starting up our own green power production unit: 4 solar panels, March 2000
g(r)o(w)ing slow
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index

 

SOLARENERGY

(Groei van) zonnestroom in Nederland¹

(Growth of) solar electricity (PV) in the Netherlands¹

With English translations/abstracts in the figure captions

CBS - PV in Nederland status: tot en met 2009
PV market data Netherlands (CBS statistics) status: up till 2009

Grafieken/graphs:
1. Nieuwe afzet aan eindgebruikers per jaar
2. Nieuw PV-vermogen per jaar
3. Accumulatie afzet aan eindgebruikers
4. Opgesteld geccumuleerd PV vermogen (2 graphs)
5. Verschil afzet minus bijgeplaatst nieuw vermogen per jaar
6. Geschatte accumulatie van stroomproductie
7. Handel in PV modules
8. Omzet en Research budget in miljoenen Euro
9. PV en werkgelegenheid

Discrepantie CBS en CertiQ cijfers?

Introductie tot deze CBS update (21 juli 2010) hier

Eerste resultaten CBS Duurzame Elektriciteit 2009/
First CBS data "renewable" electricity for 2009 hier/here


Ouder overzicht CBS Duurzame Energie 2005 met veel grafieken/
Older overview CBS "renewable" energy for 2005, with many graphs hier/here


Gecertificeerde productie (CertiQ) status: eind juli 2010
Certified production of photovoltaic electricity (PV) in the Netherlands (CertiQ data) status: end of July 2010

Grafieken Certiq data
Geaccumuleerd gecertificeerd PV vermogen
Jaarlijkse CertiQ data (uit maandrapporten)
Vergelijking Vlaanderen <<>> Nederland maandelijkse bijbouw
Feiten update

>>> Zie ook: Jaaroverzicht 2009 <<<
(aparte pagina met 2 grafieken en tabel)

Ongecertificeerde productie (de rest)

Voor vergelijking met de hard groeiende Belgische/Vlaamse markt zie de aparte pagina
Voor vergelijking met de EU27 markt, zie de aparte pagina

¹Ook te lezen als: "Een ongemakkelijke waarheid"...
Also to be read as "An inconvenient truth"...


CBS - PV in Nederland (PV in the Netherlands market data) update 2009 - voorlopige resultaten

Results from the preliminary data from the Central Bureau for Statistics (CBS) for PV market development in the Netherlands (2009, data published July 15, 2010). See English comments in the figure captions. Note also the "discrepancy subject". The previous, final Dutch-language report for the year 2008 (74 pages) can be downloaded from the CBS site via this web-page. Analysis for "solar" data, see my comments on August 19, 2009 (Dutch, includes solar thermal installations). Direct access of actual PV statistics data on the CBS website via this link.

Data © Centraal Bureau voor de Statistiek, 2010 (see contact page)

Op 15 juli 2010 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een overzicht van de voorlopige cijfers m.b.t. de zonnestroom markt in Nederland tot en met eind 2009 (actuele statistieken te raadplegen via deze link, oudere gegevens zijn ook opvraagbaar). In augustus 2009 verscheen het definitieve rapport "Duurzame energie in Nederland 2008" (downloaden via deze web-pagina). Zie bespreking van dat rapport op 19 augustus 2009 (zonnestroom en zonnewarmte, resp. enkele andere duurzame energie aspecten). Polder PV maakte eerder grafieken van de belangrijkste data uit dat definitieve rapport (aanpassing en uitbreiding van grafieken op basis van de voorlopige data van 12 mei 2009), en vulde deze aan met de recentste (voorlopige) gegevens voor 2009.

1


Fig. CBS 1. "PV-capacity delivered to end-users in the Netherlands" which is described by CBS as "capacity delivered to installers" in the actual statistics database (accessable via this link). Blue: autonomous systems (off-grid), orange: grid-connected PV-installations realized by energy companies, yellow: the most important category, private grid-connected PV installations or PV-systems on roofs of companies, schools, etc. (before 2009 a rarity). For the latter category the actual numbers are also shown in the yellow columns; total installation volume per year is shown above the columns (all three "categories" together). The - relative - 2003 "explosion" has been the result of a stupid announcement of the government that an extremely lucrative subsidy regime (for buying PV systems, no further restrictions, in the end some energy companies dumped the modules almost for free...) would end, leading to a crazy run on modules before the end of the regime early in 2004. No (serious) incentives (only MEP, 9,7 eurocent/kWh on top of net metering up to August 2006) till early 2008. New incentive, SDE, as of April 1 2008 (note: only for new, grid-connected PV-systems!) still did not have an earth-rocking impact. Only 4,065 MWp "new private" and 0,151 "new E-company" (total: 4,2 MWp) grid-connected installations were added in 2008. In 2009 new installations added up to a disappointing 10,6 MWp (grid-connected new), of which 9,8 MWp (92%) was in the "private" market segment. Note that maybe over 40% of that volume might not have a SDE subsidy, since CertiQ registered only 6 MWp of new installations for 2009 (hence: PV systems metered with a separate "bruto productiemeter")...

Fig. CBS 1. De "afzet van PV aan eind-gebruikers" zoals de (???) marktgroei enigszins cryptisch geformuleerd staat vermeld in het CBS overzicht voor 2008, maar als "afzet aan installateurs" in de actuele Stat-Line link (cijfers vanaf 1991 op te halen voor deze data). Nieuwe "afzet" dan wel "realisatie" per jaar, onderverdeeld in drie "categorieën", in deze grafiek gestapeld. In blauw de autonome, niet netgekoppelde PV-systemen die voor de daadwerkelijke marktgroei mondiaal gezien slechts een zeer ondergeschikte rol spelen (wel in de derde wereld, maar deze grafiek gaat over Nederland). De bulk is en blijft de netgekoppelde markt, die hier is onderverdeeld in installaties gerealiseerd door "E-bedrijven" (de energieholdings, oranje segmenten), en de particuliere (of nog steeds relatief weinig voorkomende bedrijfsmatige) systemen (gele segmenten). Voor deze laatste categorie zijn ook de bijbehorende getallen getoond (in gele kolomsegment), evenals het totaal aan alle installaties, weergegeven boven de kolommen. Het grote oranje segment voor 2001 is mogelijk het resultaat van het vroeg "inboeken" van de realisatie (oplevering 2002) van het Floriade dak van 2,3 MWp (pdf op Siemens site) door de NUON-holding bij Hoofddorp. Het kleinere opvallende oranje stukje voor 2004 is mogelijk het gevolg van het inboeken van het door Eneco gerealiseerde, eind december 2004 opgeleverde 674 kWp PV deel van het Ecopark Waalwijk, de tweede grote "enkelvoudige" installatie in Nederland. Uiteraard de grootste hoeveelheid systemen zijn - en blijven - de particuliere installaties, in geel weergegeven. De - relatieve - hausse eind 2003 is kristalhelder (19,5 MWp in zeer korte tijd "afgezet aan installateurs", gekkenwerk en dodelijk voor de toen nog jonge sector, ook frauduleus handelen vastgesteld bij sommige dubieuze partijen). Daarna was het janken met de pet op, door het dichtgooien van de EPR/EPA regeling door staatssecretaris van Geel (die er later dolgraag kerncentrales bij wilde, uitsluitend te realiseren door grote, kapitaalkrachtige ondernemingen...).

Zelfs in het eerste SDE jaar, 2008, is de impact van de nieuwe "stimulerings"regeling SDE nog zeer bescheiden. 4,065 MWp zou er volgens CBS nieuw zijn bijgeplaatst (particulier, 0,151 "E-bedrijven", totaal 4,2 MWp), als dat de correcte interpretatie is. Hetgeen echter niet overeenkomt met het CertiQ cijfer voor 2008. Zie verderop voor een korte beschouwing over die ogenschijnlijke discrepantie. Ook in 2009 klopt er vooralsnog weinig van beide datasets. CBS rapporteert slechts een nog steeds teleurstellende 10,6 MWp* netgekoppeld nieuw voor 2009 (9,8 MWp particuliere installaties, 92%). CertiQ echter maakte via de persspreker van eigenaar TenneT bekend dat er nog geen 6 MWp aan gecertificeerde installaties zou zijn gerealiseerd (PV-systemen met een geijkte bruto productiemeter/SDE). Wat zou betekenen dat meer dan 40% niet onder de SDE condities zou kunnen zijn gerealiseerd (zonder BPM, en mogelijk ook nog eens nergens officieel als zodanig geregistreerd)...

* Tot en met 2009 is er onder de SDE condities voor 49,8 MWp aan capaciteit in de vorm van "beschikkingen" door SenterNovem verstrekt, waarvan alleen al voor het jaar 2009 zelf 31,8 MWp)...


2

Fig. CBS 2.Graph depicting the "new capacity installed per year" according to the previous (definitive) 2008 CBS report. Added to this in the last column by Polder PV: the "capacity delivered to installers" according to the latest (July 2010) update in the StatLine data of CBS, for 2009 (data in grey). Comparing Figs. 1 and 2 gives the most striking impact for 1995 and, in particular, for the year 2000, when the first big flush of subsidized small PV-packages (mostly 4-6 modules per system) was offered by some energy companies to their customers (Polder PV was one of them). The arrows in Fig. 2 show that the CBS data for the periods 1990-1995 and 1996-2000 have been aggregated in the data for the last year of each 5-year period (not split into separate year capacity). As of 2001, yearly results have been published.

Apparently, in the period 1995-2000, "official" (independent) installers were bypassed, since approximately 5 MWp was actually installed beyond the "official" installer's reach (8,2 MWp "realized" minus 3,2 MWp "delivered to installers"). Most probably through the existing infra services of the energy holdings not "officially" recorded as "installer" of PV-systems, and likely using the direct supply chain from the Shell Solar production facility in Helmond that was almost a monopolist on the small Dutch market in those early years (factory closed in 2002). The big energy company chunks in the early years (orange in graphs) are possibly the result of the realisation of Floriade 2,3 MWp roof in 2002 booked one year earlier (NUON utility project), and Ecopark Waalwijk 674 kWp system grid-connected end of 2004 (Eneco utility project).

The actual fate of the autonomous PV-systems remains unknown, as well as the purpose of their application. Note that, despite the "presence" of a new incentive regime (SDE), 2009 only brought approximately half of the new capacity realized in 2003. If one considers "delivery to installers" as a reliable representation of "new installations" in that year. E-companies, absent in the years 2005-2008, suddenly started subsidized (?) PV-projects again in 2009...

Fig. CBS 2. Figuur met de "nieuwe capaciteit geïnstalleerd per jaar" volgens het laatste (definitieve) CBS rapport met de data tot en met 2008. In de laatste kolom door Polder PV toegevoegd de "capaciteit afgegeven aan installateurs" volgens de laatste juli 2010 update in de StatLine data van het CBS voor het jaar 2009. De meest opvallende verschillen tussen Figuren 1 en 2: 1995 resp. 2000, waarbij de eerste grote hoeveelheid PV modules in de vorm van kleine pakketjes van 4-6 panelen door de energiebedrijven (met name NUON resp. Eneco) aan hun klanten (Polder PV incluis) werden afgezet. De pijlen in Fig. 2 geven weer dat het CBS voor de periodes 1990-1995 en 1996-2000 de cumulatieve resultaten in het laatste jaar van die periodes heeft gelumpt. Pas vanaf 2001 zijn de individuele jaarcijfers bekend gemaakt.

Blijkbaar werden in de periode 1990-1995 "officieel geregistreerde" onafhankelijke (PV) installateurs grotendeels omzeild via het personeel van de infra afdelingen van de betreffende energiebedrijven (verschil van 8,2 - 3,2 = 5 MWp), die blijkbaar niet officieel als PV-installateur bekend stonden of als zodanig werden gedefinieerd. Mogelijk is het gedeelte reeds afgezet in 1999 (eerste Solaris pakketten a.g.v. actie van Greenpeace) ondergebracht in de cijfers voor 2000. Waarschijnlijk is een aanzienlijk deel van die eerste, marktgroei gevende acties via directe aanvoer vanaf de module productie van destijds feitelijk monopolist Shell in Helmond gerealiseerd (de fabriek werd in 2002 gesloten).

Het uiteindelijke lot van de autonome systemen is onbekend, alsmede de werkelijke toepassing van die installaties/modules. Ondanks de per 1 april 2008 gestarte SDE is in 2009 nog steeds iets minder dan de helft van de nieuwbouw in 2003 bereikt. Als men tenminste "afzet aan installateurs" beschouwt als een betrouwbare indicatie van "feitelijke nieuwbouw" in dat jaar. De in de jaren 2005-2008 vrijwel compleet afwezige E-bedrijven lieten plotsklaps weer een beetje activiteit op dit gebied zien in "SDE subsidie jaar" 2009, al stelt de door CBS genoemde 802 kWp "afzet aan E-bedrijven" voor dat jaar natuurlijk vrijwel niets voor...


3

Fig. CBS 3. As Figure 1, accumulation of PV capacity sold to end-users and/or installers in the Netherlands (grid-connected installations dominating, see Fig. 1). Data up till 2008: CBS report 2008 (definitive). Data for 2009 is preliminary. The present status is that in 2009 only 10,7 MWp of new PV-installations might have been added (compare with Flanders only: approximately 204 MWp new in 2009...). Possibly far less than half of that volume has been installed under the new "incentive" regime. See further under Figures 4-5 for "capacity actually realized/installed" and difference between "capacity sold" and "capacity actually realized/installed".

Fig. CBS 3. Als Figuur 1, maar nu de accumulatie van de totale "afzet" sinds 2000, verkocht aan de eindgebruikers en/of installateurs in Nederland (netgekoppelde installaties dominerend, zie Fig. 1). Data tm. 2008: CBS rapport 2008 (definitief). Volume voor 2009 is voorlopige cijfer. De huidige status is dat in 2009 slechts 10,7 MWp aan nieuwe PV-systemen er bij gekomen zouden kunnen zijn (vergelijk met alleen al Vlaanderen: ongeveer 204 MWp nieuw in 2009...). Waarschijnlijk veel minder dan de helft van dat volume is geïnstalleerd buiten het huidige (SDE) "stimulerings"regime om. Zie verder Figuren 4-5 voor de werkelijk gerealiseerde, geïnstalleerde capaciteit en het verschil tussen de "afzet" en de daadwerkelijke geïnstalleerde/gerealiseerde capaciteit.


4

Fig. CBS 4A. Actual realisation of (accumulating) PV capacity in the Netherlands based on CBS data. Stacked results of the three separate categories (blue autonomous/off-grid, orange grid-connected E-companies, yellow grid-connected rest). For world market "impact", the grid-connected category without the autonomous systems is the best indicator of "good" or "bad" incentive policies with respect to the implementation of "effective" versus "defective" feed-in regimes (see also Fig. 5).

Hardly any growth in the period 2004-2007, only little growth in first SDE (new "incentive" regime) year 2008 (SDE officially started on April 1 of that year). According to the definitive CBS data for 2008 only 52,0 MWp grid-connected PV capacity had been accumulated in the Netherlands in that year. Preliminary data for "capacity delivered to installers" for 2009 shows that this 2008 number might have grown to (58,3 + 4,3 =) 62,6 MWp grid-connected capacity only (autonomous market segment excluded, which has grown barely).

Note: a growing number of highly subsidized modules from the early years are sold at internet auctions and possibly part of those sales disappear out of the country or are stored for longer periods of time, not producing anything in the meantime. No one knows the actual status of [grid-connected] capacity present, because the majority of the small systems, still the bulk in the market, and still growing, is not monitored nor checked by independent authorities. Older systems are not allowed in the new "incentive" regime, SDE (that provides a highly volatile kWh subsidy changing each year on top of legally obliged, albeit capped net metering). In addition, the actual impact of parallel imports of PV modules not known by Holland Solar/CBS, remains a mystery. In conclusion, numbers for the Dutch market should be handled with caution.

Fig. CBS 4A. Feitelijke realisatie van (accumulerende) PV capaciteit in Nederland gebaseerd op de CBS data. Gestapelde resultaten van de drie verschillende categorieën (blauw autonoom/off-grid, oranje netgekoppeld E-bedrijven, geel netgekoppeld rest). Voor de hypothetische "impact" op de wereldmarkt is de beste indicator voor "goed" of "slecht" stimulerend politiek beleid uiteraard de combinatie van de eerste twee kolom segmenten (uitsluitend netgekoppeld), met het oog op de implementatie van "effectieve" versus "gebrekkige" feed-in regimes.

Bescheiden groei van 2000-2002, een - relatieve - explosie in 2003 (waarschijnlijk de bulk in de laatste maanden, door het aankondigen van afschaffing van de EPR/EPA/MAP subsidie stapel kermis door van Geel). Daarna: afvlakkende microscopische "groei" tot ver in 2008. Het beetje wat er in 2008 is bijgekomen is het gevolg van het eerste, feitelijk mislukte SDE jaar (ingegaan officieel per 1 april 2008). Maar alleen al de "beschikkingen" voor de 8.000 aanvragen werden pas na 26 weken verstuurd, dus is er in 2008 sowieso slechts weinig fysiek gerealiseerd. Omdat weinig mensen het aandurfden om daadwerkelijk (vanaf 1 april 2008) reeds een systeem te kopen zonder dat ze een beschikking in huis hadden. De verwachting is zelfs dat slechts een gering deel van het totaal aantal uitgegeven beschikkingen voor dat jaar daadwerkelijk zal worden ingevuld (stand eind juni 2010 voor SDE 2008 + SDE 2009: nog slechts 34,9% gerealiseerd en in de database van "garanties van oorsprong" verstrekkende instantie CertiQ opgetekend...). Accumulatie netgekoppeld: 52,0 MWp in 2008 volgens CBS data. Voorlopige CBS resultaten "afzet aan installateurs" voor 2009 geven aan dat het netgekoppelde volume van 2008 aangegroeid zou kunnen zijn tot (58,3 + 4,3 =) 62,6 MWp in dat jaar (autonoom is volgens het CBS in dat jaar nauwelijks gegroeid met slechts 91 kWp!).

