkingen minder, 18,4 MWp
  • Hier tegenover staat: voor SDE 2013 is het aantal beschikkingen stabiel gebleven, maar is er 108 kWp capaciteit toegevoegd (!)
  • Bovendien is SDE 2019 II toegevoegd, met (oorspronkelijk beschikt) 986 toewijzingen, resp. ruim 1.954 MWp beschikt.

De uitval is ditmaal, i.t.t. in de update van 6 april, toen de voorjaars-ronde een "historisch verlies" liet zien, voor de najaars-ronde van SDE 2018 zeer groot geweest t.o.v. de voorgaande update. Een uitval van 549 beschikkingen, met een hoog volume van 159,3 MWp. Eerder waren het vooral de twee SDE 2017 rondes die grote verliezen hebben geleden, de grote klappen zijn de laatste versies vooral aan de twee SDE 2018 rondes toebedeeld. Het verlies voor SDE 2017 is nog wel steeds fors, met 231 beschikkingen verdeeld over bijna 88 MWp. Bij de najaars-ronde voor dat jaar is het veel beperkter (25 beschikkingen minder, ruim 29 MWp), en ook haar evenknie in het voorgaande jaar 2016 liet een matig verlies zien van 10 exemplaren resp. ruim 19 MWp. De voorjaars-ronde van SDE 2019 liet een toename van verliezen zien, ruim 3 maal meer beschikkingen dan in de vorige update (55 t.o.v. 16) resp. 5 maal meer vermogen: 18,4 t.o.v. 3,6 MWp aan beschikkingen gingen in die regeling nu door de virtuele papiershredder.

In totaal vielen er in de huidige update wederom hoge, maar geen record volumes weg: 916 beschikkingen (in de voorgaande update was het een record 1.376 stuks). Respectievelijk een totale beschikte capaciteit van ruim 353 MWp. Gelukkig substantieel lager dan het record verlies in de update van april jl. Maar, in totaliteit bezien t.o.v. de voorgaande updates, toen er, vanaf januari 2019 achtereenvolgens 160, 101, 74 MWp, 257 MWp (update november 2019), 473 MWp (update januari 2020), en zelfs 608 MWp verloren gingen (update april 2020), nog steeds een groot, nieuw verlies aan voormalig met subsidie toekenningen beschikt PV volume. Om u een idee te geven van de impact daarvan: gerekend met moderne PV modules van 320 Wp (plm. 1,62 m²) per stuk, hebben we het wat het verlies in deze laatste update betreft, over een niet gerealiseerd potentieel van 1,1 miljoen (!) zonnepanelen, met een gezamenlijke oppervlakte van zo'n 179 hectare ... (in een periode van ongeveer een kwartaal).

Voor de voorjaars-ronde van SDE 2017 is het uitval percentage inmiddels opgelopen tot 19,2% (453 MWp) van de (oorspronkelijk) beschikte capaciteit. In de update van jan. 2020 was dat in absoluut volume de grootste verliezen lijdende regeling geworden. De najaars-regeling van SDE 2017 volgt met ook een trieste 379 MWp aan verloren gegane (beschikte) capaciteit. Echter, vanwege het ronduit massieve verlies in de april update, heeft de voorjaars-ronde van SDE 2018 al de rouwvlag overgenomen, "met stip". Momenteel is, met het nieuwe verlies in de huidige update, onder die regeling nu reeds ruim 639 MWp afgeschreven, goed voor ruim 37% van het oorspronkelijk beschikte totaal volume (1.710,2 MWp). Ook bij de aantallen projecten is SDE 2018 I al sedert de vorige versie "negatief kampioen": er zijn er in totaal alweer 1.698 afgeschreven door RVO, 45% van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid van maar liefst 3.774 exemplaren. Wat al (veel) meer is dan de massale uitval bij 2 van de drie oude SDE regelingen, waarbinnen vooral residentiële en zeer kleine andere PV projectjes werden gerealiseerd (SDE 2009 en SDE 2010, zie tabel). De SDE 2017 najaars-regeling volgt op dit punt op de voet, met al een uitdunning van 1.638 project beschikkingen (42% van oorspronkelijk beschikte aantallen), en mogelijk nog heel wat te gaan op dat vlak. De voorjaars-ronde van SDE 2017 leek in de vorige update op dit punt wat gestabiliseerd, maar heeft weer een flinke tik gekregen in de huidige versie. En zit in totaal, met 1.304 verloren gegane beschikkingen ook al op 29,7% van het oorspronkelijk toegekende aantal.

Procentueel bezien t.o.v. de oorspronkelijke beschikte volumes zijn vooral de eerste drie SDE "+" regelingen flink in de min geraakt: 43-68% verlies bij de aantallen, 55-72% bij de beschikte capaciteiten. Daarbij is het in absolute zin echter om véél lagere volumes gegaan dan bij de latere SDE 2016 - 2019 regelingen.

Voor de forse uitval onder SDE 2017 was eerder al gewaarschuwd, door Siebe Schootstra op Twitter (m.b.t. SDE 2017 en 2018, en later wederom m.b.t. SDE 2018). Dit in verband met een geclaimd slecht business model voor bedrijven met hoog eigenverbruik van via een SDE beschikking gegenereerde hoeveelheid zonnestroom, waarvoor lagere subsidie bedragen dan voor directe net-invoeding zijn gaan gelden (rooftop projecten). Polder PV is benieuwd of de reeds heftige gematerialiseerde aderlatingen nog langer zullen aanhouden in latere updates. De signalen zijn hier met name voor de voorjaars-regeling van SDE 2018 niet best, gezien de al heftige aderlatingen die we tot nog toe hebben gezien.

De ronduit schokkende 936 MWp afvoer onder de twee SDE 2018 regimes, vermeerderd met de forse uitval bij de 2 SDE 2017 regelingen, 832 MWp, bovenop de ook al aanzienlijke verliezen onder beide voorgaande SDE 2016 regelingen (totaal 415 MWp), is in ieder geval beslist slecht nieuws, ook voor Den Haag. Alle moeite die voor de hier dus definitief afgevoerde projecten is gedaan, honderden miljoenen Euro's aan SDE subidie toezeggingen, alle duur betaalde ambtelijke tijd (en consultancy uitgaven voor ontwikkelaars) die hiermee zinloos is verspild: dat alles is voor niets geweest...

3,1 miljard Euro misgelopen
Bovendien is het voor de branche organisatie ook zeer slecht nieuws, zeker in de huidige crisis tijd, met nog ongewisse middel-lange termijn gevolgen van de Corona pandemie, flinke problemen bij de uitvoering van - vaak enorme - project portfolio's, rap om zich heen grijpende problemen met net-capaciteiten, en snel verslechterende financiële situaties bij veel betrokken bedrijven. Alle beschikte (overgebleven) PV projecten tm. SDE 2019 II hebben een maximale subsidie claim van, inmiddels, bijna 14,6 miljard Euro (over een periode van max. 15 jaar exclusief "banking year"). Als we de nieuw toegevoegde SDE 2019 II niet meerekenen, is het maximale subsidie bedrag tm. SDE 2019-I momenteel nog maar ruim 12,8 miljard Euro. In de versie van 6 april jl. was het overgebleven maximale subsidie bedrag nog 13,3 miljard Euro, waarmee alweer een "waarde" van maximaal 427 miljoen Euro in een kwartaal tijd is verdampt voor de sector.

Oorspronkelijk is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2019 II maximaal voor zo'n 17,6 miljard Euro aan subsidie toekenningen gedaan (2e grafiek in historisch overzicht artikel van 29 juni 2020). De zonne-energie branche - en de talloze niet aangesloten organisaties die wel PV projecten ontwikkelen, hebben nu al zo'n 3,1 miljard Euro aan (maximaal haalbare) subsidie beschikkingen voor fotovoltaïsche capaciteit laten liggen. Daar hadden mooie dingen mee gedaan kunnen worden, de afgelopen jaren ...

Het ligt in de verwachting, dat dit reeds enorme verlies nog fors groter zal gaan worden, de komende jaren. Zeker ook, bovenop de Corona-virus maatregelen, als de om zich heen grijpende netcapaciteit problemen zelfs al lang beschikte projecten in gevaar gaan brengen, vanwege extreme vertragingen van netaansluitingen in wat tegenwoordig met een sjiek woord "congestie" gebieden heet. Als die vertragingen de realisatie termijn van de soms jaren geleden verkregen beschikkingen gaan overschrijden, dreigt immers onherroepelijke, nog steeds in de regelgeving afgetimmerde intrekking van die kostbare RVO papierwaren ... Een recent afgekondigde mogelijke - voorwaardelijke - verlenging van een jaar (aangenomen gewijzigde motie van Van der Lee / GL en Sienot / D'66 van 19 december 2019) zal daarbij slechts als een doekje voor het bloeden kunnen gelden, gezien de zeer grote problemen op dit punt. Al langere tijd in Noord-Oost Nederland (netcapaciteit kaartje Enexis van 8 juni jl.), in steeds meer gebieden van de grootste netbeheerder, Liander (kaartje met status 9 juli 2020), en, schokkend, een snel verslechterende net situatie in Noord-Brabant en Limburg (wederom Enexis gebied, status 8 juli 2020).

Een inmiddels kamerbreed gedane oproep richting Wiebes van Min. EZK, om projecten een jaar uitstel te gaan geven, is onder voorwaarden geaccepteerd ("projecten met een realisatietermijn in 2020 met vertraging buiten hun invloedssfeer op aanvraag één jaar ontheffing", brief minister Wiebes van 21 april 2020), maar de vraag blijft of dit wel voldoende soelaas zal gaan bieden in de huidige crisis.

(Nieuwe) realisaties
Uiteraard zijn er ook projecten cq. beschikkingen tussentijds "volgens de administratieve definities" van RVO gerealiseerd. Echter, géén nieuwe exemplaren tm. SDE 2013 (wel een positieve correctie bij de capaciteit). En met het voorbehoud dat er ook oude SDE projecten zijn "verdwenen" uit de RVO registers (uitgeschreven). Sedert het april 2020 rapport van RVO was er 1 (van nog 3 open staande) nieuwe realisatie voor SDE 2014, goed voor 58 kWp bij de met "ja" vinkjes voorziene hoeveelheid projecten. Er kwamen nog eens 4 nieuwe realisaties bij voor de voorjaars-ronde van SDE 2016 (toegevoegd volume 310 kWp), en 47 voor de najaars-ronde uit die jaargang (6,4 MWp nieuwe realisaties). De twee rondes onder SDE 2017 voegden resp. 194 en 141 beschikkingen toe aan de realisaties, gepaard gaand met 83,9 resp. 36,8 MWp aan capaciteit (weer beduidend minder dan in de voorgaande update). Hierbij kwamen ook 198, resp. 285 gerealiseerde beschikkingen (record deze update), met 61,9 MWp, resp. 119,5 MWp beschikte capaciteit (wederom record) onder de twee opvolgende SDE 2018 regimes. Waarbij er dus, wederom, een soort dubbel beeld is ontstaan voor, met name, de najaars-ronde, die immers tegelijkertijd een record hoeveelheid beschikte capaciteit en projecten verloren zag gaan in de huidige update. Tot slot, zagen volgens de "officiële tellingen" van RVO, weer 140 nieuwe SDE 2019 I project beschikkingen, en reeds een eerste serie van 18 stuks voor de najaars-ronde van dat jaar de status realisatie tegemoet, met toevoegingen van slechts 33,4 resp. 2,1 MWp.

Ook zijn er nog enkele zeer bescheiden neerwaartse bijstellingen van "voorheen gerealiseerde capaciteiten" geweest. 31 kWp voor de eerste 2 SDE regelingen (SDE 2008-2009, 10 verwijderde beschikkingen betreffend).

Dit alles geeft een totaal van, netto, 1.018 nieuwe formeel gerealiseerde beschikkingen, met een gerealiseerde beschikte capaciteit van 344,4 MWp t.o.v. de april 2020 update. Ter vergelijking, in de update van januari 2020 werd bijna 308 MWp nieuw toegevoegd, verdeeld over 589 beschikkingen, in de april 2020 update waren dat record volumes van 1.435 beschikkingen, resp. 548 MWp.

Let wel bij de laatstgenoemde capaciteit (ruim 344 MWp "netto groei") op, dat dit beslist niet het fysiek gerealiseerde volume is. RVO geeft dat namelijk in de meeste gevallen niet op. Ik heb van talloze projecten met SDE subsidies fors verschillende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het getal getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. Wel zie ik in de laatste 2 jaar bij RVO steeds vaker bij de opgevoerde toegekende projecten (neerwaartse) correcties van eerder beschikte volumes. Maar dat is vooralsnog eerder uitzondering, dan regel, gezien gedetailleerde project informatie die Polder PV op tafel heeft gekregen van duizenden SDE beschikte projecten (via talloze bronnen). Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de diverse SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder.


Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen

Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017.


^^^
KLIK
op plaatje voor uitvergroting (komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)

In deze tabel alle relevante bijgewerkte zonnestroom cijfers voor de aantallen en Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen, tot en met de beschikkingen voor de 2e ronde van SDE 2019 (najaars-ronde, toegevoegd). En de cijfers van de update van 3 juli 2020 bevattend. Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige (detail) update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende, heftige, verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) projecten. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes. Zowel voor de aantallen als voor de beschikte capaciteit waren de oorspronkelijke toevoegingen onder de najaars-ronde van SDE 2018 aanvankelijk wederom record hoeveelheden (rode kaders voor SDE "+" segment), die de voorgaande records onder de voorjaars-ronde van 2017 hebben vervangen. Het aantal beschikkingen onder de voorjaars-ronde van SDE 2019 heeft het stokje op dat punt (echter niet bij de capaciteit) van die van het voorgaande jaar overgenomen, met een record van 4.738 toekenningen door RVO. SDE 2019-II viel echter weer sterk terug, vanwege zeer hoge uitval als gevolg van de extreme overtekening van het beschikbare budget. En het feit, dat door felle competitie met andere projecten, alleen de beschikkingen overbleven die laag hebben ingezet met het betreffende fase bedrag. Dat zijn grotendeels alleen de grotere projecten geweest, talloze kleinere rooftop projecten zijn binnen die regeling gesneuveld.

Bij de oudere "SDE" voorgangers waren de aantallen maximaal bij SDE 2008 (8.033 oorspronkelijke beschikkingen), bij de capaciteit was het SDE 2009, die voor de twee varianten bij elkaar ("klein" resp. "groot" categorie) 29,0 MWp kreeg beschikt (rode kaders).

In oranje veldjes heb ik in het blok "overgebleven beschikte volumes" bij de primaire data aangegeven dat er negatieve wijzigingen zijn geweest t.o.v. de voorgaande update. U ziet dat ook bij diverse oudere regelingen hier het een en ander in negatieve zin is gewijzigd, al gaat het om beperkte volumes. Data in de overige "blanco" veldjes zijn niet meer gewijzigd sedert die update (van april 2020). Er is ook een uitzondering die juist een verhoging in de capaciteit heeft laten zien: SDE 2013 kreeg er bij het beschikte volume 108 kWp bij (was in april update in totaal nog 59,7 MWp, paars venstertje)


(a) Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes (blauwe sectie in tabel), accumulaties

Er is t.o.v. de accumulatie status getoond in de vorige update weer een groot volume aan beschikkingen en capaciteit verloren gegaan (beschikkingen om wat voor reden dan ook ingetrokken of alsnog ongeldig verklaard door RVO, zie ook paragraaf "nieuwe afvallers" hier boven). Voor SDE 2014 is na al die jaren in totaal een capaciteit van 301 MWp verspeeld (828 projecten). Het capaciteits-verlies is opgelopen tot 34% (aantallen: bijna 28%) ten opzichte van oorspronkelijk beschikt. Deze populaire oudere regeling is op het gebied van capaciteit verlies in negatieve zin overtroefd door meerdere latere regelingen. Cumulatief gingen de volgende beschikte capaciteiten verloren: 357,2 MWp onder SDE 2016 II, 453,0 MWp onder SDE 2017 I, 378,9 MWp onder SDE 2017 II, en een triest dieptepunt van 639,1 MWp onder de voorjaars-regeling van SDE 2018. Ook latere regelingen beginnen aardig wat capaciteit te verliezen: nog eens 297,0 MWp onder SDE 2018 II, en, tot slot, nog een bescheiden 28,4 MWp onder SDE 2019 I.

Gezamenlijk verloren alle SDE regelingen bij elkaar al 14.232 project beschikkingen met een geaccumuleerde capaciteit van 2.653,5 MWp. Voor alleen de regelingen onder het SDE "+" regime waren die hoeveelheden 8.061 stuks, wat al sedert de april 2020 update meer is dan het geaccumuleerde verlies van de oude drie SDE regelingen (6.171 beschikkingen teloor gegaan). Dat is t.o.v. de enorme hoeveelheid oorspronkelijke beschikkingen (29.588 onder SDE "+", incl. toegevoegde SDE 2019 II) al ruim 27%. Kijken we naar de beschikte capaciteit, is het totaal verlies voor SDE "+" 2.633,8 MWp, ruim 2,6 GWp (!). T.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume (15.641 MWp) is dat, ondanks het feit, dat SDE 2019 II aan de totale beschikte accumulatie is toegevoegd in de huidige update, al een totaal verlies van 16,8%.

Dit kan echter nog verder in negatieve zin veranderen, als de claim van energie specialist Siebe Schootstra bewaarheid gaat worden over twee van de belangrijkste jaar rondes van de SDE "+" regeling: "dat van de voorjaarsronde van 2018 nog niet de helft gerealiseerd zal worden. Voor 2017 geldt ook zoiets", aldus zijn nogal onrustbarende tweet van 5 september 2018. Er moet immers nog zeer veel volume opgeleverd gaan worden (laatste kolom in tabel). De status bij de realisaties, wat de beschikte capaciteit betreft, ligt voor SDE 2017 I nog het dichtst bij genoemde "helft", inmiddels op 40% (het hoogste absolute volume van alle jaar rondes, 932,5 MWp). Laten we hopen dat van de resterende nog in te vullen 969 MWp binnen die regeling nog veel capaciteit ingevuld gaat worden, om die claim van Schootstra te gaan logenstraffen. De voorjaars-ronde van SDE 2018 zit momenteel nog maar op ruim 22% van realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt, en is zelfs al ruim 37% van de ooit toegekende capaciteit kwijt (ingetrokken of anderszins).

Het verloren gegane volume van 2.654 MWp aan ooit beschikte SDE capaciteit voor zonnestroom (SDE en SDE "+"), is al 17 procent hoger dan de totale jaar-toename aan PV volume (2.265 MWp), in heel (record jaar) 2019, volgens de voorlopige laatste CBS cijfers van 19 juni 2020. Het totale verlies is al zo'n 16,9% van de oorspronkelijk beschikte volumes voor al die regelingen tezamen, inclusief de net toegevoegde SDE 2019 II (met ruim 1,9 GWp aan beschikte capaciteit). Maar aan dat verloren volume kan beslist nog "het nodige" worden toegevoegd, gezien de vele "riskante" grote project beschikkingen van de afgelopen rondes in 2016-2019. M.b.t. de aantallen is het verlies al fors groter, ruim 14,2 duizend projecten, ruim 31% van oorspronkelijk toegekend door RVO en haar voorgangers. Dat lag aanvankelijk vooral aan de enorme verliezen bij de oude SDE regelingen, zoals hierboven gemeld. Die staan boven de stippellijn in de tabel, het betreft veelal beschikkingen voor particulieren, maar ook woningbouw projecten die niet zijn doorgegaan, of die om diverse andere redenen zijn ge-cancelled. Helaas is de SDE "+" al een tijdje ook bij de aantallen project beschikkingen massale verliezen aan het lijden, en heeft ze de hoeveelheden teloor gegane project beschikkingen bij de oude SDE regelingen sedert de vorige update ingehaald (inmiddels 8.061 om 6.171 stuks).


(b) Fysieke realisaties per SDE jaar-ronde "volgens de officiële RVO cijfers" (groene sectie in tabel), accumulaties

In totaal is er tot de huidige officiële RVO update een volume van ruim 3.663 MWp "SDE beschikt" opgeleverd, verdeeld over 20.942 projecten (apr. 2020 3.319 MWp, jan. 2020 2.771 MWp, nov. 2019 2.463 MWp, aug. 2019 2.031 MWp, mei 2019 1.815 MWp, jan. 2019 1.368 MWp, oktober 2018 1.124 MWp). Waarmee in ieder geval de "twintigduizend" beschikkingen piketpaal met stip is gepasseerd (NB: dit zijn beslist minder dan 20.000 projecten, omdat er veel sites meerdere beschikkingen hebben !). Aanvankelijk kwam het merendeel van dat "aantal" uit de oude SDE regelingen, toen duizenden particulieren mee konden doen. Dat is echter in de huidige update omgeslagen naar het SDE "+" volume, wat vrijwel exclusief op en door bedrijven wordt gerealiseerd (achter grootverbruik aansluitingen).

Het aandeel van alleen SDE op totaal realisatie SDE + SDE "+" bedroeg 9.876 (overgebleven !) beschikkingen = ruim 47% bij de aantallen (inclusief SDE 2019 II regeling), wat nog 60% was in de augustus 2019 update. Dat aandeel zal stapsgewijs verder blijven dalen, naarmate er meer SDE "+" (en, later, SDE "++") projecten zullen worden opgeleverd. Het aandeel van alleen opgeleverde SDE beschikkingen is slechts ruim 49 MWp op een totaal van momenteel 3.663 MWp (SDE + SDE "+" tm. SDE 2019 II) = 1,3% (apr. 1,5%, jan. 2020 1,8%, nov. 2019 2,0%, aug. 2019 2,4%, mei 2019 2,8%; dit was nog zonder SDE 2017 II in de april 2018 update 6,4%; in juli 2017 was het nog ruim 10%). Wezenlijk verschillend, dus. Dat heeft alles te maken met de enorme schaalvergroting onder het SDE "+" regime, waar onder de "bovencap" van, ooit, 100 kWp is ge-elimineerd, en er enorm grote projecten werden beschikt, en inmiddels, in een steeds rapper tempo, zijn, en worden opgeleverd. Zoals Zonnepark Midden-Groningen in Sappemeer in de gelijknamige nieuwe gemeente (Gr.), met 103 MWp tot nog toe een tijdje als grootste, en voorlopig, tot waarschijnlijk eind 2020, "uniek in zijn soort" (naar verwachting qua omvang te vervangen door zonnepark Vlagtwedde / Harpel, van dezelfde ontwikkelaar Powerfield, wat iets groter wordt, en er zelfs al een uitbreiding zou kunnen worden goedgekeurd).

Relevant in dit aspect blijft, dat de opgevoerde beschikte capaciteit bijna nooit het daadwerkelijk gerealiseerde vermogen van de installaties weergeeft. Daar kunnen behoorlijke afwijkingen in zitten. Bovendien kunnen beschikkingen door RVO later nog aangepast worden. Zo verloor de beschikking voor het bekende Woldjerspoor project van GroenLeven in Groningen maar liefst 6 MWp (!) t.o.v. de oorspronkelijk beschikte capaciteit. Het resultaat lijkt echter, met de huidige update, nog steeds niet de daadwerkelijk opgeleverde capaciteit weer te geven, volgens de detail project informatie beschikbaar bij Polder PV, het verschil is dik 20%. Ook van andere (grote) projecten heb ik realisaties die (veel) hoger, óf véél lager uitvallen dan de beschikking van RVO toont. Van een van de grote projecten in de huidige lijst is er minder dan 40% gerealiseerd dan er momenteel als "beschikt" staat opgegeven ...

Kijken we bij de realisaties naar de percentages t.o.v. de oorspronkelijke beschikkingen, duiken andere "record houdende SDE jaarrondes" op dan bij de absolute volumes. Voor de "oude SDE" was dat SDE 2009 voor zowel aantallen en capaciteiten (67 resp. 77 procent van oorspronkelijk beschikt). Hierin zal geen wijziging meer komen, die regelingen zijn al lang "afgerond". Voor het "SDE+ regime" is dat inmiddels voor de aantallen (72%) nog steeds de SDE 2014 regeling. De zeer weinig volumes leverende SDE 2015 heeft op het vlak van invulling van de capaciteit een "score" van bijna 72% t.o.v. oorspronkelijk beschikt. SDE 2016 I was even tweede, verloor die positie door een neerwaartse aanpassing van de beschikte capaciteit in de update van januari dit jaar, maar is terug op de tweede positie sedert de update van april 2020, met, momenteel, 66,7% t.o.v. oorspronkelijk beschikt. Daardoor is SDE 2014 weer, met 65,9%, op de 3e plaats beland onder het SDE "+" regime. Als er verder niets wegvalt bij de najaars-regeling van SDE 2016, kan die op dit vlak nog wat hoger eindigen. Of dat gaat gebeuren is echter onzeker, er staat nog maar 1,6 MWp open om te realiseren.

Opvallend is de zeer slechte prestatie voor de (ook reeds lang afgeronde) SDE 2012: slechts 32% van aantal oorspronkelijke beschikkingen opgeleverd, en zelfs maar 28% van de capaciteit. Uiteraard was er ook maar heel weinig beschikt (oorspronkelijk 17,1 MWp, waarvan er echter maar 4,8 MWp is overgebleven), anders had dat een "ramp-subsidie-jaar" geworden. Latere regelingen kunnen uiteraard nog forse realisatie toenames laten zien. Voor SDE 2014 projecten zal dat geen soelaas meer gaan bieden, met nog maar 81 kWp beschikte capaciteit te gaan, verdeeld over nog maar 2 beschikkingen. SDE 2016 II zal het record van de voorjaars-ronde in dat jaar niet gaan evenaren, gezien de 57,9% realisatie, en nog 5,3% van capaciteit open staand (max. 63% haalbaar). De latere regelingen gaan nog spannend worden, mede gezien de enorme verliezen van beschikkingen binnen die rondes, die waarschijnlijk nog verder zullen gaan oplopen. SDE 2017 I zit nog maar op 40% realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt, maar heeft nog wel een groot volume te gaan (969 MWp, 41% t.o.v. oorspronkelijk toegekend volume).

Gemiddelde beschikking grootte bij de realisaties
In de kolom realisaties ziet u achteraan de uit de aantallen en beschikte capaciteiten berekende gemiddelde project (eigenlijk "beschikking") groottes volgens de toekenningen van RVO. Hierin is een duidelijk trend van schaalvergroting herkenbaar. Van zeer klein (gemiddeldes van zo'n 2-9 kWp per beschikking onder de 1e 3 SDE regimes), tot fors uit de kluiten gewassen in groeiende tendens onder de "SDE+" regimes vanaf SDE 2011. Groeiend van gemiddeld 48 kWp onder SDE 2011 tot volumes tussen de 214 en 271 kWp gemiddeld in de SDE 2014-2016 I regelingen. Het nieuwe record, onder SDE 2016 II in de vorige update nog wat scherper gezet op 489 kWp, is door de nieuwe realisaties wat lager geworden, 475 kWp (vakje met dikke rode rand). SDE 2017 I was in de november 2019 update nog record houder, met 419 kWp gemiddeld per beschikking bij de realisaties. Dat is inmiddels 450 kWp geworden, maar dat is nog steeds niet voldoende om die positie op dit punt te behouden.

Daarna vallen de gemiddeldes weer terug naar 324 kWp (SDE 2017 II), 301 kWp (SDE 2018 I), 321 kWp voor SDE 2018 II (al een stuk hoger dan de 270 kWp in de april update), en 212 kWp onder SDE 2019 I. De eerste 18 realisaties van SDE 2019 II zijn nog kleine projectjes, met gemiddeld slechts 118 kWp per stuk (volgens beschikking). De laatstgenoemde 2 regelingen moeten nog een beetje "op stoom" komen, met name wat de grote project realisaties betreft. Voor alle realisaties bij elkaar heeft het gemiddelde per beschikking een omvang van 175 kWp (vorige updates: apr. 2020 167 kWp, jan. 2020 150 kWp, nov. 2019 138 kWp, aug. 2019 121 kWp, mei 2019 114 kWp, jan. 2019 90 kWp, daar voor 77 kWp). Ook al groeit dat gemiddelde dus continu, het wordt nog steeds fors gedrukt door de vele kleine residentiële projecten onder de 3 oudste SDE regimes.

Splitsen we die twee regimes uit (onderaan in de tabel), is de oude SDE op de gemiddelde overgebleven beschikking grootte blijven steken van 5 kWp. SDE "+" heeft een aanzienlijk groter gemiddelde bij de realisaties, 327 kWp. Maar dat is nog wel slechts 54% van het totale volume van de overgebleven beschikkingen (rode cijfer veld, 604 kWp gemiddeld). Dat laatste is alweer fors hoger dan de 532 kWp in de update van april, omdat de SDE 2019 najaars-ronde in de cumulatie van de beschikkingen is opgenomen, die per stuk gemiddeld zeer grote installaties heeft toegevoegd.

De gemiddelde project groottes bij de overgebleven beschikkingen (rode veld in tabel) zijn, voor de regelingen waarvoor nog (veel) projecten open staan, ook bij de deel regelingen hoger dan die bij de realisaties. Dit komt omdat vele (zeer) grote projecten nog niet zijn gerealiseerd. Als die worden opgeleverd, zullen ze een opwaartse druk geven aan het systeem gemiddelde van de uiteindelijk gerealiseerde projecten cumulaties. Voor alle overgebleven beschikkingen is het gemiddelde momenteel 416 kWp, een factor 2,4 maal zo hoog dan bij de realisaties tot nog toe.


(c) Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel), accumulaties

Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moet gaan worden. Of, bij pech, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. In de juli 2020 update waren er bij RVO voor SDE 2014 tm. de kersvers ingevoegde SDE 2019 II nog 10.461 beschikkingen over, resp. 9.394 MWp (apr. 2020, nog zonder SDE 2019 II 8,1 GWp, jan. 2020 nog 9,3 GWp, nov. 2019 10,1 GWp, aug. 2019, nog zonder SDE 2019 I, nog ruim 8,2 GWp). Ondanks de reeds zeer forse verliezen van eerder afgegeven beschikkingen, nog steeds een enorm volume voor een land wat begin 2020 volgens de meest recente cijfers van het CBS, minimaal 6.874 MWp aan geaccumuleerde PV capaciteit (inclusief de projecten markt, én residentieel) had staan. Dat CBS cijfer zal eind 2020 met terugwerkende kracht - mogelijk weer opwaarts - worden bijgesteld. Polder PV heeft recent nog afgeschat wat het geaccumuleerde PV vermogen medio 2020 zou kunnen zijn geweest, en kwam daarbij op bijna 7,9 GWp uit. Puur theoretisch zou er dus nog een beschikt SDE volume zijn wat bijna een vijfde groter is dan die al enorme capaciteit, wat er bij zou kunnen komen.