Noot: veel zwaar gesubsidieerde modules uit de beginjaren (aanschafsubsidies stapeling) werden en worden nog steeds op Internet (door)verkocht met onbekende bestemming. Bovendien wordt er nog steeds veel buiten de hele SDE kermis om geplaatst, waarvan onbekend is of dat wel ergens centraal wordt geregistreerd (volgens gegevens Polder PV: hoogst twijfelachtig). Dit moet nog steeds, gezien de huidige "actuele" CBS cijfers, een fors aandeel van de nieuwe installatievolumes zijn! Niemand weet de actuele geplaatste, netgekoppelde capaciteit (en dus al helemaal niet de opbrengst, het gros van de destijds verkochte installaties wordt nooit bemeten, in ieder geval beslist niet via bij CertiQ bekende gecertificeerde bruto productie meters). Bovendien is twijfelachtig wat de niet bij Holland Solar/CBS bekende parallel import van modules voor impact heeft in Nederland. Er wordt door steeds meer bedrijven uit Azië geïmporteerd.

Fig. CBS 4B. Graph comparable to Fig. 4A, but with two categories and adjacent instead of stacked. Yellow columns: all grid-connected PV-installations accumulated per year (CBS report 2008 definitive, 2009 data preliminary). Blue columns: all PV-systems accumulated per year (grid-connected and autonomous/off-grid). Autonomous category remains small, the market is driven by the grid-connected category like (almost) everywhere in the world. Accumulation grid-connected in the Netherlands in 2009: 62,6 MWp. All systems together (data with questionmarks put by Polder PV): 67,9 MWp.

Fig. CBS 4B. Figuur vergelijkbaar met Fig. 4A, maar met slechts twee categorieën en naast elkaar i.p.v. op elkaar gestapeld. Gele kolommen: alle netgekoppelde PV-installaties geaccumuleerd per jaar (CBS 2008 rapport definitief, data 2009 voorlopig). Blauwe kolommen: alle PV-systemen geaccumuleerd per jaar (netgekoppeld en autonoom/off-grid). Autonome categorie blijft klein, de markt wordt gedreven door de netgekoppelde categorie zoals (bijna) overal in de wereld. De accumulatie van netgekoppelde systemen in Nederland in 2009: 62,6 MWp. Alle systemen bij elkaar (data met vraagtekens omgeven door Polder PV): 67,9 MWp.


5

Fig. CBS 5. Graph depicting the difference between the CBS data "capacity delivered to end users/installers" minus "new capacity installed" per year (note: Y-scale in kilowattpeak, kWp). The remaining surplus "above 0" could be described as "in store" or "waiting for installation" with the installers (or, highly unlikely, with the end-users). Surplus "below 0" could be an indication that modules actually installed were not obtained via installers or system houses known by CBS or its data suppliers. Note: an increasing number of "suppliers" are active on the Dutch market (over 130 mostly small companies fighting for market share). Many of them are, however, not a member of the branche organisation Holland Solar. In 2003 as well as in 2008 a "considerable" difference of around minus 50 kWp was the result of this calculation for the most important category ("grid-connected rest"). This could indicate imported modules from abroad by end-users themselves, highly unlikely because Holland Solar/CBS would not have the means of tracing those "installed" modules (and therefore not appearing in the actual CBS data). Or it could point to installers trading in "gray ware" that are known by H.S./CBS. Even E-companies (orange columns) sometimes apparently installed more modules than were "officially sold" to them, especially in the year 2007. It could also result from a net yearly effect of installing older stocks of PV modules when the national market was almost dead and activity was almost exclusively buying and selling modules from/to abroad (2004 up till the second half of 2008). Note the huge amount of - apparent - positive surplus (in stock?) of autonomous PV module capacity (blue columns). An explanation is not given for these - for the small Dutch market - considerable numbers. 2009 data are not yet known since actual (or: perceived) "installed capacity" has not yet been published by CBS.

Fig. CBS 5. Figuur waarin wordt afgebeeld het verschil tussen de CBS gegevens "Afzet binnenland aan eindgebruikers" (2008 rapport, vanaf 2004) dan wel "aan installateurs" (StatLine link, data van 1990-2003) minus het "bijgeplaatste" vermogen per categorie. Let op dat de Y-schaal ditmaal in kWp is weergegeven. De resterende "overschotten boven de 0" kunnen beschouwd worden als "magazijn opslag" dan wel "wachtend op installatie" bij de installatiebedrijven (of, vrij onwaarschijnlijk, bij de eindgebruikers). "Tekorten onder de 0" zouden een indicatie kunnen zijn dat geïnstalleerde modules niet zijn verkregen via installateurs of systeemhuizen bekend bij het CBS of hun data verstrekkers. Noot: lang niet alle aanbieders op de Nederlandse markt (inmiddels al over de 130 meestal kleine bedrijfjes die vechten om marktaandeel) zijn lid van de branche organisatie Holland Solar. In 2003 en in 2008 is er op basis van dit aftrek sommetje een fors verschil van rond de 50 kWp in de min zichtbaar voor de belangrijkste categorie ("netgekoppeld overig"). Dit kan het gevolg zijn van parallelle module import door eindverbruikers, onwaarschijnlijk omdat hun activiteiten (voorzover bekend bij Polder PV) niet bekend kunnen zijn bij of getraceerd worden door H.S./CBS. Of door installateurs die handelen in "grijze" producten. Zelfs energiebedrijven (oranje kolommen) leken soms meer capaciteit te installeren dan er daadwerkelijk aan hen was "afgezet", met name in 2007. Dit kan ook het gevolg zijn van een netto effect van het installeren van nog in het magazijn liggende module voorraden in een periode dat de nationale markt vrijwel dood was en de enige activiteit in de branche zo'n beetje het inkopen en weer verkopen van/naar het buitenland leek te zijn (2004 tot de tweede helft van 2008). Let verder op de ogenschijnlijk grote positieve surplus (magazijn voorraden?) van autonome PV capaciteit (blauwe kolommen). Een verklaring kan niet worden gegeven voor deze - voor de kleine Nederlandse markt - opvallend hoge cijfers. De 2009 data zijn nog niet bekend omdat het CBS nog geen (vermeend) "geplaatste capaciteit" cijfers voor dat jaar heeft gepubliceerd.


6

Fig. CBS 6. CBS also mentions three other data sets for PV in the Netherlands in their definitive report for 2008, and in their latest, separate update for "production of renewable energy" in the Netherlands (full-statistical overview here). For only one this is illustrated here (because these three datasets are directly interdependent via fixed calculation factors): electricity production by the accumulated PV capacity depicted in the earlier graphs (in Gigawatthours, GWh, see Fig. 6), "avoided" use of fossil (actually also nuclear) primary energy (in TeraJoules), and the avoided CO2 emissions, mainly coming from the coal and gas-fired power plants in the Netherlands (in kilotonnes). The older data can be found in table 5.1.1 in the CBS 2008 report (p. 38). In Figure 6 I present the so-called "production" from the accumulated capacities given by CBS, including 2009 update. These are, however, highly questionable data, since the production is not measured, but instead "calculated"! And for these calculations CBS uses (as it does for many years) absurd basic data, mentioned on p. 40 of the CBS report for 2008. Data coming from a so-called "Protocol Monitoring Sustainable Energy" from 2006 (original SenterNovem publication, presently under review). These highly questionable data are: (1) grid-connected PV systems "producing 700 kWh per kW a year", and (2) autonomous PV installations "producing 400 kWh per kW a year".

I have serious objections against these phantasy "basic" data. Even if you would not consider them as "serious production numbers", these assumptions do not belong in a "hard numbers reporting" statistics overview - certainly not in a "serious" national report! I can tell, since my over ten years old, suboptimal grid-connected multicrystalline PV system produces, on average between 900 and 950 kWh/kWp a year, even with old inverters sometimes suffering from heat stress and not producing electricity for half a day. There are many other systems in the Netherlands producing at least 800-900 kWh/kWp, in the coastal region and in regions like in Friesland often as much as (or even over) 1.000 kWh/kWp a year. A grid-connected thin-film amorphous silicon system in the "sun-poor" eastern part of the country possibly also will be able to produce such extensive output, because it appears to be very effective in lower light conditions, as revealed by Rob de Bree from Siderea.nl, who has developed a remarkable accurate simulation model for photovoltaics. The old "SenterNovem" data of 700 for "grid-connected" is absolutely wrong, totally obsolete, and far too low, making any assumptions on "calculated production" a farce and the CBS outcome at least highly questionable. Certainly not "fit" to use in comparisons with hard-measured data from other nations...

With respect to autonomous systems: almost no one knows what comes out of these small island installations. In addition: these systems often are applied because they are available on the market, and in many cases do not "avoid" fossil-based electricity production. There will have to be a very detailed specification of the autonomous systems sold, before any "fossil-avoiding" kWh production can be claimed for these systems.

Taken all this into account, what comes out of this wet-fingered fairy tale CBS calculation is 38 GWh of assumed accumulated production of solar electricity in the Netherlands in the year 2008 (equally, for avoided primary "fossil energy" 330 TeraJoule is given, the avoided CO2 emission would amount to 23 kilotonnes). Even considered far too low because of reasons given above, the 38 GWh "assumed production" is almost next to nothing, taking into account the long time that the Netherlands has been "experimenting" with this fascinating technique. According to the accountant-approved BDEW year report for 2008 (published July 27, 2009) Germany has already produced 4.419,8 GWh in 2008 by their half-a-million or so PV installations. 116 times as much, for grid-connected ("EEG") systems only, and all actually measured on a monthly basis (or even more frequently) as proof for the feed-in payment rights fixed into the EEG law.

In addition, Flanders, which has a population 2,7 times as small as the Netherlands, and that has started only seriously with solar in 2006, already had approved 33,6 GWh for certified "guarantees of origin" (GVO's, one GVO stands for 1 MWh) for solar electricity in 2008. With still a huge number of certificates awaiting approval for that year. In 2009 already 139,1 GWh of GVO's were issued by the VREG for Flanders, as stated in their May 31 (2010) report, with a flood of new certificates awaiting approval (hence, in one year time, overhauling the Dutch production with great strides). Flanders had almost seven times the grid-connected capacity accumulated by the Netherlands, end of June 2010, and is still growing fast with implementation of photovoltaics.

Fig. CBS 6. CBS noemt ook nog drie andere data voor PV in Nederland, waarvoor slechts een hierboven is getoond (omdat de drie data "sets" direct van elkaar afhangen): elektriciteitsproductie van de geaccumuleerde PV capaciteit weergegeven in de eerdere grafieken (in Gigawattuur), "vermeden" gebruik van fossiele (feitelijk ook nucleaire) primaire energie (in TeraJoules), en de vermeden CO2 emissies, vooral komend van de kolen- en gasgestookte centrales in Nederland (in kiloton). Deze data zijn te vinden in tabel 5.1.1 in het CBS 2008 rapport (p. 38). In Fig. 6 geef ik de zogenaamde "productie" van de geaccumuleerde capaciteit weer zoals CBS opgeeft. Dit zijn echter zeer dubieuze data, omdat de productie niet wordt gemeten, maar juist wordt "berekend"! En voor deze berekeningen gebruikt CBS (zoals het al jarenlang doet) absurde basisdata, genoemd op p. 40 van het CBS rapport voor 2008. Data die komen uit een zogenaamd "Protocol Monitoring Duurzame Energie" uit 2006 (verouderde SenterNovem publicatie, momenteel in revisie). Deze data zijn: (1) netgekoppelde PV systemen "produceren 700 kWh per kW per jaar", en (2) autonome PV installaties "produceren 400 kWh per kW per jaar".

Ik heb serieuze bezwaren tegen deze gefantaseerde "fundamentele" data. Zelfs al zou je ze niet als "serieuze productie data" beschouwen, deze aannames horen niet thuis in een "harde cijfers rapporterend" statistisch overzicht - zeker niet in een zogenaamd "serieus" nationaal rapport! Ik kan dat aannemelijk maken omdat mijn oude, suboptimale netgekoppelde multikristallijne PV systeem gemiddeld genomen tussen de 900 en 950 kWh/kWp per jaar produceert, en er veel andere systemen in Nederland zijn die minstens 800-900 kWh/kWp opleveren, in de kustgebieden en in regio als Friesland vaak zo veel als (of zelfs meer dan) 1.000 kWh/kWp per jaar. Een netgekoppeld dunnelaag amorf silicium systeem in het "zon-arme" oosten van het land zal mogelijkerwijs ook zo'n hoge output behalen omdat het zeer effectief blijkt te zijn in de wat mindere lichtcondities ter plekke. Zoals aannemelijk gemaakt door Rob de Bree van Siderea.nl, die een opmerkelijk accuraat simulatiemodel voor PV heeft ontwikkeld. Het oude "SenterNovem" getal van 700 voor "netgekoppelde systemen" is absoluut fout, volkomen achterhaald, en veel te laag, waarmee elke aanname van "berekende opbrengst" tot een farce wordt en de productie resultaten van het CBS zeer fragenswürdig. Zeker niet te gebruiken als een "betrouwbare" maat in vergelijkingen met hard-bemeten data van andere landen...

Met betrekking tot autonome systemen: bijna niemand weet wat er wordt geproduceerd door deze kleine eiland installaties. Bovendien: deze systemen worden vaak toegepast omdat ze op de markt verkrijgbaar zijn, en zullen in veel gevallen beslist geen fossiel-gebaseerde stroomproductie "vermijden". Er zal een zeer gedetailleerde specificatie van de verkochte autonome systemen moeten komen, voordat enige "fossiel-vermijdende" kWh productie kan worden geclaimd voor deze systemen. M.a.w., voor autonome systemen zou ik al helemaal geen "productie" data willen geven.

Dit alles in aanmerking nemend, uiteindelijk komt er uit dit natte vinger sprookje een veronderstelde geaccumuleerde productie van 38 GWh zonnestroom voor het jaar 2008 (en, daarmee samenhangend, voor vermeden primaire "fossiele energie" wordt 330 TeraJoule gegeven, de hoeveelheid vermeden CO2 uitstoot zou opgeteld neerkomen op 23 kiloton). Zelfs als je die "veronderstelde" 38 GWh als veel te laag beschouwt vanwege hier boven genoemde redenen, is dat vrijwel niets. Zeker als we daarbij in aanmerking nemen dat Nederland al lange tijd aan het "experimenteren" is met deze fascinerende techniek. Volgens het door accountants goedgekeurde BDEW jaar rapport voor 2008 (gepubliceerd op 27 juli 2009), heeft Duitsland in 2008 reeds 4.419,8 GWh zonnestroom geproduceerd met hun ongeveer half miljoen - vaak dakvullende - PV-installaties. 116 maal zoveel, uitsluitend voor netgekoppelde ("EEG"-fähige) systemen, en allemaal maandelijks bemeten (of zelfs frequenter) als bewijs voor het recht op de Einspeise Vergütung vastgelegd in de EEG wetstekst.

In Vlaanderen, met een bevolking die 2,7 maal zo klein is als de Nederlandse, en waar men pas serieus met PV is begonnen in 2006, heeft reeds 33,6 GWh aan gecertificeerde "Garanties van Oorsprong" (GVO's, 1 GVO staat gelijk aan 1 MWh) voor 2008 ingeboekt (PV, wederom uitsluitend netgekoppeld). Waarbij er nog een stortvloed aan GVO's klaarstaat om goedgekeurd te worden voor dat jaar (in de vorm van de voor Vlaanderen voor PV te vergeven "groencertificaten"). In 2009 is er in Vlaanderen al voor 139,1 GWh aan gevalideerde certificaten uitgegeven door de VREG, zoals in hun overzicht van 31 mei 2010 gepresenteerd. Er zal nog een gigantische hoeveelheid bij gaan komen (m.a.w.: in een jaar tijd gaat Vlaanderen de shaky Nederlandse PV productie met grote sprongen inhalen). Vlaanderen had eind juni 2009 al bijna zeven maal de netgekoppelde capaciteit gerealiseerd die met veel pijn en moeite in Nederland is opgebouwd (met ook nog eens twijfels over de uiteindelijk geclaimde 62,6 MWp voor ons land), en Vlaanderen groeit snel met de daadwerkelijke realisatie van PV.