De maginale resterende volumes voor SDE 2014 en 2015 zullen, afhankelijk van realisatie of definitieve "afvoer", niets meer uitmaken gezien hun zeer geringe volumes. Ook de 1,6 MWp overgebleven capaciteit voor SDE 2016 I gaat haar "eind-fase" in. Er gaat mogelijk nog wat volume van die regelingen afvallen. Voor de zeer forse volumes voor de opvolgende regelingen moet daar beslist ook deels voor worden gevreesd, als ze niet op tijd gebouwd of aan het net kunnen worden gekoppeld. Mede gezien de smaller geworden tijd-vensters voor de oplevering (ondanks het al geaccepteerde uitstel onder voorwaarden van een jaar extra realisatie tijd), gecombineerd met om zich heen grijpende netcapaciteit problemen en tekorten aan personeel bij de netbeheerders. En, daarbij als "kers op de taart", ook nog de enorme gevolgen van de Corona crisis er nog eens overheen ... Voorspellingen zullen op dit vlak met prudentie moeten worden genoten, want het aantal onzekerheden over de (potentie aan) realisaties neemt alleen maar toe.


(d) Ratio SDE+/SDE

Onderaan twee velden in de tabel heb ik ook nog de ratio berekend van de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE+ t.o.v. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde projecten (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege heftige toevoegingen van beschikkingen onder met name de laatste zeven SDE "+" rondes, verminderd met de tussentijdse aanzienlijke hoeveelheden reeds verloren gegane exemplaren, inmiddels rond de 2,2 voor de aantallen overgebleven beschikkingen. In juli 2017 was dat nog een factor 0,6. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot nog toe bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding echter een stuk schever (ongeveer 1,1, iets groter volume onder SDE "+"), omdat veel grote projecten uit latere SDE "+" regelingen nog niet zijn opgeleverd, en de vele reeds afgeronde oude SDE micro projectjes die som nog zwaarder onder druk zetten.

Bij de capaciteiten is de verhouding precies andersom, omdat SDE "+" gedomineerd wordt door talloze zeer grote projecten. Bij de overgebleven beschikkingen, incl. de zes toegevoegde SDE 2017, SDE 2018 en SDE 2019 regelingen, is die factor opgelopen tot een factor 264 : 1 (SDE "+" staat tot SDE; in update van juni 2018 nog 120 : 1, wel afname vanwege uitval van beschikkingen !). Bij de realisaties een stuk lager, inmiddels 73 : 1 (in de juni 2018 update was dat nog 17 : 1, nog steeds oplopend). Met dezelfde oorzaak: veel zeer grote projecten in de beschikkingen zijn nog niet opgeleverd, inclusief de grote volumes uit SDE 2017 I tm. SDE 2019 II. Tot slot, bij de gemiddelde systeemgrootte vinden we die trend wederom terug. "SDE +" staat tot SDE bij de beschikkingen 121 : 1, maar bij de realisaties nog "maar" een factor 65 : 1 (juni 2018 update 43 : 1). Ook deze verhoudingen kunnen wijzigen, naar gelang er een fors aantal grote "SDE + projecten" daadwerkelijk alsnog gerealiseerd zal gaan worden. Echter, omdat deze verhoudingen t.o.v. de voorgaande update niet substantieel zijn gewijzigd, moeten daarvan eerst grote volumes opgeleverd gaan worden. Dat kan nog wel "even" gaan duren, al blijven tegenwoordig SDE beschikkingen niet erg lang geldig. Zeker voor de kleinere projecten niet, waarvoor de realisatie termijn is terug geschroefd naar nog maar anderhalf jaar (exclusief recent geaccepteerd "coulance jaar onder voorwaarden") ...


(e) Evolutie systeemgemiddelde capaciteit volgens RVO beschikkingen

In een van de artikelen over de effecten van de beschikkingen van SDE 2019 I, heb ik reeds uitgebreid stil gestaan bij de belangrijke factor "gemiddelde capaciteit" per beschikking, en bij de realisaties. Zie daarvoor het 5e artikel in die reeks (16 november 2019), paragraaf 3.


(f) Verzamel grafieken alle SDE regelingen - PV capaciteit bij beschikkingen / realisaties

Ondertussen is het ook weer de hoogste tijd geworden voor de meest recente versies van de 2 bekende "stapel grafieken" met de halverwege dit jaar overgebleven volumes bij de beschikkingen, en bij de door RVO opgegeven "realisaties". Die vindt u hier onder.

Stapelgrafiek met links de kolommen stapel met de overgebleven (!!) hoeveelheden beschikkingen van SDE 2008 tm. SDE "+" 2019 II. SDE 2019 II is in deze update toegevoegd (blauw segment bovenaan). Cumulerend in een resterende hoeveelheid van 31.403 toekenningen voor zonnestroom (project beschikkingen). Dat waren bij de ooit oorspronkelijk vergeven exemplaren nog 45.635 beschikkingen (zie tabel). De rechter stapel kolom geeft de in de update van 3 juli 2020 door RVO formeel als "gerealiseerd" verklaarde hoeveelheden beschikkingen per regeling weer. Met als voorlopige cumulatie 20.942 beschikkingen gerealiseerd. Wat 67% van het overgebleven aantal "totaal overgebleven beschikt" (linker stapel) is.

Vergelijkbare stapelgrafiek, met nu niet de aantallen (overgebleven) beschikkingen, maar links ditto, de totale capaciteit in MWp die er over is gebleven in de laatste update (met reeds aanzienlijke volumes door RVO virtueel weg gekieperd en dus niet meer zichtbaar), wederom SDE 2019 II als laatst toegevoegde regeling bovenaan, en het totaal culminerend in (overgebleven) 13.057 MWp. Dat was bij het ooit oorspronkelijk vergeven / beschikte project volume nog 15.710 MWp (zie tabel). Rechts het nog zeer beperkte "gerealiseerde" volume, althans van de beschikkingen (niet de reeël opgeleverde capaciteit !). Met in totaal "officieel" 3.663 MWp gerealiseerd. Wat slechts 28,1% is van het overgebleven beschikte volume. Er is dus in ieder geval wat het RVO - SDE dossier betreft, nog dik 70% van het beschikte volume te gaan. En op termijn zullen de overblijvende beschikkingen uit de licht overtekende extra SDE 2020 "+" regeling hier weer aan toegevoegd gaan worden.

Het CertiQ dossier (met keiharde, fysiek gerealiseerde volumes), nomaliter al een stuk verder ge-evolueerd dan de beschikking cijfers van RVO, is ditmaal opmerkelijk dicht in de buurt van het (beschikte) RVO cijfer. Dit komt waarschijnlijk vanwege de "negatieve maandgroei anomalie" voor het april rapport, wat nog niet lijkt te zijn hersteld. Bij CertiQ staat eind juni 2020 3.690,5 MWp aan fysieke opleveringen, waarvan het allergrootste deel SDE beschikte projecten is (en nog een onbekend, hoogstwaarschijnlijk "zeer beperkt" deel zonder SDE beschikking). Wat slechts 0,7% meer volume is dan wat er nu in totaal beschikt staat bij RVO. Normaliter ligt CertiQ veel verder voor, we moeten gaan zien hoe de combinatie "eventuele CertiQ cijfer bijstellingen" t.o.v. de evolutie van het beschikkingen dossier bij RVO zullen gaan uitpakken. Feit blijft, dat bij RVO talloze reeds netgekoppelde projecten nog niet met een "ja" vinkje zijn afgevinkt. En dus nog niet in de cijfers kunnen zitten.

Het verschil tussen "overgebleven beschikt" volume en "gerealiseerd volume status 3 juli 2020" bedraagt 13.057 - 3.663 = 9.394 MWp. Dat is het volume aan beschikkingen wat nog gerealiseerd moet gaan worden. Maar ik waarschuw hierbij al op voorhand: er gaat nog heel veel volume van afvallen, gezien de trend van de afgelopen overzichten van RVO. En het is nog steeds niet het "gerealiseerde" volume. Dat kunnen we alleen te weten komen als exacte project informatie beschikbaar komt. Polder PV heeft in ieder geval van de "top" in de markt, de grootste projecten, die de grootste volumes aan MWp-en inbrengen, het meest complete overzicht van Nederland.


Thermische zonne-energie

In dit kleine andere zonne-energie dossier, is er bij de beschikte volumes na de toevoeging van de SDE 2019 I beschikkingen in een voorgaande update een (resterend) volume van bijna 88 MWth ontstaan, verdeeld over 113 subsidie toekenningen. In de huidige update zijn 19 thermische zonne-energie beschikkingen onder SDE 2019 II toegevoegd, wat het totaal aantal op 118 stuks heeft gebracht. Deze hebben een gezamenlijke capaciteit van 125,9 MWth., en een gemiddelde omvang van 1.067 kWth. per beschikking. Die omvang is weer verder gestegen sinds de update van april dit jaar, toen was deze gemiddeld nog (zonder SDE 2019 II projecten), 811 kWth. per beschikking.

De beschikkingen zijn vergeven in de jaargangen 2012 tm. 2019 (tweede ronde), behalve in 2015. Er is voor SDE 2017 II nog maar 1 exemplaar over. 16% (19 stuks) van het aantal, en 36% (45,6 MWth.) van de capaciteit beschikt komt uit de laatst toegevoegde SDE 2019 II ronde. Het laatste is het hoogst van alle regelingen, voor de aantallen beschikkingen is tot nog toe SDE 2019 I kampioen (31 stuks, 26% van totaal aantal). De hoogste beschikte capaciteit voor 1 beschikking was aanvankelijk voor het project bij Ter Laak in het Zuid-Hollandse Wateringen (SDE 2016 I, 15,1 MWth.). Maar is inmiddels veruit achterhaald door het al langer geplande Dorkwerd zon-thermie park wat Solarfields op een oud baggerdepot langs het Hoendiep benoorden Groningen gaat realiseren. Dat heeft een SDE 2019 II beschikking voor 37,4 MWth.

Als we kijken naar de "officiële realisaties", volgens de richtlijnen van RVO, zijn daarvan tot nog toe 37 projecten opgeleverd, slechts 1 (kleintje) meer dan in de voorgaande update van april jl., met een beschikt totaal thermisch vermogen van 47,6 MWth. Dat is momenteel 38% van het overgebleven beschikte volume, waarvan al veel capaciteit is afgevallen. Naast de 9 project realisaties voor SDE 2016 I (35,2 MWth.) zijn er o.a. ook 8 van de project realisaties (capaciteit: 1,90 MWth totaal) met een SDE 2014 subsidie beschikking. Het opvallende daarbij is, dat in een vorige update die capaciteit nog 1,97 MWth bedroeg, dus ook hier worden kennelijk af en toe cijfers door RVO achteraf aangepast.

Omdat dit relatief kleine zonne-energie dossier wel wat "substantie" begon te krijgen, heb ik, naar analogie van de al jaren bijgehouden standaard grafiek met alle SDE realisaties voor zonnestroom projecten, in de update van januari dit jaar voor het eerst ook een dergelijke grafiek gemaakt voor de door RVO met "ja" stempel gezegende thermische zonne-energie (gerealiseerde) beschikkingen. Deze grafiek is inmiddels bijgewerkt met de resultaten uit de huidige update, 3 juli 2020, en deze vindt u hier onder. Hieruit blijkt kristalhelder de dominantie van de realisaties uit de SDE 2016 I regeling.


Bronnen

Zie ook eerdere SDE 2016-2019 analyses op Polder PV:

SDE 2019 najaarsronde. Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (8 juli 2020)

SDE 2019 najaarsronde. Deel 2. Kern parameters cumulaties alle SDE - SDE "+" beschikkingen (29 juni 2020)

SDE 2019 najaarsronde eindelijk bekend. Deel 1. Beschikkingen - 1.954 MWp PV, slechts 42% van aangevraagd volume. Portfolio beschikt totaal bij PV: 13,4 GWp (25 juni 2020)

Klassieke SDE "+ extra" ronde (voorjaar 2020) licht overtekend, wederom veel aanvragen zonnestroom (ruim 4 GWp) (21 april 2020)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 6 april 2020) - 3.319 MWp realisatie & grote "slachting" onder beschikkingen voorjaars-ronde SDE 2018 (9 april 2020; vorige uitgebreide status update van het SDE dossier bij RVO)

Laatste "klassieke" SDE"+" ronde (voorjaar 2020) naar verdubbeld budget (4 maart 2020, budget SDE 2020 I naar 4 miljard Euro)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 6 januari 2020) - 2.771 MWp realisatie & massieve verliezen beschikkingen gecontinueerd (15 januari 2020, Trade-off tussen 2.771 MWp SDE-PV realisaties en 1.693 MWp aan verloren gegane beschikkingen)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 1 november 2019) - 432 MWp nieuw, grootste toevoeging gemiddeld per dag. (30 december 2019)

Extra SDE "+" ronde 2020 (23 december 2019, kenschets van "aus blaue hinein" gevallen "extra SDE '+' ronde" in 2020, evolutie van basis bedragen voor PV door de jaren heen)

SDE 2019 najaarsronde II. Deel 2 - de aanvragen in context van de SDE historie (21 december 2019, diverse grafieken zetten de aanvragen voor de najaars-ronde van SDE 2019 "in context" van de evolutie van SDE-SDE "+")

"Laatste" klassieke SDE ronde (najaar 2019) zoals reeds vermoed overstelpt door zonnestroom aanvragen, en 81% overschrijding van budget (10 december 2019, enorme overschrijding bij de aanvragen laatste "klassieke" normale SDE "+" regeling - zonnestroom uiteraard ver voorop)

SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 1. Beschikkingen - 2.515 MWp PV inclusief. 1,1 miljard Euro niet geclaimd. Portfolio beschikt: 12,8 GWp (12 november 2019, inclusief daar gelinkte 5 vervolg artikelen !)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 5 augustus 2019) - geen record, wel grote toevoeging, > 215 MWp (19 augustus 2019, vorige update van het SDE dossier, tm. SDE 2018 II)

Kamerbrief SDE 2019 - tussenstand voorjaars-ronde, contouren najaars-ronde ff (11 juli 2019)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 6 mei 2019) - wederom record toevoeging, > 447 MWp (16 mei 2019)

SDE 2018 najaarsronde II. Deel 5. Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen (13 mei 2019)

SDE 2018 najaarsronde II. Deel 4. Synthese alle SDE regelingen incl. laatste ronde (6 mei 2019)

SDE 2018 najaarsronde II. Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties (27 apr. 2019)

SDE 2018 najaarsronde II. Deel 2. En SDE 2019 I - enkele kengetallen in relatie tot eerdere SDE regelingen (27 apr. 2019)

SDE 2018 najaarsronde. Deel 1. Vol beschikt, 2.953 MWp PV inclusief. SDE 2019 voorjaarsronde iets onder budget geclaimd, incl. 2.921 MWp PV. Portfolio beschikt: 10,5 GWp (26 apr. 2019)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 7 januari 2019) II - "veldopstellingen" in vergelijking met projectenlijst Polder PV (19 feb. 2019)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 7 januari 2019) I - record toevoeging, 13 beschikkingen Tata Steel project † (18 feb. 2019)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 1 januari 2019) - korte update (29 jan. 2019)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (RVO, 4 oktober 2018) - snelle evolutie uitbouw (13 december 2018)

Verbreding SDE"+" vanaf 2020 - Kamerbrief (27 nov. 2018)

Fasering SDE 2018 ronde II - meer details, historie toegekende budgetten, kengetallen (19 nov. 2018)

Kamerbrief najaars-ronde SDE 2018 - trendbreuk gebroken: budget EUR 6 md met 29% overvraagd; 3,7 GWp PV projecten aangevraagd (16 nov. 2018)

Nagekomen 2 - Late kamerbrief SDE 2018 I (26 sep. 2018)

SDE 2018 voorjaarsronde 3 - Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen (29 aug. 2018)

SDE 2018 voorjaarsronde 2 - Evolutie aantallen en capaciteit van beschikkingen zonnestroom onder SDE "+" regime (25 aug. 2018)

SDE 2018 voorjaars-ronde vol beschikt - 41% "onderbenutting", ruim 1,7 GWp PV toegekend (> 2 miljard Euro), 860 MWp afgewezen (24 aug. 2018)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (8 juni 2018) - (2) grondgebonden zonneparken (14 juli 2018; vervolg op eerste artikel)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (8 juni 2018) - (1) flinke progressie (12 juli 2018; voorlaatste update SDE van RVO)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (3 april 2018) (19 april 2018)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (4 januari 2018) (13 februari 2018)

Status update "officiële" stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (18 november 2017)

Wederom nieuw record fotovoltaïsche projecten SDE regime: SDE 2017 ronde II overtreft voorjaars-ronde, 3,2 GWp aangevraagd (12 nov. 2017)

Verdeling aantallen projecten en vermogens over grootte categorieën SDE 2016 tm. SDE 2017 ronde I (5 sep. 2017)

Data SDE 2017 ronde I bekend - record toegekend budget en capaciteit voor PV (4 sep. 2017)

Status update stand van zaken realisaties SDE regelingen voor zonne-energie (3 juli 2017) (31 augustus 2017)

Nieuw record aanvragen fotovoltaïsche projecten SDE regime SDE 2017 - > 2,6 GWp (6 april 2017)

Extern:

Feiten en cijfers SDE(+) (RVO)


19 juli 2020: "Zeer opvallende" groei PV vermogen in Liander netgebied ... maar niets is wat het lijkt. Zie ook nagekomen voetnoot onderaan !

Omdat het eerste half jaar reeds achter ons ligt, verwachtte ik wel wat nieuwe cijfers van de grootste netbeheerder Liander, mede gezien hun publicatie historie. Cijfers over het eerste kwartaal werden eerder dit jaar "op tijd" gepubliceerd, waar Polder PV uiteraard een beschouwing op los heeft gelaten, met grafieken ondersteund. Dat volgde vrij kort na een uniek detail overzicht van de door ondergetekende opgevraagde data van Liander met segmentaties tussen klein- en grootverbruik tm. EOY 2019, die Polder PV in de vorm van een uitgebreide analyse heeft gepubliceerd. Wat door de Nederlandse PV sector tot nog toe, curieus, totaal is genegeerd.

Eergisteren zag ik opeens op de site van Liander een update verschijnen, met hoogst merkwaardige cijfers tot en met mei 2020. Later op de dag verschenen de kennelijk "correcte" cijfers, tot en met eind juni 2020. En die ogen ronduit spectaculair. Als je er tenminste van uit zou gaan, dat de getoonde capaciteit toevoegingen ook daadwerkelijk in de correcte kwartalen waarin de netkoppeling heeft plaatsgevonden zijn geïnsereerd in de database van deze netbeheerder, met name die voor het tweede kwartaal van dit jaar. Ik heb echter zeer goede redenen om aan te nemen, dat dit waarschijnlijk, in ieder geval wat meerdere grote zonneparken betreft, die een forse invloed op de totaal cijfers hebben, beslist niet het geval lijkt te zijn. Maar dat deze grote projecten (veel) eerder zijn opgeleverd, dan wat nu uit de nieuwe - blijvend spectaculaire - data blijkt. Daarom blijf ik oproepen om met prudentie dit soort data te "genieten", er zit meer historie achter dan u zou denken, en ze geven mogelijk een deels behoorlijk verwrongen beeld van de werkelijkheid.

Dit laat onverlet, dat het nu gerapporteerde totaal vermogen aan PV capaciteit bij Liander, medio 2020 beslist wel zal kloppen, voor zover de data bij deze netbeheerder nu compleet zijn. En dat is, met recht, al spectaculair: er is al 2.970 MWp geaccumuleerd vermogen bekend, eind juni 2020, in het netgebied van Liander. Ook mag het passeren van de 1 GWp grens door provincie Gelderland hier expliciet worden benoemd, daar zou al 1.060 MWp zijn geaccumuleerd. Het is de eerste provincie waarvan nu "officieel" bekend is gemaakt dat die piketpaal is gepasseerd, al verwacht ik dat in Enexis gebied die eer eerder al Noord Brabant zal zijn toegevallen. Dat is echter nog niet "officieel" bekend gemaakt (NB zat al op 698 MWp, eind 2018). De toevoeging in de administratie van Liander bedroeg in het tweede kwartaal ook al een spectaculaire ("record") 606 MWp aan PV vermogen. Maar zoals gezegd geeft dit een verkeerd beeld van de werkelijkheid. Het gaat hierbij deels waarschijnlijk om eerder dit jaar, of zelfs nog oudere (grote) projecten, die nu pas aan de officiële databank zijn toegevoegd.

Nieuwe cijfers Liander

EOY = eindejaars-volume; EOQ = volume aan het eind van het besproken / getoonde kwartaal; YOY = nieuw jaar-volume, QOQ = nieuw volume toegevoegd per kwartaal.

In dit artikel publiceer ik de nieuwste cijfers van Liander voor Q2 2020, en de historische ontwikkeling van dit dossier. Voor een zeer gedetailleerd, en uniek overzicht van de evolutie van zowel de kleinverbruik, als grootverbruik data bij deze netbeheerder, tot en met het kalenderjaar 2019, verwijs ik naar de eerder gepubliceerde uitgebreide grafiek sectie (voor introductie, zie hier).

In de voorgaande analyses vermoedde ik al dat er iets aan de hand moest zijn met de cijfers voor 2019. Vooral de toename voor de evolutie van de capaciteit bij grootverbruik aansluitingen viel in het laatste half jaar van 2019 zwaar tegen, zie met name de tweede grafiek van paragraaf 4 in de detail studie, met het begeleidende commentaar. Die lage cijfers leken me vrij onwaarschijnlijk. Die bevindingen waren bovendien in tegenspraak met de - voorlopige - data van CBS, dat landelijk bezien dat jaar als een absoluut record jaar gold, waarbij de verwachting was dat in het hele land, het hele jaar door ook een record hoeveelheid vermogen bij grote projecten geplaatst zou zijn. Zie voor de laatste stand van zaken m.b.t. de landelijke segmentatie tm. 2019 de grafiek die ik van de CBS data heb gemaakt (1e grafiek in artikel van 19 juni jl.). Ik suggereerde dat bij Liander de data voor vorig jaar nog flink gecorrigeerd moesten worden. In de data voor Q2 2020 zien we nu hoogstwaarschijnlijk een substantieel deel van dat nog "missende" volume bij Liander voor 2019 terug. Zoals de volgende grafieken laten zien.

(1) Accumulaties eind van elk kwartaal

In de eerste grafiek heb ik de resultaten voor het tweede kwartaal van 2020 toegevoegd, waarbij de evolutie van de totale accumulerende capaciteit in MWp wordt getoond. Nieuwe cijfers over aantallen installaties cq. segmentaties zijn wederom (nog) niet bekendgemaakt.

Accumulatie van capaciteit aan het eind van elk kwartaal (EOQ) volgens de administratie van Liander, weergegeven in gele kolommen, in MWp. Accumulaties aan het eind van elk kalenderjaar zijn weergegeven met de boven de kolommen weergegeven cijfers (met eind juni 2020 het voorlopige cijfer voor medio 2020, grijs weergegeven). Meteen valt de enorme toename toe aan het eind van het tweede kwartaal van 2020. Was er eind 2019 nog maar 2.222 MWp bekend bij Liander, steeg dat aanvankelijk nog matig naar 2.364 MWp, eind Q1 2020 (toename: 6% t.o.v. eind 2019), zoals besproken in de vorige analyse. In het tweede kwartaal werd echter een zeer groot volume van 606 MWp toegevoegd, leidend tot een accumulatie van maar liefst 2.970 MWp, een groei van 26% t.o.v. de stand eind Q1 dit jaar ! Een historisch bezien volstrekt ongebruikelijke, en enorme toename. Waarvan de realiteitszin meteen betwijfeld werd door Polder PV, wat fysieke netkoppeling in dat tweede kwartaal - midden in de Corona pandemie - betreft.

De curve getoond als blauwe streepjes-lijn, met als referentie de linker Y-as toont de relatieve toename van de eind-kwartaal standen t.o.v. de status in het voorgaande kwartaal in procent ("QOQ"). In Q4 2012 was er een zeer hoge groei van 49%, veroorzaakt door de enorme gevolgen van de "handje-contantje" subsidie vanwege het Lenteakkoord, die het nog geen anderhalf jaar heeft uitgehouden voordat het budget was vergeven. Dit, in een nog kleine markt, met dus grote gevolgen voor de relatieve toename. Die groei stortte dan ook daarna weer langdurig in, tot een dieptepunt in Q2 2017 (toename 5% t.o.v. EOQ 1 2017). Daarna nam de groei weer fors toe, in een qua volumes sterk aantrekkende markt vanwege de implementatie van grote hoeveelheden SDE beschikkingen. Met weer een terugval (in een reeds "grote markt") naar 6% groei in Q1 2020 (t.o.v. Q4 2019). Die groei werd plotsklaps meer dan verviervoudigd in Q2 2020, wat echter een artificieel effect blijkt te zijn a.g.v. inboekingen van een grote hoeveelheid capaciteit uit eerdere kwartalen.

(2) Accumulaties per regio in Liander gebied

In deze tweede grafiek heb ik de progressie m.b.t. de opgestelde PV capaciteit in Liander netgebied uitgesplitst per regio.

Zoals te doen gebruikelijk heb ik daarbij uit de beschikbare data van Liander naast de (sub)regionale curves ook die voor Noord-Holland inclusief Amsterdam opgenomen in de grafiek. Liander toont in de updates op haar website alleen de totaal volumes, wat dus een optelling is van installaties achter grootverbruik (GVB) en kleinverbruik (KVB) aansluitingen. Alle curves vertonen in de getoonde periode vanaf begin 2011 langdurig "gezonde progressie", met nauwelijks (opmerkelijke) afvlakking van de cumulatie curves. En, zoals gezegd, ronduit spectaculaire groeispurts in het tweede kwartaal van 2020. Hoogstwaarschijnlijk niet reële, maar deels "administratief inhaalwerk" groei betreffend.

De bereikte PV capaciteiten zijn, eind Q2 2020, achtereenvolgens de eerste "Gigawatt provincie", 1.060 MWp voor Gelderland. Met een horizontale rode stippellijn is het niveau van 1 GWp verbeeld in de grafiek. Noord-Holland incl. Amsterdam, heeft EOQ 2020-2 nu 849 MWp staan (verschil met Gelderland is verder opgelopen: eind Q2 2020 211 MWp, dat was eind Q1 2020 126 MWp, en eind 2019 nog 121 MWp). Als de groei van de volumes zo doorgaat, zou de provincie mogelijk ook de 1 GWp grens kunnen doorbreken in 2020, of, bij tegenvallende groei, in de eerste jaarhelft van 2021. Zonder Amsterdam meegerekend, vertoonde de rest van de provincie Noord-Holland een accumulatie van 750 MWp (eind Q1 2020 nog 626 MWp).

Friesland, wat al een tijdje (sedert Q3 2019) een terug gevallen progressie snelheid liet zien, komt hier, ook met een (deels administratieve ?) groeispurt, een eind achteraan, met inmiddels, eind juni 2020, 535 MWp (eind maart nog 451 MWp).

Flevoland is te klein om op dit vlak mee te kunnen komen met de grote provincies, maar bleef lang gestaag doorgroeien. De groei versnelling in Q1 2016 is een eerste artificieel exemplaar. Noordoostpolder, met reeds een flink volume aan langer gerealiseerde PV capaciteit op veel boerderij complexen, werd toen van Enexis naar Liander gebied overgeheveld. Voor deze provincie is de groeispurt in Q2 2020 van alle regio het meest pregnant. De curve knikt scherp, en zeer steil omhoog, en komt eind Q2 uit op 327 MWp. Dat is maar liefst 102 MWp hoger dan de 225 MWp eind Q1 dit jaar, een toename van 45%! Geen enkele andere regio vertoonde zo'n enorme versnelling bij de EOQ cijfers. Het totale volume nam van het eerste naar het tweede kwartaal met 26% toe (eerste grafiek), de geringste toename viel Friesland ten deel (19%), en Flevoland steekt dus met kop en schouders boven de rest uit op dat vlak. Amsterdam (29%) en Gelderland (28%) volgen op gepaste afstand. Mij is echter beslist niet zo'n enorm, zeer ongebruikelijk hoog volume aan zonneparken voor het kleine Flevoland bekend wat in de maanden april tm. juni 2020 opgeleverd kan zijn, en dit zou daarom beslist een administratieve inhaal race van eerder opgeleverde grote projecten kunnen betreffen, bovenop de flinke "natuurlijke groei" die overal in Nederland heeft plaatsgevonden. Zie verderop voor een nadere analyse van de situatie in Flevoland.

Zuid-Holland noord is het kleine deel van deze dichtbevolkte provincie waartoe ook Polder PV's woonplaats Leiden behoort. Het grootste deel van de provincie (met grote bevolkings-centra Rotterdam, Den Haag, Utrecht) is onderdeel van het netgebied van Stedin (zie voorgaande analyse tm. H1 2020). ZH noord bereikte, ook met een tussenspurtje, een volume van 198 MWp. Dat was eind maart nog maar 157 MWp.

Tot slot is daar nog de separate curve voor hoofdstad Amsterdam. Die weliswaar al lang niet meer de gemeente met de meeste capaciteit is, maar nog wel een belangrijke, met eind juni 2020 reeds 99 MWp aan geaccumuleerde PV capaciteit volgens de huidige data van Liander. Eind maart was er in de hoofdstad nog maar 77 MWp "bekend" bij deze netbeheerder.

Het relatieve verschil tussen de PV capaciteit in de grote provincie Gelderland en het kleine zusje Flevoland bedraagt eind Q2 2020 inmiddels een factor 3,2. Dat was in de vorige update nog een factor 3,7, dus ook op dit vlak, blijken de verschillen, op het schaalniveau van provincies, verder af te nemen. Dergelijke trends nam ik ook al waar bij de vergelijkingen van de extremen tussen de gemeentes in het netgebied van Stedin, ook daar vlakken de verschillen af (recent artikel van 15 juli jl.).