7

Fig. CBS 7. The inhabitants of the Netherlands ("the Dutch") in optima forma: trade. Hard numbers apparently are scarce, in the original CBS publications (CBS year reports and StatLine downloads) a "cross" ("x") in the data section is explained as "secret - CBS has the data but cannot publish them because of contractual secrecy obligations". Data can change in updates. The May 12, 2009 report published 58 instead of the ultimate 65 MWp exported modules reported for the year 2008. Looking at the trend in 2004-2006, with import of modules (green) only slightly higher than the export numbers (blue), one can imagine that the only interesting activity for the few market players in the Netherlands was, and increasingly has become: importing cheap modules and selling them for a "good price" abroad. The remaining little bit of capacity was either sold on the small domestic market or further traded with or by second parties ("tussenhandel"), either directly from the imports, or from older stock present (grey column).

This is shown clearly in the preliminary 2009 numbers: a considerable volume of 127 MWp of PV-modules (doubling of 2008 volume) has been exported, the other data, however, are considered "secret". Since only something like 11 MWp has actually been installed in the Netherlands in 2009 (Fig. 1), it is crystal clear that the biggest profits in the homebase of the Dutch are to be found in the trade segment encompassing a volume that is eleven times bigger.

It is also possible that, for example, some of the MWp solar parcs that the Dutch company Scheuten Solar has realized (and will build) in Puglia in southern Italy are part of this trade channel: "import" from their German Multisol® module factory in Gelsenkirchen via their Dutch main office in Venlo and "export" of those modules to Italy. No details are given by CBS as to the nature of the "traded" volumes, so, again, many questions remain unanswered.

Fig. CBS 7. Een tale-telling grafiek. Waar Nederland extreem slecht blijkt te zijn in het degelijk, betrouwbaar, op de lange termijn gefocussed, en hartverwarmend "stimuleren" van de eigen PV-markt, is het slecht toeven voor systeemleveranciers en installateurs. Ze konden zich na het 2003/2004 debâcle uitsluitend overeind houden door dan maar de ogen op het zéér lucratieve buitenland te richten. En wat voor oerhollandse "kwaliteit" kwam daar al ras bovendrijven? Juist ja, de VOC mentaliteit, handel drijven. Import en export van modules werd de business-case voor veel bedrijven in Nederland. En dat blijkt, gezien de aanzienlijke groei van de blauwe kolommen, de export van PV-modules, een zeer smakelijke (lees: goede omzet genererende) bron van inkomsten te zijn. Ook tekenend is dat het gros van de ongetwijfeld rode oortjes genererende cijfers niet bekend zijn (gemaakt). Want u kunt op uw klompen aanvoelen dat de onherroepelijk en nauw aan de exportcijfers te relateren, fors toegenomen "import" (groene kolommen) bedrijfsgevoelige informatie betreft. Die gegarandeerd dezelfde trend zal vertonen als wel bekend (gemaakt) voor 2004-2006. Het is ook niet voor niets dat de kolom "tussenhandel" (grijs) vanaf 2006 leeg is gelaten. Den Haag zou eens te weten komen hoeveel er aan dat spul wordt verdiend, na aftrek van alle kosten export minus import. Het verschil tussen "groen" en "blauw" is het restantje wat, na nog wat onderling geschuif met containers met modules (mogelijk deels nog uit bestaande voorraden), afgezet "kon" worden op de eigen, microscopische Nederlandse markt. CBS verklaart de "kruisjes" ("x") in de originele datavelden in de uitleg als "x : geheim; het CBS heeft hier wel cijfers over maar kan deze om geheimhoudingsredenen niet publiceren". De volumes kunnen blijkbaar nog fors worden bijgesteld. Zo werd het 12 mei 2009 rapport 58 MWp export voor 2008 gepubliceerd; uiteindelijk bleek het 65 MWp te zijn, een leuke 7 MWp (12%) meer...

Vooral het (voorlopige) resultaat voor 2009 laat zien hoe hard de export is toegenomen (en dus ongetwijfeld ook de niet getoonde import): een verdubbeling t.o.v. 2008. Omdat slechts in de orde grootte van 11 MWp daadwerkelijk in het eigen, arme land is "geplaatst" (Fig. 1), is het duidelijk dat het handelskanaal, wat elf maar zo groot is, veel lucratiever is voor de betrokken ondernemingen.

Het is ook mogelijk dat bijvoorbeeld MWp grote zonnestroomparken die het Nederlandse Scheuten Solar voortvarend in bijvoorbeeld het zuid-Italiaanse Puglia installeert, tot dit "handelskanaal" behoren: "import" van hun Multisol® module fabriek in het Duitse Gelsenkirchen via hun hoofdkantoor in Venlo, en "export" van die modules naar (bijvoorbeeld) Italië. Helaas geeft het CBS geen uitsluitsel over de ongetwijfeld zeer interessante details van die handelsstromen, en blijven hier dus zoals gebruikelijk op de van extreem slechte en twijfelachtige data voorziene Nederlandse "markt" veel vragen onbeantwoord.


8

Fig. CBS 8. Financial "results" from and in the PV sector in millions of Euro's (one million = 1.000.000). In blue the annual turnover (in particular revealing the effects of the "interesting business called export yield minus cheap import cost"). From the May 12, 2009 report to the definitive 2009 CBS data published a quarter later, the turnover data for 2008 has risen from 382,3 to 413,0 million Euro, an increase of 8% (in app. 3 months time), most likely to be attributed to the strong increase in the export data (Figure 7). Growth percentages (Year On Year) have been given in between in dark blue numbers. In particular surprising is the fact that after a few years "considerable" growth (mind you: in a very small "market"), increase was only 17% in 2009, the second year that the new "incentive" regime (SDE) was "running". Also from this graph it is evident, that that regime is hardly effective for (financial growth of) the PV-sector - if at all...

In light yellow columns the meagre budgets available/admitted to the basic PV researchers in the Netherlands. Despite their fame (among others, ECN!), they had to do with a minor sum: 3,53 million Euro in 2008, raised 67% (YOY growth percentages in yellow) to 5,89 million Euro in 2009.

Fig. CBS 8. Net als Figuur 7 een tale-telling grafiek. De fors toegenomen omzet (blauwe kolommen in miljoenen Euro) bij de Nederlandse PV bedrijven kan in het geheel niet (lees: nauwelijks) aan de eigen "markt" ontwikkeling worden toegeschreven. Die omzetten zijn voor het allergrootste deel te wijten aan de lucratieve handel met het buitenland. Wie de eigen afzetmarkt "klein" blijft houden (EZ), genereert dit soort bizarre gevolgen. De externe afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele energie in de afzetmarkten (PV module kopers/plaatsers) wordt minder, met een wenkend middellange termijn perspectief. De NL handelaars mogen daar een centje van bijverdienen. Maar Slochteren krimpt, en krimpt, en krimpt. Elke dag weer de nodige kostbare gaskuubjes die voor eeuwig verdwijnen. En wat ervoor in de plaats "mag" komen? U mag het zelf verzinnen. Een zéér onrustbarend toekomstperspectief voor de Lage Landers.

Forse "groei" van de omzetcijfers, van 382,3 naar 413,0 miljoen Euro, een stijging van 8% (in ongeveer 3 maanden tijd) werd duidelijk uit het verschil tussen de CBS cijfers van 12 mei 2009 en het jaarrapport 2008 wat een kwart jaar later werd gepubliceerd. Dit is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van de bijgestelde exportcijfers in figuur 7. Jaarlijkse (YOY) groeicijfers zijn tussen de jaarkolommen in, in donkerblauw weergegeven. Opvallend is, dat na enkele jaren behoorlijke groei (mind you: in een zeer kleine PV markt!), deze fors is afgevlakt tot slechts 17% van 2008 op 2009. En dat in het tweede jaar van het lopende "SDE stimulerings-regime". Ook uit deze grafiek wordt derhalve duidelijk dat de SDE totaal niet effectief is om de PV sector (ook in financiële zin) een flinke duw in de rug te geven...

Tegenover de forse omzetten m.b.t. de handel in modules, steken de nationale research budgetten van max. 3,5 miljoen Euro in 2008, 67% gestegen (geel gekleurde percentages) tot 5,89 miljoen Euro schril af. Ondanks het feit dat de wonderboys op de research afdeling van ECN fantastisch werk afleveren. Ze doen het - nog steeds - met een fooi, dat mag duidelijk zijn.


9

Fig. CBS 9. Work in PV in the Netherlands. Unity is "fte", which stands for "fulltime-equivalent", or one full-week work. This stands for 38 hours in the Netherlands (not necessarily one job, the Dutch have many split-jobs and/or part-time jobs). Light yellow: research (most with ECN in Petten, TU Eindhoven, University Nijmegen). Light blue: production. Mostly with Solland Solar on the border with Germany, however 89 jobs were cut in August of crisis year 2009. Jobs at the former Ubbink Solar Modules in Doesburg have also been lost as a result of a decision by owner Centrosolar resulting from the Econcern bankruptcy crisis. Scheuten Solar in Venlo is one of the bigger players in production, but number of employees in the Dutch (Venlo) branch is unknown (most production workers are in the Multisol® module factory in Gelsenkirchen and have to be allotted to the German market). Purple: "other". Perhaps related to the growing number of "new companies" offering solar modules and/or systems to consumers and/or installers. Little is known about many of these newcomers, many of them 100% internet resalers. Black columns are the totals for the previous-mentioned three categories. 566 in the final CBS report for 2008, increased to only 588 in the preliminary 2009 addition.

Regrettably, most of the data for 2009 have not been given by CBS due to "secrecy" clausules in contracts with the data providers. This, of course, makes this kind of statistics grossly superfluous and without any purpose. Polder PV tried to extrapolate the "trends" with a coarse Excel-calculated 3rd degree polynome (dashed curves), giving a rough indication what the spread in the results for 2009 could have been. In view of the total number of fte's, only 22 more than in 2008 accumulated in 2009 (hence: another "crisis year" for PV sector in the Netherlands), it is most likely that the biggest solar (cell) producer, Solland Solar, did not attract many new jobs in 2009. It is expected that, in addition to the surprising 15 new research fte's from 2008 to 2009, a few other "jobs" were with independent resalers, many of which are not a member of the Dutch branche organisation Holland Solar. Hence: more people may be "involved" with PV, but they will probably not be found in this very rough CBS statistic (the webmaster of Polder PV and almost all other PV website owners are also not represented, although it is almost a full-time "job" here in Leiden) ...

588 fte's is a hell of a lot less than the app. 63.000 people working in PV only in neighbouring world champion Germany (according to its branche organisation BSW, see pdf update for June 2010).

Fig. CBS 9. Tot slot de "werkgelegenheid". Geen gegevens voor 2004. Het aantal medewerkers bij de research (ik neem aan vooral ECN in Petten, TU Eindhoven en Universiteit van Nijmegen) is, ondanks de blijvend beroerde marktomstandigheden, fors gegroeid naar 56 fte in 2009 (lichtgeel, groei 37% t.o.v. 2008). In de "productie" (lichtblauw) is er in 2008 263 fte gerealiseerd. Dat zal voor een fors deel mogelijk de helft (?) van het op de NL-Duitse grens gelegen Solland Solar betreffen. Solland, nog steeds Neer'lands enige commercieel werkende zonnecellenfabrikant, had in 2007 in totaal 210 medewerkers* (NB: correspondeert niet helemaal met de lagere CBS uitkomst "totaal werkzaam in productie" voor dat jaar, cijfers worden betwist). De enige andere "producent van betekenis" was tot voor kort Ubbink Solar Modules (de andere tak van Ubbink is inmiddels omgedoopt in Renusol GmbH) in Doesburg die modules maakte voor o.a. de moeder holding Centrosolar, en die deels werden afgezet aan Ecostream (o.a. verhandeld via het Nederlandse verkoopkanaal BeldeZon). In de aanloop van de verbijsterende aftakeling van de aanvankelijk in "financiële problemen" verkerende, en al snel failliet verklaarde moederholding Econcern (faillissement officieel op 12 juni 2009) werd al een voorschot door Centrosolar genomen: 65 personeelsleden van de moduleproductie in Doesburg werden naar huis gestuurd, daarbij het aantal werkenden in de PV-branche in Nederland nogmaals heftig uitdunnend en de enige (standaard) moduleproductie van betekenis in ons land alweer de nek omdraaiend.

Intussen is directeur van Laarhoven in Kerkrade met een nieuwe module productie gestart onder de naam Solar Modules Nederland**. Solland Solar, waarvan het personeelsbestand met onduidelijkheden blijft omgeven, heeft in augustus 2009 alweer 89 werknemers (het gros "tijdelijke" krachten) op straat moeten zetten wegens een aanzienlijke afname van hun celproductie.

De "standaard" (Multisol®) module productie van Scheuten, een andere grote speler, vindt geheel in de voormalige Shell fabriek in Gelsenkirchen (Ruhrgebied NRW, BRD) plaats en dient derhalve ook op het vlak van personele inzet aan Duitsland te worden toegerekend. Twee andere "structurele" spelers met aantoonbaar fysieke productie van eindproducten voor de PV-markt, die echter voor het allergrootste deel in de lucratieve afzetmarkten in het buitenland worden verkocht zijn Mastervolt (omvormers, Amsterdam; de solar tak van het bedrijf is de grootste, personeel daar in actief is niet bekend), en ClickFit, die de bekende dakrails in toenemende mate verkoopt en grotendeels in sociale werkplaatsen laat vervaardigen in eigen land. ClickFit is onderdeel van de bekende systeemleverancier Esdec in Deventer. De bulk van de activiteit in Nederland blijft "handel": import en verkoop of doorverkoop cq. export van PV-eindproducten.

Helaas zijn er door CBS géén detail cijfers bekendgemaakt voor de PV-gerelateerde werkgelegenheid 2009, wat het publiceren van deze statistiek tot een weinig zinvolle bezigheid lijkt te maken. CBS beroept zich daarbij met het "x" teken in de tabellen (zowel voor "productie", als voor "overig") op geheimhoudings-clausules. Allemaal leuk en aardig, maar met alleen een "totaal aantal" fte's in PV (zwarte kolommen in mijn grafiek) blijft de informatievoorziening over deze nog steeds (via SDE en "innovatiefondsen") met belastinggeld ondersteunde sector natuurlijk byzonder pover...

De relatief opvallende stijging in de categorie "overig" tot en met 2008 (paarse kolommen) zal mogelijk deels toe te rekenen zijn aan een verbazingwekkend aantal nieuwe "aanbieders" van PV-systemen of attributen die de laatste tijd (vaak uitsluitend of als hoofdactiviteit met webwinkels) de Nederlandse markt hebben betreden. Er is slechts weinig bekend over de meeste nieuwe initiatieven. Afgewacht moet worden hoe sterk hun business case zal zijn in een slechts matig groeiende afzetmarkt en toenemende competitie met gevestigde spelers (zeker wat betreft kwaliteit van de dienstverlening). Die de Nederlandse "markt" jarenlang tijdens de "Grote Brinkhorst Droogte" overeind hebben gehouden en die nu eindelijk een beetje van hun jarenlange geduld in harde bestellingen zien verzilverd. In zwart tot slot het totaal aantal fte's wat tot de PV business wordt gerekend, 566 fte in 2008 (definitief cijfer in het CBS rapport), nog steeds maar 588 in 2009 (voorlopig CBS cijfer, groei t.o.v. 2008: 3,9%). In Duitsland waren er volgens een recente prognose van de brancheorganisatie BSW al in 2009 rond de 63.000 mensen in de zonnestroom sector werkzaam, waarvan ongeveer 51% in de PV-industrie en bij de toeleveranciers (BSW juni 2010 update, pdf).

* Stond in 2009 nog op website Solland Solar, is echter niet meer te vinden. Van de oorspronkelijke plannen (bij overname groot deel aandelen door Delta in 2007 nog: 1.000 medewerkers in 2010, zie persbericht van 24 januari 2008) is niets terecht gekomen.

** Site nog niet actief medio 2010, productie volgens van Laarhoven (kort gesprek tijdens Intersolar 2010 in München) al wel gestart.


Discrepantie CBS en CertiQ cijfers.

Discrepancy between CBS and CertiQ numbers. There is a difference between the 2008 numbers from the CBS and the CertiQ data presented in the separate section (graphs). It amounts up to 1,7 MWp, peanuts in international terms, however "considerable" in the still small and permanently crippled Dutch market. There are several possible reasons for this difference, strongly related to the disappointment of private persons and/or companies in the bureaucracy of the new SDE "incentive" regime. Several individuals have openly admitted that, although they do have obtained a "permit" for the SDE, they will not redeem it, still buy solar panels, and will only have as a financial "incentive" the net metering bonus (which is different for each household, depending on the electricity contract). Others did not even bother to apply for the SDE, bought a system immediately, and are content that they have avoided lots of headaches.

This trend has grown stronger in 2009, as massive amounts of SDE applications haven been rejected due to ever-continuing state budget deficits (trend alarmingly increased in 2010, when several ten-thousands of applications were - or will be - rejected resulting from the application lottery...). Again, this is best illustrated with the difference between the CertiQ data and those of CBS. For 2009, CertiQ reported almost 6 MWp new "certified" (grid-connected) installations. CBS, however, reported 10,6 MWp grid-connected as being sold to installers in the Netherlands in that year (preliminary data presented in this section). The difference, approximately 4,6 MWp should represent grid-connected PV-systems without application or approval under the SDE regime, and probably not registered anywhere. It is possible, that, as ever more people become frustrated by the SDE lottery, together with growing acceptance of solar electricity as a viable alternative, that gap between the CBS and CertiQ will widen in coming years.

Er is een fors verschil in de bijgeplaatste capaciteit voor 2008 (althans: "afzet aan installateurs") volgens het CBS en de als "geaccepteerd producent van gecertificeerde zonnestroom" gerekende toename zoals geregistreerd door CertiQ (die "garanties van oorsprong", GVO's, uitgeeft). CBS had het over totaal 4,445 MWp toename in 2008, maar daar moet het aantal "niet met GVO's te certificeren" autonome systemen (0,229 MWp nieuw) nog vanaf, zodat we 4,216 MWp nieuw netgekoppeld voor 2008 overhouden.

CertiQ daarentegen publiceerde in hun maandrapporten voor eind december 2007 resp. 2008 een geaccumuleerd aantal "gecertificeerde" PV producenten van 617 resp. 718. Dat laatste getal is echter in een bericht van 11 januari 2010 aan de webmaster van Duurzameenergiethuis.nl opgehoogd tot alweer 745 stuks (zie ook nagekomen mededeling verderop). Wat zou inhouden dat er in 2008 maar 128 nieuwe "officieel erkende" zonnestroom producenten bijgekomen zouden zijn. Die met een gemiddelde te verwachten installatiegrootte van (rekenend met 8.000 door Agentschap NL (tot en met 2009: SenterNovem) "beschikte" aantal installaties en de blijkbaar toegekende 18 MWp) 2,25 kWp/installatie ingestapt zouden kunnen zijn. En dus met die 128 nieuwe installaties slechts iets van 288 kWp nieuw bijgeplaatst kunnen hebben! In de onduidelijke "vermogens-groei" grafiek voor PV (voorbeeld: april 2009 rapport, pdf) leek er echter vrijwel niets met de groeilijn te gebeuren, dus ook hier bleek duidelijk iets in de registraties te "wringen".

Stel dat we van die puur speculatieve 288 kWp ("nieuw voor 2008", heel erg veel meer kan het niet zijn geweest op basis van de bijgestelde aantallen nieuwkomers voor dat jaar) voor CertiQ uitgaan, en we houden de 4,216 MWp netgekoppeld (idem) van CBS er naast: dan komen we dik 3,9 MWp "tekort". Waar ligt dat mogelijk aan?

  • Niet alle SDE klanten die wel "onder de CBS voorwaarden" (geplaatst systeem?) zijn geregistreerd, zijn al door de verschrikkingen van de SDE bureaucratie heen en hebben het "terminale stadium" nog niet bereikt (CertiQ);

  • Er zijn SDE klanten die wel een beschikking hebben ontvangen, ook al een PV-systeem hebben geplaatst of laten plaatsen, maar met de "beschikking" (nog) niets hebben gedaan;

  • Er is een fors aantal zonnestroom minnende particulieren die de SDE van meet af aan al links hebben laten liggen en buiten alle subsidie- en certificatie onzin om gewoon direct voor een eigen PV-systeem zijn gegaan, zonder tijd vretende bureaucratie voor een bomvol onzekerheden zittende subsidieregeling;

  • Er zijn bedrijven die hetzelfde hebben gedaan en de SDE verder de SDE laten.

  • ???

Het zal een hele klus worden om te proberen te achterhalen waar de discrepantie nu precies aan ligt (mogelijk een combinatie van factoren). 3,9 MWp staat toch gelijk aan dik 22.000 modules van 175 Wp (of het zijn twee forse windturbines...). Voor Nederland toch niet niks. Ach, wat is 3,9 MWp tegenwoordig nu nog? Dat plaatst Duitsland er in een ochtend bij. Peanuts en niets om je druk over te maken...

De geschetste "trend" is toegenomen in 2009, toen grote hoeveelheden SDE subsidie aanvragen werden afgewezen a.g.v. de almaar voortdurende budget beperkingen (de trend nam alarmerend verder toe in 2010, waarbij enkele tienduizenden aanvragen werden of nog worden afgewezen a.g.v. de aanvraag loterij...). Dit is wederom best te illustreren aan de hand van het verschil tussen de CertiQ data en degene gepubliceerd door het CBS. Voor 2009 rapporteerde CertiQ bijna 6 MWp nieuwe "gecertificeerde" (netgekoppelde) installaties. CBS echter rapporteerde voor dat jaar 10,6 MWp netgekoppeld als "verkocht aan installateurs in Nederland". Het verschil, ongeveer 4,6 MWp (43% van het CBS getal) zou het aantal netgekoppelde PV-installaties moeten zijn zonder SDE beschikking of zelfs aanvraag, en mogelijk nergens geregistreerd. Het is mogelijk dat, als er meer en meer mensen gefrustreerd worden door de SDE loterij, tezamen met een groeiende acceptatie van PV als een levensvatbaar alternatief, dat het gat tussen de CBS en CertiQ cijfers verder zal gaan groeien de komende jaren.

Nagekomen
Op 19 januari 2010 publiceerde ik de e-mail die ik van de persvoorlichter van TenneT (eigenaar van CertiQ) kreeg met een nadere toelichting over de complicaties rond de "vaststelling" van de groeicijfers van gecertificeerde zonnestroom (en andere duurzame energie) capaciteit. En de "vloeibaarheid" van de blijkbaar continu bijgestelde vermogensdata en aantallen geregistreerde installaties. Zie het bericht elders op Polder PV.

http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/industrie-energie/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-tk-18.htm (kort verklarend artikel met ook beschouwing van resultaten Eur'ObservER rapport, reeds door mij besproken; article not available in English)


 
^
TOP

Gecertificeerde productie (CertiQ) status: eind juli 2010
Certified production of photovoltaic electricity (PV) in the Netherlands (CertiQ data) status: end of July 2010

see figure captions for English explanation

(MEP en SDE installaties, alle andere PV-systemen die niet bij CertiQ zijn aangemeld vallen hierbuiten!)

De productie die via de zogenaamde "Garanties van Oorsprong" (GVO's, eerder "groencertificaten" geheten) aan zonnestroom wordt gemeten door CertiQ stelt nog steeds vrijwel niets voor in Nederland. Bovendien weerspiegelt het niet de daadwerkelijke (totale) productie, omdat (a) er reeds, zeer grof geschat, zo'n 30.000 zonnestroom producenten zijn met meestal kleine PV-installaties (vaak 4-6 modules, soms in de loop der jaren uitgebreid) die buiten alle statistieken vallen en waarvan de productie compleet onbekend is (behalve soms bij de schaars metende eigenaren zoals Polder PV - zie grafiek sectie). En (b) omdat de paar honderd installaties die in de extreem slecht doordachte MEP regeling zaten (status CertiQ eind maart 2008, vlak voor de start van de SDE regeling: 616 installaties), of het groeiend aantal in de nieuwe, ook alweer absurd bureaucratische SDE regeling vallende PV-systemen, bepaald niet zijn om over naar huis te schrijven. Zeker niet als we het internationale perspectief en de ontwikkelingen in de buurlanden op het netvlies blijven houden. Met de SDE is er wel degelijk "groei" van enige orde ontstaan, maar vooralsnog vooral in aantal ingeschreven "groencertificaten beschikte" producenten, die meestal slechts relatief kleine installaties blijken te hebben aangemeld (zie grafiek in bespreking CertiQ 2009 rapport). Producenten waarvan de eersten pas kWh op hun met veel moeite verkregen bruto productiemeter te zien kregen in het najaar van 2008, als ze geluk hadden (de SDE 2008 instappers, dus). Ergo: de "GVO's", 1 MWh per stuk "waard", zijn langdurig nauwelijks gegroeid (pas medio 2010 begint er een beetje schwung in te komen) en worden bovendien ook niet op een heldere, begrijpelijke wijze "uitgegeven".

Beschikkingen voor de tweede SDE ronde (2009) zijn pas eind juli door SenterNovem verstuurd, die voor de derde ronde (2010) voor de categorie "klein" pas ongeveer in april-juni (door Agentschap NL, opvolger van SenterNovem). De verwachting is dat pas in de late nazomer cq. de herfst van 2009 de eerste daadwerkelijk gecertificeerde systemen voor SDE 2009 in de CertiQ gegevens "zichtbaar" kunnen zijn geworden in het cijfermateriaal van deze TenneT dochter (zonder dat die cijfers als zodanig zijn geoormerkt). Die voor 2010 zouden wellicht bij CertiQ binnen kunnen komen vanaf de late zomer, als alles meezit. De wachttijden voor de plaatsing van de (verplichte) bruto productiemeter door de netbeheerders en de "administratieve verwerking" van het vervolgproces blijven hier extreem veel extra tijd, energie en goodwill vretende remmende factoren gebleken. Vanaf het moment dat die installaties daadwerkelijk gerealiseerd zijn, een bruto productiemeter hebben gekregen, en bij CertiQ zullen worden ingeboekt, gaan er drie SDE regelingen volkomen door elkaar heen lopen en wordt het "volgen van het effect van de SDE voor zonnestroom" een grote chaos via de CertiQ cijfers. Alleen de lumpsum van alle systemen bij elkaar kan dan nog enigzins grof worden gemonitord voor iedereen die niet bij Agentschap NL of EZ werkt...

In onderstaande grafieken geef ik de stand van zaken per maand weer, gebaseerd op de openbare maandelijkse rapporten van CertiQ. Hierin zijn in ieder geval altijd het totaal aantal tijdens de publicatie van het rapport bekende, onder de certificatie condities vallende zonnestroom producenten te vinden. Eigenlijk dient u i.p.v. "producenten" het aantal "installaties" te lezen. Het kan namelijk voorkomen dat een eigenaar verschillende installaties heeft, die een aparte "beschikking" krijgen. Al zal dat in ieder geval bij particulieren een beperkt verschijnsel blijven onder de weinig "stimulerende" huidige SDE regeling (Polder PV kent er slechts een paar). Wel is uit de circulerende "beschikkingen lijsten" voor bedrijven (SDE 2008 en 2009) gebleken dat grote hoeveelheden beschikkingen in handen blijken te zijn van enkele grote corporaties, aannemers-combinaties, projectontwikkelaars, e.d. Deze grote partijen hebben een hoge impact op het daadwerkelijk aantal "eigenaren met SDE beschikkingen voor zonnestroom". Alleen al voor SDE 2008 waren 45% van het aantal beschikkingen voor niet particulieren partijen en werd maar liefst 15% van het totaal aantal beschikkingen door de tien bedrijven met het grootste aantal geclaimd (zie bespreking).

Het aantal door CertiQ verstrekte GVO's wordt per maand bijgehouden, en deze worden vanaf maart 2009 ook nog gesplitst in GVO's voor "eigen verbruik" resp. "netinvoeding". Uit deze cijfers, die ik sinds het eerste maandrapport van januari 2003 in een overzicht in Excel heb gezet, zijn alle hieronder weergegeven grafieken afgeleid. Daartoe zijn - en worden - alle maandrapporten van CertiQ door Polder PV doorgelicht. Aan het begin van de maand worden, indien mogelijk, z.s.m. na publicatie van het meest recente maandoverzicht van CertiQ deze grafieken ververst.

Men dient goed te beseffen dat de gepubliceerde cijfers in de maandrapporten geen definitieve cijfers blijken te zijn: naderhand kunnen namelijk nog installaties worden bijgeschreven (zelfs in schaarse gevallen worden uitgeschreven, er is al een paar maal ogenschijnlijke "negatieve groei" geconstateerd!), die dus niet in de gepubliceerde maandrapport data voor zullen komen. Omdat die bijschrijvingen niet voor Polder PV zijn te volgen, wordt dus uitgegaan van de data in de maandrapporten.

Novum per 2010
Waarschijnlijk als gevolg van de al genoemde mailwisseling tussen mij en TenneT, met o.a. mijn vraag om ook de actuele geaccumuleerde vermogens van in ieder geval de door CertiQ gecertificeerde zonnestroom capaciteit in de maandrapporten op te nemen, is met de publicatie van het januari rapport voor 2010 eindelijk aan dit verzoek voldaan. Van alle "hernieuwbare" opties wordt nu per maand dat geaccumuleerde vermogen in de tabel "participanten" opgenomen (zie screenshot elders op deze pagina). Eindelijk weer een beter handvat om de marktontwikkeling op de voet te kunnen volgen - al gebeuren ook daar weer bizarre dingen mee (zie grafiek onder "Very strange things happening"...).

Data: CertiQ; bewerking, alle grafieken: Polder PV. Toelichting onderaan de grafieken.


Grafieken (update maand juli 2010, download datum 5 augustus 2010)

1

Figure 1. The accumulation of solar electricity generating producers as registered at the national office of CertiQ ("certified receiver of Guarantees of Origin for proven production of renewable electricity"), yellow curve (left Y-axis), and the calculated (Excel) growth of the number of producers per month, red curve (right Y-axis), respectively. The bizarre "dip" in the yellow curve (Jan. 2005) is the result of a non-specified "market player" withdrawing 199 PV-installations from the GO administration (upon request at CertiQ an explanation was not available). Only in the autumn of 2008, half a year after the start of a new "incentive regime" for renewable electricity including PV ("SDE"), the number of accepted GO receivers is starting to grow again, apparently with strong growth. It should be reminded, however, that as many as eight thousand applications were approved in 2008, valid for 18 MWp (in 2008 only systems were allowed in the range of 0,601 up till 3,5 kWp) ... In 2009 app. 2.500 new applications for the category 0,601 - 15 kWp were approved in August (a few applications still awaited approval at that time), and only 70 for the category > 15 - 100 kWp (both categories together maximized at 20 MWp). In late November 2009 the green light was given for a possible extra 850 "small" and 75 "large" 2009 applications (not "new money", but shift in budget), respectively. All added together, total number of approved applications (many of them still awaiting realisation...) appeared to accumulate (January 2010 review) in 11.554 "small" and 128 "large" approvals (max. 100 kWp installations allowed under the SDE regime...). For 2010, the "small category" already received 17.000 applications on the very first day, and on June 1, 2010, it became clear that only 4.200 of them will be/have been rewarded with a letter of approval after a "lottery", due to permanent State budget constraints (bulk of approvals posted in June 2010). On that same day it became apparent that for the "large" category 35.000 applications arrived at the desk of Agentschap NL bureau on May 31, and it is to be expected that only roughly 150 of them will be approved (considering comparable applications as those for the same meagre volume of only 5 MWp in the previous year). That will deplete the budget for that category...

At the end of July 2010, including the 2008 and 2009 applications the "CertiQ-registered realisation" for these SDE rounds still amounted to only 36,2% of the total number of projects approved sofar. No one knows the cumulative number of PV installations that have been realized anyway, since a growing number of households avoid the lottery and the SDE bureaucracy and still buy (albeit relatively small) PV systems. And the exact number of installations remains a mystery since most of these smaller systems have never been metered. For 2009, based upon the data from CertiQ and by CBS, it must be concluded that at least 40% of total capacity "sold to end-consumers" is realized outside the unstimulating SDE regime.

Note: Graphs are made by Polder PV from publicly available monthly reports by CertiQ, the Dutch organisation (part of main net manager TenneT) that controls certified production of renewable electricity. See the source listing on the CertiQ website.

Figuur 1. Het aantal in de tijd accumulerende zonnestroom producenten zoals geregistreerd bij CertiQ ("gecertificeerd ontvanger van Garanties van Oorsprong voor bewezen productie van duurzame elektriciteit"), gele curve (linker Y-as), resp. de middels Excel berekende toename van dat aantal producenten per maand, rode curve (rechter Y-as).

Een bizarre dip begin 2005 (fors "negatieve groei") werd als volgt verklaard door een CertiQ medewerker na mijn schriftelijke vraag hierover: "De scherpe daling per januari 2005 is veroorzaakt doordat een marktpartij er destijds voor heeft gekozen om 199 zonne-installaties uit te schrijven uit het systeem voor garanties van oorsprong". Op mijn vraag wat dan wel de "reden" daarvan geweest kan zijn, kreeg ik het antwoord "Wij weten niet waarom de genoemde marktpartij ervoor heeft gekozen de desbetreffende inschrijvingen te beëindigen". Mochten er mensen zijn die me hierover meer kunnen vertellen, houd ik mij aanbevolen. In ieder geval lijkt direct na die forse "dip" het effect al snel weggeebd, ogenschijnlijk omdat de individuele (?) projecten alsnog weer snel in de GVO regeling lijken te zijn opgenomen. Het lijkt er op dat aanvankelijk ergens een groot project is geweest waarvoor eerst een "gebundelde aanvraag" is goedgekeurd, die later is opgesplitst in de individuele deelprojecten???

Verder is er sinds begin 2004 een "lichte" groei geweest van nieuw in de regeling opgenomen PV-producenten, wat hoogstwaarschijnlijk uitsluitend "MEP" aanvragers zijn geweest die een scharrige 9,7 eurocent/kWh "bonus" kregen bovenop hun saldering. Dat zijn er vanaf de start van de MEP (1 juli 2003) tot en met de beruchte "black friday", 18 augustus 2006 (nekschot voor de MEP-regeling door Joop Wijn) namelijk maar 384 geweest, ongeveer 123 per jaar over die "MEP-periode". Tot en met september 2008 (nadat de eerste beschikkingen van de per 1 april 2008 gestarte SDE daadwerkelijk met veel moeite werden omgezet in fysieke plaatsing van bruto productiemeters bij early movers, en de hele administratieve trein tot en met CertiQ was ingevuld) is er niets meer bij CertiQ bijgekomen. Wat echter beslist niet betekent dat er geen zonnestroomsystemen werden geplaatst in Nederland! Ze worden echter niet "gezien" door de autoriteiten.