Zonnepark check Flevoland

Om de suggestie "mogelijk oudere zonneparken pas in Q2 2020 ingeschreven" te verifiëren, heb ik mijn projectenlijsten voor de kleine provincie Flevoland nagevlooid op realisaties van, met name, de grotere zonneparken. In Q2 2020 komen daar uitsluitend het via Zonnepanelendelen (in 2 fases) gecrowdfunde Solarvation project in Lelystad bovendrijven, goed voor ruim 39 MWp, netgekoppeld in april. En een kleine uitbreiding van een eerder aangelegd zonnepark binnen deze provincie. Wat echter volstrekt niet voldoende is om genoemde zeer hoge 102 MWp totaal groei in het tweede kwartaal te kunnen verklaren, of de gezamenlijke toename van 112 MWp in het eerste half jaar van 2020. Tm. Q1 2020 was, volgens de data verstrekt door Liander, de maximale kwartaalgroei 24 MWp in Flevoland, en zoals we hierboven hebben gezien, was dat een artificiële toename a.g.v. het toevoegen van Noordoostpolder aan Liander netgebied. De hoogste "normale" kwartaalgroei vond in Q1 2019 plaats, met slechts 19 MWp. De gemiddelde kwartaalgroei tot en met Q1 2020 was slechts 6,2 MWp sedert Q2 2011. De gemiddelde kwartaalgroei in voormalig record jaar 2019 was in Flevoland maar 13,5 MWp. Ergo: de hier vastgestelde 102 MWp toevoeging in Q2 2020 is in alle opzichten "excessief hoog", en ook vanuit generieke marktobservaties bezien, gecombineerd met het ontbreken van andere grote gerealiseerde zonneparken in die periode, "onverklaarbaar" als een realistische groei voor dat kwartaal.

Het is bovendien uitermate onwaarschijnlijk dat de rest van het volume in Q2 (exclusief de twee bekende opgeleverde zonneparken, ongeveer 63 MWp) door kleinere projecten incl. residentieel volume is ingevuld, gezien de beperkte kwartaal groei in voorgaande jaren. Ook als we de jaargroei cijfers bekijken, klopt dit niet. Dit wordt getoond in de 4e grafiek in dit artikel, waar de jaargroei cijfers van alle capaciteit (incl. zonneparken) in o.a. Flevoland zichtbaar is gemaakt, met in 2017 24 MWp, 2018 59 MWp, en in 2019 54 MWp groei. De toename in alleen al Q1+Q2 van 2020, 112 MWp, is ruim het dubbele volume van de hele jaargroei in 2019. Met nog een derde zonnepark, opgeleverd in Q1 2020, komt de gezamenlijke realisatie van dergelijke grote projecten in het eerste half jaar in Flevoland nog maar op minder dan 50 MWp. Dat is slechts 45% van het totale gerapporteerde volume. Het is nog steeds onwaarschijnlijk dat de rest van dat volume, 62 MWp in alleen Flevoland bij kleinere projecten zou zijn gerealiseerd in het eerste half-jaar. Als je gechargeerd van 6 werkdagen per week zou uitgaan, en dus in 26 weken 156 werkdagen zou hebben, zou je bij louter residentiële installaties van - optimistisch geschat - 4 kWp per stuk er per dag zo'n 100 moeten opleveren in Flevoland, een half jaar lang vol-continu. Of, bij uitgangspunt 50 kWp voor grotere projecten, 8 van dergelijke forse installaties (167 panelen à 300 Wp) per dag (compleet, incl. in-house werkzaamheden) moeten installeren. Alle 156 werkdagen in een half jaar, midden in Corona pandemie tijd. Ook dat klinkt allemaal hoogst onwaarschijnlijk.

De totale toename in heel Liander netgebied zou in het eerst half jaar van 2020 748 MWp zijn geweest. Dat is, wederom, extreem veel hoger dan het vorige maximum. Tot en met 2019 was dat H1 van dat jaar, met 434 MWp. De langjarige gemiddelde groei was voor Flevoland slechts 129 MWp per half jaar. De nu gerapporteerde groei in Q1 2020 gaat daar met een factor van bijna 6 op een onwaarschijnlijk hoog niveau overheen.

Oudere zonneparken meegeteld ?

Alléén, als we ook de grotere zonneparken gerealiseerd in 2019 bij genoemde 3 realisaties in 2020 zouden optellen, komen we aan een volume van 118 MWp, nog exclusief alle andere projecten. Dus het lijkt er wat Flevoland betreft, zeer sterk op, dat meerdere grote zonneparken, gerealiseerd vanaf 2019, pas in het tweede kwartaal van 2020 bij Liander in de officële statistieken zijn opgenomen ...

Dit werd eerder impliciet al bevestigd door een medewerker van Liander, nadat ik vragen ben gaan stellen over dergelijke gevonden discrepanties in een voorgaande Liander cijfer update (tegenvallende cijfers grootverbruik in de tweede jaarhelft van 2019). Afgelopen voorjaar kreeg ik daar de volgende reactie op van Liander: "Het beeld is dat er nog tientallen installaties uit 2019 niet zijn verwerkt, hopelijk voor de zomer". Er werd niet ingegaan op nog niet ingevoerde capaciteiten (waarmee de rode vlag "waarschijnlijk zonneparken betreffend" gehesen zou zijn), maar dit kan dus de aanleiding zijn geweest, waarom er zoveel volume (deels: al eerder opgeleverd) onder Q2 2020 pas kan zijn ingevoerd.

(3) Kwartaal volumes PV capaciteit volgens rapportages Liander

In deze derde grafiek wordt de uit de vorige grafiek berekende nieuwe PV capaciteit per kwartaal getoond, waarbij de "excessieve" groei in Q2 2020 direct manifest wordt (laatste kolom). Na een lange aanloop periode tm. begin 2012, met slechts geringe toevoegingen van een paar MWp per kwartaal, liggen de toevoegingen tot en met eind 2017 reeds op veel hogere niveaus, tussen de 21 en 75 MWp per kwartaal vanaf 2014. In 2018 ging er een "booster" op, met zeer hoge toevoegingen tussen de 113 MWp (Q3 2018) en record kwartaal Q2 2019, met 229 MWp. Vanaf het derde kwartaal van 2019 is er echter, wat de officieel gepubliceerde administratie van Liander betreft, weer "op hoog niveau" de klad in gekomen, en is de kwartaal groei gestabiliseerd rond een volume boven de 140 MWp (142 MWp in Q1 2020).

Het was dan ook zeer verrassend, dat Q2 2020 hier weer op byzondere wijze een nieuwe schwung aan heeft gegeven, met een excessieve groei van 606 MWp, een factor 2,6 maal het maximale volume in Q2 2019. Met, als hoogstwaarschijnlijke oorzaak, het sterk vertraagd bijschrijven van grote hoeveelheden capaciteit van grote zonneparken die al langer geleden (waarschijnlijk deels al in 2019) zijn gerealiseerd in Liander netgebied.

Kijken we naar enkele gemiddeldes, zien we daarbij de volgende trends (horizontale streepjes-lijnen) en waarnemingen:

  • gemiddelde over de periode 2013 tot en met 2020 Q2: 97 MWp/kwartaal (zwarte streepjeslijn), dit was nog 79 MWp/kwartaal tm. Q1 2020
  • gemiddelde over de periode 2018 tot en met 2020 Q2: 210 MWp/kwartaal (bruinrode streepjeslijn), dit was nog 166 MWp/kwartaal tm. Q1 2020
  • gemiddelde in kalenderjaar 2018: 157 MWp/kwartaal (magenta streepjeslijn)
  • gemiddelde in kalenderjaar 2019: 180 MWp/kwartaal (groene streepjeslijn)
  • Q1 2020 ligt met 142 MWp 21% ónder het kwartaalgemiddelde in 2019
  • Q2 2020 ligt met 606 MWp maar liefst 237% bóven het kwartaalgemiddelde in 2019
  • de toevoeging in Q1 2020, 142 MWp, lag 31% ónder het volume in Q1 van 2019 (205 MWp)
  • de toevoeging in Q2 2020, 606 MWp, ligt 165% bóven het voormalig record volume in Q2 van 2019 (229 MWp)

(4) Jaargroei volumes PV capaciteit volgens rapportages Liander

In deze 4e grafiek toon ik de totale nieuwe "jaar"volumes in MWp, met per kolom gestapeld de onderscheiden regio's. Voor 2011 is gebruik gemaakt van oudere data, op verzoek van Polder PV verkregen van Liander. Recentere data zijn ontleend uit de grafiek getoond op de website van deze netbeheerder (link onderaan). Ik heb ook een nieuwe disclaimer toevoegd in het witte, rood omrande kader, dat men, gezien de eerder in dit artikel aangehaalde problematiek, er niet van uit mag gaan dat het hier daadwerkelijk om fysiek netgekoppelde capaciteit in de betreffende kalenderjaren zou gaan. Het gaat (dus) kennelijk om slechts "het jaar van rapportage" van betreffende capaciteit, waarvan een deel afkomstig kan zijn uit een eerder jaar, zoals met name nu voor 2020 duidelijk het geval lijkt te zijn. Mede gezien het reeds excessieve volume van 748 MWp gerapporteerd in de 1e 2 kwartalen van 2020 (laatste, gearceerde kolom), die het totale kalenderjaarvolume voor record jaar 2019 (721) reeds met 4% overstijgt (in Covid-19 pandemie tijd), met nog een half jaar te gaan ...

In deze grafiek zijn Amsterdam en de rest van provincie Noord-Holland separaat weergegeven om de totaal optellingen correct in beeld te brengen. Voor 2020 zijn alleen nog de eerste 2 kwartalen bekend, daarom is de hele kolom gearceerd weergegeven. Het volume daarvan, 748 MWp, is, i.t.t. dat voor alleen Q1 van 2020 (142 MWp), juist weer extreem hoog vanwege de spectaculaire toevoeging van 606 MWp in Q2 2020. De vraag die hier rijst is, of Liander in een later stadium nog zal gaan corrigeren voor het kalenderjaar van fysieke netkoppeling van de getoonde capaciteit. De verwachting is, dat dit een sterk afwijkend beeld van het nu getoonde zal weergeven, maar dat het wel een correctere visualisatie zou zijn omdat het dan geen administratieve aberraties zal tonen.

In 3 deel regio zou er volgens de Liander data al meer volume in het eerste half jaar van 2020, dan in het hele - record - kalenderjaar 2019 zijn bijgekomen, in Gelderland (13% meer), Flevoland, (107% meer), en in noordelijk Zuid-Holland (ruim 8% meer). Met name het verschil bij Flevoland is al extreem, met de in dit artikel besproken argumentatie als onderbouwing voor de aanname, dat dit deels al (veel) eerder opgeleverde capaciteit aan zonneparken betreft, wat pas in Q2 in de nieuwe cijfers van deze netbeheerder is opgenomen.

(5) Nieuwe poging extrapolatie EOY 2020 volume PV capaciteit in netgebied Liander

De laatste grafiek, tot slot, toont een aangepaste, tongue-in-cheek prognose, wat de totale zonnestroom capaciteit in Liander netgebied aan het eind van 2020 (vertikale blauwe lijn) "zou kunnen gaan worden, op basis van de voortzetting van de historische trends". Daartoe heb ik in ieder geval, mede gezien de enorme capaciteits-aanwas gemeld in Q2 2020, de groeicurve voor de rode trendlijn opnieuw aangepast naar een vierdegraads polynoom. Deze komt grofweg uit op zo'n 3.350 MWp, eind 2020, waarbij ik in een vorige prognose nog, veel pessimistischer, op zo'n 2.900 MWp uitkwam (met een derdegraads polynoom als toenmalige "best-fit" curve).

Voor het rechtlijnige extrapolatie alternatief heb ik ditmaal 2 varianten gekozen, vanwege de sterk afwijkende, zeer grote toename gemeld in Q2 2020. Een rechtlijnige voortzetting van de trend sedert eind 2017, ge-extrapoleerd via het voorlaatste datapunt van Q1 2020 (onderste blauwe lijn) komt inmiddels uit op zo'n 2.850 MWp, voor EOY 2020. Trekken we een dergelijke lijn echter via het laatste datapunt van Q2 2020 door (bovenste blauwe lijn), komen we veel hoger uit, op ongeveer 3.375 MWp. Wat dicht bij de prognose op basis van de rode trendlijn ligt.

Het gemiddelde van de twee blauwe curves komt op ongeveer 3.115 MWp uit. Middelen we dat resultaat uit met dat op basis van een geheel andere methodiek, verkregen middels de rode trendlijn, zouden we kunnen uitkomen rond de 3.235 MWp. Substantieel hogere dan in de vorige update (2.875 MWp). Het resultaat blijft echter een groot vraagteken, vanwege grote (bijgekomen) onzekerheden m.b.t. de rand-condities voor de progressie van plaatsing van grote hoeveelheden PV capaciteit later dit jaar, zoals reeds in de vorige update gesignaleerd. Zo zijn de capaciteits-problemen op het net ook bij Liander wederom verder verslechterd, wat al geplande projecten met SDE beschikking extra vertraging zou kunnen gaan kosten bij de implementatie.

Daarbij zal uiteraard ook, met de huidige overwegingen op het netvlies, een belangrijke rol gaan spelen, wat de cijfers van Liander precies blijken te vertellen. Als het slechts bij "administratieve toevoegingen" blijft, waarbij geen rekening wordt gehouden met de exacte datum (resp. kalenderjaar) van netkoppeling, kunnen we nieuwe verrassingen zoals in onderhavige analyse blijven verwachten. Zeker als er weer geruime tijd zal verstrijken, voordat grote netgekoppelde projecten daadwerkelijk in de officiële cijfers van Liander zullen worden opgenomen.

Nagekomen 23 juli 2020

Zoals inderdaad al duidelijk werd uit de gedetailleerde data eerder, en in het huidige artikel gepresenteerd door Polder PV, en de duidelijke aanwijzingen dat de cijfers voor 2019 nog moesten worden gecorrigeerd (met name op het vlak van projecten achter grootverbruik aansluitingen), werd er in een later ge-amendeerd artikel van Solar Magazine de volgende opmerking geplaatst n.a.v. vragen van hen aan Liander (vetdruk van Polder PV): "De toename is gerealiseerd van het derde kwartaal van 2019 tot en met het tweede kwartaal van 2020 en dus niet alléén in het tweede kwartaal van 2020". Waarmee dus kristalhelder is geworden, dat de progressie data beslist NIET (in de genoemde periode !) de daadwerkelijke netkoppelings-data weerspiegelt van de geaccumuleerde projecten, maar louter "administratieve toevoegingen, ook van langer geleden" toont. Het is zeer belangrijk, om dit wezenlijke verschil zeer duidelijk op uw netvlies te krijgen, zodat u geen "rare gevolgtrekkingen" uit de in dit artikel bijgewerkte voortgangs-statistieken zult gaan trekken !