Pas vanaf oktober 2008 begon er weer "beweging" te komen in het aantal goedgekeurde producenten bij CertiQ, al is de toename nog lang niet zo groot als het aantal van 8.033 daadwerkelijk door - destijds nog - SenterNovem "beschikte" aanvragen voor die eerste SDE ronde zou suggereren (beschikkingenlijst SDE 2008). Ook dient goed de "schaal" van de grafiek in aanmerking genomen te worden, een steile curve betekent nog niet dat er opeens duizenden nieuwe "CertiQ producenten" per maand bijkomen, zoals in de buurlanden. Integendeel. Eind maart 2009 waren er bijvoorbeeld nog maar 750 nieuwe zonnestroomproducenten bijgekomen t.o.v. maart 2008, de maand voorafgaand aan de start van de SDE 2008. Dat was nog maar 9,4% van het totaal aantal beschikte installaties voor dat jaar. Daarbij logischerwijze er van uitgaand dat alle nieuwe producenten bij CertiQ ingeschreven uitsluitend de route via de SDE hebben "gekozen". Het is onwaarschijnlijk dat er mensen of bedrijven zullen zijn die buiten de SDE om zich ingeschreven zullen hebben bij CertiQ, omdat ze daar in het geheel geen "voordeel" bij behalen.

Pas in het tweede kwartaal van 2009, ruim een jaar na de officiële start van de SDE, begint het aantal in de CertiQ database gekomen nieuwe installaties (in de nazomer en mogelijk tot laat in de herfst van 2009 nog steeds uitsluitend "2008 beschikten"!) eindelijk goed op gang te komen en ligt het niveau grofweg rond de 150-350 nieuwe installaties per maand. Dat zijn - voor de SDE 2008 ronde - allemaal installaties die de 3,5 kWp niet te boven komen en die in de praktijk ook nog eens vaak veel kleiner blijken te zijn. Zie daarvoor de tale-telling grafiek in mijn bespreking van het CertiQ 2009 jaar rapport om een indruk te krijgen van de gerealiseerde installatiegroottes in de "ruimere" 2009 regeling. Eind februari 2010 zullen er zeer waarschijnlijk de nodige installaties uit de SDE 2009 ronde in de CertiQ database bijgeschreven kunnen zijn, daar de beschikkingen voor de 3.521 "kleine" resp. 128 "grotere" installatie aanvragen voor die tweede ronde (beschikkingenlijst SDE 2009) medio augustus werden verstuurd door - destijds nog - SenterNovem. Omdat er echter vele weken (soms maanden) kunnen verlopen voordat er überhaupt een bruto productiemeter geïnstalleerd zal zijn in opdracht van de netbeheerders, en ook de administratieve afwikkeling daarna extreem moeizaam is, zullen er nog niet echt veel installaties uit de SDE beschikkingen zijn voortgekomen. De status van de SDE 2009 (en SDE 2008) beschikten is anno maart 2010 nog volstrekt ongewis, informatie over de voortgang met mysteries omgeven, en het ingezakte groeitempo in nieuw geregistreerde installaties per maand rond de jaarwisseling tot en met februari, en het niet spectaculaire groei niveau van de maanden er na stemt niet vrolijk. De SDE 2009 beschikten moeten echter wel zorgen dat ze dit jaar of begin 2011 gaan plaatsen, anders vervalt hun beschikking. Zonder dat die doorgeschoven kan worden naar wel-willende-plaatsers...

Verloop nieuwkomer aantallen
Na een relatief gunstige zomerperiode in 2009 viel in augustus van dat jaar de maandelijkse toename fors terug (slechts 160 stuks). Dit trok in september weer bij, maar viel weer terug naar 203 nieuwkomers in oktober, alweer verder omlaag naar slechts 164 stuks in november, met als sluitstuk van het trage jaar 2009 200 nieuwkomers in december. Januari 2010 begon alweer "down" met slechts 186 nieuwe projecten en februari bracht een nieuw dieptepunt tot stand met slechts 125 nieuwe PV-systemen. Maart 2010 was nog steeds bitter teleurstellend met een pover aantal van 141 nieuwe installaties, in april gevolgd door een nog steeds magere 154 stuks. Pas in mei kwamen er meer dan 200 nieuwe installaties bij, 212 om precies te zijn. Juni volgde met 301 nieuwe systemen, doch kon daarmee nog niet tippen aan het "record" van juli 2009 (338 stuks). In juli stortte het aantal echter weer fors in naar een laag niveau van slechts de helft van dat in de voorgaande maand: 151 stuks.

In totaal stonden er eind juli 2010 nog slechts 4.845 "participanten zonnestroom" bij CertiQ genoteerd, waarvan nog de eind maart 2008 ingeschreven 616 "MEP" klanten moeten worden afgetrokken, zodat je slechts 4.229 pure "SDE" klanten overhoud (gemiddeld 151 stuks per maand sinds de start van de SDE op 1 april 2008). Er stonden eind juni 2010 dus in theorie nog steeds maar 52,6% van de 8.033 door SenterNovem beschikte aantal aanvragen als SDE 2008 beschikten in de boeken bij CertiQ ingetekend. Rekenen we eerlijker alle reeds door - inmiddels - Agentschap NL beschikte SDE aanvragers tot nu toe (exclusief mogelijk nog niet tot CertiQ registratie gevoerd hebbende SDE 2010 beschikkingen): 8.033 maal SDE 2008 (gemaximeerd op 3,5 kWp/installatie), plus 3.521 "klein" en 128 "groot" (totaal 3.649) voor de SDE 2009 (in totaal 31,8 MWp die in november 2009 uiteindelijk werd toegekend voor PV na weer de nodige parlementaire debatten en wat geschuif met niet-ingevuld budget voor wind op land), komen we in totaal voor SDE 2008 + SDE 2009 op 11.682 "beschikte" PV-systemen (nog grotendeels niet gerealiseerd). Het geaccumuleerde aantal in de CertiQ database ingeschreven "SDE-beschikten" tot en met juli 2010 komt dus nog steeds maar op een scharrige (4.229/11.682 =) 36,2%. Dat wil zeggen dat nog steeds bijna 64% van alle reeds beschikte aanvragen nog totaal niet "in zicht is" en/of de realisatie status compleet onduidelijk.

Op 1 maart 2010 is de derde SDE ronde "klein" reeds compleet overtekend voor de "kleine" categorie, en zijn volgens Agentschap NL van de 17.000 binnengekomen aanvragen er uiteindelijk slechts 4.200 "beschikt". Op 31 mei 2010 kwamen 35.000 aanvragen voor slechts 5 MWp voor de "categorie groot" binnen, en daarvan zullen er waarschijnlijk op zijn hoogst grofweg 150 stuks beschikt worden, de rest mag weer door de papiershredder. Het is duidelijk dat na drie jaar SDE deze regeling alweer definitief als "failliet" en totaal niet "stimulerend" beschouwd zal moeten worden voor een ieder die zijn/haar hersens gebruikt (en met openvallende mond van verbazing naar de gigantische realisatie in de buurlanden kijkt)...

2

Figure 2. In this graph next to the accumulated number of "certified" solar electricity producers (yellow, left Y-axis), in dark green (right Y-axis) the accumulating number of issued (proven production) "Guarantees of Origin" is presented. It is important to realize that each certificate stands for the production of 1 MWh, which is considerable because of the rather small PV-system sizes in the Netherlands. Because only little production under the new SDE incentive regime* has been realized in two years time (e.g.: formally registered on a separate, certified meter), there has been hardly any effect on the growth of the certificates issued, despite the relative strong growth in the number of small (2008: system maximization 3,5 kWp, 2009: 2 categories, max. 15 or 100 kWp) certified producers. Strangely, after a flattening of the curve at the beginning of 2010, the March report suddenly showed a strong increase (app. 4,6%) in new certificates, continued up till June. This does not seem to reflect actual strong growth, but more likely is to be contributed to highly discontinuous release policy of data by the net managers, and the actual formalization of the related "green" certificates by CertiQ. That process remains unclear.

*Open since April 1, 2008, the then existing certified installations come from the previous "MEP" regime that was closed for new installations in August 2006. Most approvals were issued after a long, 26 week waiting period somewhere in the Autumn of 2008. Realisation however, is probably only a third of the approvals issued.

Figuur 2. In deze grafiek staat naast het geaccumuleerde aantal "gecertificeerde" zonnestroom producenten (geel, linker Y-as), in donkergroen het accumulerende aantal uitgegeven (lees: daadwerkelijk geproduceerde) "Garanties van Oorsprong" (vroeger: "groencertificaten"), waarbij rekening gehouden moet worden dat elk certificaat staat voor de productie van 1 MWh. Bijbehorende Y-as voor de groene curve staat aan de rechterzijde. Aangezien de eerste SDE aanvragers pas laat in de herfst van 2008 in staat waren om de bruto productiemeter door de netbeheerder geplaatst te krijgen, en er nog steeds onduidelijkheden zijn rond de "bijschrijving" van de (vooralsnog waardeloze) GVO's voor deze producenten, is er lange tijd (zo'n twee jaar) nauwelijks impact van de SDE te zien geweest (1 certificaat staat gelijk aan 1.000 kWh, wat met een - voor SDE 2008 beschikten - gemaximeerde systeemgrootte van 3,5 kWp onder gunstige omstandigheden slechts na grofweg een derde jaar bereikt kan zijn). Dit, ondanks het behoorlijk toegenomen aantal geregistreerde nieuwe - kleine - zonnestroom producenten (gele curve). Let op de tale-telling afvlakking van de certificaten curve rond de jaarwisseling 2009/2010. Deze wordt in maart opeens gevolgd door een snelle stijging (plm. 4,6%) tot in juni 2010. Hetgeen niet zozeer te wijten zal zijn aan "reële snelle marktgroei" (laat staan een "explosieve fysieke groei van zonnestroom"), maar eerder aan sterk discontinu "release politiek" van de administratieve gegevens (per maand geschatte productie!) bij de netbeheerders (waar de producenten geen enkele controle over hebben). Dat proces blijft erg mistig.

3

Figure 3. As in Figure 2, but now with the calculated new Guarantees of Origin issued each month, blue curve (right Y-axis). Season-related production originally was clearly recognizable, but later the graph becomes blurred, possibly by "lumping" of GO's or administrative procedures not following the real production of the PV-installations involved*. In this graph there has been only a weak, summer-season (high production) related effect of the growing number of registered and accepted GO receiving producers of solar electricity as of the Autumn of 2008. Despite a fairly "large" number of newly registered (but small) PV-installations, certificate production for solar electricity per month dramatically collapsed at the end of 2009/start of 2010, only reviving slightly in February. March, surprisingly, showed a high release of new certificates that somehow must have been accumulating in the previous period and that cannot be related to actual (meagre) installation growth (the correlation between the two curves shown here is almost absent). Also in April a "considerable" number of certificates were issued, followed, however, by another dramatic decrease in May and June.

Please note that possibly 34 MWp of mostly small (in the order of 0.4-3 kWp) grid-connected PV-installations in the Netherlands is not represented in these graphs because they are not/never have been metered nor accepted following the GO schemes of CertiQ or its predecessor EnerQ...

* Actually, production on which GO's will be based, is artificially evenly distributed over the 12 months in the year by the net manager. Only after the "level" of 1 MWh is surpassed, apparently one certificate is being validated by CertiQ. Monthly reports of production meter positions by the PV owner are not accepted in the Netherlands, in stark contrast with Germany where PV system operators can bill the net mananger for the legally fixed feed-in tariffs on a monthly basis. The whole process in the Netherlands is exceptionally unclear and entirely based on only one measurement in the year, which can be done at any moment by the net manager...

Figuur 3. Als figuur 2, maar nu i.p.v. de accumulatie van GVO's de per maand nieuw bijgeschreven (of: "uitgegeven") aantallen GVO's door CertiQ (berekend via Excel, blauwe curve, rechter Y-as). Goed te zien is in het begin de seizoensafhankelijkheid (meer GVO's in de zomer dan in de winter), maar later wordt het beeld onduidelijker, mogelijk omdat de uitgave van GVO's meer "gelumpt" wordt in de loop van de tijd, en er niet meer direct volgend op de fysieke productie GVO's worden "uitgeschreven"*. De onverwacht hoge piek van de najaarsmaand oktober 2007 (2.135 MWh) blijft dus onverklaard. Het was nu niet bepaald een recordmaand qua opbrengst (zie overzicht Ton Peters in Spijkenisse). Ook uit figuur 3 blijkt dat er lange tijd slechts een geringe invloed is geweest van het groeiend aantal (met hoge mate van zekerheid: SDE) producenten op de verstrekking van GVO's: als er al kWh zijn geproduceerd, is dat voornamelijk in de hoog-productieve zomerperiode van 2009 geweest. Veel (vaak relatief kleine) installaties zullen sowieso nog geen 1 MWh op het bruto productiemeter telwerk hebben geproduceerd, laat staan dat die dan "administratief verwerkt" zou zijn door de netbeheerder of door CertiQ zijn ingeboekt (een hoogst mistig proces waar slechts moeizaam een vinger achter is te krijgen). Er is in de grafiek op zijn hoogst een mogelijk seizoens-gerelateerde verhoging te zien (zomerperiodes met hoge productie, echter mede veroorzaakt door de al in de regeling zittende oude MEP systemen). De 2009 "tussenhigh" viel echter weer terug in augustus 2009 wat niet spoort met de record opbrengsten voor die zeer zonnige maand. Erna bleef de certificaat productie hangen rond de 500 MWh/maand en stortte deze in november weer helemaal omlaag, om eind 2009 in december een nieuw dieptepunt te bereiken van slechts 245 MWh en in januari 2010 zelfs nog maar een scharrige 133 MWh. Na de lichte "revival" in februari was er opeens een ware "boost" van nieuwe certificaten in maart (op-een-na-hoogste "piek" in een maand tijd voor zonnestroom), die echter weer geen enkele relatie had met de werkelijke groei van het aantal nieuwe geregistreerde (gecertificeerde) PV-systemen. Ook in april 2010 was de "issue" van certificaten aan de - relatief - hoge kant. Het kan alleen maar verklaard worden doordat er opeens een hoop meetdata door de netbeheerders naar CertiQ zijn verstuurd, die volledig asynchroon met de werkelijke marktgroei wat certificaten uit is gaan geven. Het mag dan ook niet verbazen dat mei en juni 2010 alweer flink minder certificaten lieten zien...

Noot: men dient zich goed te realiseren dat ongeveer 34 MWp aan geplaatste zonnestroom capaciteit (meestal kleine installaties in de orde grootte van 0,4-3 kWp) niet in deze grafieken voorkomen omdat ze niet gecertificeerd worden bemeterd of anderszins aan de voorwaarden van CertiQ voldoen (zie ook uitleg bij Fig. 7)...

* Feitelijk wordt de productie waarop de verstrekking van GVO's wordt gebaseerd door de netbeheerders evenredig verdeeld over de 12 maanden van het jaar (hetgeen uiteraard weinig heeft te maken met de fysieke productie realiteit - hoge productie in de zomer, weinig in de winter). Pas als het "niveau" van 1 MWh wordt bereikt wordt er blijkbaar 1 certificaat gevalideerd door CertiQ - en wellicht dan pas opgenomen in de productie statistieken zoals weergegeven op deze pagina. Het hele proces is uitermate mistig en volledig gebaseerd op slechts een meting in het jaar, die op een willekeurig moment door de netbeheerder kan worden uitgevoerd. Lees daartoe ook dit bericht over de mogelijk wenselijke "timing" van die meter opname (gezien de SDE condities), en het daarop volgende exemplaar.

In Duitsland kun je als PV-systeem eigenaar volledig zelfstandig - met een eigen productiemeter (Einspeise meter, direct aan het laagspanningsnet gekoppeld) - de netbeheerder maandelijks of minder frequent een nota voor voorschotten sturen op basis van de te verwachten productie, en die moet deze uitbetalen (en mag daar geen administratiekosten voor in rekening brengen)...

4

Figure 4. In this figure the number of new certified producers of solar electricity per month is presented (calculation from accumulated month values with Excel, red curve, left Y-axis), and the number of new Guarantees of Origin issued by CertiQ (idem, blue curve, right Y-axis). Again: as of yet hardly any structural impact of the number of new producers on the GO's actually issued (these are, sofar, almost exclusively issued for the existing producers from the old "MEP" scheme or even older protocols). Just a slight increase in new GVO's issued/month is apparent since the start of the SDE on April 1 2008, although "output" fluctuates considerably (possibly strengthened by pitfalls resulting from certificate issuing policy). The trend was clearly downwards at the end of 2009, the second year of the new SDE "incentive" regime. A hefty "spike" for March 2010 comes as a surprise, as there is seems to be no direct relation with the level of newcomers with certified installations each month. The issue rate in April remained at a relatively high level followed by another "dip" in May to June. Correlation with new producers registered with CertiQ is almost non-existent.