Statistieken Liander en PV op Polder PV (intern):

Eerste kwartaal cijfers PV capaciteit Liander 2020 - voortgaande groei, maar stabilisering van kwartaal toenames (15 apr. 2020)

Polder PV presenteert unieke historische PV data netbeheerder Liander en voorlopige resultaten voor 2019 incl. segmentaties klein- en grootverbruik (19 feb. 2020, met gelinkte uitgebreide detail analyse tm. 2019)

Evolutie zonnestroom capaciteit netgebied Alliander - 721 MWp groei, EOY 2019 2.222 MWp accumulatie (15 jan. 2020)

Alliander update PV capaciteit groei van 579 MWp 1e 9 maanden 2019 / accumulatie > 2 GWp (15 okt. 2019)

Alliander update PV capaciteit groei van 434 MWp 1e half jaar 2019 (13 juli 2019)

Polder PV presenteert - unieke historische PV data netbeheerder Liander en eerste resultaten voor Q1 2019 (nieuw record volume) (11 apr. 2019, met gelinkte uitgebreide detail analyse tm. Q1 2019)

Jaargroei cijfers zonnestroom bij grootste netbeheerder, Alliander, 2018 (21 jan. 2019)

Extern:

Ontwikkeling energietransitie - Ontwikkeling zonne-energie (website moederbedrijf van Liander, Alliander, monitoring portal. Update 17 juli 2020, met resultaten tm. Q2 2020)


17 juli 2020: Tongue in cheek - hoeveel zonnestroom vermogen staat er nu eigenlijk in Nederland ? Naar aanleiding van een vraag van een oude bekende durfde ik daar aanvankelijk geen antwoord "uit het blote hoofd" op te geven, gezien de blijvend schokkende wijze waarop cijfers tot stand komen in Nederland, en de vele onzekerheden die daar mee gepaard gaan. Maar uiteraard werd ik er wel door getriggerd, dus we doen in dit artikel een "onderbouwde" berekening categorie "bierviltje", om te proberen te bepalen wat er ongeveer medio 2020 aan PV capaciteit zou kunnen staan in ons land.

We gebruiken daarbij de volgende input data:

Eindejaars-capaciteit volgens de laatste stand bij het CBS voor heel Nederland. Die werd recent alweer gewijzigd, en bedraagt nu voor eind 2019 6.874 MWp. Dat is nog geen definitief cijfer, eind 2020 kan dit nog worden gewijzigd (meestal is de richting van dergelijke wijzigingen: opwaarts).

Gecertificeerde PV capaciteit. Het grootste deel SDE gesubsidieerde projecten betreffend, al is dit geen exclusiviteit. De status bij TenneT dochter CertiQ is tm. juni bekend, met een geaccumuleerd vermogen van 3.691 MWp, en een uit de maand rapportages gedestilleerde groei in het eerste half jaar van 495 MWp. Ook dit is nog lang geen einde verhaal, de CertiQ cijfers worden achteraf altijd bijgesteld, in het geval van het "voorlaatste jaar" zelfs soms twee maal (in een gereviseerd jaar rapport, en soms zelfs nog in het eerste jaar rapport van het opvolgende jaar).

De "residentiële markt". Ook hier is verwarring, omdat er een nogal substantieel verschil is tussen "zonnepanelen op woningen", en "zonnepanelen bij kleinverbruikers". De laatste categorie is groter, maar hoeveel groter is nog steeds niet goed bekend, omdat er geen cijfers zijn over het volume van de "niet woning gebonden" installaties vallend onder "kleinverbruik" (een aansluit capaciteit in het pand hebbend van maximaal 3x 80 ampère).

We nemen hier de "vluchtroute" van de grove segmentatie cijfers van het CBS, die onderscheidde in de laatst genoemde update de deelcategorieën "bedrijven" en "woningen". Laatstgenoemde categorie had eind 2019 3.237 MWp aan capaciteit staan, en liet dat jaar een aanwas zien van 908 MWp t.o.v. de stand eind 2018.

We hebben zojuist gezien, dat in de eerste jaarhelft van 2020 bij Stedin een voorlopige aanwas is vastgesteld van 95,3 MWp in het kleinverbruik segment, t.o.v. een kalendergroei van 174,4 MWp in 2019. Derhalve, ruim 9% hoger dan de helft van de jaargroei in 2019. Als we er voorzichterheidshalve van uitgaan, dat dit een "maximale" groei in dat segment betreft, omdat Stedin dichtbevolkte Randstad gebieden omvat (en dus enigszins "a-typisch" is t.o.v. de andere netbeheerders), gaan we voorlopig uit van een marge van 7% extra in heel Nederland, voor het potentieel aan groei in de residentiële markt in 2020. De helft van de residentiële groei in 2019 was in heel Nederland 454 MWp, met 7% extra groei zou dat volume voor het land in het huidige kalenderjaar, 2020, kunnen komen op zo'n 486 MWp voor de eerste jaarhelft.

Met bovenstaande grove indicatoren (die elkaar niet 100% uitsluiten, vandaar "grof"), zou medio 2020, het geaccumuleerde volume aan PV capaciteit kunnen zijn geworden: 6.874 (EOY 2019) + 495 (groei CertiQ H1 2020) + 486 (groei residentieel CBS H1 2020) = 7.855 MWp, ongeveer 7,9 GWp.

Martien Visser van de Groninger Hanzehogeschool rekent voor de cijfers voor het energieopwek.nl portal voor 2020 met een gemiddelde aanwas van 200 MWp per maand. Het laatst publiek beschikbare maandrapport, februari 2020, rept van een mogelijk opgesteld vermogen van 7 GWp begin die maand. Met maart tm. juni er bij geteld, zou medio 2020 (begin juli) dat portal dus waarschijnlijk uitgaan van zo'n 8 GWp aan opgesteld nationaal PV vermogen. Dat ligt aardig in de buurt van bovenstaande "actuelere" afschatting, maar is beslist een stuk lager dan de 8,2 GWp waarvan "de oude bekende" mij toevertrouwde, dat dit in de wandelgangen van de Nederlandse PV sector genoemd zou zijn.

In ieder geval zou er ten opzichte van het laatste scenario in de Klimaat- en Energieverkenning 2019 van PBL, CBS en andere partijen (overzicht 1 nov. 2019), een veronderstelde 9 GWp aan opgesteld vermogen, eind 2020 (p. 105 van het gelinkte rapport*), dan nog ruim 1 GWp in de tweede jaarhelft bij moeten gaan komen, om aan die verwachting te geraken. Als die 9 GWp daadwerkelijk zou worden bereikt, zou de voorlopige jaargroei in 2020 op slechts zo'n 2,1 GWp komen. Veel lager dan door Holland Solar voorspeld in de medio juni 2020 verschenen Global Market Outlook 2020 - 2024 van SPE, waarbij ze, "afhankelijk van de gevolgen van de COVID-19 crisis", uitkomen op een jaargroei volume van 2,5-3,5 GWp.

Dit alles laat natuurlijk onverlet dat bovenstaande, mogelijk 7,9 GWp opgesteld PV vermogen, medio 2020, ook nog steeds een afschatting blijft. Zeker op het punt van de SDE realisaties verwacht ik nog wel de nodige (positieve) verrassingen, ook al moet ook daar de nodige prudentie worden betracht, omdat de cijfers die RVO publiceert, en die veelvuldig "blind worden gekopieerd", altijd slechts de beschikte capaciteiten betreft. En niet de daadwerkelijk fysiek opgeleverde project vermogens. Ik heb gemerkt, dat het laatste jaar een fors aantal grotere projecten die zijn opgeleverd, een behoorlijk lager vermogen hebben gekregen, dan waarvoor de SDE beschikking(en) is / zijn afgegeven. Mogelijk gerelateerd aan de overal reeds optredende netcapaciteit problemen. Maar ook zie ik tegelijkertijd nog steeds projecten waarvoor de realisaties (soms fors) hoger liggen dan de beschikking(en).

Deze blijvende onduidelijkheden en onzekerheden dienen daarom altijd meegenomen te worden als flinke statistiek ruis, bij afschattingen als onderhavige, mogelijk bijna 7,9 GWp opgesteld PV vermogen medio 2020.

Berekeningen door Polder PV op basis van geciteerde bronnen.

* Het KEV 2019 noemt ook nog 2 prognoses voor PV, mogelijk 15 GWp EOY 2023, en 27 GWp EOY 2030. Deze zullen in de volgende versie (KEV 2020) ongetwijfeld worden bijgesteld. De in dat eind vorig jaar verschenen rapport vermelde cijfers voor 2018 (4,4 GWp EOY, 1,5 GWp YOY groei), zijn door het CBS al lang opwaarts bijgesteld (naar 4.609 MWp EOY, resp. jaargroei van 1.698 MWp). In de eerste Europe EU Market Outlook 2019-2023, gepubliceerd door branche organisatie SPE op 10 dec. 2019, werd voor eind 2023 zelfs al bijna 20 GWp voor de PV accumulatie in Nederland voorspeld, in het "medium scenario". Dus 5 GWp cq. een derde meer dan in KEV 2019 ...


15 juli 2020: Zonnestroom statistiek update Stedin tm. eerste half jaar 2020. Het heeft lang geduurd voordat netbeheerder Stedin, actief in, met name, het zuidelijke deel van Zuid-Holland en Utrecht op het gebied van elektriciteit, met nieuwe cijfers kwam over zonnestroom. Al sedert januari 2019 was er op de website van de netbeheerder een tabel te vinden met de status tm. 2018, met daarbij de mededeling dat het betreffende document "regelmatig zou worden geactualiseerd". Polder PV heeft die data destijds in groot detail geanalyseerd en gepresenteerd, en voegde later nog enkele updates toe op basis van - summiere - gegevens over grootverbruik, en data in het jaarverslag. In zijn analyse van 24 januari 2019, met updates.

De beloofde update frequentie is daarna echter flink tegengevallen, pas eind juni / begin juli dit jaar kwam een nieuwe tabel beschikbaar, dus anderhalf jaar later. Wederom geen data over grootverbruik (waar de bijplaatsingen middels meestal SDE subsidies zeer hard gaan, en omvangrijke capaciteiten betreffen). Maar wel het volledige "kleinverbruik dossier" (KVB). Zeg maar: de kleinere installaties bij particulieren, én, wat heel erg vaak wordt vergeten en niet benoemd, talloze installaties bij kleinere instellingen, MKB, scholen, kleinere gemeente gebouwen, instellingen, etc. Dit vinden we (grotendeels) terug in het oude PIR register, waar Stedin van claimt dat de data daar vandaan komen. De update is verder wel, zeer prettig, tot en met het eerste half jaar van 2020, waarmee de status in het KVB dossier dus als "bijna actueel" mag worden gezien.

In dit artikel een grafisch geïllustreerde analyse van deze actuele dataset van het KVB segment bij Stedin. Voorlopig culminerend in 662 MWp met bijna 195 duizend PV installaties achter kleinverbruik aansluitingen. En een groei van de jaarlijkse aanwas van bijna 62% in 2019 (nieuw toegevoegd ruim 174 MWp), t.o.v. de jaargroei in 2018 (108 MWp). Het in provincie Utrecht gelegen dorp Renswoude is binnen Stedin gebied de nieuwe kampioen bij het opgestelde vermogen per inwoner, 459 Wp. Tot slot, moet hierbij benoemd worden, dat de data van de ook bij de Stedin Groep behorende Zeeuwse netbeheerder Enduris niet in deze analyse zijn opgenomen, daar zijn nog geen detail gegevens van bekend.


In deze eerste grafiek de uit de basis tabel van Stedin ge-extraheerde eindejaars-accumulaties en status eind juni (H1) van 2020, van de capaciteit in MWp (oranje-gele kolommen, referentie rode rechter Y-as), de aantallen PV installaties achter kleinverbruik aansluitingen (open kolommen met blauwe rand, referentie blauwe linker Y-as), en de uit deze twee data berekende systeemgemiddelde capaciteit (gestreepte groene lijn, met als referentie de groene rechter Y-as, let op dat de gekozen schaal range voor deze laatste variabele ligt tussen de 1,25 en 3,75 kWp per installatie, om deze mooi in de grafiek te krijgen, tesamen met de bron-data).

Groei kleinverbruik segment

Kristalhelder is, dat de groei in de kleinverbruikers markt fenomenaal is geweest in het dichtbevolkte, grotendeels randstedelijke Stedin netgebied. Ik heb de data tm. 2018 nog even gecross-checkt met de gegevens in de vorige analyse, maar geen wijzigingen van oudere data meer gezien. Het lijkt er dus op, dat die gegevens (in ieder geval tm. 2018) als "definitief" moeten worden beschouwd. Waarbij als zeer belangrijke waarschuwing blijft gelden, dat Stedin destijds (augustus 2018) zelf heeft vastgesteld, op basis van twee steekproeven m.b.v. satellietfoto's van urbane wijken in Rotterdam en Delft, dat "een kwart van de zonnepanelen niet is geregistreerd bij de netbeheerder". Hoe dat beeld nu is, is echter onbekend, er zijn Polder PV nog geen nieuwe cijfers bekend over dat grote verschil met de registraties in het PIR register. Het jaarverslag van de Stedin groep over 2018 herhaalt dat oude statement (pagina 40), zonder nadere toelichting, maar wel met de toevoeging dat "deze steekproef met enige regelmaat herhaald gaat worden". In het jaarverslag over 2019 wordt, heel vreemd, nauwelijks cijfermatig iets weergegeven over zonnestroom. Behalve de relatieve groei van de PV capaciteit per jaar, in het netgebied van Stedin (totalen, KVB + GVB !, pagina 11 kerncijfers): 2018 49% groei t.o.v 2017, 2019 53% groei t.o.v 2018.

Mogelijke groei grootverbruik segment

In het eerste investeringplan van Stedin, voor de periode 2020-2022, wordt in paragraaf 4.3 geclaimd, dat eind 2019 er bij deze netbeheerder "0,9 GW" zonnestroom capaciteit zou zijn geaccumuleerd, zonder in detail te treden. Dat is een zeer grove opgave. Uitgaande van de in bovenstaande grafiek weergegeven bijna 567 MWp aan PV capaciteit achter kleinverbruik aansluitingen, eind 2019, zou dat kunnen betekenen, dat eind dat jaar er - zeer grof gesteld - mogelijk iets van 333 MWp aan PV capaciteit achter grootverbruik aansluitingen (GVB) zou kunnen zijn geaccumuleerd in het netgebied van Stedin, grofweg 37% van het totaal volume van genoemde "0,9 GW". Eind 2018 was dát zeer belangrijke GVB segment nog, terug gerekend uit het "nagekomen bericht Stedin 22 feb. 2019", waarschijnlijk nog maar 149 MWp groot qua omvang. Mocht het hierboven genoemde "333 MWp" voor eind 2019 realistisch blijken te zijn, zou in dat jaar er dus onder grootverbruik aansluitingen zo'n 184 MWp aan PV capaciteit bij gekomen kunnen zijn. Een groei van maar liefst 123% in een jaar tijd. Bij ontstentenis van detail data, blijft dit echter behoorlijk gokken. Het werd de hoogste tijd dat Stedin hier accurate, en beter gesegmenteerde cijfers over gaat publiceren. Het is immers, mede gezien de waanzinnige ontwikkelingen op het vlak van zonnestroom, de enorme schaalvergroting van projecten in het byzonder, en de samenstelling van talloze RES rapportages die mede afhankelijk zijn van de input van de regionale netbeheerders, ronduit bizar, dat deze netbeheerder hierover niet meer duidelijkheid geeft.

Bovenstaande grafiek toont in ieder geval het "wel duidelijke detail beeld" op basis van de geregistreerde ("bekende") KVB PV projecten bekend bij Stedin, volgens de separaat gepubliceerde tabel.

Status update accumulaties KVB segment

Eind 2018 was, zoals al eerder bekendgemaakt, 392,2 MWp aan PV projecten achter KVB aansluitingen, verdeeld over bijna 123 duizend installaties, bekend bij Stedin. Een jaar later, EOY 2019, is dat fors toegenomen tot 566,6 MWp (groei 44% t.o.v. EOY 2018), resp. ruim 172 duizend KVB installaties (groei dik 40% t.o.v. EOY 2018). In 2018 was die groei t.o.v. EOY 2017 nog "maar" 38% voor de capaciteit, en ruim 34% voor de aantallen installaties. Ook het systeemgemiddelde vermogen bij deze KVB projecten, groeide in 2019 door, van 3,20 naar 3,29 kWp per installatie. Als we over de gehele periode 2011 tm. 2019 gaan kijken, wordt voor de evolutie van de capaciteit een compound annual growth rate (CAGR) zichtbaar van maar liefst gemiddeld (!) 58% per jaar. En bijna 44% gemiddeld per jaar voor de groei in aantallen installaties, over die periode van 9 jaar. Dat deze CAGR's niet gelijk oplopen, heeft te maken met het zeker de laatste jaren flink toegenomen gemiddelde opgestelde vermogen per installatie, wat weer een gevolg is van de sterk toenemende capaciteiten per PV module. In 2017 was 270 Wp nog "usance", in 2019 waren de 300 Wp kristallijne exemplaren al niet meer aan te slepen, een trend die zich in 2020 verder heeft versterkt.

Kijken we naar de (eerste) resultaten voor het eerste half jaar van 2020 (gearceerde kolom, gestreepte kolom rand voor aantallen), zien we blijvend forse groei. In die eerste 6 maanden kwamen er met de huidig beschikbare data binnen het kleinverbruik segment alweer 22.640 nieuwe installaties bij, goed voor een toevoeging van 95,3 MWp nieuwe capaciteit aan het KVB segment. Daarmee zijn eind juni 2020 de accumulaties verder opgelopen tot 661,9 MWp, resp. 194.527 PV installaties in uitsluitend het KVB segment. Waarbij de ook zeer hard gegroeide grootverbruik (GVB) markt nog niet eens is inbegrepen, al is hier nog niets formeel van bekendgemaakt door Stedin. Genoemde groei in het eerste half jaar van 2020, heeft alweer een forse sprong in het geaccumuleerde systeemgemiddelde vermogen veroorzaakt. Dat ligt medio 2020 alweer op 3,4 kWp gemiddeld per KVB installatie. In 2011 was dat nog slechts 1,54 kWp, minder dan de helft ...


In deze tweede grafiek een vergelijkbaar beeld als bij de EOY accumulaties resp. H1 2020, maar nu voor de jaargroei cijfers afgeleid uit de eerste grafiek, en de groei in het eerste half jaar van 2020 (laatste, gearceerde kolom). Na een "rustig" 2012, toen 20,8 MWp werd toegevoegd verdeeld over 7.419 (geregistreerde) KVB installaties, is er vier jaar een stabiele jaarlijkse groei geweest tussen de 41,6 en 47,2 MWp, met jaarlijkse aantallen van zo'n 13 tot dik 13 en een half duizend nieuwe geregistreerde KVB projecten. Let hierbij op, dat de eerder in de historie duidelijk zichtbare "dip in 2014", inmiddels, bij de laatste nationale statistiek data voor heel NL al fors "glad gestreken" na diverse correcties van oudere cijfers (2e grafiek in update 19 juni 2020), ook bij Stedin niet aanwezig is geweest, zowel niet bij de capaciteit, als bij de aantallen nieuwe KVB installaties dat jaar.

Vanaf 2017 gingen de nieuwe aantallen installaties en de daarmee gepaard gaande capaciteit toevoegingen als een speer omhoog in het dichtbevolkte netgebied van Stedin: 68,7 - 107,9 - 174,4 MWp in de jaren 2017 tm. 2019, met toenames van de jaarlijkse groei van 57,1% (groei 2018 t.o.v. aanwas 2017), resp. zelfs 61,6% (groei 2019 t.o.v. aanwas 2018). Bij de nieuwe aantallen installaties werden ook nooit eerder gedroomde records verbroken, van bijna 21 duizend nieuwe KVB projecten in 2017, via ruim 31 duizend in 2018, tot zelfs bijna 49 en een half duizend nieuwe installaties in kalenderjaar 2019. Dit heeft bij de aantallen nieuwe installaties geleid tot toenames van de jaarlijkse groei van 50,0% in 2018 (t.o.v. aanwas in 2017), en tot 58,6% in 2019 (t.o.v. aanwas in 2018). Zeer indrukwekkende jaargroei cijfers, in ieder geval. Met daarbij blijvend in gedachten houdend, dat niet alle (nieuwe) installaties, of uitbreidingen daarvan, ook daadwerkelijk worden geregistreerd in het PIR register.

Kijken we naar de resultaten voor het eerste half jaar van 2020, toen de Corona pandemie in alle hevigheid over de wereldbol inclusief Nederland raasde, zien we nog steeds zeer respektabele groei cijfers. Als we uit zouden gaan van een vergelijkbare groei in het tweede als in het eerste half jaar, zou de kalenderjaar groei in 2020 kunnen uitkomen op ruim 190 MWp resp. zo'n 45 duizend nieuwe KVB installaties. Weliswaar zou dat neerkomen op iets minder nieuwe installaties dan in - tot nog toe - record jaar 2019 (49.440), maar als de relatieve systeem omvang vergelijkbaar zal zijn als in het eerste half jaar (wat een realistisch uitgangspunt is), zou de capaciteit toename in het KVB segment zelfs groter kunnen worden dan de ruim 174 MWp in 2019. Uiteraard moeten we dat nog afwachten, het kan ook zijn dat de cijfers voor het eerste half jaar van 2020 nog bijgewerkt moeten gaan worden. En/of, dat om wat voor reden dan ook, de optimistische verwachting voor de tweede jaarhelft niet zou uitkomen.

Gemiddelde systeemomvang nieuwe installaties - opmerkelijke evolutie

Een ander aspect, wat hier beslist benadrukt moet worden, is de evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit in het KVB segment. Dat lag op een laag niveau van 2,8 kWp gemiddeld per nieuwe installatie in 2011, nam gestaag toe naar 3,52 kWp in 2015, zakte toen weer wat in naar gemiddeld 3,31 kWp in 2017, maar begon daarna flink aan te trekken. Naar 3,46 kWp gemiddeld in 2018, en 3,53 kWp bij de nieuwe KVB projecten in 2019. De grote verrassing zien we terug in het eerste half jaar van 2020: de gemiddelde systeem capaciteit in die eerste 6 maanden is zeer sterk toegenomen, naar maar liefst 4,24 kWp. Dat is 20% hoger dan het gemiddelde van de nieuwe projecten in heel 2019 ! Ongetwijfeld heeft dit deels beslist te maken met de zeer sterk toegenomen module vermogens, die in de residentiële markt al ruim boven de 320 Wp per stuk liggen. Maar ook is er een verdere race opwaarts zichtbaar, met PV panelen rond de 400 Wp per stuk, en al diverse berichten over nog veel krachtiger, reeds commercieel in de markt gezette modules die al "angstaanjagend snel" richting de 500 Wp per stuk gaan (al zijn ze daarbij ook beduidend groter, zo'n 1 bij 2 meter, i.p.v. de gebruikelijke 60-cels 1,62 m²). Alle grote, meestal Aziatische / Chinese merken hebben al panelen die de 400 Wp ver te boven gaan, het is zeer snel gegaan bij deze vergroting van het module vermogen in de "klassieke", en blijvend dominante kristallijne silicium sector. Waar bovendien monokristallijn "PERC" de nieuwe norm lijkt te gaan worden (jarenlang is dat, vanwege de kosten, multikristallijn Si geweest).

Conclusie: als de trend in de tweede jaarhelft vergelijkbaar zal zijn als die in het eerste half jaar van 2020, kan het huidige kalenderjaar resulteren in grofweg zo'n 9% méér capaciteit, maar met mogelijk 9% mínder installaties, in het KVB segment in Stedin gebied, dan in 2019. Als dat daadwerkelijk de richting gaat worden, heeft de Corona pandemie in ieder geval in het KVB segment slechts zeer beperkte impact gehad. Bij de grote installaties is het verhaal anders, waarbij de samenloop van de virus pandemie, met de al langer rond zingende, steeds groter wordende problemen met de netcapaciteit in veel regio, tot een merkbare afkoeling heeft geleid.


Segmentatie gemeentes

Omdat er in de nieuwe data reeks wederom, net als begin 2019, een uitsplitsing is gemaakt naar gemeentes, kan hier ook weer het nodige aan getoond worden. Polder PV selecteerde weer enkele verschillende vergelijkings-maatstaven waarmee voor de zoveelste maal wordt aangetoond, dat verschillende gemeentes in de "top 10" voorkomen, afhankelijk van het criterium wat wordt gehanteerd.

PV capaciteit KVB per gemeente van hoog naar laag


^^^
Klik op plaatje voor uitvergroting in apart venster

Blijvend grote verschillen in opgestelde capaciteit in het KVB register per gemeente, uiteraard ook in het netgebied van Stedin. Utrecht blijft, met stip, kampioen, met eind juni 2020 47,5 MWp (73% meer capaciteit dan de 27,4 MWp EOY 2018 uit de vorige analyse). Utrecht wordt nog steeds gevolgd door Amersfoort in dezelfde provincie (35,2 MWp), maar Rotterdam (32,0 MWp) heeft inmiddels stuivertje gewisseld met Den Haag (31,3 MWp), en is naar de derde positie geschoven. Het zou tijd worden, de havenstad heeft al langer torenhoge "klimaat ambities", en moet dan ook laten zien dat ze er voor gaan, ook bij de kleinverbruikers. Daarna vallen, net als in de vorige analyse tm. 2018, de volumes fors terug. Ten opzichte van de ratings voor 2018 zijn er weer wat verschuivingen in de top tien. Nissewaard (met als bekendste plaats Spijkenisse) is Woerden en De Ronde Venen inmiddels gepasseerd, met 14,6 MWp capaciteit bij de kleinverbruikers. Houten is met 14,0 MWp twee plaatsen opgeschoven naar de 10e plaats, en heeft daarbij Pijnacker-Nootdorp en Woerden uit de top tien gegooid.

Na de kopgroep van tien gemeentes, volgt een lange, langzaam aflopende waaier van nog eens 63 gemeentes, eindigend bij Nieuwkoop (ZH). Drie gemeentes vallen op, omdat ze niet in de "klassieke" Stedin provincies zuidelijk Zuid-Holland en Utrecht blijken te liggen (groene kolommen): Een typische outlier, Heemstede (4,2 MWp KVB) ligt in Noord-Holland, midden in het "klassieke" netgebied (elektra) van Liander. Het door Stedin opgevoerde Wijdemeren (met o.a. Loosdrecht en Ankeveen, 2,0 MWp KVB), ligt ook in Noord-Holland, maar grenst aan de in Utrecht liggende fusie gemeente Stichtse Vecht (inclusief Tienhoven, Maarssen, Breukelen en Loenen). Lingewaal, tot slot (1,9 MWp KVB volgens opgave Stedin), is een niet meer bestaande, benoorden de Waal gelegen "gemeente" in Gelderland, met o.a. de Tielerwaardse dorpen Asperen, Heukelum, Herwijnen, Spijk en Vuren. Lingewaal is op 1 januari 2019 met Neerijnen en Geldermalsen gefuseerd in de nieuwe - Gelderse - gemeente West-Betuwe. Deze grenst in het noordwesten aan het Stedin deel van Zuid-Holland, met Gorinchem, Molenlanden, en de sedert 1 januari 2019 van provincie Zuid-Holland naar Utrecht overgedragen groene gemeente Vijfheerenlanden (met Vianen, Leerdam, en Zederik). Door complicaties van grenshervormingen tussen gemeentes en zelfs provincies, is het lastig om goed te volgens wat de impact is voor de data per gemeente. Het CBS houdt van oudere gemeentelijke constellaties niet (meer) bij wat de vermogens zijn, dus dit geeft de nodige problemen met de cijfers.

De zeer lage laatste plaats voor Nieuwkoop (ZH) is, zoals eerder al werd vastgesteld, waarschijnlijk te wijten aan het feit dat daar maar een geringe hoeveelheid van de netaansluitingen (kennelijk) onder Stedin gebied vallen. Het grootste deel van dit Zuid-Hollandse dorp ligt in het gebied van Liander, wat de kleinere, noordelijke helft van provincie Zuid-Holland claimt op het gebied van elektra. Ook hier dus weer cijfer problemen en onduidelijkheden vanwege de niet stricte administratieve grenzen van gemeentes tussen 2 netgebieden.

Het verschil in capaciteit tussen kampioen Utrecht en de op de een-na-laagste plaats staande "complete" Utrechtse / Stedin gemeente, Renswoude, (met slechts 2,53 MWp), is afgenomen tot een factor 19. Dat was eind 2018 nog een forse factor 62, dus het relatieve verschil tussen de "grootste en de kleinste" is sterk afgenomen. Het gemiddelde van alle opgegeven gemeentes in de Stedin data is 9,1 MWp (zwarte kolom links van het midden). Dat was eind 2018 nog 5,4 MWp, dus dat is al bijna verdubbeld.

Bij de absolute toevoegingen per jaar was Utrecht jarenlang dominant bij de capaciteit toenames, maar dat werd tijdelijk in 2018 door Amersfoort overgenomen (6,89 MWp, Utrecht toen 6,65 MWp). Echter, de hoofdstad van de gelijknamige provincie nam, zoals in de vorige analyse reeds voorspeld, de honneurs weer waar, zowel bij de toevoegingen in 2019, als in de eerste jaarhelft van 2020: 13,13 MWp resp. 7,03 MWp (Amersfoort in die periodes: 10,40 resp. 4,59 MWp nieuw volume bij KVB installaties). In de eerste jaarhelft van 2020 voegde Utrecht alweer 6% meer capaciteit toe in de KVB sector, dan in het hele kalenderjaar 2018.