Figuur 4. In deze figuur zijn naast elkaar gezet het aantal nieuwe zonnestroom producenten per maand (Excel berekening van de CertiQ maandgegevens), in rood (linker Y-as), resp. het nieuw aantal uitgegeven GVO's voor (bij CertiQ ingeschreven) zonnestroom producenten in blauw (idem, rechter Y-as). Wederom: (nog) relatief weinig impact van het aantal nieuwe (SDE) producenten op de uitgegeven GVO's, die uitsluitend voor de reeds enkele jaren geaccumuleerde producenten gelden. De "output" fluctueert sterk, wat mogelijk nog versterkt wordt door eigenaardigheden van het - ondoorzichtige - toekenningsbeleid van de groencertificaten. Zie ook opmerkingen onder figuur 4: de trend in het tweede "stimulerings"jaar SDE is een tijdje negatief geweest, maar wordt in maart 2010 opeens door een verrassende "spike" weer in opwaartse richting bijgesteld. Een "spike" die bepaald niet (direct) correleert met de ontwikkeling bij het maandelijkse aantal nieuwkomers, en die in april enigzins werd gecontinueerd, maar in mei-juni weer werd gelogenstraft met een flinke nieuwe dip. Er lijkt geen enkele correlatie te zijn tussen het nieuwe aantal registraties bij CertiQ en het aantal GVO's uitgegeven per maand.

5

Figure 5. As in Figure 4, but now with the focus on the accumulation (dark green curve, left Y-axis), and the new GO's issued per month, respectively (blue curve, right Y-axis, unity GWh = 1000 MWh = 1000 certificates). For a long time, no dramatic, structural changes were visible in growth (even flattening of the growth curve), despite 2 full years of "new incentive regime" [SDE 2008/2009]. Only March and April 2010 showed a distinct increase in de certificates issued, also reflected in the accumulating curve. The peak, however, is smaller as the peak of October 2007, which appeared in the middle of a factual "non-incentive" period for PV in the Netherlands (since the previous regime, the "MEP", was killed on Friday, August 18, 2006)...

Figuur 5. Als in figuur 4, maar nu de volledige focus op de accumulatie (groene curve, linker Y-as), resp. de per maand nieuw bijgekomen uitgifte van GVO's voor zonnestroom. Ook deze laatste wordt uitgedrukt in GWh (1 GWh = 1.000 MWh = 1.000 certificaten; blauwe curve, rechter Y-as). De groene curve heeft lange tijd geen structurele stijging van de helling getoond in de afgelopen SDE periode (zelfs een duidelijke afvlakking van de "groei"curve eind 2009/begin 2010). Dit ondanks reeds 2 volle jaren "nieuw stimuleringsregime" [SDE 2008/2009]. Alleen maart en april 2010 toonden een forse toename van toegekende certificaten, die ook in de accumulerende curve is terug te zien. Die piek is echter kleiner dan het exemplaar van oktober 2007, die nota bene verscheen in het midden van een feitelijke "stimulerings-loze" periode voor zonnestroom in Nederland (sinds het vorige geflopte regime, de "MEP", door Joop Wijn op vrijdag 18 augustus 2006 om zeep werd geholpen)...

6

Figure 6. A somewhat clearer picture revealing "increasing growth" for the number of GO's issued should become visible from the relative growth of the certificates issued in comparison with the previous month. Hence, in this graph again the "newly issued per month" curve is presented (dark blue curve, left Y-axis) in comparison with the curve in light-yellow (right Y-axis) that shows the relative percentual increase of the number of GO's issued as compared to the previous month. If there would be a regularly systematic issue policy of GVO's by CertiQ, this should immediately result in an increase of the yellow curve as production of PV would start to take off. This clearly is not the case. There has been a significant upward trend in May >>> June 2009, stabilizing after that period. The downward trend in the second half of 2009 finally started to flatten out in early 2010 and showed good growth in Mar-Apr 2010. Growth up till now remains lower than the average picture in the years 2003-2006 (when there was hardly any incentive at all, the MEP scheme only yielded a meagre extra 9,7 eurocent/kWh on top of the net metering price, which was totally non-stimulating, resulting in an almost dead market up till 2008). For clarity, a trend-line for the "new GO's per month" curve has been added in light-blue (Excel 3rd degree polynome). For months it showed a strong downward instead of an upward trend in the period in which a new "stimulation regime" was introduced, even with the new "spike" in new certificates in March 2010. Only in April-July 2010, two years after the start of the SDE regime, the curve is flattening out...

Figuur 6. Een iets duidelijker aanwijzing voor "toenemende groei" van het aantal uitgegeven GVO's voor zonnestroom zou zichtbaar moeten zijn in de relatieve toename van de uitgifte ten opzichte van de vorige maand. Daartoe staan in deze laatste grafiek wederom de oorspronkelijke, "per maand nieuw uitgegeven GVO's" in donker-blauw (linker Y-as), alsmede een daar uit berekende curve in lichtgeel die de relatieve procentuele toename van het aantal uitgegeven GVO's t.o.v. de vorige maand weergeeft (rechter Y-as). Als er significante toename van daadwerkelijk regelmatig ingeboekte "geregistreerde productie" van zonnestroom zou zijn, zou dat direct in een toename van dit procentuele verschil moeten zijn te zien. Duidelijk is dat daar lange tijd geen sprake van was (enige structurele toename van mei >>> juni 2009, daarna kort stabilisatie, waarna een dramatische trend bergafwaarts zichtbaar werd, pas herstel in feb-apr 2010). Er is continu forse fluctuatie en van enige "gemiddelde opgaande trend" is absoluut geen sprake. Integendeel: de groei is marginaler dan in de jaren 2003-2006 en lange tijd zelfs negatief. Let op de twee - onverklaarde - hoge pieken in mei 2003 (15,1% groei t.o.v. april 2003) resp. oktober 2007 (11,2% groei t.o.v. september 2007).

Ter verduidelijking is een trendlijn voor de "nieuwe GVO's per maand" curve toegevoegd in licht-blauw (Excel 3e graads polynoom). Deze toonde maandenlang een zeer opvallende tale-telling neerwaartse i.p.v. opwaartse trend in de periode waarin een nieuw "stimulerings-regime" van kracht was, zelfs nog met de nieuwe "spike" in uitgegeven certificaten in maart 2010. Pas in de periode april-juli 2010, meer dan twee jaar na de start van het nieuwe SDE regime, begint de neergaande curve weer af te vlakken...


Accumulation of certified photovoltaic installation capacity (STC)/Geaccumuleerd gecertificeerd PV vermogen

Note that X-axis and Y-axis change depending on report!


© CertiQ, July 2010 report, new style

2010: February, March, April, May, June


© CertiQ, January 2010 report, new style


© CertiQ, December 2009 report

Figure 7. X-scale "old-style", lower graph, running from start of 2004 up till end of 2009. Scale "new-style", upper graphs, shifted to a starting point at February 2007 (Jan. 2010 report, 2nd graph from below), and August 2007 (July 2010 report, upper graph). Note differences in X-axis and Y-axis ranges! These graphs come from the (actual) monthly statistics pages on the CertiQ website. The old graph, which was hard to read, has been slightly modified with a grid and red lines by Polder PV to clarify actual MWp increase. It gives the accumulated certified PV capacity registered by CertiQ. The upper horizontal (dashed) lines indicate the "accumulated" nominal power as given in the month report illustrated (apparently not always synchronous with the red curve - "Vermogen" - in the graph). Since the years of immobility on a non-stimulated Dutch PV-market only some growth has become visible again as of early 2009 (rise of flattened curve in the right part of the graph, only 9 Months after the start of the SDE on April 1, 2008, vertical red line). Extrapolating the accumulation reached December 2009 resulted in an estimate of some 6,3 MWp of new installations "accepted" by CertiQ since the start of the new incentive regime (SDE) as of April 1, 2008. In a later communication by CertiQ's owner TenneT it appeared to have been 5,984 MWp for 2009 only, the year that most "SDE installations" have been realized sofar.

Very strange things happening. In the official SDE incentive period (as of April 1, 2008) only 4.229 new solar electricity producers have been certified/accepted by CertiQ according to their published monthly reports up till the end of July 2010. However, the actual "capacity accumulated" ("Vermogen") mentioned by CertiQ and indicated in their published graphs fluctuates in a very strange manner:

Month
MWp accumulation
Difference of MWp accumulation related to previous month
Difference with MWp accumulation Dec '09
Dec '09
18,446 ¹
data not available
---
Jan '10
21,957
+ 3,511
+ 3,511
Feb '10
20,784
- 1,173
+ 2,338
Mar '10
18,316
- 2,468
- 0,130
Apr '10
18,947
+ 0,631
+ 0,501
May '10
20,013
+ 1,066
+ 1,567
Jun '10
21,129
+ 1,116
+ 2,683
Jul '10
21,947
+ 0,818
+ 3,501

¹ Number mentioned by press-officer of TenneT (CertiQ is a subsidiary of TenneT), January 2010. Other data
in this column are from the monthly reports in 2010. Numbers show MWp accumulation at the end of the month.

If the data in the CertiQ reports are correct, we must conclude that in March 2010, 0,13 MWp of brand-new installation capacity reported to CertiQ (via misty protocols) suddenly seemed to have disappeared since the end of December 2009 (and even - 2,468 MWp related to the accumulation reported for Feb. 2010...). While at the end of January 2010 there should have been a "plus" of 3,511 MWp. In April up till July there was again "growth", albeit only of app. 908 kWp average per month, and end of July reaching approximately three and a half MWp more than the December 2009 accumulation. No explanation is given by CertiQ for these bizarre accumulation numbers sometimes going downwards instead of upwards while number of installations at the same time show steady, slow growth. See also the graph below, fig. 7a:

^^^
Bizarre graph made on basis of the monthly "accumulation" (in MWp) of certified PV-installations in the monthly reports by CertiQ (first explicit report of capacity in January 2010). The data for December 2009 (hatched) is from an e-mail from the press officer of TenneT.

Instead of growth of capacity, the CertiQ data seem to point to a (considerable) decline in the months February-March 2010 which is a highly unlikely scenario. Maybe strange things are happening with installations "approved as certified", and despite their approval, possibly being withdrawn again for unknown reasons. End of July 2010 accumulation still is slightly under the bizarre January 2010 result...

The 3,5 MWp of installations that would have been added in the January 2010 report (36% of total accumulation in 20 months), as well as the apparent "negative growth" (?) in the months February and March 2010 were even more curious, since in these months the number of new installations has been growing like in previous months, albeit in a modest tempo (see Fig. 1)!

If one considers the new numbers in the July 2010 report as "correct", the 4.229 new SDE installations (app. 9,5 MWp as interpolated from the data published by CertiQ) would have an average nominal (STC) capacity of app. 2,2 kWp. Note that an increasing number of larger PV-systems could have heavily influenced this outcome. Despite all high-strung political rhetoric concerning the "new" SDE incentives, still not too many installations have been realized under this "stimulation" regime, only app. 151 on average per month in two years and four months time. Because of the still small numbers, every larger installation (max. 100 kWp under SDE conditions) will have a serious impact on the average system size calculated. Polder PV expects that several larger installations (15-100 kWp) will come on-line in 2010. How many remains written in the stars.

More curious phenomena. Despite the growth in newly admitted "SDE installations" (244 in May 2009), the total capacity in the certified scheme seemed to have become slightly lower in May 2009 (see image by CertiQ), a possible error (?) by CertiQ since the resulting small "peak" does not appear anymore in the June 2009 - and later - images. An earlier "dip" in the old graph (2005) represented a bizarre and unspecified "withdrawal" from almost 200 installations from the certified installation pool in the CertiQ database. It shows that even the CertiQ data remain exceptionally unreliable and a bad marker for "proven PV market development" in the Netherlands.

Note, again, that the graphs presented above do not show the "non-certified" PV-installations in the Netherlands. Eur'ObservER estimated 58,4 MWp for on-grid systems in the Netherlands for the end of 2009 (the only category that matters with respect to "certification protocols", see report ready for download on this web page). Subtracting the approximately 12,5 MWp accumulated in the CertiQ database for that year, there should at least be approximately 46 MWp of non-certified grid-connected PV installations in the Netherlands, if the Eur'ObservER data are considered reliable (end 2009, factor 3 and a half more non-certified as certified installations). These PV-systems, including the 1,34 kWp installation of the webmaster of Polder PV, have only "net metering" [Dutch: "salderen"] as an incentive (mostly, but not always, added to subsidies for buying the modules in old, abolished incentive regimes during the first years of the new millennium). There are also a number of installations that never got subsidies of any kind, that only have net metering. Examples: Niels Thijssen from the northern part of the province of Limburg, Jeroen Haringman in Hilversum with partially second-hand modules, Michael Stegen's recent impressive 5,4 kWp Sunpower installation, etc. An increasing number of PV-system buyers (actual numbers unknown) avoid the stifling SDE bureaucracy. Hence: not represented in the CertiQ figures or databanks. Even worse: their production of renewable electricity does not count in the fulfillment of the "national climate goals", which is absolutely bizarre considering the deplorable status of the Netherlands with respect to actual production of renewable electricity.

Growth of PV in the Netherlands in relative terms: If correct, the roughly 9,7 MWp growth in the "incentive" period April 2008 (status end of April 2008 according to graph end of December 2009 in CertiQ report app. 12,2 MWp) up till July 2010 (28 months, status according to actual accumulated STC power mentioned, 21,947 MWp) means, that on average approximately 348 kWp a month would have been realized sofar (as registered by CertiQ, possibly not far off from total installation capacity added). That remains an astonishing low capacity growth for a stifling rich (and sunny) western country such as the Netherlands with 16,6 million inhabitants and over 7 million households. The comparable Belgium region of (Dutch-speaking) Flanders only (population 2,7 times smaller than the Netherlands) has added 459 MWp in 25 months time, hence on average over 18 MWp a month since April of 2008, a factor 53 times higher...

Figuur 7. X-as lopend vanaf begin 2004 tot en met eind 2009 in de oorspronkelijke grafiek, onderaan, resp. vanaf februari 2007 (Jan. 2010 rapport, grafiek er boven), en vanaf augustus 2007 (juli 2010 rapport, bovenste grafiek) in het laatste exemplaar. Op de CertiQ site stond sinds het overzicht van februari 2009 een aparte, slecht leesbare grafiek met het geaccumuleerde PV vermogen van door CertiQ gecertificeerde installaties (dus exclusief de duizenden andere, niet gecertificeerde PV-systemen!). Pas eind vorig jaar is voor het eerst een daadwerkelijk getal voor het geaccumuleerde vermogen gepubliceerd (persvoorlichter van TenneT).

Helemaal bovenaan de laatste update, van het overzicht voor juli 2010, onderaan het laatste "oude" exemplaar van december 2009. In deze laatste heb ik ter verduidelijking een (horizontaal) grid toegevoegd en enkele rode lijnen om beter zicht te krijgen op de daadwerkelijke bijplaatsing**. De bovenste horizontale (gestippelde) lijnen geven het "geaccumuleerde" nominale STC vermogen weer zoals dat vanaf januari 2010 in de maandrapporten staat vermeld (niet altijd precies synchroon met de rode curve - "Vermogen" - in de grafiek). Uit de vorige grafiek van december 2009 was te destilleren dat er sinds de jarenlange stagnatie (in dit marktsegment, niet gecertificeerde systemen zijn wel, zei het marginaal gegroeid in die tijd), en sedert de SDE regeling op 1 april 2008 open ging, er nog slechts zo'n 6,3 MWp aan nieuwe gecertificeerde netgekoppelde capaciteit leek te zijn bijgekomen tot een geaccumuleerd totaal van zo'n 18,6 MWp (oudere "MEP" installaties incluis) - niet ver van de latere opgave van 18,446 MWp van de persvoorlichter van TenneT.

Merkwaardige zaken in CertiQ maandrapporten 2010. In de officiële SDE subsidieperiode (vanaf 1 april 2008) zijn er tot en met eind juni 2010 slechts 4.229 nieuwe zonnestroom producenten geregistreerd/geaccepteerd door CertiQ volgens hun maandelijkse rapporten. Echter, de opgegeven "accumulerende capaciteit" ("Vermogen") wat in de gepubliceerde grafieken staat weergegeven fluctueert op een bizarre wijze:

Maand
MWp accumulatie
Verschil in MWp accumulatie t.o.v. de vorige maand
Verschil in MWp accumulatie t.o.v. eind december 2009
Dec '09
18,446 ¹
data niet beschikbaar
---
Jan '10
21,957
+ 3,511
+3,511
Feb '10
20,784
- 1,173
+2,338
Mrt '10
18,316
- 2,468
- 0,130
Apr '10
18,947
+ 0,631
+ 0,501
Mei '10
20,013
+ 1,066
+ 1,567
Jun '10
21,129
+ 1,116
+ 2,683
Jul '10
21,947
+ 0,818
+ 3,501

¹ Getal genoemd door de persvoorlichter van TenneT (CertiQ is een volle dochter van TenneT), januari 2010.
Andere data in deze kolom komen uit de maandrapporten van 2010. Getallen geven MWp accumulatie aan het eind van de maand weer.

Als de data in de CertiQ rapporten correct zouden zijn, moeten we concluderen dat in maart 2010 er 0,13 MWp (130 kWp) aan nieuwe PV-capaciteit zoals gerapporteerd aan/vastgesteld door CertiQ (via mistige protocollen) verdwenen lijkt te zijn sinds eind december 2009 (en zelfs minus 2,468 MWp gerelateerd aan het gepubliceerde cijfer voor februari 2010...). En dat terwijl eind januari 2010 er juist 3,511 MWp bijgekomen zou zijn t.o.v. december. Ook in april tot en met juli was er weer "positieve groei" (0,6 tot ruim 1,1 MWp per maand) t.o.v. de voorgaande maand. Er wordt geen verklaring gegeven door CertiQ voor deze bizarre accumulatie cijfers die i.p.v. groei soms juist een neerwaartse trend laten zien. Zie onderstaande grafiek, fig. 7a:

^^^
Bizarre grafiek ontleend aan de maandelijkse "accumulatie" (in MWp) van gecertificeerde PV-installaties in de maandrapporten van CertiQ (januari 2010: eerste vermelding). Het cijfer van december 2009 (gearceerd) is ontleend aan een mededeling van de pervoorlichter van TenneT. I.p.v. groei van capaciteit lijken de CertiQ cijfers in de maanden feb-mrt 2010 juist een (forse) afname daarvan weer te geven, wat niet "kan" of "zou mogen" kloppen...

De 3,5 MWp aan installaties die toegevoegd werden in het januari 2010 rapport (36% van totale accumulatie in 20 maanden tijd), en de ogenschijnlijke "negatieve groei" (?) in de maanden februari en maart 2010 waren zelfs nog merkwaardiger in het licht van het feit dat in deze maanden het aantal nieuwe gecertificeerde installaties is gegroeid, zei het in een zeer bescheiden tempo (zie Fig. 1)!

Als men de nieuwe getallen in het juli rapport als "correct" beschouwt, zouden de 4.229 nieuwe SDE installaties (ongeveer 9,5 MWp zoals geïnterpoleerd van grafieken en data gepubliceerd door CertiQ) een gemiddeld nominaal (STC) vermogen van ongeveer 2,2 kWp hebben gehad. Waarbij opgemerkt moet worden dat een toenemend aantal grotere PV-installaties een forse invloed op deze uitkomst zal hebben/krijgen. Ondanks de forse politieke retoriek m.b.t. de "nieuwe" SDE subsidies, zijn er nog steeds slechts een mager aantal PV installaties nieuw gerealiseerd onder dit "stimulerings"regime, slechts zo'n 151 nieuwe (kleine) systemen gemiddeld per maand in twee jaar en vier maanden tijd. Vanwege het nog steeds zeer magere aantal nieuwe installaties, zal elk groter nieuw PV-systeem (max. 100 kWp onder de SDE condities) een serieuze impact hebben op de gemiddelde berekende installatie grootte. Polder PV verwacht dat verschillende grotere installaties (15-100 kWp) on-line zullen komen in 2010. Hoeveel, dat is in de sterren geschreven.

Meer merkwaardige fenomenen. In mei 2009 is er (weer) een bizarre "dip" in de totaal in de certificering meegerekende capaciteit ontstaan (zie CertiQ grafiek) en lijkt er wederom (net als aan het begin van 2005: 199 installaties) PV-capaciteit uit de garanties van oorsprong regeling te zijn gehaald. De reden daarvan is niet bekend en mogelijk was het een artefact of een fout van CertiQ, want vanaf de juni 2009 grafiek komt die afwijking niet (meer) voor.

Let op dat deze grafieken niet de niet door CertiQ gecertificeerde PV-systemen in Nederland weergeven. Eur'ObservER schat voor eind 2009 voor Nederland een netgekoppelde PV-capaciteit van 58,4 MWp in (zie het rapport te downloaden van deze webpagina). Als je de toen "gerealiseerde" 12,5 MWp accumulatie aan gecertificeerde PV-capaciteit in de CertiQ database aftrekt van de door Eur'ObservER weergegeven 58,4 MWp houd je bijna 46 MWp aan niet-gecertificeerde PV-systemen over in Nederland (eind 2009, factor 3 en een half maal zoveel niet-gecertificeerd dan wel gecertificeerd). Hieronder valt ook de 1,34 kWp installatie van de webmaster van Polder PV. De enige "marktprikkel" voor deze grote hoeveelheid installaties is de saldering, bovenop reeds in de beginjaren van dit millennium vergeven aanschaf subsidies voor de zonnepanelen zelf. Er zijn ook de nodige systemen waar nooit subsidies voor zijn vergeven, en die uitsluitend salderen. Voorbeelden: Niels Thijssen uit noord Limburg, Jeroen Haringman uit Hilversum met deels tweedehands modules, Michael Stegen's indrukwekkende recente 5,4 kWp Sunpower installatie, etc. Steeds meer PV-systeem kopers (aantallen onbekend) laten de verstikkende, gigantisch veel tijd vretende en vele ergernissen genererende SDE bureaucratie links liggen. Deze brave burgers zijn dus niet in de grafieken of databanken van CertiQ terug te vinden. Erger nog: hun duurzame productie telt ook niet mee in het "vervullen van de nationale klimaatdoelstellingen", wat volslagen bezopen is, gezien de schrikbarend povere status van hernieuwbare stroom productie in Nederland.

Groei van PV in Nederland in relatieve termen, vraagtekens rond CertiQ cijfers: Indien correct, betekent de ongeveer 9,5 MWp "groei" in de "subsidie" periode april 2008 tot en met juli 2010 (28 maanden) dat gemiddeld genomen tot nu toe ongeveer 348 kWp per maand zijn gerealiseerd (zoals geregistreerd door CertiQ, mogelijk niet ver van verwijderd van de reëele nieuwe geïnstalleerde PV capaciteit in Nederland). Dat blijft een absurde lage capaciteitsgroei voor een zeer rijk (en zonnig) westers land als Nederland met 16,6 miljoen inwoners en ruim 7 miljoen huishoudens. Het vergelijkbare Vlaamse Gewest in België (bevolking 2,7 maal zo klein dan de Nederlandse) voegde 459 MWp in 25 maanden tijd toe, dus gemiddeld zo'n 18 MWp per maand sinds april 2008, een factor 53 hoger...

Om dit te illustreren hierbij een nieuwe grafiek. Vergelijking van de bijplaatsing volumes in MWp tussen Vlaanderen en Nederland in dezelfde maanden van 2010:

^^^
The open blue columns are interpolations of the month values considered for Flanders (Belgium) because VREG apparently is not always able to publish a report each month. Note the large differences between monthly additions of PV-capacity (MWp). Also note: Flanders has a population that is a factor 2,7 smaller than that in the Netherlands. The highly unlikely "negative growth rates" in the Dutch columns for February and March 2010 have sofar not been commented upon by TenneT nor by its daughter company CertiQ. Difference between monthly addition in Flanders and Netherlands has been a factor 83 in July 2010.

De open blauwe kolommen zijn interpolaties van de betreffende maandwaarden voor
Vlaanderen vanwege het feit dat VREG niet in staat blijkt om elke maand een rapport uit te brengen. Let op de zeer forse verschillen in maandelijkse bijbouw (MWp).
NB: Vlaanderen heeft een bevolking die een factor 2,7 maal zo klein is als die in Nederland. De onwaarschijnlijke "negatieve groeicijfers" voor Nederland in februari en maart 2010 zijn niet door TenneT of CertiQ verklaard. Het verschil tussen de gerapporteerde "gecertificeerde" bijbouw per maand was in juli 2010 opgelopen tot een factor 83 in het voordeel van Vlaanderen.

 


Nieuwe data in CertiQ rapport: geaccumuleerd vermogen

* Ik heb CertiQ destijds per e-mail verzocht om de daadwerkelijke accumulatie van de ingeschreven PV-systemen in de vorm van bijgeplaatste dan wel geaccumuleerde MWp cijfermatig weer te geven in hun maandrapporten. De reply was aanvankelijk dat het "in overweging zou worden genomen". Na nieuwe mail wisseling is er inmiddels aan mijn verzoek voldaan, en wel met ingang van het januari rapport voor 2010, zie afbeelding hieronder:

^^^
Screenshot of CertiQ January 2010 month report. New is the actual nominal capacity registered ("Vermogen") in MWp, 21,957 MWp for PV (red arrowhead). Much more than could be expected from the December 2009 report and recent comments by the press officer from TenneT (owner of CertiQ)...
Average system size of the 3760 installations in this report (note: including old "MEP" clients such as 2,3 MWp Floriade roof and 674 kWp Ecopark Waalwijk!) is 5,8 kWp. See also screendump of February 2010 report below!

Average for this report's accumulation (old and new certified systems) amounts to 5,8 kWp/installation. Note that old installations like Floriade 2,3 MWp and 674 kWp Ecopark Waalwijk are among them...

Screenshot van CertiQ januari 2010 maandrapport. Voor het eerst in de "geschiedenis" worden nu van de 4 "hernieuwbare" categorieën ook de in de database van CertiQ opgenomen geaccumuleerde nominale vermogens van de bij hen bekende productie installaties opgenomen (rode pijlkop). Voor zonnestroom staat er nu per 1 februari 2010 21,957 MWp aan gecertificeerde installaties in de boeken. Dit is opvallend veel meer dan wat er op basis van het vorige maandrapport (dec. 2009) en recente uitlatingen door de persvoorlichter van TenneT werd verwacht. Zie ook de screendump voor het februari 2010 rapport verderop!

De gemiddelde systeemgrootte van de in dit maandrapport weergegeven 3.760 certificaathouders voor zonnestroom (let wel: oude MEP klanten als het 2,3 MWp Floriade dak, NUON/Vattenfall), en 674 kWp Ecopark Waalwijk, Eneco, incluis!) bedraagt 5,8 kWp.

In het februari 2010 rapport werd vreemd genoeg een veel lager cijfer gegeven:

^^^
Screenshot of CertiQ February 2010 month report. Suddenly, the actual nominal capacity registered ("Vermogen") in MWp, has dropped from the 21,957 MWp in Januari (see graph above) to the present 20,784 MWp for the 3.885 "certified" installations accumulated sofar (red arrowhead). No explanation has been given for this unlikely "negative growth scenario" under a new "incentive" regime... Average for this report's accumulation (old and new certified systems) amounts to 5,3 kWp/installation.

Screenshot van het februari 2010 rapport van CertiQ. Wederom volkomen onverwacht is het geaccumuleerde nominale vermogen t.o.v. het januari rapport gedaald van de 21,957 naar de 20,784 MWp (rode pijlkop) die nu op "de teller" staat (met een toename van het aantal gecertificeerde installaties van 3.760 naar 3.885 stuks...). Er is hiervoor geen verklaring gegeven... Gemiddelde installatiegrootte op basis van de februari cijfers komt voor alle oude en nieuwe (SDE) gecertificeerde systemen neer op 5,3 kWp/installatie.

Januari 2010 rapport
Er is uiteraard iets vreemds met die bijna 22 MWp die opeens in de CertiQ gegevens blijken te zijn geaccumuleerd in het januari rapport voor 2010. Want de persvoorlichter van TenneT gaf eerder in januari 2010 als groei voor 2009 op: "Het ingeschreven vermogen is toegenomen van 12,462 naar 18,446 MW." Neerkomend op 5,984 MWp in een jaar tijd, of ongeveer 499 kWp gemiddeld per maand. Dat zou betekenen dat, indien alle CertiQ data correct zijn, er in januari 2010 opeens maar liefst 3,5 MWp aan nieuwe PV-installaties bij CertiQ zou zijn bijgeschreven. Gezien het supertrage aanmeldings-tempo van de afgelopen twee jaar lijkt die plotsklapse groei onwaarschijnlijk, en het matcht bovendien slecht met de vastgestelde toename in aantal installaties (vooralsnog uitgaand van allemaal SDE systemen). Tussen 31 december 2009 en 1 februari 2010 zijn er namelijk slechts 186 nieuwe PV-installaties bijgekomen volgens het januari 2010 rapport. Die zouden dan een gemiddelde installatiegrootte van (21.957-18.446)/186 = 18,9 kWp per stuk moeten hebben gehad als alle cijfers blijken te kloppen. Het is in theorie mogelijk dat een netbeheerder opeens een pak "toestemmingen" voor "grote" PV-systemen (groter dan 15 kWp voor SDE 2009) in een keer aan CertiQ heeft doorgegeven in de eerste maand van 2010 (ervan uitgaand dat de betreffende PV-installaties vervolgens direct werden ingeschreven). Maar het blijft op zijn zachtst gezegd vreemd dat er gemiddeld genomen in 2009 per maand zo'n 236 nieuwe installaties zijn bijgekomen bij CertiQ, en er in januari 2010 opeens "maar" 186 (21% minder) zijn bijgekomen. Ter vergelijking: januari 2009 zou 255 nieuwe installaties hebben gezien (uitgaande van maandrapport cijfers en het nieuwe getal van 745 participanten totaal voor 1 jan. 2009). En dat zouden dan in januari 2010 "dus" vooral "grote" PV-systemen geweest moeten zijn? Waar zijn dan alle "kleinere" PV-installaties gebleven bij CertiQ, die ook gewoon zouden moeten blijven aangroeien???

Het mag uit bovenstaande pogingen om "groeicijfers" te berekenen duidelijk zijn dat met de 1,2 MWp die in het februari 2010 rapport opeens weggestreept lijkt te zijn de chaos bij CertiQ nu inmiddels ook compleet is. De exacte status van de totale capaciteit aan zonnestroom in Nederland was altijd al een zooitje (CBS statistieken), omdat vrijwel niets werd gemeten en er geen enkel zinnige conclusie aan het dubieuze gepubliceerde cijfermateriaal verbonden kon worden. En nu via bruto productiemeters alle nieuwe PV-spul aangemeld bij CertiQ (alleen SDE installaties!) wordt bemeten, blijken de statistieken heftige schommelingen te vertonen die geen enkele realiteit kunnen weerspiegelen. Tijd dat Europa eens ging ingrijpen op de extreem shaky blijvende basis van onze "duurzame energie statistieken". Dat zijn overigens niet de enige statistieken rond het wit-hete thema "energie" in Nederland, want tot aan de Verenigde Naties aan toe wordt ons land op steeds nadrukkelijker wijze op de vingers getikt over het uitblijven van snoeiharde en verifieerbare data over de emissies in onze bomvol fossiele industrieën staande, jaarlijks vele tientallen miljoenen tonnen aan CO2 en andere broeikasgassen uitbrakende landje*...

Duidelijk blijft in ieder geval in deze kronkelige analyses dat het exacte monitoren van de "marktgroei van PV" in Nederland vergeven blijft van mysteries en constante vraagtekens. En dat is een zeer slechte zaak die de politici in Den Haag hoog op zouden dienen te nemen, gezien hun extreem gevoelige en ambitieuze, doch nog nauwelijks verzilverde duurzaamheidsclaims...

* 182,2 miljoen ton CO2 equivalenten per jaar, wat ruim een factor ZEVEN maal zo hoog is per oppervlakte eenheid land als bij de "smeerkezen U.S.A. en China", volgens de voortdurend grondige berichtgeving van Paul Cohn van Opgewekt.nu (waarvoor grote dank!).


Jaarlijkse CertiQ data (uit maandrapporten)

Figure 8. Results of CertiQ monthly reports lumped into data per year and, in dashed columns at the right, average of the period under consideration (2003-2009). Data status: January 2010. On the left Y-axis the number of new certified PV-installations per year resulting from subtracting the accumulation of installations in the December reports (data valid as of January 1 of each year), columns in blue. On the right Y-axis the number of Guarantees of Origin (GO's) issued by CertiQ for the year under consideration (1 GO stands for 1 MWh, 1.000 for 1 GWh). Data obtained by extracting the accumulated GO's issued in the December reports; green columns. Note the many new PV-installations in 2009, resulting from a new but bureaucratic subsidy regime (started on April 1, 2008). These are, however, mostly small systems of max. 2 kWp. Impact of the installation growth on GO's issued is hardly discernable, even in 2009. This probably is the result from delays in certificate validation for that year, and the fact that small installations need a long time before even one certificate (= 1 MWh) can be accounted for by CertiQ. Note that growth of certificates issued already started two to three years before the new "incentive regime". It is most probable that for the year 2009 CertiQ will register more GO's, accumulated as net managers file their interpolated "monthly production" based on one measurement in a one-year period.

Note that despite the enormous "boom" in new PV installations in 2003 (see CBS data elsewhere on this web page), almost none of these installations have been recorded as "certified" in the CertiQ database.

Figuur 8. Resultaten van data uit de maandelijkse CertiQ rapporten die gelumpt zijn in data per jaar en, in gearceerde kolommen rechts in de figuur, het gemiddelde/jaar over de geanalyseerde periode (2003-2009). Status van de data: januari 2010. Op de linker Y-as het aantal nieuw gecertificeerde PV-installaties per jaar resulterend uit het verschil in de accumulatie van aantal systemen in de december rapporten (data geldend op 1 januari van elk jaar), blauwe kolommen. Op de rechter Y-as het aantal Garanties van Oorsprong (GVO's) uitgegeven door CertiQ voor het betreffende jaar (1 GVO gelijkstaand aan 1 MWh aan hernieuwbare productie, 1.000 stuks is 1 GWh). Data verkregen door wederom de accumulatie van de aantallen in de december rapporten van elkaar af te trekken, groene kolommen. Let op de "vele" nieuwe PV-installaties in 2009, het resultaat van de invoering van een nieuw, bureaucratisch subsidiesysteem per 1 april 2008. Die "groei" wel ook meteen relativeren s.v.p.: Vlaanderen zette er in dat jaar met 2,7 maal zo weinig inwoners maar liefst 47.273 nieuwe installaties bij die ook nog eens per stuk fors groter qua opgesteld vermogen waren... De Nederlandse installaties zijn meestal vrij klein, rond de 2-2,5 kWp/systeem. Impact op "groei" van het aantal uitgegeven GVO's lijkt nauwelijks traceerbaar, zelfs voor het jaar 2009 zelf. Dit lijkt debet aan de vertragingen die zitten in het systeem van certificaat validatie en registratie. En, natuurlijk, omdat het een tijd duurt voordat met een klein PV-systeem zelfs een GVO (= 1 MWh) kan worden geregistreerd als zijnde "opgewekt door de systeem eigenaar". Let op dat de groei in uitgegeven certificaten al 2 tot 3 jaar voor de start van de SDE regeling (1 april 2008) inzette. Het ligt in de lijn van verwachting dat er nog heel wat certificaten voor 2009 achterstallig door CertiQ zullen moeten worden bijgeschreven als netbeheerders hun achterstallige geïnterpoleerde "maandelijkse productie cijfers" deponeren die gebaseerd zijn op een jaarlijkse meting.

Let op dat ondanks de enorme "boom" van nieuwe PV installaties in het topjaar 2003 (zie CBS data elders op deze webpagina), vrijwel geen enkele installatie daarvan als "gecertificeerd" is opgenomen in de CertiQ database.


Feiten update maandrapport 1-8-2010 (overzicht juli 2010, download van CertiQ site dd. 5 augustus 2010)

  • Aantal zonnestroom producenten geregistreerd bij CertiQ: 4.845 (juni 2010: 4.693, stijging 3,2%).

  • Vermoedelijk aantal SDE klanten: 4.845 - 616 (aantal bij CertiQ ingeschreven installaties direct voor de start van de SDE 2008) = 4.229 (87,3% van totaal; juni 2010: 4.077)***.

  • Bijgekomen t.o.v. vorige maand: 152 (juni 2010: 301).

  • Groei t.o.v. vorige maand: 7,9% (in juni 2010 was die groei: 8,1%).

  • Percentage geaccumuleerde aantal SDE producenten t.o.v. referentie van in 2008 aantal door - destijds - SenterNovem beschikte aanvragen (8.033 stuks voor dat jaar): 52,6% (in juni 2010 was dat: 50,8%). Aangezien elke volgende maand met zekerheid steeds meer SDE 2009 klanten het "CertiQ [publicatie] stadium" hebben bereikt, en mogelijk inmiddels ook alweer SDE 2010 klanten in de CertiQ cijfers zullen gaan opduiken, klopt deze berekening echter niet meer: zie daarom nieuwe berekening onderaan.

  • Cumulatieve hoeveelheid door CertiQ uitgegeven GVO's zonnestroom sinds 1 juli 2001: 40,964 GWh (in juni 2010 was dat: 40,069 GWh).

  • Daarvan is 9,594 GWh voor "eigen gebruik" toegekend en 31,370 GWh is "bewezen" (bemeten) ingevoed op het distributienet (verhouding 23,4% resp. 76,6%)****.

  • Gemiddeld zijn er vanaf 1 januari 2003 tot 1 april 2008 (start SDE) 6 nieuwe zonnestroom producenten/maand geregistreerd bij CertiQ (groeipercentage 2,1%/maand).

  • Gemiddeld zijn er vanaf 1 april 2008 (start SDE) 151 nieuwe zonnestroom producenten/maand geregistreerd bij CertiQ (groeipercentage 7,9%/maand).

  • Bovenstaande getallen waren voor juni 2010 nog 151 resp. 8,1%/maand.

  • Eind juli 2010 was de totale geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit in Nederland volgens het maandrapport 21,947 MWp (noot: eind juni volgens CertiQ: 21,129 MWp). Een groei van 818 kWp in een maand tijd (26 kWp/dag, grofweg 132 modules van 200 Wp per stuk). In januari 2010 zou er volgens de maandrapportage nog 3,5 MWp in 1 maand tijd zijn bijgekomen (op basis van een mededeling van de persvoorlichter van TenneT over de capaciteit toename in 2009 en de status eind december van dat jaar: 18,446 MWp). Waarna er weer iets van 2,5 MWp verdwenen zou zijn in de maanden feb-mrt (veel onduidelijkheden hier).

  • Gemiddeld zijn er vanaf 1 januari 2003 tot 1 april 2008 (start SDE) 347 nieuwe GVO's/maand geregistreerd bij CertiQ (groeipercentage 3,8%/maand).

  • Gemiddeld zijn er vanaf 1 april 2008 (start SDE) tot en met juli 2010 607 nieuwe GVO's/maand geregistreerd bij CertiQ (groeipercentage 1,9%/maand).

  • Bovenstaande getallen waren voor mei 2010 nog 596 resp. 1,9%/maand.

  • Nieuwe berekening door totstandkoming van de nieuwe populatie "SDE 2009 beschikten" (aanpassing van bericht medio augustus in bespreking beschikkingen lijsten SDE 2008/2009): 3.521 "klein" plus 128 "groot" = 3.649 totaal. In totaal zijn er nu volgens de laatste cijfers 11.682 zonnestroom aanvragen (SDE 2008 + 2009) "beschikt" (SDE 2010 is pas vanaf eind april 2010 qua toewijzingen [categorie "klein"] op gang aan het komen, is nog weinig van bekend). Van deze hoeveelheid beschikkingen is met de CertiQ cijfers voor juli 2010 voor de SDE 2008-2009 nog steeds slechts 36,2% ingevuld (52,6% als alleen van SDE 2008 uitgegaan zou worden, wat echter door de "vervuiling" door de ook meegetelde latere beschikkingen vanaf 2009 geen realistisch percentage meer is). De verwachting is dat dit percentage sterker gaat stijgen zodra de eerste grotere aantallen SDE 2009 beschikten daadwerkelijk werkende bruto productiemeters in de meterkast gekregen zullen hebben, het hele administratieve circus tussen netbeheerder, CertiQ en SenterNovem Agentschap NL hebben doorlopen, en uiteindelijk als "geaccepteerd" in de database van CertiQ zullen zijn of worden opgenomen. Vooralsnog blijft zelfs die groei nog steeds angstvallig laag.

    De vraag is ook of de SDE 2008 verder nog fors zal groeien qua daadwerkelijk ingevulde aanvragen. De inschatting van Polder PV is: die 8.033 beschikkingen gaan nooit allemaal worden ingevuld, zelfs al melden sommige "beschikten" zich af en toe die alsnog hebben laten installeren (of het zelf hebben gedaan). Mogelijk gaan er een paar duizend van die met absurd veel moeite tot stand gekomen beschikkingen verworden tot een waardeloos vod papier waar niet meer naar wordt omgekeken en ergens in een bureaulade liggen te verstoffen. Formeel hebben de indieners voor SDE 2008 4 jaar tijd voor invulling na toekenning van de beschikking (dus ongeveer tot oktober 2012), voor SDE 2009 en 2010 aanvragers/beschikten is dat teruggebracht naar anderhalf jaar. SDE 2009 aanvragers hebben dan tot ongeveer februari 2011 de tijd voor daadwerkelijke realisatie (afhankelijk van exacte datum van de beschikking, en eventuele eenmalige door Agentschap NL geaccepteerde verschuiving van de realisatie datum). Gezien het feit dat SDE 2010 beschikkingen vanaf ongeveer eind april uitgegeven blijken te worden (categorie "klein"), zouden de eigenaren daarvan tot ongeveer eind oktober 2011 tot invulling over moeten gaan om nog binnen de realisatie periode te blijven (de bulk zou volgens zeggen van Agenstschap NL in juni 2010 uitgegeven moeten zijn). De paar beschikkingen (voorzien door Polder PV: maximaal iets van 150 stuks uit de stortvloed van op 31 mei 2010 binnengekomen 35.000 aanvragen) voor categorie SDE 2010 "groot" komen mogelijk op zijn vroegst ongeveer begin augustus, etcetera: Het wordt allemaal een ongelofelijk complexe warboel om te volgen.

  • Voor verdere info over het SDE jaar 2009, zie ook de aparte pagina met o.a. bespreking van het CertiQ jaarrapport en enkele artikelen op de website Duurzameenergiethuis.nl met enkele nieuwe marktdata. Het bij CertiQ ingeschreven gecertificeerde vermogen was volgens de persvoorlichter van CertiQ eigenaar TenneT in 2009 gegroeid van 12,462 naar 18,446 MW, dus 5,984 MWp in een jaar tijd. Dit zal waarschijnlijk nog steeds niet het fysiek netgekoppelde (SDE) vermogen blijken te zijn in dat jaar, gezien de lange administratieve weg tussen plaatsing van de bruto productiemeter en het felbegeerde (?) vinkje in de CertiQ database. Er kunnen dus nog met terugwerkende kracht nog steeds systemen bij komen, al is nog niet te voorzien hoeveel, en wanneer die bijschrijving dan wel officieel "beeindigd" zou gaan worden.

Deze typische, "grillige" en blijvend teleurstellende Nederlandse cijfers altijd in gedachten houden als u de recente, volledig gedocumenteerde marktgroei van de oosterburen in beschouwing neemt: 2008 >1,9 GWp; 2009 zelfs 3,8 GWp; alleen al het "slechtste" eerste kwartaal 2010 alweer 715 MWp, het eerste half jaar wellicht alweer 3,4 GWp door de bijplaatsing van grofweg 1,7 GWp, alleen al in juni 2010... (voorlopige data Bundesnetzagentur). Goed voor (status 2009 marktprognose BDEW, pdf, mogelijk zwaar onderschat vanwege explosieve eindejaar-spurt met nieuwe capaciteit in BRD) 5.616 GWh op jaarbasis, wat neerkomt op ongeveer 468 GWh gemiddeld per maand nieuwe opwek aan zonnestroom. Dat is bijna 15 maal zoveel nieuwe Duitse fysieke zonnestroom productie per maand als er totaal in de Nederlandse certificatenregeling is geaccumuleerd sinds 2003... NB: de feitelijke totale zonnestroom productie in Nederland, inclusief de talloze niet gecertificeerde installaties, is een groot mysterie, ondanks extreem speculatieve cijfers van het CBS daarover (natte vinger werk). Zie daarvoor mijn kritische kanttekeningen bij de CBS cijfers elders op deze pagina.

*** Berekend door het aantal geaccumuleerde GVO producenten door CertiQ geregistreerd aan het eind van de besproken maand af te trekken van het aantal geaccumuleerde producenten geregistreerd eind maart 2008 (vlak voor start SDE 2008 op 1 april van dat jaar). Deze berekening kon alleen maar redelijk "safe" gedaan worden totdat de impact van de SDE 2009 daadwerkelijk bij CertiQ gestalte ging krijgen. Aangezien pas eind juli 2009 de (in totaal 3.649) beschikkingen voor in 2009 gedane aanvragen uitgegeven zijn, en er nog steeds lange wachttijden zijn bij de netbeheerders voor het plaatsen van bruto productiemeters, zouden zelfs de reeds na 6 april aan het net gekoppelde nieuwe systemen onder die regeling nog minimaal een maand hebben moeten wachten voordat ze waarschijnlijk een in werking gezette bruto productiemeter hebben. Vanaf dat moment is het natuurlijk een warboel geworden met de cijfers, want toen gingen verschillende SDE beschikkingen (met elk weer onvergelijkbare categorieën) volledig door elkaar heen lopen, ook bij CertiQ. Vanaf dat moment (??? augustus-september 2009 ???) kan er dan ook alleen maar gekeken worden naar de "accumulerende impact" van de SDE regeling, niet meer naar het effect van elk jaar, omdat de cijfers daarvan niet bekend zijn (die liggen bij Agentschap NL/SenterNovem en lijken niet te worden vrijgegeven).

Op 1 maart 2010 is de derde SDE ronde (vertraagd) ingaan en direct massaal overtekend. In eerste instantie alleen voor de "kleine" PV-installatie aanvragen (voor de "grotere" projecten kon pas vanaf 31 mei 2010 worden ingetekend, en dat werd op gigantische schaal gedaan met 35.000 aanvragen, waarvan er waarschijnlijk maar iets van 150 stuks "mogen" doorgaan...). Vanaf eind april 2010 (eerste beschikkingen verstuurd door Agentschap NL) gaan er drie SDE regelingen compleet door elkaar heen lopen. Zowel m.b.t. de administratieve afhandeling, als m.b.t. de realisatie... Bovendien moet rekening gehouden worden met - om niet verklaarde reden - uit de GVO regeling "verdwenen" capaciteit. Voorbeelden: (1) mogelijke dip in mei 2009, ondanks de 244 nieuwe SDE intreders, zie ook toelichting over een eerdere bizarre, diepe "dip" onder figuur 1); (2) de "weer ingetrokken" (???) installaties tussen de januari, februari en maart 2010 rapportages van CertiQ...

**** Voor het eerst is door CertiQ een splitsing in deze twee categorieën gemaakt in het overzicht voor maart 2009. SDE klanten die om wat voor (wettelijk legitieme) redenen dan ook hebben geweigerd de automatisch salderende Ferrarismeter in hun meterkast tegen betaling te laten omruilen voor een viertelwerk meter (die invoeding en afname op aparte telwerken kan registreren), worden door CertiQ behandeld "als zouden ze al hun zonnestroom opwek in eigen huis hebben geconsumeerd". De typisch ambtelijke formulering die het gevolg is van het door de knieën gaan van van der Hoeven (EZ) voor druk uit de samenleving om de prima werkende Ferrarismeter te laten hangen, vindt u in de tekst van een zoveelste "ministeriële regeling". Gepubliceerd in de Staatscourant van 3 november 2008 (zie elektronisch exemplaar). De meest pregnante frase daar vindt u in de vorm van een nieuw "lid" (5) van artikel 4, in een prachtige, uit maar liefst 67 woorden bestaande zin die eindigt met de veelzeggende (...) frase: "... wordt, in afwijking van het vierde lid, de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die door de betreffende productie-installaties op een net wordt ingevoed steeds gesteld op nul kWh." Hier wordt dus gesteld "dat er niets op het laagspanningsnet zou worden ingevoed ten bate van de verstrekking van groencertificaten", terwijl dat fysiek gesproken uiteraard wel degelijk het geval is bij overschot van zonnestroom (bij alle netgekoppelde zonnestroom producenten, maakt niet uit welke meter je hebt). Dit is dan ook Nederland, waar continu aan waanzinnige regelgeving wordt gevingerd, om weer eventjes wat opgeflakkerde paniek de kop in te drukken. De "wetgeving" in Nederland is dan ook een grote ramp van bij elkaar geschraapte gelegenheids-regelgeving waar absoluut geen gezond en doordacht in en in duurzaam beleid van valt te verwachten...


Basisinformatie: CBS data en maandrapporten website CertiQ

http://www.cbs.nl
http://www.certiq.nl/ (Cijfers en overzichten >>> Statistisch overzicht CertiQ)

Voor bespreking van het jaarrapport 2009 van CertiQ, zie aparte pagina.

Wijziging in berekening systematiek "vermeden inzet primaire energie", ook bij zonnestroom (effect marginaal, 9 TeraJoule meer "vermeden" na dan voor wijziging in het protocol) per mei 2010 (verkorte link CBS publicatie):
http://tinyurl.com/29yqmou


Andere referenties

http://www.solarbuzz.com/EUE09.htm (in de abstract voor het marktoverzicht voor Europa staat onder "small emerging markets" Nederland slechts als een voetnoot zonder verdere byzonderheden vermeld in de inhoudsopgave op de website van Solarbuzz...)


Berekeningen en grafieken: Polder PV (geen juridische status, gaarne eerst bericht als u grafieken wilt gebruiken). Correcties, aanvullingen en verhelderingen worden op prijs gesteld. Via mijn mail adres, s.v.p.

Disclaimer. Graphs and data presented on this page and the website Polder PV do not have a legal status. Please refer to the original sources for clarification. This information page is part of a non-commercial private undertaking to enhance public awareness of national and global development in the solar energy industry. Please contact the webmaster if you want to use the graphs made by him from the raw data.

Waar "SenterNovem" is gebruikt op deze pagina gelieve vanaf januari 2010 s.v.p. "Agentschap NL" te lezen (hierin zijn drie EZ organisaties ondergebracht).


webpagina voor het eerst opgemaakt dd. 6 april 2009, daarna indien mogelijk maandelijkse updates:

7 mei 2009, 12 mei 2009 (incl. voorlopige CBS cijfers 2008), 5 juni 2009, 6 juli 2009, 5 augustus 2009, 3 september 2009, 18 september 2009 (definitieve CBS cijfers 2008), 25 september 2009 (klein foutje hersteld), 7 oktober 2009, 5 november 2009, 4 december 2009, 6 januari 2010, 15 januari 2010, 3 februari 2010, 9 maart 2010, 27 april 2010, 21 mei 2010, 26 juni 2010, 8 juli 2010, 21 juli 2010 (update CBS data sectie 1 op deze pagina, stand 2009 "voorlopig"), 9 augustus 2010 (CertiQ update juli).


© 2009-2010 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)