Lijngrafiek evolutie capaciteit alle Stedin gemeentes

Om de forse verschillen in evolutie tussen de diverse Stedin gemeentes nog op een andere manier te verbeelden, heb ik deze allemaal in een lijncurve grafiek bij elkaar geplaatst, met het gemiddelde van de capaciteiten per jaar (zwarte curve met separate opgaves):

Uit deze grafiek wordt kristalhelder, dat er grote verschillen optreden in evolutie van de KVB capaciteiten per gemeente, met Utrecht sedert 2013 als absoluut kampioen, culminerend in 47,5 MWp medio 2020 (Amersfoort en Den Haag daarbij aanvankelijk naar een ongeveer gelijke 2e plaats verwijzend). Nieuwkoop als "byzonder geval" omdat maar een klein deel daarvan onder Stedin valt, helemaal onderaan, met minder dan 0,7 MWp (de rest van het dorp valt onder Liander netgebied). En de rest van de Stedin gemeentes daar tussenin, met soms opmerkelijk verschillende evolutie paden. Na een kat en muis spel tussen Amersfoort en Den Haag, is eerstgenoemde flink uitgelopen op de residentie, en eindigt op een ruime tweede plaats, medio 2020, met 35,2 MWp. Zelfs Rotterdam heeft, na een inhaalrace sedert 2013, Den Haag de eerste helft van dit jaar reeds ingehaald (32,0 cq. 31,2 MWp). Goeree-Overflakkee bezet nu nog de vijfde positie, met 20,0 MWp, maar wordt reeds bedreigd door het sterk, met name sedert 2017, opgekomen Zoetermeer (19,4 MWp). Ook het Zuid-Hollandse Lansingerland doet het prima, op een 7e positie (17,0 MWp). Daarna volgt een zeer grote cluster met gemeentes die op behoorlijk grote afstand van de kopgroep blijven. Veenendaal, wat in 2011 op een respectabele derde plaats begon, nog vóór Utrecht, is een langere periode flink terug gezakt t.o.v. veel andere oprukkende gemeentes (17e positie in 2016), maar begon ook sedert 2017 weer wat tempo te maken, om medio 2020 voorlopig weer op een 13e plaats te geraken, met bijna 14 MWp opgestelde capaciteit in het KVB segment.

Merk s.v.p. op, dat 2020 uiteraard nog slechts voor de helft bekend is (en mogelijk zelfs nog niet "definitief"), en dat daar nog heel veel volume bij zal gaan komen. De gemiddelde capaciteit per Stedin gemeente (dikke zwarte curve) is ge-evolueerd van 0,2 MWp, EOY 2011, tot 9,1 MWp, medio 2020. Vooral de versnelling in 2018-2019 is hierbij opmerkelijk.

Kerncijfers - extremen per gemeente

Uit de bron tabel van Stedin zijn voor de evoluties bij 73 benoemde gemeentes nog enkele "extremen" en gemiddeldes gehaald, die de grote spreiding weergeven.

  • Compound Annual Growth Rate (CAGR) van PV capaciteit bij kleinverbruik installaties: gemiddeld over 2011 tm. 2019 67% per jaar, maximaal 98%/jr bij Lopik, minimaal 32%/jr bij Veenendaal (beiden prov. Utrecht).
  • Gemiddelde jaargroei capaciteit bij Stedin gemeentes in 2018 39%, maximaal 100% in het "afwijkende" Nieuwkoop (ZH), max. 69% in de "typische" volledige Stedin gemeente Gouda (ook ZH), minimaal 20% in Lopik (Ut.)
  • Gemiddelde jaargroei capaciteit bij Stedin gemeentes in 2019 47%, maximaal 94% in Hardinxveld-Giessendam (ZH), minimaal in het in Utrecht liggende Eemnes, met 17,5%.
  • Gemiddelde groei in het eerste half jaar van 2020 ruim 17%, maximaal in Maassluis (ZH), met bijna 30%, minimaal in het ook in Zuid-Holland gelegen Rijswijk, met minder dan 6%.
  • Voor de aantallen installaties achter KVB aansluitingen gelden vergelijkbare extremen en gemiddeldes. De CAGR over de periode 2011 tm. 2019 kwam op gemiddeld ruim 52% per jaar uit, maximaal 90% in Renswoude (Ut.), minimaal 20% in Delft (ZH).
  • Gemiddelde groei van de aantallen installaties in 2018 34%, maximaal 68% in het buiten het kerngebied van Stedin liggende Noord-Hollandse Wijdemeren (max. 64% in de in Stedin kerngebied liggende Zuid-Hollandse gemeente Lansingerland), minimaal 17% in Giessenlanden (ook ZH).
  • Gemiddelde groei van de aantallen installaties in 2019 44%, maximaal 143% (!) in Hardinxveld-Giessendam (ZH), en minimaal 14% in de ook a-typische (ex-gemeente) Lingewaal in het grensgebied in Gelderland (in het kern-gebied van Stedin is dat Rijswijk, ZH, met 15%).
  • Gemiddelde groei in het eerste half jaar van 2020 voor de aantallen KVB installaties bijna 14%, maximaal bijna 25% in Papendrecht, ZH, en minimaal 5% in het ook in ZH gelegen Rijswijk.
  • Bij de jaargroei cijfers komen nog veel meer extremen voor, zowel positieve, als negatieve. In 2019 bijvoorbeeld, varieerde dat bij de capaciteit in een negatieve groei van minus 57% t.o.v. de jaargroei in 2018, bij het - afwijkende - Nieuwkoop. Zederik echter, ook in Zuid-Holland, liet t.o.v. de aanwas in 2018 in het opvolgende jaar een positieve groei zien van maar liefst 297%. De gemiddelde groei per gemeente in 2019 was bij de capaciteit 80% hoger dan de groei in 2018. Voor de aantallen nieuwe installaties achter KVB aansluitingen was de toename ook spectaculair, maar liefst 87% meer nieuwe installaties in 2019 dan in 2018.

 

PV capaciteit KVB per inwoner per gemeente van hoog naar laag


^^^
Klik op plaatje voor uitvergroting in apart venster

Uiteraard blijft een veel "eerlijker" vergelijkings-maat dan de absolute vermogens en aantallen, het terug rekenen van, in eerste instantie, de opgestelde PV capaciteit (KVB) in de betreffende gemeentes naar de hoeveelheid vermogen per inwoner. Hier weergegeven in Wp (Wattpiek) PV vermogen van KVB installaties per inwoner. Hiervoor zijn de - voorlopige - inwoner data voor de laatst bekende maand, eind mei 2020 gebruikt (CBS Statline tabel), en de capaciteits-data van Stedin tot en met eind juni 2020 ("H1 2020"). Niet voor alle door Stedin opgevoerde gemeentes zijn actuele CBS data aanwezig, vanwege gemeentelijke herindelingen. In de grafiek zijn deze gearceerd weergegeven, hiervoor zijn de inwoner aantallen van eind 2018 gebruikt (laatst bekende data bij het CBS voor die plaatsen). De feitelijke relatieve, hier weergegeven maatvoering, Wp/inwoner, zal in die gemeentes, door vermoedelijke - lichte - groei van de bevolking in die plaatsen, lager zijn uitgekomen dan is weergegeven. Omdat het een relatieve maat is, en het meestal wat kleinere gemeentes betreft (van de getoonde gearceerde gemeentes heeft Molenwaard de meeste inwoners, eind 2018 29.318), zullen de verschillen met de realiteit vrij gering zijn.

In de updates voor eind 2017 en eind 2018 was het Utrechtse Eemnes kampioen, maar medio 2020 is die gemeente door het noordelijk van Veenendaal, ook in provincie Utrecht gelegen, Renswoude ingehaald. Eind 2018 stond Renswoude nog op de vierde plek bij deze maatvoering. Met haar eind mei 2020 slechts 5.505 inwoners haalde dit dorp nu medio 2020 een relatief beste prestatie in Stedin gebied, met 459 Wp/inwoner voor de kleinverbruik projecten. Dat is bijna 7% hoger dan de 430 Wp/inwoner in het nu naar de 2e plaats verwezen Eemnes.

De volgorde bij de "volgers" is ook weer wat veranderd. Giessenlanden is wat terug gezakt, zeker als het inwoner aantal is toegenomen, mogelijk nog wat verder dan getoond. Afgezien van "anomalie Nieuwkoop", hier verder niet beschouwd op de laatste plaats, blijft Rotterdam nog steeds hekkensluiter in de lange rij, met een zielige 49 Wp/inwoner nog achter het langjarig "voortvarende" Den Haag (57 Wp/inwoner) en Schiedam (75 Wp/inwoner) bij de kleinverbruik aansluitingen. Rotterdam staat inmiddels op de derde plaats bij de absolute volumes in Stedin gebied (vorige grafiek). Het kan verkeren: als we terug rekenen naar aandeel per inwoner, kan zo'n gemeente zomaar helemaal achteraan komen. Wel is het relatieve aandeel sedert eind 2018 (29 Wp/inwoner) bijna verdubbeld, maar dat is in meer gemeentes het geval.

Het gemiddelde voor alle Stedin gemeentes komt medio 2020 neer op 219 Wp/inwoner (zwarte kolom ongeveer halverwege). Dat is 68% meer dan het gemiddelde, eind 2018 (130 Wp/inwoner). Het verschil tussen Renswoude en Rotterdam is nog maar een factor 9,3. Dat was tussen de extremen eind 2018 nog een factor 12, en daarbij dus weer beduidend minder groot. Ook veel kleiner, dan het verschil tussen de extremen bij de absolute volumes (vorige grafiek).


Aantallen PV installaties KVB per gemeente van hoog naar laag


^^^
Klik op plaatje voor uitvergroting in apart venster

Deze grafiek is niet zeer sterk verschillend dan die voor de capaciteit aan PV achter KVB aansluitingen (eerdere grafiek). Utrecht staat weer vér vooraan, met 15.970 KVB installaties (eind 2018: 9.986 stuks, een toename van 60% in anderhalf jaar tijd). Den Haag (10.476) is inmiddels een stuk terug gezakt naar de vierde positie, achter Amersfoort (12.014) en Rotterdam (11.223 installaties). Na Den Haag zakt het aantal per gemeentes weer fors in (Goeree-Overflakkee 6.094 installaties). In Renswoude vinden we er nog maar 549 (eind 2018: 192), de verschil factor met Utrecht is wat gedaald naar 42 : 1 (eind 2018 nog 52 : 1). Het gemiddelde (zwarte kolom links van het midden) is inmiddels aangegroeid tot 2.665 installaties (KVB) per gemeente. Dat was eind 2018 nog 1.680 projecten, dus ook het gemiddelde is weer met 59% toegenomen. De buiten het kerngebied van Stedin (zuidelijk ZH, Utrecht) gelegen gemeentes Heemstede (NH), Wijdemeren (NH) en Lingewaal (Gld), heb ik weer apart gemarkeerd met een groene kolom.

Aantallen PV installaties KVB per 10.000 inwoners per gemeente van hoog naar laag


^^^
Klik op plaatje voor uitvergroting in apart venster

Tot slot ook een "eerlijker" maatstaf voor een vergelijking tussen (qua omvang onvergelijkbare) gemeentes. In bovenstaande grafiek heb ik het totale aantal PV installaties achter KVB aansluitingen weer terug gerekend naar het aantal installaties per 10.000 inwoners per gemeente. De inwoner aantallen heb ik weer uit de CBS data gehaald, met status datum eind mei 2020 (voorlopige cijfers), en, voor de gemeentes met gearceerde kolom, de stand van zaken voor eind 2018. Met deze verhouding krijg je een redelijke maatvoering en "hanteerbare getallen". Ditmaal staat Eemnes nog steeds "ver" vooraan, met 1.237 PV projecten achter KVB aansluitingen per 10.000 inwoners (eind 2018 was dat nog 1.018 projecten, dus in anderhalf jaar tijd een toename van 22% bij deze relatieve maatvoering). Goeree-Overflakkee (ZH) en Vianen (Ut.) volgen op afstand, met 1.014 resp. 974 KVB installaties per 10.000 inwoners. Vianen, en waarschijnlijk ook het daar op volgende Zuid-Hollandse Zederik (gemeente Vijfheerenlanden, van Zuid-Holland overgegaan naar provincie Utrecht), met 946 installaties per 10.000 inwoners, zullen echter waarschijnlijk een wat lagere uitkomst krijgen, als de actuele aantallen inwoners bekend worden, medio 2020 (en kunnen dus beiden lager uitkomen in deze rating). Van het Utrechtse Woudenberg is het inwoner aantal eind mei 2020 bekend bij het CBS, haar - mogelijk - vijfde positie in deze rating, met 933 KVB installaties/10.000 inwoners, is lager dan de derde plaats, eind 2018. De reeks loopt verder continu, zonder rare sprongen, af naar rechts, met wederom "the usual suspects", Schiedam, Den Haag, en tot slot weer Rotterdam, in ditmaal weer dezelfde volgorde als bij de capaciteit per inwoner. De klimaat "ambitieuze" havenstad heeft medio 2020 nog maar 161 PV installaties op 10.000 van haar inwoners in het PIR register / KVB staan. Al is het uiteraard wel een forse verbetering van 53% t.o.v. de nog schamele 105 exemplaren, eind 2018.

Het gemiddelde van alle gemeentes in Stedin gebied, de zwarte kolom links van het midden, geeft 585 KVB zonnestroom projecten per 10.000 inwoners. De "spread" wordt weergegeven door de normale uitersten, Eemnes en Rotterdam, een factor 7,7 verschil. Eind 2018 was deze "spread" tussen de beste en minst "performing" Stedin gemeente nog een factor 9,7 (exclusief byzonder geval Nieuwkoop). Dus ook hier is weer bij de relatieve maatvoering het verschil tussen de extremen verder afgenomen.

Gemiddelde systeem capaciteit per gemeente

Uit de Stedin data is ook de gemiddelde systeem capaciteit te berekenen voor de PV installaties achter KVB aansluitingen, medio 2020. Die blijkt het hoogst voor Nieuwkoop (9,2 kWp), maar zoals we eerder zagen is dat waarschijnlijk een volstrekt niet representatief deel van die gemeente, waarvan het grootste deel in Liander netgebied ligt. Renswoude (prov. Utrecht) volgt, net als eind 2018, met een opvallend hoge 6,6 kWp, al betreft dit nog steeds een relatief klein aantal installaties waar dat gemiddelde op berust (382 stuks). Nummer drie is nog steeds Lopik, wederom in provincie Utrecht, met een systeemgemiddelde capaciteit (KVB) van 5,6 kWp. Gebaseerd op 985 installaties. Hekkensluiters zijn hier de dicht bevolkte steden Den Haag, Delft en Vlaardingen, waar de gemiddelde installatie groottes (KVB) maar 2,8, 2,7, resp. (ruim) 2,5 kWp blijken te zijn. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de gemiddeld beperkte dakruimte in dergelijke stedelijke agglomeraties, gecombineerd met een hoger aandeel van huurwoningen met zonnepanelen, waarvan er vaak maar een bescheiden aantal worden geplaatst (4 tot 8), meestal door of in opdracht van de woningcorporaties zelf.

Nemen we het gemiddelde van de berekende gemiddelde systeemomvang per gemeente, kom je op 3,75 kWp uit. Dit is 6% groter dan de 3,54 kWp, eind 2018. Als we, realistischer, de gemiddelde systeemgrootte voor alle PV installaties achter KVB aansluitingen in Stedin gebied bepalen door het totaal gemelde geïnstalleerde volume te delen door het totaal aantal projecten in het netgebied, kom je uit op een gemiddelde systeem omvang van 3,4 kWp. Als je rekent met moderne installaties met 300 Wp panelen, komt dat dus neer op gemiddeld ruim 11 kristallijne c-Si panelen per dak (KVB). Dit is nog exclusief de grote projecten achter grootverbruik aansluitingen.

Bron:

Opgesteld vermogen productie-installaties (update van voorheen slechts tm. 2018 verstrekte cijfers voor - uitsluitend - KVB capaciteit en aantallen PV installaties in netgebied van Stedin, tm. juni 2020)

 
 
 
© 2020 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP